Autorisatiebesluit voor Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V., Rijksdienst voor Identiteitsgegevens

Datum 16 april 2025

Kenmerk 2025-0000271155

In het verzoek van14 maart 2025, 2025-0000242077, heeft Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. om autorisatie voor de systematische verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen in verband met het honoreren van aanspraken van gerechtigden op opvorderbare gelden op de verzekeraar en het beëindigen van periodieke uitkeringen.

Gelet op de artikelen 3.1 en 3.3 van de Wet basisregistratie personen en artikel 39 van het Besluit basisregistratie personen wordt op dit verzoek als volgt besloten.

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. de verzekeraar:

Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V.;

b. de Wet BRP:

de Wet basisregistratie personen;

c. het Besluit BRP:

het Besluit basisregistratie personen;

d. de basisregistratie personen:

de basisregistratie personen, bedoeld in artikel 1.2 van de Wet BRP;

e. de systematische verstrekking:

de systematische verstrekking, bedoeld in artikel 1.1, onder g, van de Wet BRP;

f. de systeembeschrijving:

de systeembeschrijving, bedoeld in artikel 1 van het Besluit BRP;

g. de persoonslijst:

de persoonslijst, bedoeld in artikel 1.1, onder c, van de Wet BRP;

h. de ingeschrevene:

de ingeschrevene, bedoeld in artikel 1.1, onder e, van de Wet BRP;

i. autorisatietabelregel:

de tabel ten behoeve van de systematische verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 1.1, onder g, van de Wet BRP;

j. de afnemersindicatie:

de codering die de verzekeraar aanduidt in verband met de uitvoering van dit besluit en die is vermeld in de autorisatietabelregel;

k. de spontane verstrekking van gegevens:

de verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder a, van het Besluit BRP;

l. de verstrekking van gegevens op verzoek:

de verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onder c, van het Besluit BRP, waarbij het aantal personen waarover informatie wordt verstrekt per verzoek ten hoogste tien bedraagt;

m. een actueel gegeven:

een gegeven dat overeenkomstig de systeembeschrijving als actueel gegeven in de basisregistratie personen is vermeld;

n. een infrastructurele wijziging:

een wijziging van de Categorie Verblijfplaats die overeenkomstig de systeembeschrijving wordt beschouwd als een infrastructurele wijziging;

o. de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens:

de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

p. de verzekerde:

de verzekerde als bedoeld in artikel 7:965 van het Burgerlijk Wetboek;

q. de begunstigde:

de begunstigde als bedoeld in artikel 7:965 van het Burgerlijk Wetboek;

r. de levensverzekering:

de levensverzekering als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;

s. de lijfrente:

de lijfrente als bedoeld in artikel 7:990 Burgerlijk Wetboek.

Paragraaf 2. De spontane verstrekking van gegevens aan de verzekeraar

Artikel 2

  • 1. Zodra de afnemersindicatie bij de persoonslijst van een ingeschrevene is op genomen worden aan de verzekeraar eenmaal de gegevens verstrekt die zijn opgenomen in bijlage I bij dit besluit voor zover deze gegevens zijn opgenomen op de persoonslijst van de ingeschrevene.

  • 2. Indien een gegeven dat is opgenomen in bijlage I op de persoonslijst van een ingeschrevene wordt gewijzigd, verwijderd of opgenomen en de afnemersindicatie als actuele aanduiding bij deze persoonslijst is vermeld, krijgt de verzekeraar deze wijziging, verwijdering of opname van het gegeven verstrekt.

  • 3. De verstrekking bevat bij de wijziging van een gegeven het gegeven zoals dit luidde voor de wijziging en het gegeven zoals dit luidt na de wijziging. Bij een verwijdering van een gegeven bevat de verstrekking het verwijderde gegeven. Bij een eerste opneming van een gegeven op de persoonslijst bevat de verstrekking het opgenomen gegeven. De verstrekking bevat tevens het administratienummer van de ingeschrevene, dat als actueel gegeven op de persoonslijst is vermeld.

  • 4. De verstrekking aan de verzekeraar naar aanleiding van de wijziging van het administratienummer van de ingeschrevene bevat een set identificerende gegevens en de ingangsdatum geldigheid met betrekking tot de elementen van de categorie Persoon. De verstrekking vindt plaats overeenkomstig hetgeen is bepaald in de systeembeschrijving.

Artikel 3

  • 1. De afnemersindicatie wordt op verzoek van de verzekeraar bij de persoonslijst van een ingeschrevene opgenomen. De verzekeraar verzoekt slechts om de opneming indien de spontane verstrekking van gegevens over de ingeschrevene noodzakelijk is voor de uitvoering van het honoreren van aanspraken van gerechtigden op opvorderbare gelden op de verzekeraar en het beëindigen van periodieke uitkeringen en het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over de ingeschrevene die:

    • a. een verzekerde is ten aanzien van wie een levensverzekering is afgesloten bij de verzekeraar en wiens overlijden de aanspraken van begunstigden op gelden opvorderbaar maakt;

    • b. een verzekerde is ten aanzien van wie een levensverzekering is afgesloten bij de verzekeraar, die een periodieke lijfrente ontvangt en na wiens overlijden periodieke uitkeringen moeten worden beëindigd of deels moeten worden beëindigd.

