Blad gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Flevoland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veiligheidsregio Flevoland | Blad gemeenschappelijke regeling 2026, 811 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veiligheidsregio Flevoland | Blad gemeenschappelijke regeling 2026, 811 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Lokale arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio Flevoland
I. de "lokale arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio Flevoland” vast te stellen, tezamen met de CAR(-UWO) Veiligheidsregio's genoemd de ‘Arbeidsvoorwaarden Flevoland’, waardoor de ‘lokale arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio Flevoland’ als volgt komt te luiden:
3:6:0:1 Overgang naar hogere salarisschaal (bevordering)
Voorbeeld 1: Piet heeft vanaf 1 januari 2022 schaal 7 trede 8 en wordt bevorderd naar schaal 8 per 1 oktober 2022. Het bedrag behorend bij 7-8 is 2902. 3% van 2902 is 87,06. Dit betekent dat de inschaling in schaal 8 minimaal 2989,06 is. Dit betekent dat hij in 8-6 wordt ingeschaald per 1 oktober 2022, zijnde 3088. Per 1 januari 2023 krijgt hij een periodieke verhoging en komt hij in 8-7.
Voorbeeld 2: Jan heeft vanaf 1 januari 2022 schaal 6-6 en wordt per 1 januari 2023 bevorderd naar schaal 7. Op 1 januari 2023 ontvangt hij eerst de periodieke verhoging naar schaal 6-7, bijbehorend bedrag is 2551. 3% van 2551 is 76,53. Dit betekent dat de inschaling in schaal 7 minimaal 2627,53 is. Dit betekent dat hij in 7-6 wordt ingeschaald per 1 januari 2023, zijnde 2719.
3:8:0:1 Toepassing functioneringstoelage
Het bestuur kan aan de ambtenaar of een groep ambtenaren eenmalig een geldbedrag toekennen voor uitstekend functioneren en/of geleverde bijzondere prestaties. Dit artikel moet worden gezien in samenhang met artikel 3:8. Samen vormen deze artikelen de basis voor een variabel beloningsbeleid, waarmee het bestuur bijzondere prestaties, uitstekend functioneren en/of flexibele projectmatige inzet van ambtenaren extra kan belonen. Dit in tegenstelling tot het toekennen van extra periodieken (art. 3:4 derde lid) die structureel van karakter zijn, en tot gevolg hebben dat de ambtenaar sneller het maximum van de salarisschaal bereikt. Het tijdelijke karakter van de beloningselementen voorkomt dat ze een blijvend beslag op de loonsom leggen, en dat de prikkel die er vanuit gaat, na verloop van tijd, minder wordt, of zelfs helemaal verdwijnt. In de artikelen 3:8 en 3:20 gaat het dan ook nadrukkelijk om het toekennen van tijdelijke en incidentele beloningselementen, die overigens wel meerdere keren opeenvolgend kunnen worden toegekend.
3:12:0:1 Buitendagvenstertoelage bij oproep tijdens beschikbaarheidsdienst (vervalt per 1 juli 2026)
De ambtenaar die valt onder de standaardregeling kan worden aangewezen voor het verrichten van beschikbaarheidsdiensten. Wordt de ambtenaar dan opgeroepen om daadwerkelijk werkzaamheden te verrichten, dan ontvangt hij een buitendagvenstertoelage voor de uren die hij werkt buiten het dagvenster. Verricht de ambtenaar de werkzaamheden binnen het dagvenster dan kan dit alleen in tijd worden gecompenseerd (in overleg met leidinggevende). Voor repressieve werkzaamheden na de reguliere werktijd kunnen ambtenaren tot en met schaal 12 de uren laten uitbetalen (100%). Ambtenaren tot schaal 11 die werkzaamheden buiten het dagvenster verrichten ontvangen een buitendagvenstertoelage. Deze toelage bedraagt per gewerkt uur een percentage van het uurloon. De gewerkte uren buiten het dagvenster worden in tijd gecompenseerd, hierover worden afspraken met de leidinggevende gemaakt. Uit pragmatische overwegingen kunnen deze uren worden uitbetaald.
3:13:0:1 Functies (geldt vanaf 1 juli 2026)
Op grond van artikel 3:13 lid 4 geldt voor ambtenaren die zich beschikbaar houden voor een crisispiket hoofdstuk 20 paragraaf 1.
