Regeling van de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport van 11 mei 2026, kenmerk 4357395-1094955-Z, houdende wijziging van de Regeling langdurige zorg en de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 in verband met het opnemen van twee vermogensuitzonderingen

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,

Gelet op artikel 3.3.1.2, eerste en vijfde lid, van het Besluit langdurige zorg en artikel 3.2, eerste en vijfde lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling langdurige zorg wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volg gewijzigd:

a. in onderdeel b wordt ‘artikel 9bis’ vervangen door ‘de artikelen 9bis en 9quater’;

b. de onderdelen d tot en met k vervallen;

c. onderdeel l wordt verletterd tot onderdeel d.

2. In het tweede lid wordt ‘onderdeel l’ vervangen door ‘onderdeel d’.

3. In het derde lid wordt ‘onderdeel e tot en met g’ vervangen door ‘onderdeel b’ en wordt ‘drie jaar’ vervangen door ‘tien jaar’.

4. In het vierde lid wordt ‘onderdelen b, c, d, h, i, j en k’ vervangen door ‘onderdeel c’ en wordt ‘tien jaar’ vervangen door ‘drie jaar’.

B

In artikel 4.8 wordt ‘artikel 3.3.1.7, derde lid, van het Besluit’ vervangen door ‘artikel 3.3.1.7, tweede lid, van het Besluit’.

C

In Bijlage G. bij artikel 4.8 van de Regeling langdurige zorg, onderdeel 1, vervalt ‘3.3.2.5, eerste en tweede lid,’ en wordt ‘3.3.2.6, eerste lid, van het Besluit langdurige zorg’ vervangen door ‘3.3.2.6 van het Besluit langdurige zorg’.

ARTIKEL II

De Uitvoeringsregeling Wmo 2015 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid wordt als volg gewijzigd:

a. in onderdeel b wordt ‘artikel 9bis’ vervangen door ‘de artikelen 9bis en 9quater’;

b. de onderdelen d tot en met k vervallen;

c. onderdeel l wordt verletterd tot onderdeel d.

2. In het tweede lid wordt ‘onderdeel l’ vervangen door ‘onderdeel d’.

3. In het derde lid wordt ‘onderdeel e tot en met g’ vervangen door ‘onderdeel b’ en wordt ‘drie jaar’ vervangen door ‘tien jaar’.

4. In het vierde lid wordt ‘onderdelen b, c, d, h, i, j en k’ vervangen door ‘onderdeel c’ en wordt ‘tien jaar’ vervangen door ‘drie jaar’.

B

In artikel 13a wordt ‘artikel 3.7, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit’ vervangen door ‘artikel 3.7, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit’.

C

In Bijlage B. bij artikel 13a van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, onderdeel 1, vervalt ‘3.15, eerste en tweede lid,’ en wordt ‘3.16, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015’ vervangen door ‘3.16 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015’.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk

TOELICHTING

Algemeen

1. Inleiding

Met deze wijziging van de Regeling langdurige zorg (hierna: Rlz) en de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 (hierna: Ur Wmo 2015) zijn twee uitkeringen toegevoegd die op aanvraag buiten beschouwing blijven bij het vaststellen van de hoogte van eigen bijdragen op grond van de Wet langdurige zorg (hierna: Wlz) en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo 2015). Het betreft uitkeringen aan nabestaanden van een overleden gedupeerde in het kader van de hersteloperatie toeslagen.

Verder zijn enkele technische aanpassingen doorgevoerd naar aanleiding van de wijziging van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: Ur Awir). Met de wijziging van de Ur Awir is expliciet gemaakt dat de eventuele wettelijke rente die als gevolg van niet tijdige betaling verschuldigd is door de uitkerende instantie over de toekenningen waarop de vermogenstoetsuitzondering ziet, eveneens is uitgezonderd. Door de verwijzing in de Rlz en de Ur Wmo 2015 wordt deze wettelijke rente ook uitgezonderd van het vermogen dat in aanmerking wordt genomen voor de eigen bijdragen. Daarnaast is de Ur Awir toegankelijker gemaakt, hetgeen ook leidt tot een vereenvoudiging van de Rlz en de Ur Wmo 2015. Deze wijzigingen hebben geen inhoudelijke consequenties.

