Regeling van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 30 augustus 2026, nr. WJZ/106712209, tot wijziging van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies en de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 in verband met de wijziging en openstelling van innovatiethema’s 1. Circulaire economie en 4. Kritieke grondstoffen binnen de subsidiemodule EKOO [KetenID WGK29250]

De Minister van Klimaat en Groene Groei,

Gelet op de artikelen 4, 16 en 23, onderdeel b, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4.2.12, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. In afwijking van het eerste lid is de termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel b, van het besluit twee jaar voor EKOO-projecten die passen binnen Onderdeel D. Circulaire Economie, Innovatiethema 1. Circulaire economie, anders dan circulaire plastics, biobased circulair en kritieke grondstoffen, Innovatiethema 2. Circulaire Plastics of Innovatiethema 4. Kritieke grondstoffen, opgenomen in bijlage 4.2.1.

B

Bijlage 4.2.1, Onderdeel D. Circulaire Economie, wordt als volgt gewijzigd:

1. Hoofdstuk 1. Doelstelling komt te luiden:

1. Doelstelling

De doelstelling van dit onderdeel van de subsidiemodule Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO) is de ondersteuning van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten binnen de in hoofdstuk 2 genoemde innovatiethema’s om te komen tot innovatieve en circulaire producten, processen en diensten die binnen tien jaar na de start van het project tot een eerste toepassing in Nederland leiden en die niet of nog niet door een grootschalig consortium kunnen worden opgepakt.

Onder het begrip ‘eerste toepassing’ wordt verstaan het demonstreren van de oplossing in een operationele omgeving. Hierbij hoeft het nog niet te gaan om grootschalige uitrol van de innovatie.

2. Hoofdstuk 2. Innovatiethema's wordt als volgt gewijzigd:

a. Innovatiethema 1. komt te luiden:

1. Circulaire economie, anders dan circulaire plastics, biobased circulair en kritieke grondstoffen

Projecten binnen dit innovatiethema zijn gericht op een toepassing binnen één of meer van de productgroepen1 in onderstaande tabel en leiden tot één of meer van onderstaande punten:

  • 1. verhoging van de grondstoffenefficiëntie, zodat er minder grondstoffen nodig zijn om dezelfde hoeveelheid producten te produceren. Dit kan door:

    • a. per product minder grondstoffen te gebruiken, met behoud van functionaliteit;

    • b. de levensduur van producten te verlengen door ze herbruikbaar, onderhoudbaar of repareerbaar te maken of door nieuwe methoden voor hergebruik, onderhoud of reparatie te ontwikkelen;

    • c. ontwikkeling van diensten ter vervanging van de verkoop van producten, zoals een huur- of deelconcept;

    • d. vervanging van fossiele grondstoffen door recyclaat;

    • e. vervanging van fossiele grondstoffen door biopolymeren geproduceerd in biologische processen, uitsluitend gericht op productontwikkeling;

  • 2. vermindering van de ecologische voetafdruk, blijkend uit de verbetering van de biodiversiteit of vermindering van vervuiling van de natuur.

Prioritaire waardeketen1

Productgroepen

Maakindustrie

Kapitaalgoederen (zoals (hijs-, hef- en transport) werktuigen; machinebouw; medische apparaten en productie-apparatuur); elektromotoren, generatoren en transformatoren; computers en randapparatuur; communicatie en meetapparatuur)

Energie-technologieën

(in combinatie met circulaire strategieën anders dan gericht op kritieke grondstoffen)

Zonnepaneelsystemen en windturbines

Elektrolysers

Batterijen voor licht elektrisch vervoer (zoals fietsen, scooters, steps, rolstoelen)

Gebouwgebonden klimaatinstallaties (zoals warmtepompen en koelsystemen)

   

Bouw en Infrastructuur

Woningen en kantoren (uitgezonderd biobased bouwontwikkeling op basis van vlas, hennep, miscanthus en stro)

Betonnen bruggen en viaducten

Wegverhardingen

   

