Besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 24 juni 2026, nr. IENW/BSK-2026/98978, tot wijziging van de Beleidsregels grote rivieren 2025

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 6.17, 6.29, 6.35, 6.40, 6.54 en 6.58 van het Besluit activiteiten leefomgeving;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Beleidsregels grote rivieren 2025 worden als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. De onderdelen a en h komen te vervallen.

2. Onder verlettering van de onderdelen b tot en met d tot onderdelen a tot en met c, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

d. beperkingengebied in het rivierbed:

de oppervlakte begrensd op grond van artikel 2.8, tweede lid, van de Omgevingsregeling;

3. De puntkomma aan het slot van onderdeel g (nieuw) wordt vervangen door een punt.

B

Artikel 2 komt te luiden:

Deze beleidsregel is van toepassing op de aanvragen voor een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit, bedoeld in de artikelen 6.17, 6.29, 6.35, 6.40, 6.54 en 6.58 van het Besluit activiteiten leefomgeving, in samenhang met artikel 8.84, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, die worden verricht in een beperkingengebied in het rivierbed.

C

In artikel 3 wordt ‘naar woonfunctie of logiesfunctie’ telkens vervangen door ‘naar woonfunctie of naar logiesfunctie’.

D

In artikel 8, eerste lid, worden onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel m door een puntkomma de volgende onderdelen toegevoegd:

  • n. Willemstad Hotel Havenfront (gemeente Moerdijk);

  • o. Gennepermolen (gemeente Gennep);

  • p. Woningbouwproject Maasplassen Stevensweert (gemeente Maasgouw);

  • q. Stadswerven Dordrecht (gemeente Dordrecht);

  • r. Realisatie woning Oude Kerkstraat 32 (gemeente Bergen).

E

In artikel 9, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel i door een puntkomma het volgende onderdeel toegevoegd:

  • j. Maatwerkafspraken Rotterdam Waterkant en Mallegat (gemeente Rotterdam).

ARTIKEL II

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 juli 2026.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans

TOELICHTING

1. Inleiding

Met deze wijziging zijn de Beleidsregels grote rivieren 2025 (Bgr 2025) op enkele onderdelen aangepast. Het gaat om technische en verduidelijkende aanpassingen en om een aanvulling van het overgangsrecht.

De Bgr 2025, in werking getreden met ingang van 1 februari 2025, bevat het beoordelingskader dat de Minister van Infrastructuur en Waterstaat toepast bij aanvragen voor beperkingengebiedactiviteiten in het rivierbed van de grote rivieren, voor zover het gaat om de beoordeling vanuit rivierkundig oogpunt.

Met de Bgr 2025 is dit beoordelingskader aangescherpt voor nieuwe activiteiten of wijzigingen van bestaande activiteiten in het rivierbed. Daarbij is ook overgangsrecht opgenomen voor projecten die al vóór de inwerkingtreding van dat aangescherpte regime in voorbereiding waren. Na inwerkingtreding van de Bgr 2025 is gebleken dat enkele projecten niet in de overgangsregeling zijn opgenomen, terwijl zij wel voldoen aan de daarvoor gestelde criteria. Met deze wijziging zijn deze projecten alsnog toegevoegd.

Daarnaast bevat de aangepaste beleidsregel enkele verduidelijkingen in de reikwijdte en toepassing van de beleidsregel. Deze verduidelijkingen hangen onder meer samen met de toepassing van de Bgr 2025 binnen het stelsel van de Omgevingswet (Ow).

Deze wijziging is op hetzelfde moment in werking getreden met samenhangende wijzigingen van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingsregeling (Or). Hiermee sluiten de Bgr 2025 en de relevante onderdelen van het stelsel van de Ow op elkaar aan.

Het Bkl bevat instructieregels over de fysieke leefomgeving die kaderstellend zijn voor de bevoegdheden van decentrale overheden, zoals ruimtelijke ordening door gemeenten in het omgevingsplan. In het Bkl zijn de mogelijkheden beperkt om niet-riviergebonden activiteiten toe te laten in een omgevingsplan dat van toepassing is op het rivierbed.

Het Bal bevat de algemene rijksregels voor burgers en bedrijven, waaronder een verplichting om een omgevingsvergunning aan te vragen voor bepaalde activiteiten in het rivierbed.

