Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| ZonMw | Staatscourant 2026, 29838 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| ZonMw | Staatscourant 2026, 29838 | overige overheidsinformatie |
Datum geplaatst: 1 september 2026
Deadline: 10 november 2026, 14.00 uur
Plaats: Den Haag
1. Samenvatting
2. Aanleiding van de subsidieoproep
3. Doel van de subsidieoproep
4. Uitgangspunten van de subsidieoproep
5. Voorwaarden en verplichtingen
5.1 Wie kunnen een subsidieaanvraag indienen?
5.2 Staatssteun voorkomen
5.3 Samenwerking en bijdrage van derden
5.4 Welk bedrag kunt u aanvragen?
5.5 Praktische voorwaarden
5.6 Verplichtingen
6. Beoordeling en prioriteitstelling
6.1 Beoordelingsprocedure
6.2 Relevantiecriteria
6.3 Kwaliteitscriteria
6.4 Prioriteitstelling
7. Indienen
7.1 Indiening via Mijn ZonMw
7.2 Tips
7.3 Verklaring akkoord indienen uitgewerkte subsidieaanvraag
7.4 Inhoudelijke vragen
7.5 Technische vragen
7.6 Downloads en links
8. Bijlagen
Bijlage 1 – Infographic hoofdtaken RESV en hechte wijkverbanden
Bijlage 2 – Rollen, verantwoordelijkheden en onderlinge verhoudingen
Bijlage 3 – Staatssteun – AGVV
Bijlage 4 – Staatssteun – de-minimisverordening
Wie
Een subsidieaanvraag kan worden ingediend door minimaal 4 en maximaal 10 samenwerkende partijen. De aanvrager en samenwerkingspartners dienen ten minste kennis en ervaring te hebben:
• over (domeinoverstijgende) samenwerking in complexe maatschappelijke opgaven, het begeleiden van samenwerkings- en veranderprocessen, netwerkvorming en -ontwikkeling
• met praktische ondersteuning in de regionale context in de eerstelijnszorg
• over het sociaal domein en inzicht te hebben in gemeentelijke beleidsontwikkelingen en bestuurlijke verhoudingen
• in kennisdeling en het vertalen van kennis richting verschillende niveaus
• over gelijke kansen op gezondheid en toegankelijke zorg voor iedereen
• op het gebied van de beweging van zorg naar gezondheid (binnen de eerste lijn)
Waarvoor
In de Visie eerstelijnszorg 2030 staat dat er in 2030 voor iedere wijk een hecht wijkverband en voor iedere regio een regionaal eerstelijnssamenwerkingsverband (RESV) bestaat. Binnen het ZonMw-programma ‘Versterking organisatie eerstelijnszorg’ hebben regio’s in Nederland subsidie kunnen ontvangen om te werken aan de versterking van de organisatie van de eerste lijn. Het doel van deze nieuwe subsidieoproep ‘Duurzaam netwerk eerste lijn voor én door RESV's en hechte wijkverbanden’ is het oprichten van een duurzaam netwerk van RESV's en hechte wijkverbanden en de daarin samenwerkende personen en organisaties, waarin zij blijvend kunnen leren, verbeteren en doorontwikkelen. Het project ondersteunt de regio’s bij de ontwikkeling van een duurzaam netwerk, kennis- en ervaringsuitwisseling, een gezamenlijke leer- en verbetercyclus én de toepassing van kennis in de praktijk.
Wat
De beschikbare subsidie is maximaal € 4.000.000,– per project met een looptijd van maximaal 32 maanden tot uiterlijk 1 september 2029. Er kan maximaal 1 project worden gehonoreerd. Dat betekent dat het totale beschikbare subsidiebudget in deze subsidieronde € 4.000.000,– is.
Wanneer
|
Deadline indienen uitgewerkte subsidieaanvraag |
Dinsdag 10 november 2026, 14.00 uur |
|
Ontvangst commentaar referenten |
Maandag 30 november 2026 |
|
Deadline indienen wederhoor |
Maandag 14 december 2026 |
|
Interviewvergadering |
Medio januari 2027 |
|
Besluit |
Eind februari 2027 |
|
Uiterlijke startdatum |
Maandag 15 maart 2027 |
Een interview is onderdeel van het beoordelingstraject van uw subsidieaanvraag. Van het interview wordt een geluidsopname gemaakt. Na afloop van de beoordelingsprocedure wordt de geluidsopname vernietigd.
De toegankelijkheid van de eerstelijnszorg staat onder druk door, onder andere, de toenemende en complexere zorgvraag, personeelstekorten in de zorg, stagnatie van door- en uitstroom en versnipperde zorg. Daarom hebben de eerstelijnsveldpartijen1 begin 2024 de Visie eerstelijnszorg 2030 gepubliceerd. De hoofdboodschap van de visie is dat de eerstelijnszorg in 2030 toegankelijk is voor alle burgers die zorg nodig hebben, en bijdraagt aan gelijke kansen op goede gezondheid voor iedereen. Deze visie zet in op de beweging van zorg naar gezondheid, onder andere door versterkte organisatie van samenwerking op wijk- en regioniveau. Bij de realisatie van de Visie eerstelijnszorg 2030 werken de landelijke partijen van de Visie eerstelijnszorg 2030 samen om de toegankelijkheid en continuïteit van eerstelijnszorg te waarborgen met oog voor het behouden van de kwaliteit van de zorg. Onderdeel van de visie is om in elke regio in Nederland, via hechte wijkverbanden en een regionaal eerstelijnssamenwerkingsverband (RESV), hechte samenwerking in de wijk en regionale aanspreekbaarheid en samenwerking in de eerstelijnszorg te realiseren. In bijlage 1 staan de minimale hoofdtaken van een RESV en de minimale taken van hechte wijkverbanden genoemd.
Om deze beweging te ondersteunen, heeft het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport middelen beschikbaar gesteld via het ZonMw-programma ‘Versterking organisatie eerstelijnszorg’. Het programma richt zich op het versterken van de organisatie van en samenwerking in de eerstelijnszorg op zowel wijk- als regioniveau. Om de wijken en regio's daarbij te helpen, investeert het programma daarnaast in een landelijke kennis- en ondersteuningsstructuur en in verdiepend onderzoek. Het ZonMw-programma ‘Versterking organisatie eerstelijnszorg’ liep oorspronkelijk tot eind 2026 en is budgetneutraal verlengd tot en met 2029.
Ondersteuning regionale- en wijksamenwerking
Na een voorbereidingsfase hebben 52 van de 54 regio’s in 2024 en 2025 een uitvoeringssubsidie ontvangen. Met de uitvoeringssubsidie geven de regio’s uitvoering aan de regionale plannen en werken verder toe naar RESV’s en hechte wijkverbanden. Daarnaast worden eerstelijnsberoepsgroepen middels een voucher in staat gesteld zich te verenigen om met afvaardiging en mandaat deel te kunnen nemen aan het RESV.
