A. TITEL

Aanvullend Protocol bij het Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, betreffende toezichthoudende autoriteiten en grensoverschrijdende verkeer van gegevens;

Straatsburg, 8 november 2001

B. TEKST1

De Engelse en de Franse tekst van het Protocol zijn geplaatst in Trb. 2003, 122.

C. VERTALING

Aanvullend Protocol bij het Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens inzake toezichthoudende autoriteiten en grensoverschrijdend verkeer van gegevens

Preambule

De Partijen bij dit aanvullend Protocol bij het Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, dat op 28 januari 1981 te Straatsburg werd opengesteld voor ondertekening (hierna te noemen „het Verdrag");

Ervan overtuigd dat toezichthoudende autoriteiten, die hun taken in volledige onafhankelijkheid uitoefenen, deel uitmaken van de doeltreffende bescherming van personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens;

Gelet op het belang van de informatiestroom tussen volkeren;

Overwegend dat vanwege de toename van het aantal grensoverschrijdende uitwisselingen van persoonsgegevens de doeltreffende bescherming van de mensenrechten en fundamentele vrijheden, en in het bijzonder van het recht op persoonlijke levenssfeer, met betrekking tot dergelijke uitwisselingen van persoonsgegevens gewaarborgd moet worden;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1 Toezichthoudende autoriteiten

1. Elke Partij stelt een of meer autoriteiten verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de maatregelen in haar nationale recht waarmee uitvoering wordt gegeven aan de grondbeginselen vervat in de hoofdstukken II en III van het Verdrag en in dit Protocol.

2 a. Daartoe beschikken de bedoelde autoriteiten in het bijzonder over onderzoeks- en interventiebevoegdheden, alsmede over de bevoegdheid om in rechte op te treden dan wel de bevoegde gerechtelijke autoriteiten te attenderen op schendingen van bepalingen van nationaal recht, welke bepalingen uitvoering geven aan de grondbeginselen, bedoeld in het eerste lid van artikel 1 van dit Protocol.

  • b. Elke toezichthoudende autoriteit behandelt klachten ingediend door personen terzake van de bescherming van hun rechten en fundamentele vrijheden met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens die onder haar bevoegdheid vallen.

3. De toezichthoudende autoriteiten vervullen hun taken in volledige afhankelijkheid.

4. Tegen beslissingen van de toezichthoudende autoriteiten die aanleiding geven tot klachten kan beroep bij de rechter worden ingesteld.

5. In overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk IV en onverminderd de bepalingen van artikel 13 van het Verdrag, werken de toezichthoudende autoriteiten met elkaar samen voor zover nodig voor de vervulling van hun taken, in het bijzonder door uitwisseling van alle nuttige informatie.

Artikel 2 Grensoverschrijdend verkeer van persoonsgegevens naar een ontvanger die niet onder de rechtsmacht valt van een Partij bij het Verdrag

1 Elke Partij bepaalt dat de doorgifte van persoonsgegevens naar een ontvanger die valt onder de rechtsmacht van een staat of organisatie die geen Partij is bij het Verdrag uitsluitend kan plaatsvinden wanneer die staat of organisatie een passend niveau van bescherming waarborgt voor de beoogde gegevensoverdracht.

2. In afwijking van het eerste lid van artikel 2 van dit Protocol kan elke Partij de overdracht van persoonsgegevens toestaan:

  • a. indien haar nationale recht daarin voorziet vanwege

  • – de bijzondere belangen van de betrokkene, of

  • – rechtmatige prevalerende belangen, in het bijzonder belangrijke algemene belangen, of

  • b. indien de houder die verantwoordelijk is voor de overdracht voorziet in waarborgen die met name kunnen voortvloeien uit contractuele bepalingen en deze voldoende worden geacht door de bevoegde autoriteiten overeenkomstig het nationale recht.

Artikel 3 Slotbepalingen

1. De Partijen beschouwen de artikelen 1 en 2 van dit Protocol als aanvullende artikelen bij het Verdrag en alle bepalingen van het Verdrag zijn van overeenkomstige toepassing.

2. Dit Protocol staat open voor ondertekening door de staten die het Verdrag hebben ondertekend. Na toetreding tot het Verdrag overeenkomstig de daarin voorziene voorwaarden, kunnen de Europese Gemeenschappen dit Protocol ondertekenen. Dit Protocol dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. Een ondertekenaar van dit Protocol kan het alleen bekrachtigen, aanvaarden of goedkeuren na of tegelijkertijd met de bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van of toetreding tot het Verdrag. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van dit Protocol worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

3. a. Dit Protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum waarop vijf ondertekenaars in overeenstemming met de bepalingen van artikel 3, tweede lid, te kennen hebben gegeven dat zij ermee instemmen door het Protocol te worden gebonden.

  • b. Met betrekking tot iedere ondertekenaar van dit Protocol die op een later tijdstip te kennen geeft dat hij ermee instemt door het Protocol te worden gebonden, treedt het Protocol in werking op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van de nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

4 a. Na de inwerkingtreding van dit Protocol kan iedere Staat die is toegetreden tot het Verdrag tevens toetreden tot dit Protocol.

  • b. De toetreding geschiedt door middel van nederlegging van een akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa en wordt van kracht op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van nederlegging daarvan.

5 a. Iedere Partij kan dit Protocol te allen tijde opzeggen door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

  • b. De opzegging wordt van kracht op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

6. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft de lidstaten van de Raad van Europa, de Europese Gemeenschappen en iedere andere Staat die tot dit Protocol is toegetreden, kennis van:

  • a. iedere ondertekening;

  • b. de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring;

  • c. iedere datum van inwerkingtreding van dit Protocol overeenkomstig artikel 3;

  • d. iedere andere akte, kennisgeving of mededeling met betrekking tot dit Protocol.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te Straatsburg op 8 november 2001, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar, dat wordt nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet een gewaarmerkt afschrift toekomen aan iedere Lidstaat van de Raad van Europa, aan de Europese Gemeenschappen en aan iedere Staat die is uitgenodigd tot het Verdrag toe te treden.


D. PARLEMENT

Zie Trb. 2003, 122.

E. BEKRACHTIGING

Zie Trb. 2003, 122.

G. INWERKINGTREDING

Zie Trb. 2003, 122.

J. GEGEVENS

Zie Trb. 2003, 122.

Verwijzingen

Titel:Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap; Rome, 25 maart 1957
Laatste Trb. :Trb. 2003, 150 (geconsolideerde versie)

Voor wijzigingen van bovengenoemd Verdrag van 25 maart 1957, zie rubriek J van Trb. 2003, 152.

Uitgegeven de twintigste oktober 2003

De Minister van Buitenlandse Zaken,

J. G. DE HOOP SCHEFFER


XNoot
1

In Trb. 2003, 122 is in de lijst van ondertekeningen bij het Koninkrijk der Nederlanden ten onrechte de toevoeging „(voor Nederland)" opgenomen.

Naar boven