De Or bevat onder meer de geometrische begrenzingen gerelateerd aan water, zoals de grenzen van rijkswateren, waterkeringen en de grote rivieren. Deze geometrische begrenzingen hebben als doel om de in de Omgevingswet en de AMvB’s en Omgevingsregeling gestelde regels te koppelen aan de locaties waar deze regels gelden. De geometrische begrenzingen zijn zichtbaar in het Digitaal Stelsel Omgevingswet. De Or regelde voorheen de geometrische begrenzing van het stroomvoerend deel en het bergend deel van het rivierbed. In deze delen van een rivierbed golden verschillende regels (regimes).

De Or is op twee punten gewijzigd. Deze wijzigingen hebben betrekking op:

  • 1. de keuze voor één regime en in samenhang daarmee

  • 2. het uitbreiden van het toepassingsgebied van de vergunningplicht voor het permanent afmeren van woonschepen of andere drijvende werken tot het gehele nieuwe regime.

De geometrische begrenzing in de Or (voor beperkingengebieden rivierbed grote rivieren) bepaalt ook het toepassingsgebied van de Bgr 2025.

2. Wijzigingen

Deze wijziging bevat drie hoofdonderdelen.

Ten eerste is de mogelijkheid van wijziging van de functie van een bouwwerk naar woonfunctie of naar logiesfunctie aangepast. De definitiebepalingen daarvan in artikel 1 vervallen en de formulering van artikel 3 is gewijzigd.

Ten tweede is de reikwijdtebepaling van artikel 2 aangepast. Gebleken is dat zich situaties kunnen voordoen waarin het rivierbed en het beperkingengebied met betrekking tot kanalen in beheer bij het Rijk overlappen. Daardoor kon onduidelijkheid ontstaan over de vraag of de Bgr 2025 van toepassing is op activiteiten die plaatsvinden in een beperkingengebied met betrekking tot een kanaal in beheer bij het Rijk dat is gelegen in het rivierbed. Met de wijziging is verduidelijkt dat de Bgr 2025 ook in die gevallen van toepassing is.

Daarnaast is in artikel 2 de koppeling met artikel 8.84 van het Besluit kwaliteit leefomgeving explicieter gemaakt. Dat artikel bevat de beoordelingsregels voor de omgevingsvergunningen waarop de Bgr 2025 van toepassing is.

Ten derde is het overgangsrecht aangevuld. Daarbij gaat het om twee categorieën.

In artikel 8 zijn enkele vergevorderde projecten (alsnog) toegevoegd aan de overgangsregeling. Voor deze projecten geldt dat zij voldoen aan de criteria1 voor opname in artikel 8. Het betreft concrete projecten waarvoor vóór het verschijnen van de brief Water en Bodem sturend (WBS-brief) van 22 november 2022 een bestemmingsplan of omgevingsplan was vastgesteld of als ontwerp ter inzage was gelegd. Zij kunnen, onder de voorwaarden van artikel 8, worden beoordeeld volgens de Beleidsregels grote rivieren zoals die luidden vóór 1 april 2024 (Bgr 2006).

Daarnaast is artikel 9 aangevuld met twee maatwerkprojecten in Rotterdam waarover vóór het verschijnen van de WBS-brief met het Rijk bestuurlijke afspraken zijn gemaakt. Op deze projecten zijn niet automatisch de voor 1 februari 2025 geldende Beleidsregels grote rivieren van toepassing, maar wordt ruimte geboden om op basis van schriftelijke maatwerkafspraken tot een passende beoordeling te komen.

Bovengenoemde projecten waren ten onrechte niet al met ingang van 1 februari 2025 opgenomen in artikel 8 respectievelijk artikel 9 Bgr 2025.

3. Verhouding tot hoger recht

In het Bal is bepaald voor welke beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk een vergunningplicht geldt. Voor die activiteiten is een zogeheten ‘omgevingsvergunning wateractiviteit’ nodig.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat (minister) is het bevoegd gezag voor die omgevingsvergunning als de aanvraag betrekking heeft op een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk. Het rivierbed van de grote rivieren (rivierbed) maakt deel uit van waterstaatswerken die bij het Rijk in beheer zijn.