Consumptiegoederen

Elektrische en elektronische apparaten

Meubels

Textiel

Verpakkingen (met uitzondering van plastic verpakkingen) en wegwerpproducten: medische wegwerpinstrumenten, bescherm- en toedieningsproducten

De volgende typen projecten komen in aanmerking voor subsidie:

  • technologisch onderzoek en ontwikkeling gericht op het ontwikkelen van een nieuw of aanmerkelijk verbeterd product, proces of dienst ten opzichte van bestaande (circulaire) producten, processen of diensten. Het nieuw of aanmerkelijk verbeterd product, proces of dienst moet een alternatief bieden op de niet-circulaire economie;

  • onderzoek naar consumentengedrag, bedrijfs- of verdienmodellen of een combinatie hiervan, voor zover dit onderzoek gericht is op de daadwerkelijke ontwikkeling van een nieuw of aanmerkelijk verbeterd product, proces of dienst (het onderzoek is een voorbereiding op deze ontwikkeling). Het nieuw te ontwikkelen of aanmerkelijk te verbeteren product, proces of dienst moet voldoende concreet beschreven kunnen worden, zodat duidelijk is wat de innovatie is en kan worden getoetst of dit voldoende vernieuwend is om te kwalificeren als industrieel onderzoek. De ontwikkelaar van het product, proces of de dienst is als deelnemer in het project betrokken. Daarbij wordt aangegeven hoe de resultaten door deze ontwikkelaar gebruikt gaan worden bij de ontwikkeling of verdere ontwikkeling van het product, proces of de dienst. In het onderzoek staat de input op de ontwikkeling of verdere ontwikkeling centraal, niet het op de markt brengen of het daarvoor gereed maken van het product, proces of de dienst;

  • een combinatie van de voorgaande twee punten.

Buiten de reikwijdte van dit innovatiethema vallen:

  • projecten die passen onder innovatiethema 2. Circulaire plastics;

  • projecten die passen onder innovatiethema 3. Biobased Circular;

  • projecten die, blijkend uit de verdeling van de kosten, hoofdzakelijk gericht zijn op recycling of terugwinning;

  • projecten die primair gericht zijn op kritieke grondstoffen en passen onder innovatiethema 4. Kritieke grondstoffen.

b. Er wordt een innovatiethema toegevoegd, luidende:

4. Kritieke grondstoffen

Projecten binnen dit innovatiethema zijn gericht op de vergroting van de leveringszekerheid van strategische en kritieke grondstoffen. De leveringszekerheid wordt vergroot door:

  • het mogelijk maken van de verwerking, terugwinning of hergebruik als bedoeld in artikel 2, punt 8, 35 respectievelijk 36, van de Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 (Critical Raw Materials Act; hierna: CRMA) van strategische of kritieke grondstoffen; of

  • het inzetten van een substituut dat bijdraagt aan de circulariteit van een product, proces of dienst.

Onder het begrip strategische en kritieke grondstoffen wordt verstaan grondstoffen als bedoeld in Bijlage I en II van de CRMA.

De resultaten van het project of de daarmee beoogde innovaties moeten aantoonbaar van toepassing zijn binnen één van de volgende transities:

  • de energietransitie of digitale transitie;

  • de defensie- of high-tech sector.

Buiten de reikwijdte van dit innovatiethema vallen:

  • projecten die niet primair gericht zijn op kritieke grondstoffen en passen onder innovatiethema 1. Circulaire economie, anders dan circulaire plastics, biobased circulair en kritieke grondstoffen;

  • primaire extractie van kritieke grondstoffen;

  • verwerkingstechnieken die alleen toepasbaar zijn op primaire kritieke grondstoffen verkregen via primaire extractie.

