Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 1098 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 1098 | beleidsregel |
De Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV) heeft het volgende beleid vastgesteld waarin is vastgelegd hoe de hoogtes van bestuurlijke boetes als bedoeld in artikel 5:40, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden bepaald. Dit boetebeleid heeft betrekking op boetes die worden opgelegd voor overtredingen van of krachtens de Wet kwaliteit incassodienstverlening (Wki), het Besluit kwaliteit incassodienstverlening (Bki) en de Regeling kwaliteit incassodienstverlening (Rki). De toezichthoudende ambtenaren die werken bij de Inspectie JenV zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wki, zoals bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wki.1
Met de Beleidsregel bestuurlijke boetes Inspectie JenV – Wki (beleidsregel) beoogt de Inspectie JenV enerzijds inzicht te geven in de relevante omstandigheden die van invloed zijn op de hoogte van de bestuurlijke boete. Anderzijds biedt deze beleidsregel de Inspectie JenV de nodige flexibiliteit om in individuele gevallen maatwerk toe te passen.
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Algemene wet bestuursrecht;
het bedrag dat de basis vormt voor het bepalen van de hoogte van een op te leggen bestuurlijke boete, vastgesteld binnen de bandbreedte van de aan een overtreding gekoppelde categorie voordat toepassing is gegeven aan artikel 4 van deze beleidsregel;
Besluit kwaliteit incassodienstverlening;
bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 5:40, eerste lid, van de Awb;
de bandbreedte waarbinnen een bestuurlijke boete wordt vastgesteld;
boete van ten hoogste een bij wet vastgesteld bedrag;
een overtreding van een wettelijke bepaling uit de Wki, het Bki en de Rki;
de personen bedoeld in artikel 2.1 van het Burgerlijk Wetboek of een buitenlandse equivalent;
de omstandigheid dat binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48 van de Awb, de Inspectie JenV een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift door die overtreder heeft vastgesteld en hiervoor een (informele) maatregel heeft opgelegd en aan de overtreder heeft bekendgemaakt;
Regeling kwaliteit incassodienstverlening;
Wet op de economische delicten;
Wet kwaliteit incassodienstverlening;
Wetboek van Strafrecht.
Deze beleidsregel is van toepassing op bestuurlijke boetes die op grond van artikel 16, eerste lid, van de Wki, worden opgelegd voor overtredingen van de bepalingen als bedoeld in artikel 11, 12 en 13 van de Wki en artikel 5:20, eerste lid, van de Awb.
Categorie-indeling, boetebandbreedtes en verhogingsregelingen
Op grond van artikel 16, derde lid, van de Wki zijn de overtredingen van de Wki en onderliggende regelgeving waarvoor de Inspectie JenV een bestuurlijke boete kan opleggen, ingedeeld in de categorieën I, II en III.2 Voor deze overtredingen gelden wettelijke boetemaxima die zijn opgenomen in de onderstaande tabel.
Daarnaast zijn in de Wki twee verhogingsregelingen van overeenkomstige toepassing verklaard. In deze gevallen kan categorie IV van toepassing zijn:3
– De Wed bepaalt dat wanneer de waarde van de goederen met betrekking tot welke de overtreding is begaan of die geheel of gedeeltelijk door middel van een overtreding zijn verkregen, hoger is dan een kwart van het maximum van de boete, een boete kan worden opgelegd van de naast hogere categorie.4
– Het WvSr bepaalt dat wanneer een overtreding wordt begaan door een rechtspersoon of, onder meer, vennootschap onder firma, indien de boetecategorie geen passende bestraffing toelaat, een boete kan worden opgelegd van de naast hogere categorie.5
Hierbij gelden de volgende boetebandbreedtes6:
|
Categorie |
Overtreding |
Boetebandbreedte |
Boetemaximum1 |
|---|---|---|---|
|
Categorie I |
Artikel 11 van de Wki (naamgebruik en contactgegevens) |
€ 3,– t/m € 515,– |
€ 515,– |
|
Categorie II |
Artikel 12 van de Wki (personeel) Artikel 5:20 van de Awb (medewerkingsplicht) |
€ 3,– t/m € 5.150,– |
€ 5.150,– |
|
Categorie III |
Artikel 13 van de Wki (kwaliteitseisen) |
€ 3,– t/m € 10.300,– |
€ 10.300,– |
|
Categorie IV |
Verhogingsregeling |
€ 3,– t/m € 25.750,– |
€ 25.750,– |
1. De Inspectie JenV hanteert een stappenplan voor het vaststellen van de boete wegens één of meerdere overtredingen die is of zijn ingedeeld in een categorie, zoals bedoeld in artikel 3 van deze beleidsregel.