In de Bgr 2025 geeft de minister aan hoe hij een aanvraag om een omgevingsvergunning beoordeelt voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, die wordt verricht in het rivierbed.

De reikwijdte van de Bgr 2025 is beperkt tot een beoordeling van de activiteit vanuit rivierkundig opzicht. De minister moet de aanvraag om een omgevingsvergunning afwijzen als hij vanuit rivierkundig oogpunt geen toestemming kan geven voor de activiteit.

Als de minister deze toestemming wel kan geven, betekent dit niet dat hij de omgevingsvergunning ook moet verlenen. De beoordeling vanuit rivierkundig opzicht maakt deel uit van een breder toetsingskader (beoordelingsregels) waaraan de minister de aanvraag toetst. Alle toepasselijke beoordelingsregels zijn opgenomen in artikel 8.84 van het Bkl.

In november 2022 hebben de minister en Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (staatssecretaris) in de WBS-brief aangegeven geen nieuwe bebouwing meer toe te staan in het rivierbed. Deze keuze was aanleiding om de Beleidslijn grote rivieren te wijzigen2 en de Bgr 2006 te vervangen door een nieuwe regeling met de naam ‘Beleidsregels grote rivieren 2025’ (Bgr 2025).

4. Gevolgen (met uitzondering van financiële gevolgen)

De wijziging heeft beperkte gevolgen voor burgers, bedrijven en overheden. De technische en verduidelijkende aanpassingen in de artikelen 1, 2 en 3 dragen bij aan een eenduidiger toepassing van de Bgr 2025 in de vergunningverlening. Daarmee wordt voorkomen dat de Bgr 2025 in specifieke situaties onbedoeld anders uitwerkt dan beoogd.

De toevoeging van projecten aan het overgangsrecht heeft gevolgen voor die projecten. Voor deze projecten geldt dat zij, voor zover zij voldoen aan de voorwaarden van het overgangsrecht, niet worden beoordeeld volgens de Bgr 2025. Daarmee wordt voorkomen dat deze projecten anders worden behandeld dan vergelijkbare projecten die al eerder in de overgangsregeling waren opgenomen. Tijdens de voorbereiding heeft afstemming plaatsgevonden met Rijkswaterstaat en de gemeenten die zijn genoemd in de aanvullingen van het overgangsrecht en zij zijn akkoord met deze aanvullingen.

De wijziging leidt niet tot een verruiming van het algemene beleid voor nieuwe bebouwing in het rivierbed. Het aangescherpte uitgangspunt van de Bgr 2025 blijft ongewijzigd. De aanvulling ziet uitsluitend op projecten die voldoen aan de eerder vastgestelde criteria voor overgangsrecht. Voor nieuwe projecten blijft het regime van de Bgr 2025 van toepassing.

5. Uitvoering

Deze wijziging heeft geen gevolgen voor de wijze van beoordeling van de vergunningaanvragen, behoudens wat betreft de projecten die aan het overgangsrecht van artikel 8 en artikel 9 zijn toegevoegd. Rijkswaterstaat kan de aanvragen voor die projecten beoordelen binnen de bestaande processen en capaciteit. Voor het overige blijft de beoordeling van aanvragen plaatsvinden binnen de bestaande uitvoeringspraktijk van Rijkswaterstaat en binnen de bestaande kaders van de Bgr 2025.

6. Financiële gevolgen

Deze wijziging heeft geen financiële gevolgen voor het Rijk. De wijziging leidt niet tot nieuwe subsidieregelingen, financiële verplichtingen of uitvoeringsprogramma’s.

Voor initiatiefnemers van de projecten die aan het overgangsrecht zijn toegevoegd, kan de wijziging potentieel positieve (financiële) betekenis hebben, voornamelijk in positieve zin. Door toepassing van het overgangsrecht wordt voorkomen dat zij worden geconfronteerd met het nieuwe, strengere regime.

7. Overgangsrecht en inwerkingtreding

Deze actualisatie bevat een aanvulling van het overgangsrecht van de Bgr 2025.

De wijzigingen in deze actualisatie kunnen met onmiddellijke ingang worden toegepast in de praktijk van vergunningverlening bij Rijkswaterstaat en dat is ook wenselijk. Voor een deel gaat het om verduidelijkingen of kleine reparaties en voor een deel gaat het om aanvullen van het overgangsrecht, waardoor de betrokken projecten niet onder het nieuwe regime vallen.