Landelijke kennis- en ondersteuningsstructuur 2025 – 2026
Om de regio’s en wijken te ondersteunen in hun ontwikkeling is in maart 2025, volgend op de subsidieoproep ‘Lerend netwerk samenwerking eerstelijnszorg’, het project Leer- en Verbeternetwerk Eerste Lijn (LeVEL) van start gegaan. LeVEL bestaat uit 21 consortiumpartners en ondersteunt regio’s om kennis en ervaringen uit te wisselen, zodat ze van en met elkaar kunnen leren en elkaar kunnen inspireren. De regio’s kunnen via LeVEL op diverse manieren ondersteuning vragen en ontvangen. Onder andere door gebruik te maken van de kennis van de expertgroepen en het opstellen van een eigen veranderverhaal. Daarnaast faciliteert LeVEL ook een online kennisuitwisselingsplatform. LeVEL loopt tot eind 2026.
Verdiepend onderzoek
In september 2025 is, volgend op de subsidieoproep ‘Onderzoek naar samenwerking in de eerste lijn op wijk- en regioniveau’ het project ‘Mechanismen voor Ondersteuning van de Versterking Eerste lijn’ (MOVE) gestart. MOVE is een multidisciplinair consortium bestaande uit 20 consortiumpartners en onderzoekt de veranderbeweging in de regio’s. Daarbij focust MOVE op verdiepend onderzoek naar de effecten van het anders organiseren van de eerste lijn en samenwerken op wijk- en regioniveau. Het doel is het aantonen van de meerwaarde van het anders organiseren en samenwerken, en om generaliseerbare kennis op te leveren over werkzame mechanismen die de eerstelijnszorg versterken. MOVE loopt tot september 2028.
Ontwikkelfase vanaf 2027
Vanaf 2027 kunnen de RESV’s (in oprichting) structurele financiering ontvangen via de zorgverzekeraars. Met behulp van de Handreiking Contractering RESV stellen de regio’s een RESV-plan op. In deze handreiking is de periode van 2027 tot en met 2029 als ontwikkelfase opgenomen. In deze fase kan een RESV zich verder vormen, zodat het RESV, met relevante beroepsgroepen en in samenwerking met patiënten en inwoners, richting 2030 alle hoofdtaken kan uitvoeren zoals beschreven in de Visie eerstelijnszorg 2030. Eén van de hoofdtaken van een RESV is het ondersteunen van hechte wijkverbanden (zie bijlage 1).
Ook in de ontwikkelfase is er vanuit de regio’s een duidelijke wens en noodzaak om kennis en ervaring uit te wisselen, zowel tussen hechte wijkverbanden en tussen RESV’s onderling, evenals tussen beide. Deze uitwisseling van kennis en ervaring is van belang om de beweging van zorg naar gezondheid aan te jagen zodat de eerstelijnszorg toegankelijk en toekomstbestendig blijft.
Het doel van deze subsidieoproep is het ondersteunen van RESV's en hechte wijkverbanden en de daarin samenwerkende personen en organisaties2 bij het realiseren van opgaven uit de Visie eerstelijnszorg 2030 (zie bijlage 1). De projectsubsidie wordt ingezet voor het vormen van een duurzaam netwerk van RESV's en hechte wijkverbanden en de daarin samenwerkende personen en organisaties, waarin zij blijvend kunnen leren, verbeteren en doorontwikkelen, aansluitend bij hun regionale en lokale veranderopgaven. Gedurende de ontwikkeling van een duurzaam netwerk, ondersteunt het project in kennis- en ervaringsuitwisseling, een gezamenlijke leer- en verbetercyclus en de toepassing van kennis in de praktijk. Hierbij heeft het project ook als rol om nieuwe(re) vormen van samenwerking over grenzen van organisaties, domeinen en identiteiten heen aan te moedigen. Daarmee ondersteunt en versnelt deze subsidieoproep de beweging van zorg naar gezondheid.
Het project dient de volgende onderdelen te bevatten:
Onderdeel 1: duurzaam netwerk
Het project ondersteunt RESV's en hechte wijkverbanden en de daarin samenwerkende personen en organisaties in het vormen van een onderling duurzaam netwerk waarbij zij kunnen leren, verbeteren en doorontwikkelen:
• Het project ondersteunt de vorming en uitvoering van een duurzaam netwerk in 2027–2029.
• Gelijktijdig werkt het project, in samenspraak met de landelijke partijen van de Visie eerstelijnszorg 2030, scenario’s uit voor borging en doorontwikkeling van een duurzaam netwerk vanaf 2030. Hierbij wordt uitgewerkt welke activiteiten en communicatiekanalen op termijn passend zijn, en hoe coördinerende taken duurzaam worden vormgegeven.
• Het project ondersteunt RESV's en hechte wijkverbanden en de daarin samenwerkende personen en organisaties in 2027–2029 in het nemen en tonen van eigenaarschap van het duurzame netwerk.
Onderdeel 2: kennis- en ervaringsuitwisseling
Het project faciliteert en coördineert kennis- en ervaringsuitwisseling tussen RESV's en hechte wijkverbanden en de daarin samenwerkende personen en organisaties. De uitwisseling wordt vormgegeven op basis van de (ontwikkel)behoeften en regionale opgaven van RESV’s en hechte wijkverbanden. De volgende activiteiten worden ten minste uitgevoerd:
• Doorontwikkelen en onderhouden van een bestaand laagdrempelig digitaal uitwisselingsplatform, voortbouwend op 1sociaaldomein. Hier kan het duurzame netwerk van RESV's en hechte wijkverbanden en de daarin samenwerkende personen en organisaties vragen stellen en ervaring en kennis uitwisselen.
• Het project zorgt dat het bestaande en toekomstige kennisaanbod vindbaar en toegankelijk is. Met als doel om de kennis via de kanalen van relevante beroepsgroepen en regio’s te verspreiden. Zo worden niet alleen projectleiders, regiocoördinatoren en deelnemers aan het platform 1sociaaldomein bereikt maar is de informatie ook vindbaar voor professionals die minder direct betrokken zijn bij de vorming van RESV's en hechte wijkverbanden.
• Passende werkvormen faciliteren voor kennis- en ervaringsuitwisseling, zoals kleinschalige sessies, intervisie en gerichte ondersteuning (zoals buddy’s of coaching) of verdiepende themabijeenkomsten. RESV’s en hechte wijkverbanden met vergelijkbare vraagstukken en contexten worden actief met elkaar verbonden. Het project houdt daarbij rekening met de verschillende ontwikkelfasen binnen RESV’s en hechte wijkverbanden (koploper-regio’s en koploper-wijken) en verschillende doelgroepen en rollen (zorg- en sociaal domein professionals, inwoners, RESV-kartrekkers, bestuurders, et cetera).
• Het project richt een actueel contactsysteem in met de contactpersonen van de RESV’s en de hechte wijkverbanden, waardoor duidelijk is wie aanspreekbaar is binnen de RESV-regio. Het contactsysteem biedt de RESV’s en hechte wijkverbanden inzicht in de relevante contactpersonen binnen de verschillende regio’s en ondersteunt het onderlinge contact en de samenwerking tussen deze partijen. Het contactsysteem dient op termijn overdraagbaar en gebruiksvriendelijk te zijn voor het duurzame netwerk. Gedurende de looptijd van het project is het project verantwoordelijk voor het beheer en het actueel houden van de gegevens. Bij de inrichting van het contactsysteem is helder en transparant wie toegang heeft tot welke gegevens. Daarnaast wordt voorzien in de mogelijkheid om contactgegevens te delen met ZonMw als dit wenselijk of noodzakelijk is vanuit programmering, kennisdeling en landelijke beleidsvorming.
