Aanleiding
Met het oog op een efficiënte en eenduidige afdoening van een groot aantal bezwaarschriften
tegen het in rekening gebrachte percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting
en enige overige middelen vanaf 1 oktober 2020, heeft de Staatssecretaris van Financiën
een aanwijzing massaal bezwaar gegeven (Besluit van 7 februari 2025, nr. 2025-3886,
Stcrt. 2025, 5793; hierna: de aanwijzing massaal bezwaar).
Op 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op de in de aanwijzing massaal
bezwaar vermelde rechtsvragen (Hoge Raad 16 januari 2026, nr. 24/04619, ECLI:NL:HR:2026:59;
hierna: het arrest van 16 januari 2026). Naar aanleiding hiervan doe ik collectieve
uitspraak op de bezwaren waarvoor de aanwijzing massaal bezwaar geldt. Deze uitspraak
strekt tot gegrondverklaring van de bezwaren. De met het massaal bezwaar bestreden
beschikkingen belastingrente zullen binnen zes maanden na deze kennisgeving tot het
juiste niveau worden verminderd (artikel 25e, vierde lid, van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen, hierna: AWR).
Arrest van de Hoge Raad en beantwoording rechtsvragen massaal bezwaar
Met het oog op de beantwoording van de hiervoor bedoelde rechtsvragen door de bestuursrechter
in belastingzaken is sprongcassatie ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank
Noord-Nederland van 7 november 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:4361. Deze procedure gold
als proefprocedure voor de aanwijzing massaal bezwaar. Op 16 januari 2026 heeft de
Hoge Raad arrest gewezen in deze zaak en de hiervoor bedoelde rechtsvragen beantwoord.
De Hoge Raad is van oordeel dat artikel 1, letter b, van het Besluit belasting- en
invorderingsrente (hierna: Besluit BIR) in strijd is met het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel
en daarom onverbindend is en buiten toepassing moet blijven. De Hoge Raad biedt een
uitgangspunt voor rechtsherstel door te overwegen dat ten gevolge van die onverbindendheid
in die gevallen moet worden teruggevallen op de algemene regel van artikel 1, letter
a, Besluit BIR Dat wil zeggen dat de belastingrente voor de vennootschapsbelasting
en in de aanwijzing massaal bezwaar genoemde enige overige middelen moet worden berekend
naar het (reguliere, niet-verhoogde) percentage dat geldt voor de andere belastingen.
De overige rechtsvragen uit de aanwijzing massaal bezwaar zijn door de Hoge Raad ontkennend
beantwoord.
Gelet op het oordeel van de Hoge Raad doe ik hierbij voor alle hiervoor bedoelde als
massaal bezwaar aangewezen bezwaarschriften een collectieve uitspraak op bezwaar (artikel
25e AWR).
Beslissing
Ik verklaar de bezwaren gegrond.
Tegen deze collectieve uitspraak op bezwaar kan geen beroep worden ingesteld.