Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| ZonMw | Staatscourant 2026, 13263 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| ZonMw | Staatscourant 2026, 13263 | overige overheidsinformatie |
Datum openstelling: 14 april 2026
Deadline subsidieoproep: 12 mei 2026, 14.00 uur
Colofon
Met kennis werken aan een goede gezondheid voor iedereen. Daar staat ZonMw voor.
ZonMw programmeert en financiert onderzoek en vernieuwing in gezondheid, zorg en welzijn, stimuleert het gebruik van de ontwikkelde kennis en signaleert waar kennis nodig is.
ZonMw heeft als belangrijkste opdrachtgevers het Ministerie van VWS en NWO.
Neem voor meer informatie over het programma Verpleging en Verzorging contact op met het secretariaat via e-mail verplegingenverzorging@zonmw.nl telefoon 070 349 54 66.
Auteurs: Denise Temmink (senior programmamanager), Charlie Plane (programmasecretaris)
Datum: 30 maart 2026
Plaats: Den Haag
Inhoudsopgave
1. Samenvatting
2. Doel subsidieoproep
3. Voorwaarden en verplichtingen
3.1. Voorwaarden
3.1.1. Wie kunnen er aanspraak maken op subsidie?
3.1.2. Staatssteun voorkomen
3.1.3. Samenwerking en bijdrage van derden
3.1.4. Welk bedrag kunt u aanvragen?
3.1.5. Praktische voorwaarden
3.2. Verplichtingen
4. Beoordeling en prioriteitstelling
4.1. Beoordelingsprocedure
4.2. Algemene relevantiecriteria
4.3. Specifieke relevantiecriteria
4.4. Kwaliteitscriteria
4.3. Prioriteitstelling
5. Indienen
5.1. Indiening via Mijn ZonMw
5.2. Tips
5.3. Verklaring akkoord indienen uitgewerkte subsidieaanvraag
5.4. Inhoudelijke vragen
5.5. Technische vragen
5.6. Downloads en links
6. Bijlagen
Bijlage 1 – Staatssteun – de-minimisverordening
Bijlage 2 – Staatssteun – AGVV 13
Wie
Bestaande Academische Werkplaatsen Wijkverpleging, die zijn aangesloten bij de landelijke kennisinfrastructuur wijkverpleging, kunnen subsidie aanvragen. Het samenwerkingsverband bestaat uit tenminste 1 of meerdere Nederlandse onderzoeksorganisaties in de zin van het EU staatssteunrecht1, 1 of meerdere Nederlandse zorginstellingen2, tenminste 1 (publiek gefinancierde) Nederlandse hbo-instelling en tenminste 1 (publiek gefinancierde) Nederlandse mbo-instelling.
Waarvoor
Deze subsidieoproep stimuleert het bestendigen en versterken van bestaande regionale Academische Werkplaatsen Wijkverpleging (AWW) met bijbehorende landelijke infrastructuur en kerngroep, zoals beschreven in Addendum op programma Verpleging en Verzorging: Academische Werkplaatsen Wijkverpleging.
Wat
In deze subsidieronde is een budget van maximaal € 3.525.000.–, ofwel maximaal € 705.000.– per AWW, beschikbaar voor Academische Werkplaatsen Wijkverpleging, welke zijn aangesloten bij de landelijke kennisinfrastructuur wijkverpleging. De maximale looptijd is 26 maanden.
Wanneer
|
Deadline indienen uitgewerkte subsidieaanvraag |
12 mei 2026, 14.00 uur |
|
Ontvangst commentaar referenten |
4 juni 2026 |
|
Deadline indienen wederhoor |
18 juni 2026 |
|
Interview vergadering |
9 juli 2026 |
|
Besluit |
Augustus 2026 |
|
Uiterlijke startdatum |
1 november 2026 |
Een interview is onderdeel van het beoordelingstraject van uw subsidieaanvraag.
Deze subsidieoproep stimuleert het bestendigen en versterken van bestaande regionale Academische Werkplaatsen Wijkverpleging (AWW) met bijbehorende landelijke infrastructuur en kerngroep, zoals beschreven in Addendum op programma Verpleging en Verzorging: Academische Werkplaatsen Wijkverpleging. Voor het uitvoeren van onderzoek of de implementatie van kennis maken de academische werkplaatsen gebruik van subsidiemogelijkheden in reguliere subsidierondes van relevante (ZonMw-)subsidieprogramma’s.
Wijkverpleging is verpleging en verzorging in de eigen omgeving van de verzekerde. Deze zorg kan nodig zijn vanwege ziekte, ouderdom of een lichamelijke beperking. De zorg kan ook gericht zijn op kinderen en/of preventie van groepen cliënten in bepaalde wijken of buurten. Voor wijkverpleging is geen verwijzing van de huisarts nodig. Een verzekerde kan zelf contact opnemen met een zorgaanbieder op het moment dat dat nodig is. De wijkverpleegkundige indiceert de zorg en bekijkt samen met de verzekerde welke zorg nodig is en wie de zorg moet leveren (website Zorginstituut).
Met het bestendigen en versterken van AWW’en wordt beoogd:
• De wetenschappelijke infrastructuur en kennisontwikkeling voor de wijkverpleging te versterken en duurzaam te borgen door nauwe samenwerking tussen onderwijs, praktijk en onderzoek.
• Gebruik en toepassing van wetenschappelijke kennis in de praktijk en onderwijs duurzaam te optimaliseren.
Bij het aanvragen van subsidie bij ZonMw zijn er rechten, voorwaarden en verplichtingen om rekening mee te houden. Deze volgen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Titel 4.2 van de Awb bevat specifieke bepalingen die van toepassing zijn op subsidies van ZonMw. Daarnaast zijn Algemene subsidiebepalingen ZonMw van toepassing.