De vergoeding wordt uitgekeerd voor de duikers en duikploegleiders, die een aanstelling hebben voor (één van) beide taken. De extra fysieke en mentale belasting van de duiktaak is het uitgangspunt voor deze vergoeding. De duikers ontvangen een vergoeding van € 30,00 per maand, en de duikploegleiders een vergoeding van € 15,00 per maand. Indien een ambtenaar een aanstelling heeft voor zowel de taak van duiker als duikploegleider, geldt de hoogste vergoeding van € 30,00 per maand. Voor de duikers komt dit neer op een vaste jaarvergoeding van € 360,00 per jaar en voor de duikploegleiders op vaste jaarvergoeding van € 180,00 per jaar, dat aan het eind van ieder kalenderjaar wordt uitbetaald. De bovengenoemde bedragen zijn bruto bedragen.
Sporten en bewegen is van belang ten behoeve van vitale ambtenaren. Elke functie heeft eigen specifieke aandachtspunten waarvoor sporten of bewegen van belang is. Fit zijn voor het werk is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgever én ambtenaar. De werkgever biedt onderstaande sportregeling aan.
Deze sportregeling is niet van toepassing op externen, stagiaires en jeugdbrandweerleden.
3:17b:0:1 Sportfaciliteiten op de posten
Alle ambtenaren mogen gebruik maken van de sportfaciliteiten die aanwezig zijn op de posten.
3:17b:0:2 Vergoeding voor sporten
Dit betekent dat bijvoorbeeld fitness, aerobics, bootcamp, en atletiek in aanmerking komen voor een sportvergoeding. Wedstrijdzwemmen en duikoefeningen in zwembaden voldoen ook; er is een sportinstructeur aanwezig om individuele aanwijzingen te geven. Sporten als (zaal)voetbal, volleybal en tennis vallen niet onder de definitie omdat deze gericht zijn op teamprestaties en/of niet plaatsvinden vanuit een fitnessschool, atletiekvereniging of zwembad met sportinstructeur. Recreatieve sporten en activiteiten zijn eveneens uitgesloten van de sportvergoeding. Samenloop van dienstverbanden.
3:17b:0:3 Meerdere dienstverbanden
Indien een ambtenaar meerdere dienstverbanden heeft, telt 1 dienstverband mee voor de sportregeling, in de volgende volgorde:
3:17b:0:4 Interne sportinstructeurs
Ambtenaren operationele dienst kunnen binnen hun functie worden opgeleid tot sportinstructeur, zij verzorgen begeleiding en instructies voor het sporten tijdens werktijd van de 24-uursdienst ambtenaren. Met enige regelmaat is een sportinstructeur aanwezig tijdens het sporten tijdens de dienst en geeft gerichte sportinstructie, ten behoeve van de uitoefening en fitheid voor de functie.
3:20:0:1 Toepassing gratificatie
Het bestuur kan aan de ambtenaar of een groep ambtenaren eenmalig een geldbedrag toekennen voor uitstekend functioneren en/of geleverde bijzondere prestaties. Dit artikel moet worden gezien in samenhang met artikel 3:8. Samen vormen deze artikelen de basis voor een variabel beloningsbeleid, waarmee het bestuur bijzondere prestaties, uitstekend functioneren en/of flexibele projectmatige inzet van ambtenaren extra kan belonen. Dit in tegenstelling tot het toekennen van extra periodieken (art. 3:4 derde lid) die structureel van karakter zijn, en tot gevolg hebben dat de ambtenaar sneller het maximum van de salarisschaal bereikt. Het tijdelijke karakter van de beloningselementen voorkomt dat ze een blijvend beslag op de loonsom leggen, en dat de prikkel die er vanuit gaat, na verloop van tijd, minder wordt, of zelfs helemaal verdwijnt. In de artikelen 3:8 en 3:20 gaat het dan ook nadrukkelijk om het toekennen van tijdelijke en incidentele beloningselementen, die overigens wel meerdere keren opeenvolgend kunnen worden toegekend.
Een gratificatie wordt derhalve veelal achteraf toegekend voor een éénmalige in tijd begrensde prestatie van de ambtenaar. Het moet gaan om prestaties die voor de directe collega's duidelijk herkenbaar zijn omdat het een duidelijk zichtbare impact voor het team, het vakgebied of de gehele organisatie heeft. Een gratificatie wordt zo snel mogelijk na de geleverde prestatie toegekend (boter bij de vis).