De wijziging is gelijktijdig in werking getreden met de in de inleiding genoemde wijziging van Bkl, Bal en Or.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel I, onderdeel A (artikel 1)

In artikel 1 van de Bgr 2025 zijn de definitiebepalingen geschrapt van woonfunctie en van logiesfunctie. In die bepalingen werd voor een uitleg van deze begrippen aangesloten bij de definities uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), maar gebleken is dat die koppeling in sommige gevallen juist voor onduidelijkheid kon zorgen. De gebruiksfuncties van het Bbl bepalen welke algemene rijksregels van het Bbl gelden voor de ruimte waaraan de functie is toegekend en hebben daarom een ander doel. Het begrip gebruiksfunctie in het Bbl is niet hetzelfde als de functie in een omgevingsplan. In het omgevingsplan gaat het om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij slopen en vervangen komt soms voor dat een ruimte met een andere functie bij de woning wordt gevoegd. Als die ruimte op grond van het Bbl geen woonfunctie heeft, zou dat niet zijn toegestaan. Echter, een dergelijke wijziging is niet bezwaarlijk. Daarom wordt de koppeling met het Bbl losgelaten.

In artikel 1 is ook een definitie toegevoegd van het begrip ‘beperkingengebied in het rivierbed’. De Bgr 2025 is van toepassing in de delen van het rivierbed van de grote rivieren waar een omgevingsvergunningplicht voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk geldt als bedoeld in de artikelen 6.17, 6.29, 6.35, 6.40, 6.54 en 6.58 van het Bal. Deze delen van het rivierbed zijn aangewezen in artikel 5.41a van het Bkl en zijn begrensd op grond van artikel 2.8, tweed lid, van de Or. De nieuwe definitie maakt dit duidelijk. Deze aanwijzing en begrenzing treedt op 1 juli 2026 in werking.

Artikel I, onderdeel B (artikel 2)

In artikel 2 zijn de volgende wijzigingen aangebracht:

  • In de reikwijdte zijn beperkingengebiedactiviteiten in beperkingengebieden met betrekking tot kanalen in beheer bij het rijk toegevoegd, door heel artikel 6.17 Bal te noemen (‘eerste lid’ vervalt) en door het vervallen van de zinsnede ‘dat geen kanaal is’. Gebleken is dat zich situaties kunnen voordoen waarin het rivierbed en het beperkingengebied met betrekking tot kanalen in beheer bij het Rijk overlappen. Daardoor kon onduidelijkheid ontstaan over de vraag of de Bgr 2025 van toepassing is op activiteiten die plaatsvinden in een beperkingengebieden met betrekking tot een kanaal dat is gelegen in het rivierbed. Met de wijziging wordt verduidelijkt dat de Bgr 2025 in die gevallen ook van toepassing is.

  • Toevoeging van de zinsnede ‘in samenhang met artikel 8.84, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving’ om aan te geven dat er een koppeling is met die beoordelingsregel voor een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit voor een wateractiviteit. De Bgr 2025 is daardoor ook beter zichtbaar in de online databanken voor wet- en regelgeving.

Artikel I, onderdeel C (artikel 3)

Deze wijziging houdt een verduidelijking in. In de uitvoeringspraktijk is gebleken dat niet helder is of bij sloop en vervanging de formulering van een wijziging ‘naar woonfunctie of logiesfunctie’ moet worden gelezen als één begripseenheid of niet. Met de nieuwe formulering ‘naar woonfunctie of naar logiesfunctie’ is duidelijker dat sloop en vervanging die gepaard gaan met zowel een wijziging van wonen naar logies als van logies naar wonen niet toelaatbaar is. De redenen daarvoor zijn toegelicht in paragraaf 4.3 van de toelichting bij de Bgr 2025, zoals die op 1 februari 2025 in werking trad.

Artikel I, onderdeel D (artikel 8)

Met onderdeel D is artikel 8 van de Bgr 2025 aangevuld. Artikel 8 bevat overgangsrecht voor vergevorderde projecten. Het gaat om projecten waarvoor vóór het verschijnen van de WBS-brief al een bestemmingsplan of omgevingsplan was vastgesteld of als een ontwerp ter inzage was gelegd en die dus al zo ver waren gevorderd dat er redelijkerwijs tot 22 november 2022 geen mogelijkheid meer was om rekening te houden met het nieuwe kabinetsbeleid.