Uw subsidieaanvraag moet aan onderstaande voorwaarden voldoen om in behandeling te kunnen worden genomen.
Enkel bestaande Academische Werkplaatsen Wijkverpleging, die zijn aangesloten bij de landelijke kennisinfrastructuur wijkverpleging en zoals beschreven in Addendum op programma Verpleging en Verzorging: Academische Werkplaatsen Wijkverpleging, kunnen subsidieaanvragen indienen.
Het samenwerkingsverband bestaat uit tenminste 1 of meerdere Nederlandse onderzoeksorganisaties, 1 of meerdere Nederlandse zorginstellingen3, tenminste 1 (publiek gefinancierde) Nederlandse hbo-instelling en tenminste 1 (publiek gefinancierde) Nederlandse mbo-instelling.
De volgende partij(en) kunnen aanspraak maken op (een gedeelte van de) subsidie:
• 1 of meerdere zorginstellingen (die wijkverpleging en verzorging leveren)
• 1 of meerdere Nederlandse onderzoeksorganisaties
• 1 of meerdere (publiek gefinancierde) Nederlandse onderwijsinstellingen
De formele hoofdaanvrager en bestuurlijk verantwoordelijke van de subsidieaanvraag is een Nederlandse onderzoeksorganisatie of hogeschool. Voor deze subsidieoproep geldt dat samenwerking een vereiste is.
Nadrukkelijk worden zorgorganisaties voor de wijkverpleging uit de gehele regio betrokken bij het samenwerkingsverband en de activiteiten van de AWW’en richten zich op zowel verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten als verzorgenden, die daar werken.
ZonMw verstrekt geen subsidie als dit leidt of kan leiden tot het verlenen van onrechtmatige staatssteun4. Voor deze subsidieronde geldt de volgende staatssteunmaatregel:
De-minimisverordening
Wanneer ondernemingen5 binnen deze subsidieronde aanspraak maken op subsidie, verstrekt ZonMw de subsidie onder de de-minimisverordening6, mits iedere entiteit die (een deel van de) subsidie wenst te ontvangen binnen het samenwerkingsverband voldoende de-minimisruimte beschikbaar heeft. Dat betekent dat er specifieke financieringsvoorwaarden en regels voor de begroting zijn. Daarnaast bent u verplicht om over bepaalde gegevens te verklaren. In Bijlage 1 – Staatssteun – de-minimisverordening vindt u meer informatie over de de-minimisverordening, evenals de vereisten van de de-minimisverordening waaraan moet worden voldaan.
Algemene groepsvrijstellingsverordening
Indien een of meerdere entiteiten binnen het samenwerkingsverband geen de-minimisruimte beschikbaar hebben omdat het maximale de-minimisplafond is bereikt, kan subsidie worden aangevraagd op grond van artikel 27 van de algemene groepsvrijstellingsverordening (hierna te noemen ‘AGVV’). In deze subsidieronde wordt gebruik gemaakt van de AGVV, waardoor er bij subsidieverlening op basis van deze subsidieoproep sprake is van een geoorloofde vorm van staatssteun. Dat betekent dat er financieringsvoorwaarden en regels voor de begroting zijn. Daarnaast bent u verplicht om over bepaalde gegevens te verklaren. In Bijlage 1 – Staatssteun – AGVV vindt u meer informatie over de AGVV, evenals de vereisten van de AGVV waaraan moet worden voldaan.
Als er sprake is van samenwerking, waarbij meerdere ondernemingen7 begunstigde van staatssteun kunnen zijn, dan moeten alle op subsidie aanspraak makende ondernemingen voldoen aan de voorwaarden van de AGVV. Dit betekent dat alle voorwaarden en verplichtingen die voortvloeien uit de AGVV eveneens in volle omvang van toepassing zijn op alle op subsidie aanspraak makende ondernemingen in het samenwerkingsverband. ZonMw stelt de Europese Commissie middels een kennisgeving zoals bedoeld in artikel 11 van de AGVV op de hoogte van deze subsidieoproep.
Meer informatie over staatssteun vindt u op de ZonMw-webpagina Vrijstellingverordeningen staatssteun.
Artikel 27 AGVV, innovatieclusteractiviteiten
Binnen deze subsidieoproep worden activiteiten gesubsidieerd die kunnen worden aangemerkt als innovatieclusteractiviteiten8. Over het algemeen mag ZonMw 50% van de subsidiabele voor dit type activiteiten subsidiëren. Subsidie voor de exploitatie van een innovatiecluster mag niet langer dan 10 jaar duren.
1. Subsidiabele kosten
De volgende kosten van de innovatieclusteractiviteiten kunnen worden gesubsidieerd door ZonMw.
– Exploitatiekosten van het innovatiecluster mogen worden gesubsidieerd. Het gaat dan om de personeelskosten en administratieve kosten (met inbegrip van de algemene kosten) voor kernactiviteiten van het innovatiecluster.
2. Steunintensiteit
Het deel van de subsidiabele kosten dat mag worden gesubsidieerd heet de steunintensiteit. De steunintensiteit wordt per begunstigde berekend. De basissteunintensiteit is 50%.
Een eigen bijdrage is verplicht voor het deel van de kosten van de activiteiten dat niet door ZonMw mag worden gesubsidieerd. Die cofinanciering mag niet uit andere overheidsmiddelen komen. In uw projectbegroting neemt u de volledige kosten van het totale project op en geeft u aan welke kosten gedekt worden met het aangevraagde subsidiebedrag en welke kosten met de eigen bijdrage (in cash of in kind).