ARTIKEL II

De tabel van artikel 1 van de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 wordt als volgt gewijzigd:

A

Onder de rij van Titel 4.2: Energie-innovatie, Artikel 4.2.9, Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO), Onderdeel C: Industrie, wordt een rij ingevoegd, luidende:

     

Onderdeel D: Circulaire economie, 1. Circulaire economie, anders dan circulaire plastics, biobased circulair en kritieke grondstoffen

22-10-2026 t/m 03-12-2026

€ 2.500.000

B

Onder de rij van Titel 4.2: Energie-innovatie, Artikel 4.2.9, Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO), Onderdeel D: Circulaire economie, 3. Biobased circular alle innovatiethema’s, wordt een rij ingevoegd, luidende:

     

Onderdeel D: Circulaire economie, 4. Kritieke grondstoffen

22-10-2026 t/m 03-12-2026

€ 1.850.000

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 30 augustus 2026

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer

TOELICHTING

I. Algemeen

1. Aanleiding

Deze regeling strekt tot wijziging van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies (hierna: RNES) en de Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026 (hierna: ROES 2026) in verband met de wijziging en openstelling van de subsidiemodule Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO).

2. Subsidiemodule EKOO en wijzigingen

De subsidiemodule EKOO, opgenomen in paragraaf 4.2.2 van de RNES, heeft als doel om projecten te ondersteunen bij onderzoek en ontwikkeling van innovaties die kunnen bijdragen aan de transitie naar een klimaatneutrale samenleving. De EKOO is een aanvulling op de subsidiemodule Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI) in paragraaf 4.2.7 van de RNES. In tegenstelling tot de MOOI gaat het bij de EKOO om projecten die niet of nog niet in grootschalige consortia kunnen worden opgepakt. De innovaties die in aanmerking komen voor subsidie in de EKOO dienen binnen tien jaar na de start van het project in de markt geïntroduceerd te kunnen worden. De EKOO kan voor verschillende inhoudelijke innovatiethema’s afzonderlijk opengesteld worden met een afzonderlijk subsidieplafond. Per onderdeel is in bijlage 4.2.1 van de RNES opgenomen wat daarvoor de doelstelling en subsidiabele thema’s zijn. De onderhavige wijzigingsregeling omvat de volgende wijzigingen.

Onderdeel D. Circulaire Economie ziet op onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten om te komen tot circulaire producten, processen en diensten. Dit onderdeel bestaat uit vier aparte innovatiethema's die via de ROES 2026 worden opengesteld met elk een eigen subsidieplafond. Met deze wijzigingsregeling is een vierde innovatiethema toegevoegd getiteld ‘Kritieke grondstoffen’. De algemene doelstelling van Onderdeel D. Circulaire Economie wordt daarom gesplitst tussen het algemene deel over circulaire economie in innovatiethema 1 en het deel over kritieke grondstoffen in innovatiethema 4.

Innovatiethema 1 – Circulaire economie, anders dan circulaire plastics, biobased circulair en kritieke grondstoffen

Innovatiethema 1 betreft projecten omtrent circulaire economie anders dan circulaire plastics, biobased circular of kritieke grondstoffen. De focus ligt daarbij op specifieke productgroepen binnen de maakindustrie, energie-technologieën, bouw, infrastructuur en consumptiegoederen. Projecten moeten bij een eerste toepassing leiden tot een hogere grondstoffenefficiëntie of lagere ecologische voetafdruk. De derde optie, het verminderen van de CO2-uitstoot of andere broeikasgasemissies, is met deze wijzigingsregeling geschrapt. Deze bepaling had namelijk beperkte toegevoegde waarde, omdat een reductie van CO2 of broeikasgasemissies inherent wordt behaald via een hogere grondstoffenefficiëntie of een lagere ecologische voetafdruk, en was daarmee dus dubbelop. Voorheen kon grondstoffenefficiëntie onder meer worden gerealiseerd door fossiele grondstoffen te vervangen door biogrondstoffen. Dit is aangepast, zodat grondstoffenefficiëntie voortaan (onder meer) kan worden bereikt door fossiele grondstoffen te vervangen door biopolymeren. Het gaat hierbij uitsluitend om biopolymeren die via biologische processen tot stand zijn gekomen, en niet kunstmatig vervaardigde polymeren.

Projecten binnen dit thema moeten gericht zijn op een toepassing binnen één of meer van de genoemde productgroepen (zie tabel). Het gaat om productgroepen van de Kennis- en innovatieagenda Circulaire Economie. Voor de productgroep ‘wegwerpproducten’ ligt de focus vanaf deze openstelling specifiek op medische wegwerpinstrumenten, bescherm- en toedieningsproducten. Andere toepassingen binnen de productgroep wegwerpproducten komen daarom niet langer in aanmerking.