Het ‘besluit CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit’ verplicht werkgevers jaarlijks gegevens over werkgebonden personenmobiliteit te verstrekken. Vanuit deze verplichting dient de ambtenaar die in aanmerking komt voor deze reiskostenregeling aan te geven met o.a. welke type voertuig en brandstofsoort is gereden (de CO2 registratie), dit zijn verplichte velden in het salarissysteem.
In afwijking van deze regeling is in de activiteitenkaarten opgenomen welke reisbewegingen voor vrijwilligers in aanmerking komen voor een reiskostenvergoeding. De hoogte van de vergoedingen voor reizen genoemd op de activiteitenkaarten voor vrijwilligers zijn gelijk aan de hoogte van de vergoedingen in deze reiskostenregeling.
4:2:0:1 Standaard werktijdenregeling
Ambtenaren delen zelf over het jaar heen in overleg met hun leidinggevenden hun werkuren in. Dit biedt flexibiliteit om de ene week meer uren te werken en de andere week minder. Te veel gemaakte uren, de zogenaamde plus/compensatieuren worden op een later moment gecompenseerd. Daarbij kan het zijn dat bij de jaarovergang nog wat van die plus/compensatieuren staan. Dit mag maximaal 1 keer de aanstellingsomvang per week zijn. Deze uren worden in het nieuwe kalenderjaar zo snel mogelijk gecompenseerd.
Indien overschrijding van de arbeidsduur per jaar onvermijdelijk is, dan bespreekt de ambtenaar dit tenminste 3 maanden voor de jaarovergang met de leidinggevende. De leidinggevende maakt dan met de ambtenaar een plan om de uren nog voor de jaarovergang te compenseren. Als dit in uitzonderingssituaties bij langdurige calamiteiten niet mogelijk is, kan de leidinggevende besluiten om de plusuren te laten uitbetalen of om te zetten in bovenwettelijk verlof, naar keuze van de ambtenaar. De leidinggevende meldt dit bij het GMT.
Een beperkt aantal ambtenaren bouwt ADV-uren op vanuit afspraken uit het verleden. ADV-urenvervallen aan het einde van een kalenderjaar. Mocht dit tot onoverkomelijke problemen leiden in de uitvoering dan bespreekt de ambteanaar dit tenminste 3 maanden voor de jaarovergang met de leidinggevende. Indien in uitzonderingssituaties bij langdurige calamiteiten het niet mogelijk is de ADV-uren in het lopende kalenderjaar op te nemen, kan de leidinggevende besluiten deze om te zetten in bovenwettelijk verlof. De leidinggevende dient dit wel bij het GMT te melden.
4:3:0:1 Bijzondere werktijdenregeling
Deze regeling is niet van toepassing op de ambtenaren van Veiligheidsregio Flevoland.
6:4a:01 Verlof huwelijk of partnerschap
Voor de toepassing van artikel 6:4a wordt uitgegaan van het aantal uren dat de ambtenaar normaliter werkzaam is op de dag van het verlof.
15.1.16.1 Verplichting dienstkleding
De commandant bepaalt welke ambtenaren verplicht zijn voorgeschreven dienstkleding te dragen tijdens de vervulling van hun betrekking. Hij stelt daarbij de uitmonstering, de soort, de draagduur en de wijze van verstrekking van de dienstkleding vast. Hiervoor wordt verwezen naar het Kledingreglement.
17:4:0:3 Terugbetaling studiekosten
Van een volledige terugbetalingsverplichting is sprake indien de ambtenaar de opleiding verwijtbaar niet met goed gevolg heeft beëindigd dan wel dat hij op eigen verzoek of ten gevolge van aan zichzelf te wijten omstandigheden of feiten is ontslagen voor het einde van de opleiding of binnen twee jaar na beëindiging daarvan.
Indien de op de datum van ingang van het ontslag van de in het vorige lid genoemde termijn van twee jaar ten minste één jaar is verstreken, blijft de verplichting tot terugbetaling beperkt tot 1/24e gedeelte van de genoten bedragen voor iedere volle maand die aan de termijn van twee jaren ontbreekt.
In bijzondere gevallen kan de in het tweede lid genoemde termijn van twee jaren op maximaal vier jaren worden gesteld. De verplichting tot terugbetaling blijft hierbij na twee jaren beperkt tot 1/48e gedeelte van de genoten bedragen voor iedere volle maand die aan de termijn van vier jaren ontbreekt.
17:6:0:2 Uitgangspunten ouderenregeling
Ambtenaren krijgen vanaf 10 jaar voorafgaande aan de pensioenrekenleeftijd de mogelijkheid om minder uren te gaan werken tegen doorbetaling van de helft van het voor deze uren geldende salaris voor een periode van 5 jaar. Na deze 5 jaar kan de ambtenaar het inkomen aanvullen middels deeltijdpensioen.