Bij de berekening van de steunintensiteit en de in aanmerking komende kosten zijn alle bedragen die worden gebruikt de bedragen vóór aftrek van belastingen of andere heffingen. De in aanmerking komende kosten moeten worden gestaafd met bewijsstukken die duidelijk, gespecificeerd en actueel zijn. Deze bewijsstukken kunnen, na honorering, op elk moment worden opgevraagd en dienen vervolgens binnen afzienbare tijd te worden aangeleverd aan ZonMw.
In uw aanvraag dient u aan te tonen dat het gebruik van de infrastructuur open staat voor meerdere gebruikers, de selectie van gebruikers vindt transparant en non-discriminatoir plaats en dat de prijs voor gebruik van de infrastructuur marktconform is.
ZonMw stimuleert samenwerking tussen en deelname van partijen. Daarbij geldt dat geen subsidie wordt verstrekt als afspraken leiden of kunnen leiden tot het verlenen van onrechtmatige staatssteun of als daardoor niet aan de Algemene subsidiebepalingen ZonMw of voorwaarden van de subsidieoproep kan worden voldaan.
Uit de subsidieaanvraag en begroting moet duidelijk naar voren komen:
• Met welke partijen samengewerkt wordt. Beschrijf per partij op welke manier deze actief bijdraagt aan de academische werkplaats. Dit zijn in elk geval partijen die op de begroting voorkomen als een partij die aanspraak wenst te maken op een deel van de subsidie. Ook partijen die voor eigen rekening en risico actief bijdragen maken onderdeel uit van de samenwerking.
• Met welke partij(en) een sponsorovereenkomst zal worden aangegaan en wat de in-natura of geldelijke bijdrage is.
• Welke partijen worden ingehuurd of indien dit nog niet bekend is, voor welke activiteiten wordt voorzien dat dit door derden zal worden uitgevoerd en de daarvoor te maken kosten (inclusief btw). Zie voor meer informatie en de voorwaarden voor inhuur/opdracht de ZonMw-webpagina Subsidies en Samenwerking/bijdragen van derden.
Samenwerking en sponsoring moeten definitief geregeld zijn bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag.
Letter of Commitment
Omdat ZonMw zeker wil weten dat samenwerkende partijen/sponsors van een project zich juridisch hebben verplicht tot de toegezegde bijdrage, is een Letter of Commitment per samenwerkende partij/sponsor bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag verplicht. Gebruik hiervoor het voorbeeld op de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden.
Samenwerkings- en sponsorovereenkomst
Op de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden vindt u meer informatie over de verschillende vormen van samenwerken en bijdragen (sponsoring/opdracht) met voorbeeldovereenkomsten als hulpmiddel bij het opstellen van de betreffende overeenkomst en de voorwaarden waaraan de overeenkomst moet voldoen in de daarbij horende uitleg. De op deze webpagina en in de uitleg genoemde voorwaarden maken integraal onderdeel uit van deze subsidieoproep. Indien ZonMw concept samenwerkings- en/of sponsorovereenkomst(en) opvraagt, verleent zij de subsidie op voorwaarde dat de overeenkomst(en) door haar geaccepteerd wordt/worden.
In deze subsidieronde is een budget van maximaal € 3.525.000.– beschikbaar ofwel maximaal € 705.000.– per AWW voor een looptijd van 26 maanden.
In deze subsidieronde gelden de volgende aanvullende voorwaarden:
• Accountantskosten tot een maximum van € 3.500.– mogen bij projecten van € 125.000.– of meer opgenomen worden in de begroting. Door de wijziging van de Algemene subsidiebepalingen ZonMw per 1 april 2022 moet er na afronding van een project van € 125.000.– of meer naast de financiële eindverantwoording ook een controleverklaring van een accountant aangeleverd worden. Universiteiten en universitair medische centra mogen accountantskosten niet opnemen in de begroting. Met deze instellingen zijn aparte afspraken gemaakt over de vereiste accountantsverklaring. Neem hiervoor contact op met uw financiële afdeling.
• De Academische Werkplaatsen Wijkverpleging nemen elk in de begroting van de subsidieaanvraag een budget op (voor iedere AWW) van gelijke hoogte voor het bestendigen van de landelijke infrastructuur en kerngroep wijkverpleging. Dit budget is terug te vinden op de begroting.
• Bestaande toepassingen op het gebied van ICT en eHealth kunnen relevant zijn en een onderdeel vormen van een project, maar (door)ontwikkelkosten voor ICT- en eHealth-applicaties kunnen niet worden opgevoerd.
• Deze eigen bijdrage en cofinanciering zijn opgenomen in de begroting van de subsidieaanvraag.
• Schrijf uw subsidieaanvraag in het Nederlands.
• Reserveer projectbudget voor communicatie en implementatie in praktijk en onderwijs. Neem dit op in de begroting bij de uitgewerkte subsidieaanvraag.
• Lees op de ZonMw-webpagina voorwaarden en verplichtingen aan welke voorwaarden uw subsidieaanvraag moet voldoen.
• Projectleiders en samenwerkingspartners van gehonoreerde academische werkplaatsen worden na honorering van het project door ZonMw uitgenodigd voor een startgesprek.
• Projectleiders en samenwerkingspartners bereiden gedurende de looptijd van het project tenminste 1 site-visit voor. Site-visits geven programmacommissieleden en waarnemers de gelegenheid de AWW van dichtbij te zien en dieper in te gaan op de visie en ontwikkelingen van de AWW.
• De volgende bijlagen zijn verplicht om toe te voegen bij iedere subsidieaanvraag:
○ Gespecificeerde begroting volgens ZonMw-format.
○ Borgingsplan per AWW waaruit de stand van zaken met betrekking tot duurzame borging van de AWW duidelijk wordt. Het borgingsplan laat zien welke stappen al zijn genomen en in de toekomst zullen worden genomen om onafhankelijk van subsidie te kunnen voortbestaan.