2. De boetehoogtes van overtredingen die zijn ingedeeld in de in artikel 3 vermelde categorieën, worden bepaald aan de hand van de volgende stappen:
|
Stappenplan |
Omschrijving |
|---|---|
|
Stap 1 |
Basisbedrag |
|
Stap 2 |
Ernst en/of duur |
|
Stap 3 |
Mate van verwijtbaarheid |
|
Stap 4 |
Overige omstandigheden |
|
Stap 5 |
Recidive |
|
Stap 6 |
Financiële draagkracht |
3. Bij toepassing van dit stappenplan neemt de Inspectie JenV de bij wet vastgestelde boetemaxima, de toepasselijke bepalingen van (hoofdstuk 5 van) de Awb en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht.
Stap 1: Basisbedrag
De Inspectie JenV stelt allereerst per overtreding het toepasselijke basisbedrag voor de boete vast op basis van artikel 3 (overtreden artikel en boetecategorie). Dit basisbedrag wordt vervolgens als uitgangspunt genomen voor de stappen 2 tot en met 6. In de stappen 2 tot en met 6 kan het basisbedrag per overtreding worden verhoogd (tot ten hoogste het maximum van de boetebandbreedte) of verlaagd (tot ten laagste het minimum van die bandbreedte), afhankelijk van de mate waarin boeteverlagende of boeteverhogende omstandigheden daartoe aanleiding geven. Om deze boeteverlagende en/of boeteverhogende omstandigheden te kunnen toepassen, wordt als basisbedrag altijd de helft van de maximum boetebandbreedte (boetemaximum) genomen. Deze werkwijze maakt maatmerk mogelijk.
|
Categorie |
Overtreding |
Boetebandbreedte |
Basisbedrag1 |
Boetemaximum2 |
|---|---|---|---|---|
|
Categorie I |
Artikel 11 van de Wki (naamgebruik en contactgegevens) |
€ 3,– t/m € 515,– |
€ 258,– |
€ 515,– |
|
Categorie II |
Artikel 12 van de Wki (personeel) Artikel 5:20 van de Awb (medewerkingsplicht) |
€ 3,– t/m € 5.150,– |
€ 2.575,– |
€ 5.150,– |
|
Categorie III |
Artikel 13 van de Wki (kwaliteitseisen) |
€ 3,– t/m € 10.300,– |
€ 5.150,– |
€ 10.300,– |
|
Categorie IV |
Verhogingsregeling |
€ 3,– t/m € 25.750,– |
€ 12.875,– |
€ 25.750,– |
Stap 2: Ernst en/of duur
a. In het basisbedrag ligt reeds een gemiddelde ernst en duur van de overtreding besloten. De Inspectie JenV verlaagt of verhoogt het boetebedrag per overtreding met 15%, indien de ernst en/of duur van de overtreding een dergelijke verlaging of verhoging rechtvaardigt.
b. Bij de toepassing van deze stap houdt de Inspectie JenV, voor zover van toepassing en van belang, onder meer rekening met de volgende omstandigheden, al dan niet in onderlinge samenhang bezien:
• de omvang van de overtreding (waarbij het bijvoorbeeld gaat om het aantal betrokken schuldenaren, het aantal dossiers of het al dan niet structurele karakter van een overtreding);
• de omvang van de schade;
• de duur van de overtreding;
• de maatschappelijke impact van de overtreding (zoals geschaad vertrouwen in de markt);
• de mogelijke economische impact van de overtreding op de markt (zoals verstoring van het gelijke speelveld).