In dit innovatiethema is bepaald wat voor projecten in aanmerking komen voor subsidie. Aan het eerste type project (lees: technologisch onderzoek en ontwikkeling) is toegevoegd dat het nieuw of aanmerkelijk verbeterd, circulaire product, proces of dienst een alternatief moet bieden op de niet-circulaire economie. In een circulaire economie wordt slim en zuinig omgegaan met producten en grondstoffen. Producten worden hergebruikt en indien deze kapot gaan worden ze gerepareerd. Als reparatie niet meer mogelijk is, worden nieuwe producten gemaakt op basis van de materialen waar de primaire producten uit bestaan. Door processen op deze manier in te richten, blijven welvaart en werkgelegenheid behouden. In een circulaire economie worden dezelfde economische resultaten en welvaart bereikt met minder verspilling, milieuschade en afval. Een niet-circulaire economie is een economie waarvoor bovenstaand niet geldt. Zonder deze toevoeging werd de indruk gewekt dat projecten binnen dit innovatiethema gericht moeten zijn op een verbetering van bestaande circulaire processen. Dat veronderstelt al een zekere basis van circulaire transitie, terwijl in veel gevallen of sectoren er echter nog geen circulaire processen bestaan. Hiermee kunnen projecten worden ondersteund die niet-circulaire processen beogen om te zetten naar circulaire processen.

Bepaalde projecten vallen buiten de reikwijdte van innovatiethema 1. Het betreft onder andere projecten die onder één van de andere innovatiethema's binnen onderdeel D. Circulaire Economie vallen, waaronder thema 3. Biobased Circular. Dit betekent dat projecten die innovaties beogen richting de verwerking van biogrondstoffen naar (chemische bouwstenen van) biopolyesters en verwerking van biopolyesters uitgesloten zijn van dit innovatiethema. Daarnaast zijn projecten die primair gericht zijn op kritieke grondstoffen en passen onder het nieuwe innovatiethema 4 uitgesloten. Grondstoffenprojecten die niet binnen thema 4 passen en die aansluiten bij de doelstellingen van innovatiethema 1, kunnen onder thema 1 een aanvraag blijven indienen.

Bij eerdere openstellingen waren projecten gericht op recycling of terugwinning uitgesloten, tenzij zij betrekking hadden op de terugwinning van kritieke grondstoffen of de recycling van zonnepanelen en windturbines. Met deze wijzigingsregeling zijn projecten op het gebied van recycling en terugwinning volledig uitgesloten binnen innovatiethema 1.

In het algemeen geldt dat de wijzigingen binnen innovatiethema 1 zijn aangebracht om extra aandacht te geven aan onderbelichte aspecten van circulariteit, waarbij tevens rekening worden gehouden met het beperkte openstellingsbudget.

Innovatiethema 1 wordt via de ROES 2026 opengesteld van 22 oktober 2026 tot en met 3 december 2026. Het bijbehorende subsidieplafond is vastgesteld op € 2.500.000.

Innovatiethema 2 – Circulaire Plastics en innovatiethema 3 – Biobased Circular

Innovatiethema’s 2 en 3 blijven ongewijzigd en worden niet opengesteld met deze wijzigingsregeling. Innovatiethema 2 betreft projecten op het gebied van circulaire plastics. De focus ligt daarbij op producten waarin minimaal 25% van de fossiele grondstoffen worden vervangen door biopolymeren op basis van biogrondstoffen of door minimaal 25% recyclaat uit mechanische recycling, chemische depolymerisatie of dissolutie. Dit innovatiethema is eerder opengesteld van 6 mei 2025 tot en met 21 augustus 2025 met een subsidieplafond van € 4.000.000.