○ Letter of Commitment(ondertekend) per samenwerkende (kern)partij.
○ Bijlage toetredingscriteria voor aansluiting bij landelijke AWW-infrastructuur en de stand zaken per AWW. Deze criteria zijn voor alle werkplaatsen die onderdeel zijn van de landelijke infrastructuur AWW identiek. Geef per subsidieaanvraag en dus werkplaats duidelijk de stand van zaken, uitdagingen en punten van aandacht aan.
○ Weergave landelijke infrastructuur en kerngroep, met toelichting. Deze bijlage is door de AWW’en gezamenlijk geschreven en dus identiek voor de 5 subsidieaanvragen.
○ Maximaal 3 A4 met figuren en tabellen, indien relevant.
○ Concpet samenwerkingsovereenkomst met alle partijen.
Verplichtingen zijn van toepassing wanneer u een subsidie krijgt toegekend. Hiervoor volgt ZonMw de Algemene subsidiebepalingen ZonMw. Daarnaast zijn ook de volgende verplichtingen van toepassing:
• Open Access
Alle publicaties die voortkomen uit (wetenschappelijk) onderzoek dat geheel of gedeeltelijk door ZonMw gefinancierd is, moeten Open Access beschikbaar gesteld worden (conform ZonMw Open Access beleid). ZonMw accepteert verschillende Open Access routes. Naast artikelen, moedigt ZonMw ook aan om andere type (wetenschappelijke) publicaties Open Access beschikbaar te stellen (zoals monographs, boeken, conference proceedings en grey literature), maar ook onderzoeksdata en kennisproducten van praktijkgericht onderzoek (zoals modellen, protocollen, prototypen, digitale tools, demonstraties). Voor meer informatie over het ZonMw Open Access beleid, de volledige voorwaarden en mogelijkheden, verwijzen we u naar onze website.
• Voorwaarden voor valorisatie
ZonMw streeft naar brede toegankelijkheid van door haar gesubsidieerde projecten, daarom, dienen de tien principes voor Maatschappelijk Verantwoord Licentiëren (MVL) te worden toegepast bij licentiëring van resultaten. Beschrijf indien van toepassing hoe aanspraak op intellectueel eigendom is geregeld met samenwerkende partijen en eventueel derden. Geef ook aan hoe deze partijen de tien principes zullen naleven.
Voor de procedures voor de beoordeling van subsidieaanvragen verwijzen we u naar de infographic ‘Subsidie aanvragen in 10 stappen’ en naar de procedurebrochure aanvragers. Subsidieaanvragen worden zowel op relevantie voor het programma en de subsidieronde als op kwaliteit beoordeeld. Externe referenten beoordelen de kwaliteit. De programmacommissie geeft een eindoordeel over de relevantie en kwaliteit. De hoofdaanvrager en 1 medeaanvrager wordt uitgenodigd om in de beoordelingsvergadering van de programmacommissie Verpleging en Verzorging de subsidieaanvraag beknopt in maximaal 10 minuten te presenteren. Vervolgens kunnen de leden van de programmacommissie gedurende circa 15 minuten verdiepende vragen stellen over de subsidieaanvraag en presentatie. Dit interview wordt door de programmacommissie meegewogen bij het vaststellen van het eindoordeel.
• Diversiteit
Beschrijf hoe er aandacht wordt besteed aan diversiteit en differentiatie van de doelgroep naar kenmerken zoals sekse en gender, leeftijd, sociaaleconomische situatie, opleidingsniveau, migratie- en culturele achtergrond en seksuele diversiteit, waar relevant voor de thematiek van het project.
• Participatie van patiënten en/of eindgebruikers
Beschrijf hoe u belanghebbenden, de einddoelgroep of eindgebruiker die beschikt over ervaringsdeskundigheid betrekt bij het project. Met ‘betrekken’ bedoelen we concreet het raadplegen, advies inwinnen, samenwerken en/of laten (mee)beslissen van betrokkenen bij het opstellen van de subsidieaanvraag en het uitvoeren van het project.
• Toegang tot data
ZonMw stimuleert optimaal gebruik van data. Beschrijf in uw uitgewerkte subsidieaanvraag hoe u gebruik maakt van bestaande databestanden en/of onderbouw de noodzaak van nieuwe dataverzameling. Geef ook aan hoe u van plan bent toekomstige data/resultaten FAIR te delen. Houd bij de planning en begroting van uw project rekening met de kansen en vereisten met betrekking tot FAIR-datamanagement. Indien u geen data verzamelt, vermeld dit dan in uw subsidieaanvraag.
• Toepassing in termen van impact
Beschrijf hoe u verwacht impact te realiseren en aan te tonen. Projecten die ZonMw financiert moeten impact hebben. Nieuwe kennis en kunde moet gebruikt worden in praktijk, beleid, onderwijs en/of verder onderzoek. Op onze website leggen we uit wat impact is, hoe we werken aan het realiseren en aantonen ervan en wat we van projectleiders verwachten. Meer informatie vindt u op de ZonMw-webpagina Impact en implementatie versterken.
Inhoudelijke thema’s
• De academische werkplaatsen richten zich nadrukkelijk op alle patiëntengroepen die wijkverpleegkundige zorg ontvangen en niet enkel op ouderen. Het gaat om wijkverpleegkundige zorg, die gericht is op groepen cliënten/bewoners van bepaalde buurten of wijken gericht op preventie, eigen regie, zelfredzaamheid samen met andere partijen zoals huisartsen, welzijnsorganisaties, ziekenhuizen en ggz-instellingen.