Onderdeel 3: uitwisseling tussen RESV's, hechte wijkverbanden, onderzoek en beleid
Het project faciliteert uitwisseling op diverse niveaus:
Uitwisseling tussen RESV’s en landelijk beleid
Het project:
• Biedt in de periode van 2027–2029 ondersteuning bij het periodiek verzamelen van kennis en ervaringen van RESV’s over de voortgang op regionale veranderopgaven en de voortgang van de realisatie van de 6 doelen van de visie. Deze inzichten worden dusdanig met beleidsmakers gedeeld zodat aanpassingen in beleid en uitvoering kunnen worden gemaakt, die vervolgens terugvertaald kunnen worden naar de praktijk. Dit geldt specifiek voor de vormgeving van de structurele bekostiging van RESV’s. Het leer- en verbeterkader wordt mede vormgegeven in nauwe afstemming met de landelijke partijen van de Visie eerstelijnszorg 2030 en de RESV’s, zodat optimaal aangesloten wordt bij beleid én praktijk, met ruimte voor regionale verschillen. Het project functioneert hierbij als procesbegeleider.
• Faciliteert en versterkt het leervermogen van de RESV’s, zonder het lokale en regionale eigenaarschap over te nemen, zodat uiterlijk vanaf 2030 het RESV de leer-verbetercyclus zelfstandig uitvoert.
• Heeft in de leer- en verbetercyclus, naast de 6 doelen van de Visie eerstelijnszorg 2030, expliciet aandacht voor de voortgang op de toegankelijkheid van zorg en de Zorgbelofte in de eerste lijn. Voor de criteria van toegankelijkheid van zorg wordt deze checklist (ontwikkeld door Pharos) aanbevolen.
• Biedt ondersteuning om de opbrengsten uit de RESV's zoveel mogelijk te vertalen naar een vorm en taal die aansluit bij beleidsontwikkelaars en besluitvormers.
• Vertaalt landelijke (beleid)stukken, in afstemming met minimaal het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en ZonMw, naar de regionale en lokale context.
• Neemt actief deel en levert een bijdrage aan relevante landelijke overleggen, volgt beleidsontwikkelingen en stemt af met landelijke partijen.
Uitwisseling tussen RESV’s en onderzoek
Het project:
• Deelt de verzamelde kennis en ervaringen van RESV's en hechte wijkverbanden en de daarin samenwerkende personen en organisaties met het onderzoeksproject MOVE.
• Biedt, in nauwe afstemming met MOVE en ZonMw, ondersteuning aan RESV's bij de vertaling van de onderzoeksuitkomsten uit MOVE, zodat deze praktisch toepasbaar zijn voor de regionale en lokale context.
Uitwisseling tussen RESV’s en hechte wijkverbanden
Om de samenwerking tussen RESV’s en hechte wijkverbanden te versterken, wordt opgehaald welke communicatie- en informatiebehoeften zij hebben en wat nodig is om goed op elkaar aan te sluiten en zo meer elkaars taal te spreken. Maak hierbij gebruik van bijvoorbeeld ‘sleutelpersonen’ en dorps-/community-ondersteuners.
Neem bij het schrijven van de subsidieaanvraag en het uitvoeren van het project de volgende uitgangspunten op:
• Het project wordt uitgevoerd in een dynamisch bestuurlijk en politiek landschap, zie bijlage 2. Door de dynamische context dient het project in staat te zijn om adaptief en flexibel in te spelen op ontwikkelingen en wijzigingen in bestuurlijke en politieke prioriteiten.
• In het project en het duurzame netwerk is de beweging van zorg naar gezondheid een leidend principe. Het geeft richting aan prioriteiten, activiteiten en besluiten binnen het project en het duurzame netwerk. Er wordt steeds opnieuw getoetst of de inspanningen bijdragen aan de beweging van zorg naar gezondheid.
• Het project sluit aan bij bestaande initiatieven en netwerken (zoals LeVEL uit het ZonMw-programma ‘Versterking organisatie eerstelijnszorg’ en Leren Transformeren uit het ZonMw-programma Ondersteuning regionale samenwerking, de Academische Werkplaatsen Huisartsenzorg, de Academische Werkplaatsen Wijkverpleging en de Academische Werkplaatsen Sociaal Domein) en maakt gebruik van bestaande kennis.
• Het project deelt de opgedane kennis en ervaringen uit RESV’s en hechte wijkverbanden dusdanig transparant met MOVE, zodat MOVE deze kennis en ervaringen kan gebruiken. Het project voert zelf geen onderzoek uit. Om dubbele activiteiten in bijvoorbeeld kennisverzameling te voorkomen, stemt het project af met MOVE.
• Het streven van het project is dat uit iedere RESV-regio personen en organisaties deelnemen aan het duurzame netwerk.
• Het project legt de nadruk op praktijkgerichte kennis die toepasbaar is binnen de specifieke context van RESV’s en hechte wijkverbanden. Theoretische inzichten worden vertaald naar bruikbare toepassingen in de praktijk.
• Binnen het project hebben (een afvaardiging van) de partijen van de Visie eerstelijnszorg 2030 tenminste een adviserende functie.
• Externe communicatie over het project wordt vooraf met ZonMw afgestemd.
Bij het aanvragen van subsidie bij ZonMw zijn er rechten, voorwaarden en verplichtingen om rekening mee te houden. Deze volgen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Titel 4.2 van de Awb bevat specifieke bepalingen die van toepassing zijn op subsidies van ZonMw. Daarnaast zijn de Algemene subsidiebepalingen ZonMw van toepassing.
Uw subsidieaanvraag moet aan onderstaande voorwaarden voldoen om in behandeling te kunnen worden genomen.
Een subsidieaanvraag kan uitsluitend worden ingediend door in Nederland gevestigde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen. ZonMw stimuleert samenwerking tussen en deelname van verschillende partijen. De subsidieaanvraag wordt daarom ingediend in samenwerking met minimaal 4 en maximaal 10 samenwerkende partijen. Samenwerkingspartijen kunnen aanspraak maken op (een deel van de) subsidie.
De subsidieaanvrager en samenwerkingspartners dienen ten minste expertise te hebben op de volgende onderwerpen:
• Kennis en ervaring over (domeinoverstijgende) samenwerking in complexe maatschappelijke opgaven, het begeleiden van samenwerkings- en veranderprocessen in complexe netwerken, netwerkvorming en -ontwikkeling.
• Kennis en ervaring met praktische ondersteuning in de regionale context in de eerstelijnszorg.
• Kennis en ervaring over het sociaal domein en inzicht in gemeentelijke beleidsontwikkelingen en bestuurlijke verhoudingen.
• Expertise in kennisdeling en het vertalen van kennis richting verschillende niveaus.
• Kennis over gelijke kansen op gezondheid en toegankelijke zorg voor iedereen.
• Ervaringsdeskundigen op het gebied van de transformatie van zorg (in het specifiek binnen de eerste lijn).
Consultancybedrijven en adviesbureaus kunnen geen hoofdaanvrager en projectleider zijn van de subsidie.