Innovatiethema 3 betreft projecten op het gebied van biobased circular. De focus ligt daarbij op de ontwikkeling van circulaire waardeketens voor polyesters voor plastics, coatings, en harsen op basis van koolhydraatrijke biogrondstoffen (biogebaseerd). Dit innovatiethema is dit jaar twee keer opengesteld. De eerste ronde is opengesteld van 1 april 2026 tot en met 22 april 2026 met een subsidieplafond van € 3.000.000. De tweede ronde is opengesteld van 18 mei 2026 tot en met 20 augustus 2026 met een subsidieplafond van € 3.000.000

Innovatiethema 4 – Kritieke grondstoffen

Met deze wijzigingsregeling is een nieuw innovatiethema toegevoegd aan onderdeel D. Circulaire Economie: 4. Kritieke grondstoffen. Dit thema is gericht op het vergroten van de leveringszekerheid van strategische en kritieke grondstoffen. Dit moet gebeuren door verwerking, terugwinning of hergebruik van strategische of kritieke grondstoffen mogelijk te maken. De begrippen verwerking, terugwinning en hergebruik sluiten aan bij de definities in artikel 2 van de Europese Critical Raw Materials Act2 (hierna: CRMA). Een andere manier om de leveringszekerheid te vergroten is door een substituut in te zetten dat bijdraagt aan de circulariteit van een product, proces of dienst.

Innovatiethema 4 sluit aan bij de doelstellingen van de Nationale Grondstoffenstrategie en de CRMA. In de Kamerbrief kabinetsinzet nationale grondstoffenstrategie3 heeft het kabinet het belang van de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen opnieuw benadrukt en nader toegelicht. Daarbij is aangekondigd dat hiervoor middelen worden gereserveerd. Tot voorheen konden dit soort projecten een aanvraag doen onder innovatiethema 1. Omdat innovatiethema 1 andere beleidsdoelen dient en ondersteund wordt vanuit een ander budget, is ervoor gekozen om een apart innovatiethema open te stellen voor projecten gericht op kritieke grondstoffen.

Binnen dit thema gaat het om grondstoffen zoals bedoeld in Bijlage I en II van de CRMA. De resultaten van een project of de daarmee beoogde innovaties moeten aantoonbaar van toepassing zijn binnen één van de genoemde transities. Overeenkomstig de kabinetsinzet, ligt de focus hierbij op de defensie-industrie en de waardeketens van permanente magneten en batterijen. De keuze voor deze transities is ingegeven door hun grote afhankelijkheid van strategische en kritieke grondstoffen en het beperkte beschikbare budget. Om de beschikbare middelen zo doelmatig mogelijk in te zetten, is ervoor gekozen prioriteit te geven aan projecten binnen de genoemde transities, omdat deze het meest bijdragen aan de Europese en nationale doelstellingen op het gebied van welvaart en veiligheid.

Om de leveringszekerheid te vergroten, moeten de capaciteiten op het gebied van kritieke en strategische grondstoffen binnen de Europese Unie worden opgebouwd, onder andere door het stimuleren van (innovatieve) projecten op verwerking, terugwinning, hergebruik en substitutie. Gerichte inzet van subsidies en financiële instrumenten is hier een onderdeel van om projecten te faciliteren. Voorbeelden van projecten kunnen zijn, maar zijn niet beperkt tot:

  • het terugwinnen van kritieke grondstoffen uit industriële reststromen, zoals slakken, residuen of afvalwater van metaalverwerkende industrie;

  • het recyclen of innovatief verwerken van afgedankt elektrische en elektronische apparatuur (WEEE-afvalstromen) om metalen terug te winnen;

  • het hergebruiken van batterijen via ‘second-life’-toepassingen, waarbij uitgefaseerde EV- of energieopslagbatterijen een nieuwe toepassing krijgen voordat volledige recycling plaatsvindt;

  • het inzetten van substitutiematerialen die kritieke grondstoffen vervangen door meer duurzame en beschikbare alternatieven, bijvoorbeeld magneten zonder (of met minder) zeldzame aardmetalen.