17:6:0:3 Werktijden, ADV en verlof
Voor het opvangen van piekwerkzaamheden, kan het voorkomen dat de ambtenaar, in overleg met de leidinggevende, compensatie/plus uren opbouwt. Compensatie/plusuren worden opgenomen zoals beschreven in de aanvullende regeling verlofsparen. Deelname aan de ouderenregeling brengt hier geen verandering in.
Inkomsten uit nevenwerkzaamheden, die zijn ontstaan na aanvang van de deelname aan de regeling worden gekort op het doorbetaalde verlof. Bij uitbreiding van de nevenwerkzaamheden dient de ambtenaar aan te tonen welke inkomsten uit nevenwerkzaamheden hij voor aanvang van de deelname aan de regeling al had.
Bij re-integratie kan de ambtenaar maximaal worden ingezet voor het aantal uren dat hij op grond van de ouderenregeling werkt. Het salaris over de gewerkte uren kan bij definitieve herplaatsing op grond van artikel 3:5 derde lid worden aangepast. De doorbetaling over de verlofuren blijft ongewijzigd.
Wanneer de ambtenaar die gebruik maakt van de ouderenregeling boventallig wordt, wordt een herplaatsingstraject gestart voor de aangepaste betrekkingsomvang.
De regeling kan worden ingetrokken als wet- of regelgeving (zoals fiscale maatregelen) voortzetting van de regeling niet meer mogelijk maakt of voor de organisatie extra kosten met zich mee brengt, dan wel op landelijk niveau afspraken worden gemaakt die hetzelfde doel beogen.
Voor ambtenaren die op het moment van intrekking van de regeling al deelnemen aan de regeling, blijft de urenvermindering van kracht tot de pensioenrekenleeftijd en voor zolang het dienstverband voortduurt. Zij behouden tevens het recht op de in artikel 2, vijfde lid genoemde bijstelling van het aantal uren.
19:15:0:1 Activiteiten vrijwilligers (geldt tot 1 september 2026)
19:15:0:1 Activiteiten vrijwilligers (geldend vanaf 1 september 2026)
Activiteitenkaart Vrijwilligers Flevoland 1 september 2026
19:15:0:2 Niet repressieve vrijwilliger specifieke taken
De niet repressieve vrijwilliger genoemd in het eerste lid dient tevens te voldoen aan de vereisten genoemd in artikel 19:7 lid 2 onder a en c. Over de toepasselijkheid ten aanzien van het vereiste genoemd onder 19:7 lid 2 onder b beslist het Dagelijks Bestuur afhankelijk van de aard van de functie.
In afwijking van het eerste lid van artikel 19:13 ontvangt de niet repressieve vrijwilliger genoemd in het eerste lid een vergoeding overeenkomstig de regels van lid 11 van dit artikel. Tevens is het gestelde in 19:15:0:1 van toepassing. Op een jaarvergoeding bestaat enkel recht als de niet repressieve vrijwilliger regelmatig wordt ingezet. Regelmatig houdt in minimaal 1 keer per maand.
19:15:0:3 Niet repressieve vrijwilliger overig
Voor de vergoedingen voor de niet-repressieve vrijwilligers en volontairs zoals bedoeld in dit artikel gelden de tarieven uit de vergoedingentabel vrijwilligers zoals opgenomen in artikel 99: bijlage IIb, met toepassing van onderstaand.
20:1:1:0 Toelage bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdienst (vervalt per 1 juli 2026)
De ambtenaar met beschikbaarheidsdiensten (piket) die wordt opgeroepen om daadwerkelijk werkzaamheden (repressieve inzet) te verrichten binnen of buiten het dagvenster kan deze uren op een ander moment compenseren in tijd. Uit pragmatische overwegingen kunnen deze uren worden uitbetaald tot en met schaal 12 (100%, echter alleen na het beëindigen van de reguliere werkdag). Verricht de ambtenaar (tot schaal 11) werkzaamheden buiten het dagvenster dan ontvangt de ambtenaar een buitendagvenstervergoeding over de uren dat hij werkt buiten het dagvenster (vanaf 22:00 uur ’s avonds, op de zaterdagen en zon- en feestdagen 100% en de toeslag van respectievelijk 50%, 75% of 100%), uit pragmatische overwegingen kunnen deze uren worden uitbetaald.