Als een aanvrager derden inhuurt voor de uitvoering van een deel van de projectactiviteiten wordt dit gezien als opdrachtverlening. ZonMw beschouwt dit niet als een vorm van samenwerking. Dit moet de aanvrager met betrokken partijen vastleggen in een (marktconforme) schriftelijke overeenkomst waarbij bedongen wordt dat resultaten op voorhand aan de aanvrager worden overgedragen. Daarnaast betekent dit dat de aanvrager in de aanvraag en begroting duidelijkheid moet verschaffen over de te maken kosten (inclusief btw). De aanvrager moet zich bij een opdrachtverlening houden aan de aanbestedingsregels die mogelijk van toepassing zijn. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan en daadwerkelijk sprake is van een opdracht, zal dit niet worden aangemerkt als staatssteun.
ZonMw verstrekt geen subsidie als dit leidt of kan leiden tot het verlenen van onrechtmatige staatssteun3. Voor deze subsidieronde gelden daarom de staatssteunmaatregelen Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) en de-minimisverordening.
Algemene groepsvrijstellingsverordening
Voor deze subsidieronde wordt gebruikgemaakt van een AGVV. Hierdoor is bij subsidieverlening op grond van deze subsidieoproep sprake van een geoorloofde vorm van staatssteun. Dat brengt specifieke voorwaarden met zich mee voor de financiering, begroting en verantwoording van het project. Daarnaast bent u verplicht om bepaalde verklaringen af te leggen.
Als er sprake is van een samenwerking waarbij meerdere ondernemingen4 als begunstigde van staatssteun kunnen worden aangemerkt, moeten alle op subsidie aanspraak makende ondernemingen voldoen aan de voorwaarden van de AGVV. Dit betekent dat alle voorwaarden en verplichtingen die voortvloeien uit de AGVV eveneens in volle omvang van toepassing zijn op alle op subsidie aanspraak makende ondernemingen in het samenwerkingsverband.
In bijlage 3 – Staatssteun – AGVV vindt u meer informatie over de AGVV, evenals de voorwaarden waaraan moet worden voldaan.
Als u vragen heeft over de toepassing van de AGVV raden wij u aan advies in te winnen bij juristen binnen uw organisatie. Daarnaast kunt u contact opnemen met het programmateam ‘Versterking organisatie eerstelijnszorg’ via 070 349 54 66 of eerstelijnszorg@zonmw.nl. Meer informatie over staatssteun vindt u op de ZonMw-webpagina Vrijstellingverordeningen staatssteun.
Meldingsplicht Europese Commissie
ZonMw stelt de Europese Commissie middels een kennisgeving zoals bedoeld in artikel 11 van de AGVV op de hoogte van deze subsidieoproep.
Subsidiabele kosten innovatieclusteractiviteiten
Binnen deze subsidieoproep worden activiteiten gesubsidieerd die kunnen worden aangemerkt als innovatieclusteractiviteiten in de zin van artikel 27 van de AGVV5.
De volgende kosten van de innovatieclusteractiviteiten kunnen worden gesubsidieerd door ZonMw.
Investeringskosten van het innovatiecluster, waaronder:
• Kosten van immateriële activa, zoals octrooien, licenties en andere intellectuele eigendomsrechten.
• Kosten van materiële activa, zoals gronden, gebouwen, machines en uitrusting.
Exploitatiekosten van het innovatiecluster, waaronder:
• Personeelskosten.
• Administratieve kosten, inclusief algemene kosten, verbonden aan:
○ het aansturen van het innovatiecluster en het bevorderen van samenwerking, kennisuitwisseling en gespecialiseerde ondersteuningsdiensten
○ de marketing van het innovatiecluster om nieuwe deelnemers aan te treken en de zichtbaarheid te vergroten
○ het beheer van de faciliteiten van het cluster en de organisatie van opleidingsprogramma’s, workshops en conferenties
Subsidie voor investeringen in een innovatiecluster kan uitsluitend worden verstrekt aan de eigenaar van het innovatiecluster. Subsidie voor de exploitatie van een innovatiecluster kan worden verstrekt aan de exploitant van het cluster. Dit kan 1 partij zijn, maar ook een samenwerkingsverband van ondernemingen dat het cluster gezamenlijk exploiteert.
Steunintensiteit
Het deel van de subsidiabele kosten dat mag worden gesubsidieerd heet de steunintensiteit. De steunintensiteit bedraagt 50%. Dit betekent dat maximaal 50% van de subsidiabele kosten door ZonMw kan worden gefinancierd. Voor het resterende deel van de kosten is een eigen bijdrage verplicht. Die cofinanciering mag niet uit andere overheidsmiddelen komen.
Het te honoreren project bouwt voort op de aanwezigheid en infrastructuur van meerdere RESV’s (in oprichting). De exploitatiekosten van de RESV’s kunnen daarom onder andere worden aangemerkt als cofinanciering van het project.
In uw projectbegroting neemt u de volledige kosten van het totale project op en geeft u aan welke kosten gedekt worden met het aangevraagde subsidiebedrag en welke kosten met de eigen bijdrage (in cash of in kind).
Bij de berekening van de steunintensiteit en de in aanmerking komende kosten zijn alle bedragen die worden gebruikt de bedragen vóór aftrek van belastingen of andere heffingen. De in aanmerking komende kosten moeten worden gestaafd met bewijsstukken die duidelijk, gespecificeerd en actueel zijn. Deze bewijsstukken kunnen, na honorering, op elk moment worden opgevraagd en dienen vervolgens binnen afzienbare tijd te worden aangeleverd aan ZonMw.
In uw aanvraag dient u aan te tonen dat het gebruik van de infrastructuur open staat voor meerdere gebruikers, de selectie van gebruikers transparant en non-discriminatoir plaatsvindt en dat de prijs voor gebruik van de infrastructuur marktconform is. Dit betekent voor het te honoreren project dat alle RESV-regio’s (in oprichting) deel moeten kunnen nemen aan de activiteiten van het project.
De-minimisverordening
Wanneer ondernemingen6 binnen deze subsidieronde aanspraak maken op subsidie, verstrekt ZonMw de subsidie onder de de-minimisverordening7. Dat betekent dat er specifieke financieringsvoorwaarden en regels voor de begroting zijn. Daarnaast bent u verplicht om over bepaalde gegevens te verklaren. In bijlage 4 – Staatssteun – de-minimisverordening vindt u meer informatie over de de-minimisverordening, evenals de vereisten van de de-minimisverordening waaraan moet worden voldaan.
ZonMw stimuleert samenwerking tussen en deelname van partijen. Daarbij geldt dat geen subsidie wordt verstrekt als afspraken leiden of kunnen leiden tot het verlenen van onrechtmatige staatssteun of als daardoor niet aan de Algemene subsidiebepalingen ZonMw of voorwaarden van de subsidieoproep kan worden voldaan.
Uit de subsidieaanvraag en begroting moet duidelijk naar voren komen:
• Met welke partijen samengewerkt wordt. Beschrijf per partij op welke manier deze actief bijdraagt aan het project; dit zijn in elk geval partijen die op de begroting voorkomen als een partij die aanspraak wenst te maken op een deel van de subsidie. Ook partijen die voor eigen rekening en risico actief bijdragen maken onderdeel uit van de samenwerking.
• Met welke partij(en) een sponsorovereenkomst zal worden aangegaan en wat de in-natura of geldelijke bijdrage is.
• Welke partijen worden ingehuurd of indien dit nog niet bekend is, voor welke activiteiten wordt voorzien dat dit door derden zal worden uitgevoerd en de daarvoor te maken kosten (inclusief btw). Zie voor meer informatie en de voorwaarden voor inhuur/opdracht de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden.