Tot slot zijn enkele verwijzingen naar het Besluit langdurige zorg (hierna: Blz) en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 (hierna: Ub Wmo 2015) gecorrigeerd. Deze correcties worden in de artikelsgewijze toelichting uitgelegd.

2. Eigen bijdragen en uitgezonderde uitkeringen

Voor zorg op grond van de Wlz en voor beschermd wonen en opvang op grond van de Wmo 2015 kan een eigen bijdrage verschuldigd zijn waarvan de hoogte wordt vastgesteld aan de hand van het inkomen en vermogen van de verzekerde of cliënt en zijn eventuele echtgenoot. In het Blz en het Ub Wmo 2015 is geregeld dat van het vermogen op aanvraag van de verzekerde of cliënt tijdelijk bepaalde uitkeringen kunnen worden afgetrokken. Het betreft een vergoeding met betrekking tot letselschade en de uitkeringen die op basis van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: Awir) zijn aangewezen en daarom niet meetellen bij de toets of betrokkene aanspraak kan maken op een zorgtoeslag, huurtoeslag of kindgebonden budget. Dit betreft ook de uitkeringen van een kindgebonden budget met betrekking tot de berekeningsjaren 2013 tot en met 2017 die tot en met het jaar 2023 zijn verstrekt door de Dienst Toeslagen in het kader van de herstelactie kindgebonden budget. Deze uitkeringen van het kindgebonden budget periode 2013–2017 zijn tot en met het jaar 2026 relevant voor het bepalen van de eigen bijdragen. Bij de toets of betrokkene een dergelijke inkomensondersteuning nodig heeft, prevaleert de maatschappelijke betekenis van bepaalde financiële bijdragen, compensaties of tegemoetkomingen die aan betrokkene zijn toegekend. Om dezelfde reden is het onwenselijk dat deze uitkeringen zouden leiden tot een hogere eigen bijdrage op grond van de Wlz en de Wmo 2015. Daarom wordt het bedrag van deze uitkeringen niet meegerekend bij het bepalen van het vermogen. Het vermogen wordt hierdoor lager, waardoor ook de eigen bijdrage lager wordt vastgesteld.

Per 1 januari 2026 zijn op grond van de Awir twee nieuwe uitkeringen aangewezen. Deze uitkeringen zijn met deze regeling eveneens van toepassing bij het vaststellen van de eigen bijdragen op grond van de Wlz en de Wmo 2015. Het betreft:

  • een voorziening als bedoeld in de artikelen 2.9a, eerste lid, of 2.9b, eerste lid, Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) aan de partner of het kind van een overleden aanvrager van kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor de regeling voor nabestaanden van overleden aanvragers van kinderopvangtoeslag;

  • een aanvullende compensatie of een aanvullende O/GS tegemoetkoming die deze nabestaanden is toegekend op grond van de artikelen 2.9a, tweede lid, of 2.9b, tweede lid, Wht.

3. Uitvoering

De eigen bijdragen op grond van de Wlz en de Wmo 2015 die afhankelijk zijn van het inkomen en vermogen van de verzekerde of cliënt en zijn eventuele echtgenoot worden vastgesteld en geïnd door het CAK. Het CAK verstrekt op de website en met brochures informatie over uitkeringen die niet meetellen voor het vermogen. De verzekerde of cliënt kan bij het CAK een aanvraag indienen voor het toepassen van een uitzondering voor een aangewezen uitkering. Het formulier voor het doen van een aanvraag is te verkrijgen op de website van het CAK.

4. Regeldruk

Het aantal aanvragen voor een vermogensuitzondering bij het CAK is in het algemeen niet groot. Het effect op de regeldruk dan ook gering en niet te kwantificeren.