• Activiteiten van de AWW’en dragen bij aan de uitdagingen in de Nederlandse wijkverpleging zoals verwoord in het Integraal Zorgakkoord (IZA), Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg. Het uitvoeren van passende zorg staat hierbij centraal. Het gaat om persoonsgerichte zorg en ondersteuning die effectief is en waarbij patiënten en zorgverleners samen beslissen over welke zorg en ondersteuning gewenst is. De zorg wordt zo dicht mogelijk bij de patiënt georganiseerd tegen een redelijke prijs. Het gaat niet alleen over ziekte, maar ook over gezondheid en zelfredzaamheid. Om tot passende zorg te komen staat in onderzoeksprojecten van de AWW’en het toepassen van technologische ontwikkelingen, het invoeren van toekomstbestendige interventies en/of het behoud van verzorgenden, verpleegkundig specialisten of verpleegkundigen centraal. Deze afbakening sluit aan op de doelstellingen van ZonMw-programma Verpleging en Verzorging.
• De subsidieaanvraag laat zien dat wordt voortgebouwd op landelijke kennisagenda’s (waaronder de V&VN-kennisagenda) en overige (landelijke) initiatieven en programma’s gericht op de wijkverpleging (onder andere NZa-advies sectoroverstijgende prestatie). Lessen uit het verleden worden meegewogen bij het vormgeven van de wijkverpleging voor de toekomst. Activiteiten die u beschrijft in uw subsidieaanvraag worden gestaafd door aanbevelingen uit landelijke akkoorden (WOZO, GALA, IZA, AZWA) en beleidsnotities (onder andere Samenwerking sociaal en medisch domein).
• De AWW’en zijn ondersteunend aan de Visie eerstelijnszorg 2030, zoals deze door partijen verbonden aan het IZA en AZWA is vastgesteld. Deze visie gaat over een toekomstbestendige eerstelijnszorg die midden in de samenleving staat, waar zorgverleners (waaronder de wijkverpleging) met plezier werken en waar juist de mensen in de meest kwetsbare situatie de beste toegang hebben.
• De subsidieaanvraag laat zien met welke andere zorg- en welzijnsaanbieders wordt samengewerkt en wat hun aandeel is in de AWW.
• De ontwikkeling van kwaliteitsstandaarden voor de verpleging en verzorging is expliciet geen taak van de AWW’en. Wel kan de implementatie van kwaliteitsinstrumenten in de praktijk vanuit aanvullende subsidies gestimuleerd worden.
Samenwerking
• Er wordt een duurzaam, regionaal, multidisciplinair en interprofessioneel samenwerkingsverband voor de wijkverpleging voortgezet en indien van toepassing uitgebreid met aanvullende partijen uit de regio. In iedere regio participeren relevante partijen uit de praktijk, het onderzoek en het onderwijs van de wijkverpleging.
• Laat zien hoe de samenstelling van het samenwerkingsverband bijdraagt aan het bereiken van de doelen van de AWW. De rol en bijdrage van iedere samenwerkingspartner is essentieel en wordt duidelijk beschreven. Beschreven wordt door wie en met welke expertise het project wordt uitgevoerd.
• Laat zien of en hoe ernaar gestreefd wordt het regionale samenwerkingsverband uit te breiden met nieuwe regiopartners. Onderbouw de keuzes die u hierin maakt.
• Geef inzicht in de wijkverpleging in de specifieke regio waar de AWW zich op richt. Geef inzicht in de opbouw van de populatie, het aantal en de kenmerken van organisaties dat wijkverpleging verleent en potentiële samenwerkingspartners, zowel op het gebied van onderwijs, algemene zorg praktijk, sociaal domein als onderzoek.
• Concretiseer in de subsidieaanvraag via welke methode en vanuit welke expertise u de ontwikkeling van het samenwerkingsverband volgt, onderzoekt (door bijvoorbeeld gebruik te maken van een netwerkanalyse), impact bepaalt en eventueel bijstelt.
Landelijke infrastructuur en kerngroep
• De AWW’en zijn complementair aan elkaar en iedere werkplaats ontwikkelt een eigen deskundigheidsgebied. Daarnaast bestendigen de AWW’en de landelijke infrastructuur AWW en kerngroep. Laat in een bijlage bij de subsidieaanvraag zien welke afspraken er in de landelijke infrastructuur zijn gemaakt en welke taken en verantwoordelijkheden iedere AWW heeft binnen de landelijke infrastructuur. Deze bijlage is door de AWW’en gezamenlijk geschreven, identiek voor alle subsidieaanvragen, en weerspiegelt onder andere de gezamenlijke overlegstructuur, verdeling van onderwerpen en toekomstvisie voor de wijkverpleging.
• Laat zien in hoeverre de landelijke infrastructuur zich inzet voor het opstellen van een overkoepelende (wetenschaps- en/of kennis) agenda wijkverpleging, waarbij vraagstukken vanuit praktijk, onderwijs en beleid gebundeld worden en de toekomstbestendigheid van de wijkverpleging wordt ondersteund.
• Geef aan hoe en in welke mate partijen zoals zorgverzekeraars, gemeenten, V&VN, LOOV en opleidingsinstituten een rol krijgen binnen de landelijke infrastructuur en kerngroep voor de wijkverpleging.
• Het landelijke samenwerkingsverband AWW stelt heldere, objectief toetsbare toetredingscriteria op voor samenwerkingsverbanden die voornemens zijn aan te sluiten als Academische Werkplaats Wijkverpleging binnen de landelijke AWW-infrastructuur. Deze criteria worden als bijlage bij iedere subsidieaanvraag toegevoegd. Per AWW wordt aangegeven hoe de specifieke AWW scoort op de geformuleerde criteria en welke uitdagingen hierin spelen.