Na inwerkingtreding van de Bgr 2025 is gebleken dat enkele projecten nog niet in artikel 8 waren opgenomen, terwijl zij wel aan deze criteria voldoen. Met deze wijziging zijn deze projecten alsnog toegevoegd. Het betreft de volgende projecten:

  • n. Willemstad Hotel Havenfront, bestemmingsplan Havenfront Willemstad, vastgesteld op 13 februari 2014 (NL.IMRO.17090000HavenfrWS2H) (gemeente Moerdijk);

  • o. ontwerpbestemmingsplan Gennepermolen, Gennep, ter inzage gelegd vanaf 6 januari 2022 (NL.IMRO.0907.BP21125GNPRMLNGNP-ON01) (gemeente Gennep);

  • p. Woningbouwproject Maasplassen Stevensweert, bestemmingsplan Maasplassen, Stevensweert, vastgesteld op 13 oktober 2020 (NL.IMRO.1641.BPL099-VG01) (gemeente Maasgouw);

  • q. Stadswerven Dordrecht, bestemmingsplan Stadswerven, vastgesteld op 10 mei 2016 (NL.IMRO.0505.BP199Stadswerven-3001) (gemeente Dordrecht);

  • r. Realisatie woning Oude Kerkstraat, bestemmingsplan Oude Kerkstraat 32, vastgesteld op 2 juli 2019 (NL.IMRO.0893.BP18002OU32BEG-VA01) (gemeente Bergen).

Dat heeft tot gevolg dat ook deze projecten worden beoordeeld volgens het recht van vóór 1 april 2024.3

Artikel I, onderdeel E (artikel 9)

Met onderdeel E is artikel 9 van de Bgr 2025 aangevuld met de projecten Rotterdam Waterkant en Mallegat in de gemeente Rotterdam. Artikel 9 bevat overgangsrecht voor maatwerkprojecten. Voor deze projecten kunnen maatwerkafspraken worden gemaakt, die dan als vaste gedragslijn worden gehanteerd bij de beoordeling van toekomstige vergunningaanvragen. Voor Mallegat wordt aangesloten bij de woningbouwimpuls (WBI)-beschikking Feyenoord City van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties4, waarin maatregelen zijn opgenomen voor een getijdenpark met dammen die samenhangen met de externe veiligheid van de woningbouwlocatie Mallegat.

Voor Rotterdam Waterkant wordt aangesloten bij de volgende twee besluiten:

  • De watervergunning van de minister voor het realiseren van een tijdelijke landaanwinning, een permanente landaanwinning en een langsdam in de Nieuwe Maas, ter hoogte van kilometerraai 997, verleend op 5 januari 2021, met kenmerk RWS-2021/253 I, behorende bij zaaknummer RWSZ2019-00014280.

  • De vergunning van Waterschap Hollandse Delta voor het gebruik van de landaanwinning en de daarop te realiseren gebruiksfuncties, verleend op 22 juli 2020, met kenmerk nr. VTH2020-2901 en het voor dat besluit door Rijkswaterstaat op 6 juli 2020 gegeven advies met kenmerk RWS-2020/36933 I, behorende bij zaaknummer RWSZ2020-00006359.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans


X Noot
1

Zie de toelichting bij de Bgr 2025, Staatscourant 2025, 2595.

X Noot
2

Kamerstukken II 2024/25, 27 625, nr. 288.

X Noot
3

Zie ook de toelichting bij de Bgr 2025, Staatscourant 2025, 2595.

X Noot
4

Besluit van 20 september 2020 met kenmerk 2020-0000528617.


X Noot
1

Zie de toelichting bij de Bgr 2025, Staatscourant 2025, 2595.

X Noot
2

Kamerstukken II 2024/25, 27 625, nr. 288.

X Noot
3

Zie ook de toelichting bij de Bgr 2025, Staatscourant 2025, 2595.

X Noot
4

Besluit van 20 september 2020 met kenmerk 2020-0000528617.

Naar boven