5. Consultatie en advisering

Het ontwerp van deze regeling is voorgelegd aan het CAK. Het CAK heeft aangegeven de regeling uit te kunnen voeren.

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies omdat het geen (omvangrijke) gevolgen voor de regeldruk heeft.

Er is afgezien van internetconsultatie aangezien de regeling technisch van aard is. Zoals te doen gebruikelijk zijn de wijzigingen in de aanwijzing van uitkeringen op grond van de Awir overgenomen voor de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdragen op grond van de Wlz en de Wmo 2015. Een (internet)consultatie zou naar verwachting niet leiden tot aanpassing van de regeling.

6. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2026, tegelijk met de wijziging van de Ur Awir (Stcrt. 2025, 42873).

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A

Met de wijziging van de Ur Awir die per 1 januari 2026 in werking is getreden, zijn de artikelen over de vermogensuitzonderingen toegankelijker gestructureerd. Er zijn nu twee artikelen voor de uitzonderingen: in de artikelen 9bis en 9quater staan uitzonderingen die tien jaar gelden en in artikel 9ter de uitzonderingen die drie jaar gelden. De artikelen 9quinquies, 9sexies, 9septies, 9octies, 9novies, 9decies en 9undecies zijn geschrapt.

Met de onderhavige wijziging is artikel 4.1 Rlz aangepast aan de nieuwe structuur van de Ur Awir. In het eerste lid, onderdeel b, wordt verwezen naar de artikelen 9bis en 9quater Ur Awir waarin de vermogensuitzonderingen met een geldigheidsduur van tien jaar zijn opgesomd. Impliciet is daarmee het aantal uitzonderingen uitgebreid, omdat per 1 januari 2026 in artikel 9quater Ur Awir zijn opgenomen de hierboven in het algemeen deel van de toelichting genoemde uitkeringen aan nabestaanden van een overleden gedupeerde in het kader van de hersteloperatie toeslagen. In het eerste lid, onderdeel c, blijft de verwijzing naar artikel 9ter Ur Awir staan. De onderdelen d tot en met k van het eerste lid zijn geschrapt omdat de verwijzing naar artikel 9quater Ur Awir is opgenomen in onderdeel b en de verwijzingen naar de artikelen 9quinquies, 9sexies, 9septies, 9octies, 9novies, 9decies en 9undecies Ur Awir loos zijn geworden. In verband hiermee is onderdeel l verletterd naar onderdeel d.

In het tweede, derde en vierde lid zijn de verwijzingen naar het eerste lid aangepast.

Onderdeel B

Met het Besluit van 24 september 2025, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en het Besluit langdurige zorg in verband met het afbouwen van de compensatie vervallen ouderentoeslag en het afschaffen van de extra vermogensvrijstelling (Stb. 2025, 255) is het derde lid van artikel 3.3.1.7 Blz vernummerd naar het tweede lid. Daarom is in artikel 4.8 Rlz de verwijzing naar artikel 3.3.1.7 Blz aangepast.

Onderdeel C

Met het Besluit van 24 september 2025, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en het Besluit langdurige zorg in verband met enkele verbeteringen van de eigen bijdragesystematiek (Stb. 2025, 251) is artikel 3.3.2.5 Blz geschrapt en is artikel 3.3.2.6 Blz niet meer onderverdeeld in artikelleden. Daarom zijn in onderdeel 1 van Bijlage G de verwijzingen naar die artikelen aangepast.

Artikel II

Voor een toelichting op artikel II wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting op artikel I. Wat daar is opgemerkt over de wijziging van de Rlz geldt ook voor de wijziging van de Ur Wmo 2015.

Artikel III

De wijzigingen van de Rlz en de Ur Wmo 2015 gaan in per 1 januari 2026. Aangezien deze regeling door omstandigheden later is gepubliceerd, is er terugwerkende kracht aan gegeven. Dat is mogelijk omdat de regeling ten gunste is van burgers die een eigen bijdrage verschuldigd zijn en het CAK er in de uitvoering al rekening mee heeft gehouden.

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk

Naar boven