Stap 3: Mate van verwijtbaarheid
a. In het basisbedrag ligt een gemiddelde mate van verwijtbaarheid van de overtreder besloten. De Inspectie JenV verlaagt of verhoogt het boetebedrag zoals vastgesteld na stap 2 per overtreding met maximaal 15%, indien de verwijtbaarheid van de overtreder een dergelijke verlaging of verhoging rechtvaardigt.
b. Voor zover van toepassing en van belang, houdt de Inspectie JenV bij de toepassing van deze stap onder meer rekening met de volgende omstandigheden, al dan niet in onderlinge samenhang bezien:
• de overtreder wordt geacht bekend te zijn met de voor hem geldende (wettelijke) eis;
• de mate waarin de overtreding voortvloeit uit of inherent is aan een vaste werkwijze of het bedrijfsmodel van de overtreder en/of de mate waarin de (bedrijfs)cultuur heeft bijgedragen aan de overtreding;
• de mate waarin de overtreding willens en wetens is begaan (voorbeeldvragen: heeft de overtreding zich voorgedaan ondanks serieuze inspanningen om deze te voorkomen, is bewust het risico genomen dat de overtreding zich zou voordoen?);
• de belemmering van een toezichthouder in de uitoefening van zijn taak;7
• de professionaliteit van de overtreder ten aanzien van de geschonden wettelijke vereisten (waarbij het bijvoorbeeld gaat om een grote, gevestigde ondernemer of een relatief kleine, net gestarte onderneming);
• de mate waarin de overtreder uit financieel-economische motieven heeft gehandeld en andere door hem te respecteren belangen daaraan ondergeschikt heeft gemaakt.
Stap 4: Overige omstandigheden
De Inspectie JenV kan het op basis van de stappen 1 tot en met 3 berekende boetebedrag per overtreding verlagen op grond van onderstaande bijzondere omstandigheden, al dan niet in onderlinge samenhang bezien. De Inspectie JenV past deze stap toe met een maximum van 15%.
Opstelling overtreder
De Inspectie JenV kan rekening houden met de opstelling van de overtreder met betrekking tot de medewerking aan het onderzoek. De Inspectie JenV kan daarbij onder meer de volgende omstandigheden, al dan niet in onderlinge samenhang bezien, betrekken, waarbij het voor de Inspectie JenV van belang is dat het gaat om verregaande vormen van medewerking in de periode tot het vaststellen van het rapport:
• de overtreder heeft, voordat hij bekend was met het onderzoek van de Inspectie JenV, concrete en specifieke maatregelen getroffen ter beëindiging van de overtreding;
• de overtreder heeft uit eigen beweging en zo spoedig mogelijk nadat hij van de overtreding kennisnam, concrete, specifieke en effectieve maatregelen getroffen om de overtreding te beëindigen en herhaling van de overtreding te voorkomen;
• de overtreder heeft volledig, onafhankelijk en adequaat onderzoek verricht of laten verrichten naar de overtreding en heeft de uitkomsten daarvan op eigen initiatief met de Inspectie JenV gedeeld;
• de overtreder heeft uit eigen beweging degenen aan wie door de overtreding schade is berokkend, schadeloos gesteld.
Andere bijzondere omstandigheden
Daarnaast kunnen bijzondere omstandigheden aan de orde zijn die in het voorgaande niet zijn betrokken, maar die in het kader van de evenredigheid voor het bepalen van de hoogte van de boete wel relevant (kunnen) zijn. De Inspectie JenV zal deze omstandigheden per specifiek geval bezien.
Stap 5: Recidive
Indien sprake is van recidive van een overtreding, hanteert de Inspectie JenV in beginsel een verhoging van 25% van het voor die overtreding door middel van voorgaande stappen vastgestelde boetebedrag, mits het wettelijk vastgestelde boetemaximum niet wordt overschreden. Bij overschrijding stelt de Inspectie JenV de boete op het boetemaximum vast.