Buiten de reikwijdte van het innovatiethema vallen projecten die niet primair gericht zijn op kritieke grondstoffen en passen onder innovatiethema 1. Ook vallen de primaire extractie (winning) van kritieke grondstoffen en verwerkingstechnieken die alleen toepasbaar zijn op primaire kritieke grondstoffen verkregen via primaire extractie, buiten de reikwijdte van innovatiethema 4. Deze passen niet in de doelstelling van dit innovatiethema van de subsidiemodule EKOO, omdat deze geen innovatieve en circulaire component bevatten.

Voor projecten binnen dit thema geldt een realisatietermijn van twee jaar. Hiervoor is een aanpassing gedaan in artikel 4.2.12 RNES. Deze kortere termijn is gekozen, omdat de urgentie van dit thema vraagt om snelle innovatie. Innovatiethema 4 wordt via de ROES 2026 opengesteld van 22 oktober 2026 tot en met 3 december 2026. Het bijbehorende subsidieplafond is vastgesteld op € 1.850.000.

3. Staatssteun

Subsidie die wordt verleend op grond van de subsidiemodule EKOO bevat staatssteun die wordt gerechtvaardigd door artikel 25 van de algemene groepsvrijstellingsverordening (hierna: AGVV), voor industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling.

Voor de subsidiemodule EKOO geldt aanvullend dat naast economische activiteiten waarvan de steun gerechtvaardigd wordt door de AGVV ook niet-economische activiteiten van onderzoeksorganisaties worden gesubsidieerd, indien deze activiteiten daadwerkelijk als onafhankelijk onderzoek worden gekwalificeerd. Subsidie voor dit onafhankelijk onderzoek kwalificeert conform paragraaf 2.1.1 van het O&O&I-steunkader niet als staatssteun.

De EKOO en de wijziging en nieuwe openstelling hiervan zijn verenigbaar met de maximale steunpercentages en voorwaarden van de voormelde artikelen uit de AGVV en de algemene de-minimisverordening.

De openstelling van bovenstaande subsidiemodule zal ter kennisneming aan de Europese Commissie worden gemeld, conform artikel 11, onderdeel a, van de AGVV. Indien een subsidie die op grond van deze subsidiemodules wordt verleend, staatssteun bevat die door de AGVV wordt gerechtvaardigd, maakt de minister op grond van artikel 1.8 van de RNES binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de volgende gegevens bekend:

  • de gegevens, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdelen a en b, van de AGVV; en

  • de gegevens, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de AGVV, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan € 100.000.

4. Regeldruk

De openstelling van de subsidiemodule EKOO heeft effect op de regeldruk. Alle subsidieaanvragers moeten een aanvraagformulier inclusief projectplan en projectbegroting indienen. Alle subsidieontvangers zijn daarna met de gebruikelijke taken belast, die onder meer terug te vinden zijn in de RNES en het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies (hierna: Kaderbesluit). Er wordt niet afgeweken van de standaardbepalingen en standaardformulieren die zijn ingericht op minimale administratieve lasten. Zo hoeven er geen voorschotaanvragen te worden ingediend, omdat voorschotten automatisch worden uitgekeerd. Voor tussentijdse rapportages geldt een maximum van één rapportage per jaar conform het Kaderbesluit. Ten aanzien van projecten met een looptijd van een jaar of minder hoeft alleen een eindverslag te worden aangeleverd. Voor de controleverklaring zijn uniforme formulieren opgesteld.

Voor de openstelling van innovatiethema 1 binnen onderdeel D. Circulaire economie van de module EKOO worden in totaal circa 8 aanvragen verwacht, waarvan naar verwachting voor circa 4 aanvragen subsidie zal worden verleend. De administratieve lasten worden geschat op € 74.224. Dat is 2,97% van het totaal beschikbare subsidieplafond van € 2.500.000.

Voor de openstelling van innovatiethema 4 binnen onderdeel D. Circulaire economie van de EKOO worden in totaal circa 8 aanvragen verwacht, waarvan naar verwachting voor circa 4 aanvragen subsidie zal worden verleend. De administratieve lasten worden geschat op € 59.379. Dat is 3,21% van het totaal beschikbare subsidieplafond van € 1.850.000.