Borgingsplan
• Als bijlage bij de subsidieaanvraag voegt u een borgingsplan dat duidelijk weergeeft hoe:
○ De samenwerking tussen regionale partijen duurzaam wordt geborgd en plaatsvindt op basis van commitment, gelijkwaardigheid en gezamenlijke besluitvorming.
○ Er sprake is van wederkerigheid: er wordt door samenwerkingspartners gezamenlijk opgetrokken met behoud van eigen expertise (co-creatie).
○ De inzet, opbrengsten en besluitvormingsstructuur van het samenwerkingsverband er uitziet.
• Na honorering van de voortzetting van de AWW’en worden er door de AWW’en onderzoeks- en implementatieprojecten uitgevoerd. In dit kader wordt u gevraagd aan te geven vanuit welke middelen of subsidiemogelijkheden u dit in de periode tot nu toe heeft gedaan. Daarnaast wordt u gevraagd aan te geven hoe u dit op zowel de korte als lange termijn vormgeeft.
Doelstelling
• Beschrijf concreet en meetbaar de doelen, missie en visie van de AWW op onder andere de volgende criteria:
a. Brugfunctie tussen zorgpraktijk, onderzoek, onderwijs en patiënten.
b. Wederzijdse betrokkenheid van de samenwerkingspartijen in alle fasen, van oprichting en planvorming tot uitvoering, en in alle gremia, van stuurgroep tot projectgroep.
c. Transfer, verspreiding en bevordering van de toepassing van kennis(producten).
d. Bevordering deskundigheid en competenties van zorgverleners van deelnemende organisaties.
Plan van aanpak
Beschrijf hoe de partijen invulling geven aan de kennis-/onderzoeksinfrastructuur van de regionale academische werkplaats en hoe partijen hun eigen expertise inbrengen. Laat zien hoe de regionale kennis-/onderzoeksinfrastructuur zich verhoudt tot de landelijke structuur.
• Onderbouw dat het plan van aanpak bijdraagt aan de doelstelling van deze subsidieoproep.
• Beschrijf de huidige regionale samenwerking rond (groepen) patiënten en de weg naar de gewenste situatie. Welke kansen liggen er en welke activiteiten worden ondernomen om vanuit de huidige naar de gewenste situatie te komen? Beschrijf de activiteiten die ondernomen worden om invulling te geven aan (de voortzetting en borging van) de academische werkplaats en de beoogde resultaten.
• Geef een beschrijving van taken en verantwoordelijkheden van de afzonderlijke kernpartijen. De nadruk ligt op de toepassing, de vertaling en doorontwikkeling van bestaande wetenschappelijke kennis (praktijk, onderzoek en onderwijs). Hieronder vallen onder meer de wijze waarop vragen gegenereerd worden, doorontwikkeling van verplegingswetenschappelijk methoden en technieken, afspraken over de verzameling, uitwisseling en het gebruik van data en gegevens, terugkoppeling van resultaten, alsook beoogde opbrengsten voor de deelnemende kernpartijen en het gebruik hiervan.
• Beschrijf hoe de toepassing van kennis en resultaten in de praktijk en het onderwijs gerealiseerd wordt (welke voorwaarden hiervoor gecreëerd worden). De partijen van het samenwerkingsverband maken gezamenlijk plannen om bruikbare kennisproducten op te leveren die regionaal en/of landelijk toegepast worden in de praktijk, het onderzoek en het onderwijs. In dit kader wordt er nagedacht over praktijkgerichte projecten voor de implementatie van kennisproducten op het terrein van de wijkverpleging. Er worden gerichte verspreidings- en implementatieactiviteiten opgenomen in een communicatie- en implementatieplan.
• Beschrijf op welk(e) inhoudelijke onderwerp(en) de AWW zich richt en hoe deze bijdragen aan de uitdagingen in de Nederlandse gezondheidszorg zoals, onder andere, verwoord in het Integraal Zorgakkoord (IZA), AZWA en Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg.
• Geef aan welke groei de AWW vanaf de start in 2025 tot nu heeft doorgemaakt. Welke mijlpalen zijn bereikt en hoe worden deze verder uitgewerkt?
Begroting
De raming van de aangevraagde personele en materiële middelen is redelijk voor de academische werkplaats en voldoende beargumenteerd. Meer informatie over de randvoorwaarden leest u onder de alinea’s ‘3.1.1. Wie kunnen er aanspraak maken op subsidie’ en ‘3.1.4. Welk bedrag kunt u aanvragen?’.
Haalbaarheid
• Laat in uw subsidieaanvraag zien dat versterking met het oog op voortzetting en borging van de academische werkplaats haalbaar is binnen het budget en binnen de looptijd van 26 maanden.
• Een realistische tijdsplanning met goede onderbouwing voor alle fasen. Beschrijf de beoogde mijlpalen en producten per fase. Houd in de tijdsplanning rekening met voorgenomen activiteiten zoals:
○ Plannen en voorbereiden van (subsidie)aanvragen voor praktijkgericht onderzoek en andere projecten.
○ Opstellen van een communicatie- en implementatieplan.
○ Evalueren/bijstellen van de basisafspraken voor samenwerking (tussentijds).
○ Actualiseren van het borgingsplan zodat de continuering van de academische werkplaats na afloop van de subsidieperiode aannemelijk is.
Projectgroep
Uit de samenstelling van de projectgroep blijkt dat de benodigde expertise, senioriteit en ervaring aanwezig is voor het slagen van de academische werkplaats.
