Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2026, 30985 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2026, 30985 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikelen 3 en 5 Kaderwet Subsidies SZW;
Besluit:
De Tijdelijke subsidieregeling onderzoek interventies ter uitbreiding arbeidstijd wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 2.3, derde lid, wordt na ‘onderdelen a, b en c,’ ingevoegd ‘en het tweede lid,’.
B
Aan artikel 2.7 wordt een lid toegevoegd, luidende:
5. De Minister kan eenmalig de looptijd, bedoeld in het derde en vierde lid, op verzoek van de subsidieontvanger verlengen met een periode van maximaal 10 weken.
C
Aan artikel 2.11 wordt een lid toegevoegd, luidende:
6. Na 36 weken na ontvangst van het tweede voorschot wordt een derde voorschot van 25% van het subsidiebedrag verleend.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief
Het kabinet werkt met het programma Meer uren werkt! aan oplossingen om drempels en knelpunten weg te nemen voor deeltijdwerkers die graag meer willen werken, maar die dat nu niet lukt door bijvoorbeeld werkdruk, strakke roosters of privéverplichtingen. Veel van deze drempels kunnen mensen niet zelf wegnemen. Daarom kijkt het kabinet met dit programma naar wat werkgevers en werknemers kunnen doen om extra uren werken mogelijk te maken. Zo ontstaat ruimte voor mensen om meer uren te werken, als ze dat zelf willen.
De Subsidie Meer uren werkt (Tijdelijke subsidieregeling onderzoek interventies ter uitbreiding arbeidstijd) verstrekt subsidies aan projecten waarin in de praktijk interventies die meer uren werken mogelijk maken, worden uitgeprobeerd. Daarbij werken de projecten mee aan onderzoek van de Universiteit Utrecht naar de effectiviteit van de interventies. Inmiddels lopen er elf subsidieprojecten. De subsidieregeling wordt gewijzigd om enkele problemen op te lossen waar de projecten tegenaan lopen. Hieronder worden de wijzigingen verder toegelicht.
De lopende projecten hadden moeite met het vinden en vasthouden van voldoende deelnemende organisaties. Dit heeft ertoe geleid dat een deel van de projecten later van start is gegaan dan verwacht. De periode waarbinnen de projecten moeten worden uitgevoerd is ongeveer een jaar. Bij een deel van de projecten is de kans aanwezig dat de laatste vragenlijsten die de deelnemers moeten invullen voor het onderzoek niet op tijd binnen zullen zijn. Om die reden is mogelijk gemaakt dat zowel de lopende als nieuwe projecten een verzoek kunnen indienen om de projectperiode te verlengen met maximaal 10 weken.
De subsidieontvangers hebben bij de uitvoering van hun project relatief veel externe kosten. Deze kosten moeten zijn betaald voordat de subsidie is vastgesteld. De resterende subsidie wordt pas uitbetaald na vaststelling van de subsidie. Dit maakt dat subsidieontvangers, zeker als ze meerdere projecten uitvoeren, grote bedragen gedurende een periode van enkele maanden tot bijna een jaar moeten voorfinancieren. In de subsidieregeling is daarom nu opgenomen dat een subsidieontvanger naast de eerdere twee voorschotten van samen 60% van de verleende subsidie, een extra voorschot van 25% ontvangt. Dit derde voorschot wordt 52 weken na de uitbetaling van het eerste voorschot bij de subsidieverlening betaald. De resterende subsidie wordt uitbetaald na de vaststelling van de subsidie.
Bij het publiceren van de oorspronkelijke subsidieregeling (Stcrt 2024, 36894) en de daarna doorgevoerde wijzigingen in mei 2025 (Stcrt. 2025, 17128) is een staatssteuntoets uitgevoerd. Hieruit bleek dat de er geen sprake is van staatssteun. Voor deze inhoudelijke toets op staatsteun, die bij de onderhavige regelwijziging ongewijzigd blijft, verwijs ik naar de hierboven genoemde publicaties in de Staatscourant.
Bij het publiceren van de oorspronkelijke subsidieregeling (Stcrt 2024, 36894) en de daarna doorgevoerde wijzigingen in mei 2025 (Stcrt. 2025, 17128) is uitgebreid stilgestaan bij de privacyaspecten van de regeling. De wijzigingen die in deze regeling zijn opgenomen hebben geen invloed op de privacy. De eerdere gepubliceerde passages zijn daarmee nog actueel.
De subsidieregeling wordt namens de Minister uitgevoerd door Uitvoering van Beleid (UVB), onderdeel van het Ministerie van SZW. UVB heeft de regeling getoetst op uitvoerbaarheid en op risico’s op misbruik en oneigenlijk gebruik (UMO-toets). Uit de UMO-toets komt naar voren dat het verhogen van de voorschotten die aan de projecten wordt verstrekt het risico groter wordt dat de middelen gebruikt worden voor de exploitatie van de subsidieontvanger in plaats van de projectactiviteiten met als gevolg dat het verstrekte voorschot uiteindelijk niet terugbetaald kan worden door de subsidieontvanger, wanneer dit voorschot zou moeten worden teruggevorderd. Dit risico is laag; er hoeven geen aanvullende beheersmaatregelen te worden genomen.
Voor deze wijzigingsregeling is een internetconsultatie uitgevoerd. De internetconsultatie was van 24 april 2026 tot 22 mei 2026 en heeft één reactie opgeleverd. In deze reactie wordt aandacht gevraagd voor de Laffercurve en geadviseerd mensen die binnen de collectieve sector werkzaam zijn niet meer uren te laten werken. De subsidie Meer uren werkt richt zich niet op (wijzigingen in) de belastingdruk. De subsidie richt zich op onderzoek naar wat helpt om mensen die in deeltijd werken in Nederland in staat te stellen meer uren te werken wanneer ze dat willen. De ontvangen reactie heeft dus niet direct betrekking op de subsidieregeling en heeft daarom niet geleid tot aanpassingen in de regeling.
Tijdens de internetconsultatie is de wijzigingsregeling besproken met subsidieontvangers en interventiepartners. Zij konden zich vinden in de voorgestelde wijzigingen.
De met deze wijzigingsregeling doorgevoerde wijzigingen leiden nauwelijks tot veranderingen in de regeldruk voor de subsidieontvanger. Het verzoek om de projectduur te verlengen, kan met een korte toelichting per e-mail aan Uitvoering van Beleid van het ministerie worden verzocht. Het extra voorschot wordt ambtshalve verstrekt; de subsidieontvanger hoeft hier niets voor te doen.
Het Adviescollege toetsing regeldruk heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.
Dit betreft geen inhoudelijke wijziging, maar enkel een verduidelijking dat ook de kosten van het forfaitair bedrag als bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, daadwerkelijk dienen te zijn gemaakt en betaald.
In artikel 2.7 wordt de mogelijkheid gecreëerd voor de Minister om op verzoek van de subsidieontvanger de looptijd van de projectperiode eenmalig te verlengen met maximaal 10 weken.
Het nieuwe zesde lid regelt een extra voorschot voor de subsidieontvangers van 25% van de verleende subsidie. Het voorschot wordt verstrekt volgens dezelfde systematiek als de voorgaande voorschotten.
De inwerkingtredingsdatum wijkt af van de standaard minimumtermijn tussen de publicatiedatum van een ministeriële regeling en het tijdstip van inwerkingtreding. De reden hiervoor is dat het wenselijk is dat de nieuwe regels zo snel mogelijk in werking treden en daarmee gelden voor de lopende projecten.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief
Kopieer de link naar uw clipboard
https://www.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-30985.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.