Stap 6: Financiële draagkracht
a. Bij het vaststellen van de boete houdt de Inspectie JenV zo nodig rekening met de financiële omstandigheden waarin de overtreder verkeert. De Inspectie JenV biedt de overtreder de mogelijkheid via een formulier zijn financiële draagkracht te onderbouwen. Indien aannemelijk is dat het op grond van de stappen 1 tot en met 6 berekende boetebedrag de draagkracht van de overtreder overstijgt, gaat de Inspectie JenV in beginsel tot matiging over. Bij de beoordeling of aanleiding bestaat tot matiging, kan de Inspectie JenV rekening houden met de omstandigheden waaronder de verminderde of onvoldoende draagkracht is ontstaan alsmede met op korte termijn verwachte positieve financiële resultaten van de overtreder.
b. Uitgangspunt voor de omvang van de matiging is dat de Inspectie JenV de boete niet verder matigt dan tot een bedrag dat de overtreder redelijkerwijs geacht wordt te kunnen voldoen, zo nodig met het aangaan van een betalingsregeling bij het Centraal Justitieel Incassobureau.
Op grond van dit beleid vastgestelde boetes worden als volgt afgerond:
• bij een getal van 4 of lager achter de komma, wordt naar beneden afgerond; en
• bij een getal van 5 of hoger achter de komma, wordt naar boven afgerond.
De afronding vindt na elke stap plaats.
’s-Gravenhage, 8 januari 2026
De Minister van Justitie en Veiligheid, de Inspectie Justitie en Veiligheid, Namens deze: De waarnemend inspecteur-generaal Inspectie Justitie en Veiligheid E.G.M. Huijzer
De Inspectie JenV is belast met het toezicht op de naleving van de Wki en onderliggende regelgeving. In het kader van de handhaving van de Wki beschikt de Inspectie JenV op grond van artikel 16 van de Wki over de bevoegdheid een bestuurlijke boete op te leggen.
Bij de vaststelling van de hoogte van de bestuurlijke boete beschikt de Inspectie JenV over beleidsruimte. Bij de invulling van deze beleidsruimte neemt de Inspectie JenV onder meer de toepasselijke bepalingen uit (hoofdstuk 5 van) de Awb, de bij wet vastgestelde boetemaxima en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht.
In deze toelichting worden bepaalde keuzes en stappen uit de beleidsregel uitgelegd.
Het doel van de Beleidsregel bestuurlijke boetes Inspectie JenV – Wki (beleidsregel) is tweeledig, namelijk:
– om in elke afzonderlijke zaak waar een bestuurlijke boete passend en geboden is te komen tot een bestuurlijke boete waarvan de hoogte, alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, evenredig is; en
– om op voorhand zoveel mogelijk transparantie te geven over de wijze waarop de hoogte van de bestuurlijke boete wordt vastgesteld.
Deze beleidsregel is van toepassing op bestuurlijke boetes die op grond van artikel 16, eerste lid, van de Wki worden opgelegd voor overtredingen van de bepalingen als bedoeld in artikel 11, 12 en 13 van de Wki en artikel 5:20, eerste lid, van de Awb.
In artikel 3 van de beleidsregel is een tabel opgenomen met daarin boetecategorieën. Iedere categorie kent een boetebandbreedte. De boetebandbreedte bindt de Inspectie JenV in die zin dat per overtreding het maximumbedrag van de boetebandbreedte niet zal worden overschreden. Indien en voor zover het stappenplan zou leiden tot een hoger bedrag dan de boetebrandbreedte toelaat, wordt bij het maximumbedrag uit de bandbreedte aangesloten. Indien en voor zover het stappenplan zou leiden tot een lager bedrag dan de boetebrandbreedte toelaat, wordt bij het minimumbedrag uit de bandbreedte aangesloten. De categorie-indelingen zijn gebaseerd op de toepasselijke wettelijke maximumbedragen en verhogingsregelingen.8
Bij het opleggen van een bestuurlijke boete hanteert de Inspectie JenV een stappenplan om de hoogte van de bestuurlijke boete vast te stellen.
In stap 1 stelt de Inspectie JenV per overtreding de hoogte van het toepasselijke basisbedrag vast zoals deze volgt uit de tabel van artikel 4 van de beleidsregel. Het basisbedrag is de helft van de boetebandbreedte waardoor het mogelijk is om boeteverhogende en/of boeteverlagende omstandigheden toe te passen. Per overtreding waarvoor de overtreder een afzonderlijk verwijt wordt gemaakt, zal het basisbedrag als uitgangpunt worden genomen bij het bepalen van de hoogte van een bestuurlijke boete.