  • 2. De afnemersindicatie wordt niet bij de persoonslijst van een ingeschrevene opgenomen, indien de afnemersindicatie reeds als actuele aanduiding bij de persoonslijst van de ingeschrevene is vermeld.

Artikel 4

Op verzoek van de verzekeraar wordt de afnemersindicatie als actuele aanduiding bij de persoonslijst van een ingeschrevene verwijderd. De verzekeraar verzoekt in ieder geval om verwijdering indien:

  • a. de verzekerde is overleden;

  • b. de verzekeringnemer de levensverzekering opzegt;

  • c. de expiratiedatum van de levensverzekering is verstreken.

Paragraaf 3. De verstrekking van gegevens op verzoek aan de verzekeraar

Artikel 5

  • 1. Aan de verzekeraar wordt op zijn verzoek een gegeven verstrekt dat is vermeld op de persoonslijst van een ingeschrevene, indien het een gegeven betreft dat is opgenomen in bijlage II, III, IV of V bij dit besluit.

  • 2. De verzekeraar verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage II bij dit besluit indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over de ingeschrevene die:

    • a. een verzekerde is ten aanzien van wie een levensverzekering is afgesloten bij de verzekeraar en wiens overlijden de aanspraken van begunstigden op gelden opvorderbaar maakt;

    • b. een verzekerde is ten aanzien van wie een levensverzekering is afgesloten bij de verzekeraar, die een periodieke lijfrente ontvangt en na wiens overlijden periodieke uitkeringen moeten worden beëindigd of deels moeten worden beëindigd;

    • c. een verzekerde is ten aanzien van wie bij de verzekeraar een levensverzekering is afgesloten waarvan:

      • 1. de aanspraken van begunstigden op gelden opvorderbaar worden op de expiratiedatum van de verzekering, en

      • 2. de expiratiedatum is verstreken.

  • 3. De verzekeraar verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage III bij dit besluit indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over de ingeschrevene die verzekeringnemer of verzekerde is van de levensverzekering bij de verzekeraar en wiens echtgenoot of geregistreerd partner de begunstigde is van de verzekering als bedoeld onder artikel 5, tweede lid, onder a en c van dit besluit.

  • 4. De verzekeraar verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage IV bij dit besluit indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over de ingeschrevene die verzekeringnemer of verzekerde is van de levensverzekering bij de verzekeraar en wiens kind de begunstigde is van de verzekering als bedoeld onder artikel 5, tweede lid, onder a en c van dit besluit.

  • 5. De verzekeraar verzoekt slechts om een gegeven dat is opgenomen in bijlage V bij dit besluit indien het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over de ingeschrevene die begunstigde is van de verzekering bij de verzekeraar als bedoeld onder artikel 5, tweede lid, onder a, b en c van dit besluit.

  • 6. De verzekeraar verzoekt slechts om een gegeven van de ingeschrevene als bedoeld onder artikel 5, derde, vierde, vijfde lid van dit besluit indien een eerder aangewezen begunstigde is overleden of de opvorderbare aanspraken op gelden niet heeft aanvaard, tenzij de ingeschrevene de eerst aangewezen begunstigde is.

  • 7. Aan de verzekeraar worden geen gegevens verstrekt, indien een of meer van de gegevens waarvan de verzekeraar bij zijn verzoek gebruik heeft gemaakt, niet is opgenomen in bijlage II, III, IV of V bij dit besluit.

Paragraaf 4. Overige verstrekkingen aan de verzekeraar

Artikel 6

  • 1. Indien de gegevensverstrekking die op grond van dit besluit aan de verzekeraar dient plaats te vinden niet of op onjuiste wijze is geschied, wordt dit overeenkomstig hetgeen hierover is geregeld in de systeembeschrijving hersteld. Indien de afnemersindicatie ten onrechte niet bij een persoonslijst is geplaatst, ten onrechte is verwijderd of ten onrechte niet is verwijderd wordt dit hersteld overeenkomstig hetgeen hierover is bepaald in de systeembeschrijving.

  • 2. Indien een verstrekking aan de verzekeraar op grond van dit besluit een gegeven betreft dat op juistheid wordt of is onderzocht, bevat de verstrekking naast dit gegeven tevens de gegevens over dat onderzoek. Indien de afnemersindicatie als actuele aanduiding bij de persoonslijst is vermeld worden tevens gegevens over het begin, de wijziging of de beëindiging van het onderzoek zelf verstrekt.