Samenwerkings- en sponsorovereenkomst
Op de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden vindt u meer informatie over de verschillende vormen van samenwerken en bijdragen (sponsoring/opdracht) met voorbeeldovereenkomsten als hulpmiddel bij het opstellen van de betreffende overeenkomst en de voorwaarden waaraan de overeenkomst moet voldoen in de daarbij horende uitleg. De op deze webpagina en in de uitleg genoemde voorwaarden maken integraal onderdeel uit van deze subsidieoproep. Bij honorering vraagt ZonMw een concept samenwerkings- en/of sponsorovereenkomst(en) op. De subsidie wordt verleend op voorwaarde dat de overeenkomst(en) door haar geaccepteerd wordt/worden.
In deze subsidieronde kan per project maximaal € 4.000.000,– worden aangevraagd voor een looptijd van maximaal 32 maanden tot uiterlijk 1 september 2029. Er kan maximaal 1 project worden gehonoreerd. Dat betekent dat het totale beschikbare subsidiebudget in deze subsidieronde € 4.000.000,– is.
Accountantskosten tot een maximum van € 7.500,– mogen bij projecten van € 500.000,– of meer opgenomen worden in de begroting. Door de wijziging van de Algemene subsidiebepalingen ZonMw per 1 april 2022 moet er na afronding van een project van € 125.000,– of meer naast de financiële eindverantwoording ook een controleverklaring van een accountant aangeleverd worden. Universiteiten en universitair medische centra mogen accountantskosten niet opnemen in de begroting. Met deze instellingen zijn aparte afspraken gemaakt over de vereiste accountantsverklaring. Neem hiervoor contact op met uw financiële afdeling.
Opvolgende financiering
ZonMw kan besluiten om voor het toegekende project van deze subsidieoproep een aanvullende subsidieoproep open te stellen, waarmee bijvoorbeeld een impuls kan worden gegeven aan de praktijktoepassing van de resultaten.
• Schrijf uw subsidieaanvraag in het Nederlands.
• Voor deze subsidieoproep gelden de Algemene subsidiebepalingen ZonMw 2026.
• De subsidieaanvraag dient u via Mijn ZonMw in.
• Voor de begroting gebruikt u het format Begrotingsformat Duurzaam netwerk.
• Vanwege de dynamische bestuurlijke en politieke context waarin het project wordt uitgevoerd, dienen er ruim voldoende middelen begroot te worden onder de post 'onvoorziene kosten' om flexibel te zijn. Dit dient in het projectplan verder te worden toegelicht. Er dient minimaal 5% en maximaal 10% aan onvoorziene kosten op de begroting worden opgenomen. Deze kosten mogen alleen worden opgevoerd in 1 overkoepelende post ‘onvoorziene kosten’ onder 5. Overige kosten in de begroting. Let op: deze kosten dienen in de eindafrekening zorgvuldig te worden gespecificeerd, op basis van deze specificatie kan de toekenning op dat moment nog worden bijgesteld.
• Na de subsidieverlening verstrekt ZonMw voorschotten op basis van een door ZonMw vast te stellen bevoorschottingsschema. Bij de start van uw project krijgt u een bevoorschotting van 45%. Bij een goede voortgang krijgt u halverwege de looptijd van het project de tweede bevoorschotting van 45%. Na afronding van het project wordt de resterende 10% overgemaakt.
• Strategisch besluitpunt: Ten minste eenmaal per jaar vindt een site-visit plaats met de programmacommissie en ZonMw om de voortgang van het project te bespreken. Afhankelijk van relevante ontwikkelingen in het politieke en bestuurlijke landschap beoordeelt ZonMw, mede op basis van de site-visit en in overleg met het Ministerie van VWS, of het project wordt voortgezet volgens de oorspronkelijke aanpak en begroting, dan wel inhoudelijk en/of financieel moet worden bijgestuurd. Hierbij kan sprake zijn van voortzetting binnen een budgetneutrale of gereduceerde begroting.
• De onderstaande bijlage(n) zijn verplicht om toe te voegen. Daarnaast kan maximaal 10 A4 aan bijlagen facultatief worden toegevoegd aan de subsidieaanvraag.
○ Een bijlage met een tekstuele en visuele weergave van de samenwerking in het project en tussen RESV’s en hechte wijkverbanden is verplicht.
○ Staatssteun (gebundeld in 1 bijlage):
AGVV:
■ ingevulde en ondertekende verklaring bevel tot terugvordering van staatssteun
■ ingevulde en ondertekende verklaring onderneming niet in moeilijkheden
■ ingevulde en ondertekende verklaring cumulatie van staatssteun
De-minimis (optioneel, indien van toepassing):
■ ingevulde en ondertekende verklaring de-minimissteun.
Verplichtingen zijn van toepassing wanneer u een subsidie krijgt toegekend. Hiervoor volgt ZonMw de Algemene subsidiebepalingen ZonMw. Daarnaast is ook de volgende verplichting van toepassing:
• Open Access
Alle publicaties die voortkomen uit (wetenschappelijk) onderzoek dat geheel of gedeeltelijk door ZonMw gefinancierd is, moeten Open Access beschikbaar gesteld worden (conform ZonMw Open Access beleid). ZonMw accepteert verschillende Open Access routes. Naast artikelen, moedigt ZonMw ook aan om andere type (wetenschappelijke) publicaties Open Access beschikbaar te stellen (zoals monographs, boeken, conference proceedings en grey literature), maar ook onderzoeksdata en kennisproducten van praktijkgericht onderzoek (zoals modellen, protocollen, prototypen, digitale tools, demonstraties).
Voor meer informatie over het ZonMw Open Access beleid, de volledige voorwaarden en mogelijkheden, verwijzen we u naar onze website.
Voor de procedures voor de beoordeling van subsidieaanvragen verwijzen we u naar de infographic ‘Subsidie aanvragen in 10 stappen’ en naar de procedurebrochure aanvragers.
Uw subsidieaanvraag wordt beoordeeld op kwaliteit door minimaal 4 anonieme referenten. U wordt vervolgens in de gelegenheid gesteld om te reageren op deze beoordelingen via een schriftelijk wederhoor. Hierbij mag u de subsidieaanvraag verder aanpassen en/of concretiseren. Vervolgens beoordeelt de programmacommissie van dit ZonMw-programma uw subsidieaanvraag op relevantie en kwaliteit via onderstaande relevantie- en kwaliteitscriteria. Om in aanmerking te komen voor honorering moet een subsidieaanvraag tenminste als relevant en voldoende van kwaliteit beoordeeld worden. Een interview maakt onderdeel uit van het beoordelingstraject van uw subsidieaanvraag. Van het interview wordt een geluidsopname gemaakt. Na afloop van de beoordelingsprocedure wordt de geluidsopname vernietigd.
De programmacommissie formuleert een advies aan het ZonMw-bestuur. Het ZonMw-bestuur neemt het uiteindelijke besluit over uw subsidieaanvraag. Er wordt in deze subsidieronde maximaal 1 subsidieaanvraag gehonoreerd.
Aansluiting bij het programma en het doel van de subsidieoproep
• De subsidieaanvraag sluit aan bij het doel van de subsidieoproep.