In artikel 5 van de beleidsregel is bepaald dat alle op grond van deze beleidsregel vastgestelde boetebedragen worden afgerond in hele euro’s. Hoe de afronding precies plaatsvindt, is afhankelijk van de hoogte van de boete vóór afronding.
Voorbeeldcasus: de Inspectie JenV legt een bestuurlijke boete op omdat uit toezichtonderzoek blijkt dat een incassodienstverlener in vier onderzochte dossiers oneigenlijke druk uitoefent op schuldenaren. Het uitoefenen van oneigenlijke druk is een overtreding van artikel 13, derde lid, van de Wki, artikel 4.1, eerste lid, van het Bki, en artikel 3 van de Rki. Overtreding van deze bepaling is op grond van artikel 16, derde lid, aanhef en onderdeel c, van de Wki, ingedeeld in boetecategorie III. Voor boetecategorie III geldt op grond van artikel 3 van de beleidsregel per overtreding een basisbedrag van € 5.150,–.
In deze fictieve casus maakt de Inspectie JenV de incassodienstverlener een verwijt per dossier, omdat de incassodienstverlener er bewust voor heeft gekozen om de druk in elk afzonderlijk dossier op een oneigenlijke manier op te voeren om de schuldenaar te bewegen tot betaling van de vordering. Dit betekent dat de incassodienstverlener vier overtredingen van artikel 13, derde lid, van de Wki, artikel 4.1, eerste lid, van het Bki, en artikel 3 van de Rki heeft begaan. Toepassing van de eerste stap leidt daardoor viermaal tot een basisbedrag van € 5.150,–.
In stap 2 kan de Inspectie JenV het basisbedrag met 15% verlagen of verhogen, als de ernst en/of duur van de overtreding een dergelijke verlaging of verhoging rechtvaardigt.
Bij de toepassing van deze stap kan de Inspectie JenV onder meer rekening houden met een aantal omstandigheden dat in de stap is genoemd, al dan niet in onderlinge samenhang bezien. De toepasselijkheid van deze stap is casuïstisch. Dit betekent dat de genoemde omstandigheden niet in iedere zaak stap voor stap hoeven afgelopen te worden, maar alleen worden betrokken als daarvan sprake is. Ook levert de afwezigheid van een bepaalde omstandigheid niet per definitie een boeteverlagende omstandigheid op. Het betreft geen limitatieve opsomming van omstandigheden.
Het percentage van de verhoging dat in de bepaling is vermeld, geldt voor het totaal van de relevante omstandigheden en vormt geen verhoging per omstandigheid.
Voorbeeldcasus: bij stap 1 heeft de Inspectie JenV het basisbedrag vastgesteld op (viermaal) € 5.150,–. Omdat in alle vier de gevallen sprake is van omstandigheden die de ernst verder verhogen, bijvoorbeeld bijzonder nadelige (financiële) gevolgen voor schuldenaren en een langdurige overtreding, verhoogt de Inspectie JenV in alle gevallen het basisbedrag met 15%. Het na stap 2 vastgestelde boetebedrag wordt dan (viermaal) € 5.923,–.
In stap 3 kan de Inspectie JenV het na stap 2 vastgestelde boetebedrag met maximaal 15% verlagen of verhogen, als de verwijtbaarheid van de overtreder een dergelijke verlaging of verhoging rechtvaardigt.
Voorbeeldcasus: de Inspectie JenV verwijt de overtreder viermaal een overtreding van het uitoefenen van oneigenlijke druk op schuldenaren. Daarvoor geldt een basisbedrag van € 5.150,– per overtreding. Het na stap 2 vastgestelde bedrag is € 5.923,– vanwege verhoogde ernst. Omdat de overtreder uit financieel-economische motieven heeft gehandeld en andere door hem te respecteren belangen daaraan ondergeschikt heeft gemaakt, is de Inspectie JenV van oordeel dat sprake is van verhoogde verwijtbaarheid en verhoogt de Inspectie JenV het boetebedrag bij stap 3 met 15%. Het na stap 3 vastgestelde bedrag wordt dan (viermaal) € 6.811,–.