Bij de berekening van het totale aantal uren dat voor vergoeding in aanmerking komt, worden gedeelten van uren naar boven afgerond op halve uren. Indien de ambtenaar gedurende de tijd dat hij bereikbaar en beschikbaar is arbeid verricht, ontvangt hij hiervoor een buitendagvenstervergoeding als bedoeld in artikel 4:2, zevende lid. Voor het verhelpen van een kleine storing of het behandelen van een klacht wordt de buitendagvenstervergoeding berekend over een half uur.
Indien de ambtenaar de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt, kan hij niet verplicht worden zich beschikbaar en bereikbaar te houden teneinde bij oproep arbeid te verrichten. De verplichting wordt opgeheven met ingang van de eerste dag van de maand waarin de ambtenaar de leeftijd van 60 jaar bereikt, tenzij de ambtenaar te kennen geeft de bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdiensten te willen blijven verrichten.
20:1:1:1 Toelichting (geldt vanaf 1 juli 2026)
Ter toelichting op artikel 20:1:1 geldt dat sprake is van piketdienst (de verplichting die op de ambtenaar rust om zich ter beschikking te houden buiten de geldende werktijden) en de bijbehorende piketvergoeding, wanneer een opkomstplicht/werkplicht aanwezig is.
20:1:2:1 Geen vergoeding in verlof (geldt vanaf 1 juli 2026)
In afwijking van artikel 20:1:2 wordt de vergoeding voor piketdienst uitbetaald in geld.
20:1:3:1 Vergoeding in geld (geldt vanaf 1 juli 2026)
Indien de ambtenaar door ziekte de piketdiensten niet kan draaien wordt een gemiddelde piketvergoeding doorbetaald conform artikel 7:3. Het gaat om het gemiddelde van de 3 kalendermaanden direct vóórafgaand aan de ziekmelding. Indien 3 kalendermaanden naar het oordeel van de werkgever niet representatief is geldt een periode van 12 kalendermaanden direct voorafgaand aan de ziekmelding.
20:1:6:1 Afkoop (geldt vanaf 1 juli 2026)
De ambtenaar heeft recht op een afkoopbedrag indien de som van de piketvergoeding en uitrukvergoeding zoals uitbetaald in 2025 (inclusief een eventuele nabetaling vanwege de landelijke salarisverhoging) hoger is dan het bedrag dat uitbetaald zou zijn geweest als de piketvergoeding en uitrukvergoeding zoals geldt vanaf 1 juli 2026 van toepassing was geweest in 2025.
Voor de ambtenaar die op grond van lid 2 recht heeft op een afkoopbedrag geldt het volgende:
Het afkoopbedrag is het verschil tussen de som van de piketvergoeding en uitrukvergoeding zoals uitbetaald in 2025 (inclusief een eventuele nabetaling vanwege de landelijke salarisverhoging) en het bedrag dat uitbetaald zou zijn geweest als de piketvergoeding en uitrukvergoeding zoals geldt vanaf 1 juli 2026 van toepassing was geweest in 2025.
Bij verschuiving van de feitelijke arbeidsduur per week of de vastgestelde werktijden per dag heeft een ambtenaar, onder voorwaarden, recht op een verschuivingsvergoeding. Voor elk verschoven uur bedraagt de vergoeding 25% van het uurloon. De verschuivingsvergoeding wordt niet uitbetaald als de verschuiving plaatsvindt op verzoek van de ambtenaar. Er moet sprake zijn van een afgesproken werktijd per dag of van een afgesproken arbeidsduur per week. De verschuivingsvergoeding wordt uitbetaald als binnen 72 uur voor aanvang:
Als een verschuiving plaatsvindt tussen een maand en 72 uur voor aanvang, zonder dat het dienstbelang dit vereist, wordt de verschuivingsvergoeding ook uitbetaald.
De genoemde artikelen onder I. treden in werking op 1 april 2026, met uitzondering van de artikelen 3:13:0:1, 20:1:1:1, 20:1:2:1 20:1:3:1, 20:1:4:1, 20:1:5:1 en 20:1:6:1, die in werking treden met ingang van 1 juli 2026 en met uitzondering van artikel 19:15:01 die in werking treedt op 1 september 2026. Artikel 3:2:0:1 treedt in werking op een nader te bepalen datum in overleg met het Georganiseerd Overleg, vast te stellen door het Dagelijks Bestuur.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://www.officielebekendmakingen.nl/bgr-2026-811.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.