• De subsidieaanvraag bevat de 3 onderdelen beschreven in hoofdstuk 3 ‘Doel van de subsidieoproep’. Alle kennis- en ervaringsuitwisseling wordt expliciet vormgegeven op basis van de (ontwikkel)behoeften en regionale opgaven van RESV’s en hechte wijkverbanden.
• In de subsidieaanvraag zijn de uitgangspunten zoals geformuleerd bij in hoofdstuk 4 ‘Uitganspunten van de subsidieoproep’ helder verwerkt.
Doelstelling en vraag- of taakstelling
• Beschrijf de doelstellingen en mijlpalen helder en concreet.
Plan van aanpak
• Werk concreet uit hoe de doelstellingen, mijlpalen en projectdoelen worden bereikt. Het plan van aanpak wordt uitgewerkt vanuit de situatie en context rondom de RESV’s en hechte wijkverbanden begin 2027.
• Beschrijf mogelijke knelpunten, dilemma's en risico’s die van invloed kunnen zijn op de samenwerking of uitvoering van het project. Geef daarnaast aan hoe u hierop anticipeert, welke handelingsopties beschikbaar zijn en hoe betrokken partijen gezamenlijk tot passende oplossingen kunnen komen.
Haalbaarheid
• De aanpak is realistisch en uitvoerbaar, passend bij de doelstelling van de subsidieoproep. Dit blijkt onder andere uit de beschikbare expertise en capaciteit.
• Maak een tijdsplanning waarin duidelijk inzichtelijk wordt wie welke activiteiten wanneer uitvoert en wie waarvoor verantwoordelijk is.
Project- en samenwerkingsstructuur
• Maak inzichtelijk op welke manier de subsidieaanvrager en samenwerkingspartners voldoen aan de gevraagde kennis en ervaring zoals beschreven in hoofdstuk 5.1 Wie kunnen een subsidieaanvraag indienen. Als aanvullende kennis en ervaring in het project aanwezig is, licht toe om welke kennis en ervaring dit gaat en voor welk onderdeel dit nodig is.
• Geef visueel en tekstueel weer hoe de onderlinge verhoudingen binnen het project zijn vormgegeven. Dit geldt ook voor de samenwerking met professionals en samenwerkingspartners met RESV’s en hechte wijkverbanden.
• Maak duidelijk dat verhoudingen en rollen zoals beschreven in bijlage 2 worden onderschreven, begrepen en concreet worden toegepast.
• Maak duidelijk met welke andere (inter)nationale samenwerkingsverbanden en netwerken wordt samengewerkt, danwel afgestemd of verbinding wordt gezocht.
• Meer informatie over deze criteria vindt u in de procedurebrochure.
De programmacommissie stelt een eindoordeel vast op basis van de beoordelingscriteria uit de subsidieoproep. Er kan maximaal 1 subsidieaanvraag worden gehonoreerd. Om voor honorering in aanmerking te komen, moet een subsidieaanvraag minimaal relevant en van voldoende kwaliteit zijn. Als meerdere subsidieaanvragen zijn ingediend, gebeurt de onderlinge weging van relevantie en kwaliteit aan de hand van de volgende prioriteringsmatrix:
|
Relevantie |
Zeer relevant |
Relevant |
Laag relevant |
|---|---|---|---|
|
Kwaliteit |
|||
|
Goed |
1 |
3 |
afwijzen |
|
Voldoende |
2 |
4 |
afwijzen |
|
Matig |
afwijzen |
afwijzen |
afwijzen |
|
Onvoldoende |
afwijzen |
afwijzen |
afwijzen |
Subsidieaanvragen kunnen uitsluitend door de hoofdaanvrager ingediend worden via het online indiensysteem van ZonMw (Mijn ZonMw). Sluitingsdatum voor het indienen van een subsidieaanvraag is 10 november 2026, om 14.00 uur.
Het gehele tijdpad voor deze subsidieronde kunt u hier zien.
• Als u nog niet eerder met Mijn ZonMw heeft gewerkt, moet u zich eerst registreren als 'Nieuwe gebruiker'. Zie voor meer informatie de Handleiding Mijn ZonMw.
• Wij raden u aan om, voordat u uw subsidieaanvraag digitaal indient, een Word-versie van uw subsidieaanvraag te printen (via Mijn ZonMw) en na te lopen op onregelmatigheden. Vooral als u uw subsidieaanvraag eerst in Word heeft opgesteld en vervolgens naar Mijn ZonMw heeft gekopieerd, kan het voorkomen dat sommige tekens (zoals aanhalingstekens) niet goed worden omgezet. U kunt dit in Mijn ZonMw zelf corrigeren.
Let op! Zorg dat de documenten die u uploadt niet beveiligd zijn. Begrotingen of andere bestanden die ondertekend zijn (bijvoorbeeld met ValidSign) hebben vaak automatisch een beveiliging. Zorg dat u deze eraf haalt vóór u het bestand uploadt, anders kan het systeem het bestand niet goed verwerken. U kunt controleren of uw pdf een beveiliging heeft door het te openen in Adobe Acrobat, op de rechtermuisknop te klikken, naar documenteigenschappen te gaan en dan naar het tabblad beveiliging te gaan. Daar kunt u zien of en hoe uw bestand beveiligd is. U kunt ook de pdf in een browser openen, indien uw bestand beveiligd is komt dit in een balkje bovenin te staan.
De ‘Verklaring akkoord indienen uitgewerkte subsidieaanvraag’ moet ondertekend worden door de bestuurlijk verantwoordelijke en de hoofdaanvrager. De ondertekende verklaring kan toegevoegd worden aan de aanvraag in Mijn ZonMw of per mail gestuurd worden naar ZonMw, via eerstelijnszorg@zonmw.nl. De verklaring moet uiterlijk 1 week na indiening binnen zijn.
Neem voor inhoudelijke vragen contact op met het programmateam ‘Versterking organisatie eerstelijnszorg’ via 070 349 54 66 of eerstelijnszorg@zonmw.nl.
Neem voor technische vragen over het gebruik van het online indiensysteem van ZonMw contact op met de servicedesk: maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur, 070 349 51 76, servicedesk@zonmw.nl. Vermeld in uw e-mail uw telefoonnummer, zodat wij indien nodig contact met u kunnen opnemen.

Figuur 1: Hoofdtaken van het RESV. Bron: het Ministerie van VWS.

Figuur 2: Hoofdtaken van de hechte wijkverbanden. Bron: het Ministerie van VWS
Zowel het ZonMw-programma ‘Versterking organisatie eerstelijnszorg’ als het binnen deze subsidieoproep te honoreren project, opereren binnen een bredere bestuurlijke en beleidsmatige context. Hieronder worden de rollen, verantwoordelijkheden en onderlinge verhoudingen van de partijen toegelicht en in figuur 1 staat een visuele weergave. Hoe onderstaande uitwisseling exact vorm krijgt, dient gedurende de looptijd van het te honoreren project in deze subsidieronde nader bepaald te worden – en indien nodig tussentijds gewijzigd – in overleg met ZonMw.