Deze wijzigingsregeling is voorgelegd aan het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). Het adviescollege heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het – met uitzondering van eenmalige kennisnemingskosten en administratieve lasten – geen gevolgen voor de regeldruk heeft.

5. Inwerkingtreding en vaste verandermomenten

Deze wijzigingsregeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2026. Met deze datum wordt aangesloten bij de systematiek van de vaste verandermomenten, inhoudende dat ministeriële regelingen met ingang van de eerste dag van elk kwartaal in werking treden. Wel wordt afgeweken van de regel dat ministeriële regelingen minimaal twee maanden vóór inwerkingtreding bekend worden gemaakt. Dat kan in dit geval worden gerechtvaardigd om de volgende redenen.

In het algemeen wordt eerst opgemerkt dat regels voor subsidiemodules feitelijk pas effect hebben als de subsidiemodule is of wordt opengesteld, omdat vanaf dan aanvragen kunnen worden ingediend en behandeld. Enkel de inwerkingtreding van een regeling heeft dus nog geen effect als de subsidiemodule nog niet is opengesteld. Daarom is vooral de tijd tussen publicatie en openstelling relevant, omdat potentiële aanvragers in die tijd kennis kunnen nemen van de regeling en hun aanvraag kunnen voorbereiden en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de openstelling en behandeling van aanvragen kan voorbereiden. Op grond hiervan wordt het moment van openstelling ten opzichte van het moment van publicatie hieronder beschouwd voor de rechtvaardiging van de afwijking van de vaste verandermomenten.

De tijd tussen publicatie en openstelling is weliswaar kort, maar is niet benadelend voor de doelgroep. Potentiële aanvragers beschikken over voldoende tijd om een aanvraag voor te bereiden. De ervaring is namelijk dat aanvragen doorgaans pas aan het eind van de openstellingsperiode worden ingediend. Bovendien wordt het subsidieplafond verdeeld op basis van een rangschikking, waardoor het tijdstip van indiening binnen de openstellingsperiode geen invloed heeft op de kans op subsidieverlening.

Daarnaast heeft de sector al kennis kunnen nemen van de hoofdlijnen van de regeling. Voor de openstelling van innovatiethema 1 geldt dat de subsidieregels nagenoeg ongewijzigd zijn gebleven. De sector is daarom al bekend met het thema en de daarop van toepassing zijnde algemene regels.

Voor de openstelling van innovatiethema 4 geldt dat vergelijkbare projecten voorheen onder het bestaande innovatiethema 1 konden worden ingediend. Ook zijn de algemene bepalingen van de EKOO ongewijzigd gebleven. Bovendien is in de Kamerbrief kabinetsinzet nationale grondstoffenstrategie4 reeds aangekondigd dat een subsidieregeling voor kritieke grondstoffen zou worden opengesteld. Het nieuwe innovatiethema 4 bevat ten opzichte van deze Kamerbrief geen aanvullende inhoudelijke specificaties. De sector heeft zich derhalve tijdig op de regeling kunnen voorbereiden en kennis kunnen nemen van de toepasselijke (algemene) voorwaarden.

De Minister van Klimaat en Groene Groei, S. van Veldhoven-van der Meer


X Noot
1

Dit zijn productgroepen van de Kennis- en innovatieagenda Circulaire Economie (https://kia-ce.nl/wp-content/uploads/2021/02/KIA-Circulaire-Economie-versie-2.0-def-15-oktober-2019.pdf).

X Noot
2

Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020.

X Noot
3

Kamerstukken II 2025/26, 32 852, nr. 426.

X Noot
4

Kamerstukken II 2025/26, 32 852, nr. 426.


X Noot
1

Dit zijn productgroepen van de Kennis- en innovatieagenda Circulaire Economie (https://kia-ce.nl/wp-content/uploads/2021/02/KIA-Circulaire-Economie-versie-2.0-def-15-oktober-2019.pdf).

X Noot
2

Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020.

X Noot
3

Kamerstukken II 2025/26, 32 852, nr. 426.

X Noot
4

Kamerstukken II 2025/26, 32 852, nr. 426.

Naar boven