• Uit de subsidieaanvraag blijkt dat het samenwerkingsverband van de regionale AWW‘en bestaat uit minimaal de volgende relevante kernpartijen: onderzoek, onderwijs en zorgpraktijk. Het gaat om partijen die kennis en expertise hebben en/of betrokken zijn bij de wijkverpleging. Ook zijn er professionals betrokken die deels in de praktijk en deels binnen de universiteit of een hbo of mbo werken. Hieronder worden de partijen toegelicht.
○ Hogeschool: onderzoekers en docenten van lectoraten gericht op de wijkverpleging en/of eerstelijnszorg en thema’s als langdurige zorg, medische hulpmiddelen en/of zorgtechnologie. Specifiek docenten op het gebied van de verpleegkunde of wijkverpleging.
○ Middelbaar beroepsonderwijs: docenten van practoraten gericht op de zorgverlening door verpleegkundigen, verzorgenden en/of helpenden.
○ Universiteit: onderzoekers en docenten van relevante faculteiten, zoals verplegingswetenschappen of gezondheidswetenschappen en implementatiedeskundigen. Voor de onderzoeksprojecten is expertise vereist op het gebied van de methodologie, epidemiologie en indien relevant health technology assessment.
○ Praktijkorganisaties: het gaat om organisaties voor de wijkverpleging.
○ Patiënten: het gaat om de personen die wijkverpleging ontvangen, hun mantelzorgers of hun vertegenwoordigers.
• Laat zien dat relevante andere stakeholders zoals experts op het gebied van data, AI, economische evaluaties, verzekeraars et cetera een rol hebben in de voortzetting van de AWW. Uit de subsidieaanvraag wordt duidelijk wat de rollen en belangen zijn van de samenwerkingspartners en wat de betekenis is van de samenwerking in relatie tot de beoogde inhoudelijke doelen van de werkplaats. Licht toe:
a. met wie u samenwerkt
b. wat de rolverdeling is van de samenwerkingspartners
c. waarom u samenwerkt en
d. wanneer of in welke fase wordt samengewerkt
• Rollen, taken en verantwoordelijkheden samenwerkende kernpartijen. Licht toe hoe u de samenwerking tussen de kernpartijen organiseert:
a. Geef een duidelijke beschrijving van de bestuurlijke infrastructuur en de organisatiestructuur. Geef de organisatiestructuur ook schematisch weer in een organogram.
b. Geef aan welke regio u bestrijkt. Geef daarbij aan wat uw huidige werkgebied is en in hoeverre dit beoogde werkgebied een voortzetting of uitbreiding is.
c. Voeg een overzicht en organogram van een vast kernteam van medewerkers met bijbehorende profielen en verantwoordelijkheden toe, waaruit de interprofessionele samenstelling, ervaring, senioriteit en expertise blijkt.
Meer informatie over deze criteria vindt u in de procedurebrochure.
De onderlinge weging van relevantie en kwaliteit gebeurt aan de hand van de volgende prioriteringsmatrix:
De onderlinge weging van relevantie en kwaliteit gebeurt aan de hand van de volgende prioriteringsmatrix:
|
Relevantie |
Zeer relevant |
Relevant |
Laag relevant |
|---|---|---|---|
|
Kwaliteit |
|||
|
Goed |
1 |
3 |
afwijzen |
|
Voldoende |
2 |
4 |
afwijzen |
|
Matig |
afwijzen |
afwijzen |
afwijzen |
|
Onvoldoende |
afwijzen |
afwijzen |
afwijzen |
Beoordeling van de uitgewerkte subsidieaanvragen:
Subsidieaanvragen worden zowel op relevantie voor het programma als op kwaliteit beoordeeld. Externe referenten beoordelen de kwaliteit. De programmacommissie geeft een eindoordeel over de relevantie en kwaliteit van de subsidieaanvraag en het interview. De programmacommissie prioriteert de subsidieaanvragen met behulp van de bovenstaande matrix. In de matrix weegt relevantie zwaarder dan kwaliteit. Een subsidieaanvraag dient minimaal relevant te zijn en minimaal van voldoende kwaliteit te zijn om in aanmerking te komen voor honorering.
Subsidieaanvragen kunnen uitsluitend door de hoofdaanvrager ingediend worden via het online indiensysteem van ZonMw (Mijn ZonMw). Sluitingsdatum voor het indienen van een uitgewerkte subsidieaanvraag is 12 mei 2026, om 14.00 uur.
Het gehele tijdpad voor deze subsidieronde kunt u hier zien.
• Zie voor meer informatie de Handleiding Mijn ZonMw.
• Wij raden u aan om, voordat u uw subsidieaanvraag digitaal indient, een Word-versie van uw subsidieaanvraag te printen (via Mijn ZonMw) en na te lopen op onregelmatigheden. Vooral als u uw subsidieaanvraag eerst in Word heeft opgesteld en vervolgens naar Mijn ZonMw heeft gekopieerd, kan het voorkomen dat sommige tekens (zoals aanhalingstekens) niet goed worden omgezet. U kunt dit in Mijn ZonMw zelf corrigeren.
Let op! Zorg dat de documenten die u uploadt niet beveiligd zijn. Begrotingen of andere bestanden die ondertekend zijn (bijvoorbeeld met ValidSign) hebben vaak automatisch een beveiliging. Zorg dat u deze eraf haalt vóór u het bestand uploadt, anders kan het systeem het bestand niet goed verwerken. U kunt controleren of uw pdf een beveiliging heeft door het te openen in Adobe Acrobat, op de rechtermuisknop te klikken, naar documenteigenschappen te gaan en dan naar het tabblad beveiliging te gaan. Daar kunt u zien of en hoe uw bestand beveiligd is. U kunt ook de pdf in een browser openen, indien uw bestand beveiligd is komt dit in een balkje bovenin te staan.