Landelijke partijen van de Visie eerstelijnszorg 2030
De landelijke partijen van de Visie eerstelijnszorg 2030 zijn de branche- en beroepsorganisaties die de visie hebben ondertekend. Zij zijn gezamenlijk vanuit landelijke perspectief verantwoordelijk voor de realisatie van de visie. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een opgestelde realisatieagenda en de volgende overlegstructuur:
• Het Bestuurlijk Overleg ‘Eerstelijnszorg’ is verantwoordelijk voor het realiseren van de Visie Eerstelijnszorg 2030 door middel van het monitoren en sturen van de acties uit de realisatieagenda. Deelnemers zijn de bestuurders van de betreffende partijen. Het Bestuurlijk Overleg is besluitnemend en eventuele verschillen in zienswijze tussen de partijen worden op het Bestuurlijk Overleg belegd. Het Bestuurlijk Overleg ‘Eerstelijnszorg’ is samen met het Bestuurlijk Overleg ‘IZA’ verantwoordelijk voor de inhoudelijke koers van de eerstelijnszorg.
• De Thematafel ‘Eerstelijnszorg’ is verantwoordelijk voor de voortgang van de realisatieagenda. Deelnemers van de Thematafel zijn medewerkers op ambtelijk/bureauniveau van de betreffende partijen.
• Werkgroepen ‘Organisatiegraad’, ‘Overheid’ en ‘Zorg en Ondersteuning’ werken specifieke onderdelen van de realisatieagenda uit en rapporteren hierover aan de Thematafel en het Bestuurlijk Overleg. De deelnemers aan de verschillende werkgroepen zijn de vertegenwoordigers van relevante partijen op het specifieke thema.
De RESV's en hechte wijkverbanden en de daarin samenwerkende personen en organisaties zijn vaak lid van hun branche- en beroepsvereniging. Het te honoreren project en het duurzame netwerk dient daarom de bestaande infrastructuren van de partijen te benutten voor verbinding en kennisdeling. De landelijke partijen (of afvaardiging daarvan) hebben een adviserende rol in het project.
Het Ministerie van VWS
Het Ministerie van VWS faciliteert de versterking van de eerstelijnszorg en is opdrachtgever van het ZonMw-programma ‘Versterking organisatie eerstelijnszorg’. In het bredere kader van het IZA organiseert het Ministerie van VWS bestuurlijke overlegtafels waar de landelijke partijen van de Visie eerstelijnszorg 2030 voor worden uitgenodigd. Het Ministerie van VWS is voorzitter van zowel het Bestuurlijk Overleg ‘Eerstelijnszorg’ als de Thematafel ‘Eerstelijnszorg’. Daarnaast is een afgevaardigde van het Ministerie van VWS vanuit haar positie als opdrachtgever ook waarnemer bij de programmacommissie van het ZonMw-programma ‘Versterking organisatie eerstelijnszorg’.
ZonMw
ZonMw voert het programma ‘Versterking organisatie eerstelijnszorg’ uit in opdracht van het Ministerie van VWS en legt hier verantwoording aan af. ZonMw is verantwoordelijk voor het uitzetten van subsidieoproepen voor dit programma. Bij het vormgeven van de subsidieoproepen worden de partijen van de Visie eerstelijnszorg 2030 en de ZonMw-programmacommissie ‘Versterking organisatie eerstelijnszorg’ geraadpleegd. ZonMw is daarnaast verantwoordelijk voor de beoordeling van ingediende subsidieaanvragen, de uiteindelijke toekenning van subsidie en de monitoring van projecten. ZonMw laat zich hierbij adviseren door de ZonMw-programmacommissie.
ZonMw is toehoorder bij het Bestuurlijk Overleg ‘Eerstelijnszorg’ en de Thematafel ‘Eerstelijnszorg’ om goed op de hoogte te zijn van de landelijke ontwikkelingen en haar programmering hier goed op aan te laten sluiten. ZonMw volgt hierbij de afspraken die in het Bestuurlijk Overleg worden gemaakt.
Het te honoreren project binnen deze subsidieoproep
In het daglicht van de ontwikkelingen in de eerste lijn de komende jaren, is een zeer nauwe samenwerking met ZonMw, het Ministerie van VWS en de landelijke partijen van de Visie eerstelijnszorg 2030 noodzakelijk. Het project opereert in een dynamische omgeving waarin de inrichting van RESV’s, hechte wijkverbanden en de landelijke governance zich de komende jaren verder ontwikkelt. Voor de relatie tussen ZonMw en het project betekent dit dat de relatie veel intensiever is dan een reguliere subsidierelatie. Het project ontvangt subsidie van ZonMw en legt aan ZonMw verantwoording af over de voortgang van de doelstellingen van de subsidieaanvraag. Gedurende de looptijd van het project is het aannemelijk dat aanpassingen in de aanpak, planning of begroting nodig zijn. Dergelijke wijzigingen dienen vooraf afgestemd te worden met ZonMw, die desgewenst de wijzigingen kan voorleggen aan de programmacommissie en het Ministerie van VWS.
Daarnaast wordt van het project verwacht dat tenminste de projectleider tijdig, open en transparant communiceert met ZonMw. Deze informatie-uitwisseling is niet uitsluitend gericht op verantwoording, maar is ook nodig voor een goede uitvoering van de programmaopdracht van ZonMw.
Mechanismen voor Ondersteuning van de Versterking Eerste lijn (MOVE)
MOVE is een onderzoeksproject binnen het ZonMw-programma ‘Versterking organisatie eerstelijnszorg’ en loopt van 15 september 2025 tot september 2028. Het project wordt uitgevoerd door een multidisciplinair consortium en richt zich op verdiepend onderzoek naar de effecten van het anders organiseren van de eerste lijn en samenwerken op wijk- en regioniveau.
Het te honoreren project binnen deze subsidieoproep vormt voor MOVE een essentiële toegangspoort tot RESV’s en hechte wijkverbanden. Het duurzame netwerk dat binnen het te honoreren project in deze subsidieoproep wordt opgebouwd en onderhouden, biedt MOVE toegang tot ervaringen, inzichten en opbrengsten van RESV’s en hechte wijkverbanden en levert daarmee waardevolle input voor het onderzoek in MOVE. Daarnaast maakt het project uitkomsten en aanbevelingen uit MOVE toegankelijk voor de RESV’s en hechte wijkverbanden.
RESV’s en hechte wijkverbanden
In de Visie eerstelijnszorg 2030 zijn de hoofdtaken van RESV’s en hechte wijkverbanden vastgelegd (zie bijlage 1). Vanuit het ZonMw-programma zijn sinds 2023 verschillende subsidies beschikbaar gesteld voor alle regio’s in Nederland voor ondersteuning bij het opzetten, inrichten, uitbreiden en/of versterken van RESV’s en hechte wijkverbanden. De zogenaamde regioprojecten in de uitvoeringsfase lopen naar verwachting eind 2026/begin 2027 af. Vanaf 2027 kunnen RESV’s door zorgverzekeraars worden gecontracteerd voor de uitvoering van (een deel van) hun hoofdtaken. De periode 2027–2029 geldt daarbij als ontwikkelfase, met als doel dat RESV’s in 2030 alle beschreven hoofdtaken volledig uitvoeren. Zeker in de ontwikkelfase is intensieve uitwisseling tussen de RESV’s en hechte wijkverbanden noodzakelijk. Het te honoreren project binnen deze subsidieoproep faciliteert en stimuleert deze uitwisseling.

Figuur 1: visuele weergave van de onderlinge verhoudingen tussen betrokken partijen. De lijnen geven de belangrijkste relaties aan, maar hebben niet als doel volledig te zijn.