In stap 4 kan de Inspectie JenV het op basis van de stappen 1 tot en met 3 berekende boetebedrag verlagen op grond van onderstaande bijzondere omstandigheden, al dan niet in onderlinge samenhang bezien. De Inspectie JenV past deze stap toe met een maximum van 15%.
Voorbeeldcasus: het vastgestelde bedrag na stap 3 is € 6.811,– per overtreding. Omdat de incassodienstverlener zo spoedig mogelijk nadat hij van de overtreding kennisnam concrete, specifieke en effectieve maatregelen heeft getroffen om de overtreding in de toekomst te voorkomen, verlaagt de Inspectie JenV het bedrag met 15%. Het na stap 4 vastgestelde boetebedrag wordt dan (viermaal) € 5.789,–.
In stap 5 verhoogt de Inspectie JenV het vastgestelde boetebedrag (zoals is vastgesteld na het doorlopen van stappen 1 tot en met 4) met 25% als sprake is van recidive, mits het wettelijk vastgestelde boetemaximum niet wordt overschreden. Bij overschrijding stelt de Inspectie JenV de boete op het boetemaximum vast.
Van recidive is sprake als binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het opgemaakte rapport, als bedoeld in artikel 5:48 van de Awb, door de Inspectie JenV een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift door die overtreder is vastgesteld en aan de overtreder heeft bekendgemaakt. Dit kan zijn gedaan door middel van een (informele) maatregel. Tot 1 januari 2025 heeft de Inspectie JenV zich beperkt tot het sturen van een zogeheten terugkoppelingsbrief bij overtredingen van de Wki. Ook deze terugkoppelingsbrieven ziet de Inspectie JenV als een informele maatregel.
Voorbeeldcasus: in de voorbeeldcasus heeft de Inspectie JenV aan dezelfde incassodienstverlener een jaar eerder een last onder dwangsom opgelegd voor een overtreding van dezelfde bepaling. Daarom is sprake van recidive en verhoogt de Inspectie JenV het boetebedrag met 25%. Het na stap 5 vastgestelde boetebedrag wordt dan viermaal € 7.236,–. Het wettelijk vastgestelde boetemaximum bedraagt € 10.300,–. In voorbeeldcasus 1 wordt het wettelijk vastgestelde boetemaximum dus niet overschreden.
In stap 6 van het stappenplan wordt ingegaan op eventuele verlaging van de boete op grond van financiële draagkracht van de overtreder. Bij de vaststelling van de hoogte van de boete dient de Inspectie JenV rekening te houden met de financiële draagkracht van de overtreder.
Voorbeeldcasus: het na stap 5 vastgestelde bedrag is € 7.236,– per overtreding. De incassodienstverlener heeft de overtreding viermaal begaan, waarmee het totaalbedrag uitkomt op € 28.944,–. De overtreder doet een beroep op beperkte draagkracht, maar de Inspectie JenV is van oordeel dat de overtreder de boete met een betalingsregeling kan dragen. Het vastgestelde bedrag na het doorlopen van het stappenplan is en blijft € 28.944,–.
Het is aan de overtreder om aannemelijk te maken dat de vastgestelde boete wegens beperkte draagkracht te hoog is. De overtreder dient hiervoor een actueel, volledig, en betrouwbaar inzicht te geven in zijn financiële situatie. Bij de beoordeling daarvan kan de Inspectie JenV rekening houden met onder andere de omstandigheden waaronder de beperkte draagkracht is ontstaan alsmede met de te verwachten financiële resultaten van de overtreder. De Inspectie JenV draagt er zorg voor dat de overtreder een draagkrachtformulier ter beschikking wordt gesteld.
De Beleidsregel bestuurlijke boetes Inspectie JenV – Wki boetes treedt direct na bekendmaking in werking. De Inspectie JenV beschikte niet eerder over een boetebeleid Wki, zodat een overgangsregeling niet noodzakelijk is. Aanpassingen van wet- en regelgeving, alsmede nieuwe taken van de Inspectie JenV, dan wel nieuwe inzichten, kunnen leiden tot aanpassingen van deze Beleidsregel bestuurlijke boetes Inspectie JenV – Wki.
Met deze omstandigheid wordt geen rekening gehouden bij het opleggen van een boete wegens overtreding van artikel 5:20, derde lid, van de Awb.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://www.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-1098.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.