De Verklaring akkoord indienen uitgewerkte subsidieaanvraag’ moet ondertekend worden door de bestuurlijk verantwoordelijke en de hoofdaanvrager. De ondertekende verklaring kan toegevoegd worden aan de subsidieaanvraag in Mijn ZonMw of per mail gestuurd worden naar ZonMw: verplegingenverzorging@zonmw.nl. De verklaring moet uiterlijk 1 week na indiening binnen zijn.
Neem voor inhoudelijke vragen contact op met Denise Temmink via 070 349 54 47 of verplegingenverzorging@zonmw.nl.
Neem voor technische vragen over het gebruik van het online indiensysteem van ZonMw contact op met de servicedesk: maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur, 070 349 51 76, servicedesk@zonmw.nl. Vermeld in uw e-mail uw telefoonnummer, zodat wij indien nodig contact met u kunnen opnemen.
Om in aanmerking te komen voor subsidie onder de de-minimisverordening moet, behalve aan de inhoudelijke criteria van de subsidieoproep, ook worden voldaan aan enkele specifieke vereisten die volgen uit de de-minimisverordening. Deze vindt u hieronder.
Op grond van de de-minimisverordening kan een onderneming van verschillende overheidsinstellingen maximaal € 300.000,– aan subsidie ontvangen over een periode van 3 jaar zonder dat dit ongeoorloofde staatssteun oplevert. Bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag dient u een Verklaring de-minimissteun in waarin u alle de-minimissteun opgeeft die u over de twee voorgaande belastingjaren en in het lopende belastingjaar heeft ontvangen. Als in het (recente) verleden subsidie is verstrekt als de-minimissteun, zou dat in de betreffende subsidiebeschikking of andere document uitdrukkelijk moeten zijn aangegeven.
Als er sprake is van samenwerking, waarbij meerdere ondernemingen begunstigde van staatssteun kunnen zijn, dan moeten alle ondernemingen voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening. Dit betekent dat alle ondernemingen die binnen het project subsidie ontvangen een eigen de-minimisverklaring moeten aanleveren.
Het is belangrijk om zorgvuldig na te gaan of de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. Handelen in strijd met de Europese staatssteunregels kan leiden tot terugvordering van de verleende steun, vermeerderd met wettelijke rente.
Het de- minimisplafond geldt voor één onderneming. Artikel 2 lid 2 van de de-minimisverordening (nr. 1407/2013) geeft aan wanneer sprake is van één onderneming. Het kan namelijk voorkomen dat twee (of meer) ondernemingen een bepaalde band met elkaar onderhouden en onder deze verordening als één onderneming worden gezien. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het hebben van de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders van een andere onderneming, het recht om onder meer bestuursleden van een andere onderneming te benoemen/ontslaan en het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen.
Uw aanvraag voor subsidie wordt afgewezen als:
a. één van de situaties bedoeld in artikel 1 van de de-minimisverordening zich voordoet waarbij toepassing van de de-minimisverordening is uitgesloten;
of
b. door toekenning van de gevraagde subsidie het de-minimisplafond zou worden overschreden;
of
c. uw aanvraag anderszins niet voldoet aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.
Om in aanmerking te komen voor subsidie onder de AGVV moet, behalve aan de inhoudelijke criteria van de subsidieoproep, ook worden voldaan aan enkele specifieke vereisten die volgen uit de AGVV. Deze vindt u hieronder.
• ZonMw verleent geen subsidie als het onvoldoende aannemelijk is dat uw aanvraag aan alle definities en voorwaarden van de AGVV voldoet, of als subsidieverstrekking naar het oordeel van ZonMw leidt tot het verlenen van ongeoorloofde staatssteun in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie9.
• ZonMw verleent geen subsidie als de datum van aanvang van de werkzaamheden aan het project of van aanvang van de activiteiten eerder is dan de datum van indiening van de subsidieaanvraag10.
• ZonMw verleent geen subsidie aan ondernemingen waartegen een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij door Nederland toegekende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard11. Voeg bij het indienen van de subsidieaanvraag een verklaring bevel tot terugvordering van staatssteun ingevuld en ondertekend toe.
• ZonMw verleent geen subsidie aan ondernemingen in moeilijkheden12. Voeg bij het indienen van de subsidieaanvraag een verklaring onderneming niet in moeilijkheden ingevuld en ondertekend toe.
• Cumulering van subsidies (of andere vormen van staatssteun) voor dezelfde – geheel of gedeeltelijk overlappende – in aanmerking komende kosten, mag er niet toe leiden dat de maximale steunintensiteit wordt overschreden. Indien reeds door een bestuursorgaan of door de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor dezelfde – geheel of gedeeltelijk overlappende – in aanmerking komende kosten, dan zal ZonMw slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekken dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan het bedrag dat op basis van de AGVV mag worden verleend13. Voeg bij het indienen van de subsidieaanvraag een verklaring cumulatie van staatssteun ingevuld en ondertekend toe.
Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie, (2014/C 198/01), artikel 15 onder ee).
Een onderneming in de zin van het EU staatssteunrecht betreft elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht rechtsvorm of wijze van financiering.
Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
Een onderneming in de zin van het EU staatssteunrecht betreft elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht rechtsvorm of wijze van financiering.
Artikel 1, lid 4, sub c AGVV. Financiële moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, lid 18 van de AGVV.
Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie, (2014/C 198/01), artikel 15 onder ee).
Een onderneming in de zin van het EU staatssteunrecht betreft elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht rechtsvorm of wijze van financiering.
Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
Een onderneming in de zin van het EU staatssteunrecht betreft elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht rechtsvorm of wijze van financiering.
Artikel 1, lid 4, sub c AGVV. Financiële moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, lid 18 van de AGVV.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://www.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-13263.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.