Samenvattend, het project maakt onderdeel uit van een complexe samenwerking rondom de versterking van de eerstelijnszorg en opereert binnen de kaders van de Visie eerstelijnszorg 2030, het IZA en het ZonMw-programma ‘Versterking organisatie eerstelijnszorg’.
Om in aanmerking te komen voor subsidie onder de AGVV moet, behalve aan de inhoudelijke criteria van de subsidieoproep, ook worden voldaan aan enkele specifieke vereisten die volgen uit de AGVV:
• ZonMw verleent geen subsidie als het onvoldoende aannemelijk is dat uw aanvraag aan alle definities en voorwaarden van de AGVV voldoet, of als subsidieverstrekking naar het oordeel van ZonMw leidt tot het verlenen van ongeoorloofde staatssteun in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.8
• ZonMw verleent geen subsidie als de datum van aanvang van de werkzaamheden aan het project of van aanvang van de activiteiten eerder is dan de datum van indiening van de subsidieaanvraag.9
• ZonMw verleent geen subsidie aan ondernemingen waartegen een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij door Nederland toegekende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.10 Voeg bij het indienen van de subsidieaanvraag een verklaring bevel tot terugvordering van staatssteun ingevuld en ondertekend toe.
• ZonMw verleent geen subsidie aan ondernemingen in moeilijkheden.11 Voeg bij het indienen van de subsidieaanvraag een verklaring onderneming niet in moeilijkheden ingevuld en ondertekend toe.
• Cumulering van subsidies (of andere vormen van staatssteun) voor dezelfde – geheel of gedeeltelijk overlappende – in aanmerking komende kosten, mag er niet toe leiden dat de maximale steunintensiteit wordt overschreden. Indien reeds door een bestuursorgaan of door de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor dezelfde – geheel of gedeeltelijk overlappende – in aanmerking komende kosten, dan zal ZonMw slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekken dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan het bedrag dat op basis van de AGVV mag worden verleend.12 Voeg bij het indienen van de subsidieaanvraag een verklaring cumulatie van staatssteun ingevuld en ondertekend toe.
Om in aanmerking te komen voor subsidie onder de de-minimisverordening moet, behalve aan de inhoudelijke criteria van de subsidieoproep, ook worden voldaan aan enkele specifieke vereisten die volgen uit de de-minimisverordening. Deze vindt u hieronder.
Op grond van de de-minimisverordening kan een onderneming van verschillende overheidsinstellingen maximaal € 300.000, – aan subsidie ontvangen over een periode van 3 jaar zonder dat dit ongeoorloofde staatssteun oplevert. Bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag dient u een Verklaring de-minimissteun in waarin u alle de-minimissteun opgeeft die u over de 2 voorgaande belastingjaren en in het lopende belastingjaar heeft ontvangen. Als in het (recente) verleden subsidie is verstrekt als de-minimissteun, zou dat in de betreffende subsidiebeschikking of andere document uitdrukkelijk moeten zijn aangegeven.
Als er sprake is van samenwerking, waarbij meerdere ondernemingen begunstigde van staatssteun kunnen zijn, dan moeten alle ondernemingen voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening. Dit betekent dat alle ondernemingen die binnen het project subsidie ontvangen een eigen de-minimisverklaring moeten aanleveren.
Het is belangrijk om zorgvuldig na te gaan of de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. Handelen in strijd met de Europese staatssteunregels kan leiden tot terugvordering van de verleende steun, vermeerderd met wettelijke rente.
Het de-minimisplafond geldt voor één onderneming. Artikel 2 lid 2 van de de-minimisverordening (nr. 1407/2013) geeft aan wanneer sprake is van één onderneming. Het kan namelijk voorkomen dat 2 (of meer) ondernemingen een bepaalde band met elkaar onderhouden en onder deze verordening als één onderneming worden gezien. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het hebben van de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders van een andere onderneming, het recht om onder meer bestuursleden van een andere onderneming te benoemen/ontslaan en het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen.
Uw aanvraag voor subsidie wordt afgewezen als:
a. één van de situaties bedoeld in artikel 1 van de de-minimisverordening zich voordoet waarbij toepassing van de de-minimisverordening is uitgesloten
of
b. door toekenning van de gevraagde subsidie het de-minimisplafond zou worden overschreden
of
c. uw aanvraag anderszins niet voldoet aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.
Patiëntenfederatie, InEen, KNMP, KNGF, PPN, NVAVG, V&VN, Verenso, VNG, ActiZ, Zorgthuisnl, ZN, LHV, NHG, Sociaal Werk Nederland, NZa, Zorginstituut Nederland en het Ministerie van VWS.
Onder samenwerkende personen en organisaties worden onder meer verstaan: trekkers en coördinatoren van RESV’s en hechte wijkverbanden, professionals, gemeenten, zorg-, welzijns- en andere maatschappelijke organisaties die betrokken zijn bij deze samenwerkingsverbanden.
Een onderneming in de zin van het EU staatssteunrecht betreft elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht rechtsvorm of wijze van financiering.
Zie hiervoor artikel 27 AGVV. Innovatieclusters zijn structuren van onafhankelijke partijen zoals start-ups, bedrijven van verschillende groottes, onderzoeksorganisaties, test- en experimenteerinfrastructuren, digitale innovatiehubs, en niet-commerciële organisaties. Ze bevorderen innovatieve activiteiten en samenwerking door middel van digitale middelen, het delen van faciliteiten, en kennisuitwisseling.
Subsidie kan worden verleend aan de eigenaar/exploitant van het innovatiecluster, maar ook aan meerdere partijen die aantoonbaar samen het cluster uitbaten.
Een onderneming in de zin van het EU staatssteunrecht betreft elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht rechtsvorm of wijze van financiering.
Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
Artikel 1, lid 4, sub c AGVV. Financiële moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, lid 18 van de AGVV.
Patiëntenfederatie, InEen, KNMP, KNGF, PPN, NVAVG, V&VN, Verenso, VNG, ActiZ, Zorgthuisnl, ZN, LHV, NHG, Sociaal Werk Nederland, NZa, Zorginstituut Nederland en het Ministerie van VWS.
Onder samenwerkende personen en organisaties worden onder meer verstaan: trekkers en coördinatoren van RESV’s en hechte wijkverbanden, professionals, gemeenten, zorg-, welzijns- en andere maatschappelijke organisaties die betrokken zijn bij deze samenwerkingsverbanden.
Een onderneming in de zin van het EU staatssteunrecht betreft elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht rechtsvorm of wijze van financiering.
Zie hiervoor artikel 27 AGVV. Innovatieclusters zijn structuren van onafhankelijke partijen zoals start-ups, bedrijven van verschillende groottes, onderzoeksorganisaties, test- en experimenteerinfrastructuren, digitale innovatiehubs, en niet-commerciële organisaties. Ze bevorderen innovatieve activiteiten en samenwerking door middel van digitale middelen, het delen van faciliteiten, en kennisuitwisseling.
Subsidie kan worden verleend aan de eigenaar/exploitant van het innovatiecluster, maar ook aan meerdere partijen die aantoonbaar samen het cluster uitbaten.
Een onderneming in de zin van het EU staatssteunrecht betreft elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht rechtsvorm of wijze van financiering.
Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
Artikel 1, lid 4, sub c AGVV. Financiële moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, lid 18 van de AGVV.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://www.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-29838.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.