Besluit van het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland tot het intrekken van het tijdelijke verbod op de onttrekking van grondwater De Bruuk

Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland;

 

gelet op artikel 1.6.6, lid 3 van de Waterschapsverordening Waterschap Rivierenland;

 

overwegende dat:

 

  • de situatie ten tijde waarop het verbod op het onttrekken van grondwater De Bruuk is ingesteld inmiddels zodanig is veranderd dat dit onttrekkingsverbod kan worden ingetrokken;

  • bij de beoordeling of een verbod kan worden ingetrokken is gekeken naar waterkwantiteit, waterkwaliteit, ecologische factoren, watervraag, klimatologische (meteorologische) factoren, grondwaterstanden en onderhoud van het watersysteem;

  • gelet op de huidige stand van zaken met betrekking tot bovenstaande factoren is gebleken dat aanhouden van het onttrekkingsverbond op het onttrekken van grondwater De Bruuk niet langer noodzakelijk is.

BESLUIT

Het volgende eerder door het college van dijkgraaf en heemraden ingestelde verbod op het onttrekken van grondwater De Bruuk, inclusief de daarbij behorende hydrologische beschermingszone, vastgesteld op 23 juli 2026 en in werking getreden op 25 juli 2026 (Waterschapsblad 2026, 19908), in te trekken.

 

Deze intrekking treedt in werking met ingang van 16 september 2026.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland d.d. 15 september 2026.

het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland,

de secretaris-directeur,

drs. V. Hunnik

de dijkgraaf,

drs. T.J.A.M. Cuppen MBA

Naar boven