  • 3. Indien de spontane verstrekking van gegevens aan de verzekeraar een gegeven bevat waarbij “indicatie onjuist dan wel strijdigheid met de openbare orde” is vermeld, bevat de verstrekking tevens deze indicatie. De overige verstrekkingen aan de verzekeraar die plaatsvinden op grond van dit besluit bevatten geen gegevens waarbij “indicatie onjuist dan wel strijdigheid met de openbare orde” is vermeld.

  • 4. Indien aan de verzekeraar gegevens worden verstrekt van een persoonslijst waarvan de bijhouding is opgeschort, bevat de verstrekking tevens de gegevens omtrent de reden en de datum van de opschorting, alsmede, voor zover deze gegevens zijn opgenomen op de persoonslijst, gegevens over de verificatie en de aanlevering van de verstrekte gegevens.

  • 5. Bij de afvoering van een persoonslijst uit de basisregistratie personen worden aan de verzekeraar, indien de code “fout” als omschrijving reden opschorting bijhouding op de persoonslijst is vermeld en de afnemersindicatie als actuele aanduiding bij de persoonslijst is vermeld, de volgende gegevens verstrekt:

    • a. A-nummer persoon;

    • b. omschrijving reden opschorting bijhouding;

    • c. datum opschorting bijhouding.

Paragraaf 5. De verzending en de ontvangst van berichten

Artikel 7

Indien als gevolg van infrastructurele wijzigingen aan de verzekeraar op grond van dit besluit gegevens moeten worden verstrekt, kan de verzekeraar met de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens overeenkomen dat de gegevens niet worden verstrekt. De overeenstemming tussen de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens en de verzekeraar wordt schriftelijk vastgelegd.

Artikel 8

Nadat schriftelijke overeenstemming is bereikt met de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens kan de verzekeraar gebruik maken van een alternatief medium als bedoeld in de systeembeschrijving bij verstrekking van gegevens als bedoeld in paragraaf I in geval van verstrekking van gegevens als gevolg van infrastructurele wijzigingen.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 9

  • 1. De verzekeraar verstrekt aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onverwijld alle nieuw gebleken informatie die betrekking heeft op hetgeen geregeld is in dit besluit.

  • 2. Deze informatie betreft in ieder geval wijzigingen in:

    • a. de taak of de wijze van uitvoering van de taak van de verzekeraar;

    • b. de regelgeving ten aanzien van de taak of de wijze van uitvoering van de taak van de verzekeraar;

    • c. de gegevens uit de basisregistratie personen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak van de verzekeraar.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 mei 2025.

Het besluit en de bijlagen bij het besluit worden gepubliceerd in de Staatscourant.

’s-Gravenhage, 16 april 2025

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Digitalisering en Koninkrijksrelaties namens deze, wnd. Directeur Uitvoering

Bezwaar

Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit daartegen per brief bezwaar maken bij de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Postbus 10451, 2501 HL Den Haag. Het bezwaarschrift moet zijn ondertekend, voorzien zijn van een datum alsmede de naam en het adres van de indiener en dient vergezeld te gaan van de gronden waarop het bezwaar berust en, zo mogelijk, een afschrift van het besluit waartegen het bezwaar is gericht.

BIJLAGE I

Bijlage bij artikel 2 van dit besluit

RUBRIEK

OMSCHRIJVING

   

01

PERSOON

   

01.01.10

A-nummer persoon

01.02.10

Voornamen persoon

01.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam persoon

01.02.40

Geslachtsnaam persoon

01.03.10

Geboortedatum persoon

   

06

OVERLIJDEN

   

06.08.10

Datum overlijden

   

07

INSCHRIJVING

   

07.70.10

Indicatie geheim

   

08

VERBLIJFPLAATS

   

08.09.10

Gemeente van inschrijving

   

58

VERBLIJFPLAATS

   

58.09.10

Gemeente van inschrijving

BIJLAGE II

Bijlage bij artikel 5 van dit besluit

RUBRIEK

OMSCHRIJVING

   

01

PERSOON

   

01.01.10

A-nummer persoon

01.02.10

Voornamen persoon

01.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam persoon

01.02.40

Geslachtsnaam persoon

01.03.10

Geboortedatum persoon

01.04.10

Geslachtsaanduiding

   

05

HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP

   

05.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner

05.02.40

Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner

05.06.10

Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap

05.07.10

Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap

   

06

OVERLIJDEN

   

06.08.10

Datum overlijden

   

07

INSCHRIJVING

   

07.70.10

Indicatie geheim

   

08

VERBLIJFPLAATS

   

08.09.10

Gemeente van inschrijving

08.11.10

Straatnaam

08.11.20

Huisnummer

08.11.30

Huisletter

08.11.40

Huisnummertoevoeging

08.11.50

Aanduiding bij huisnummer

08.11.60

Postcode

08.11.70

Woonplaatsnaam

08.12.10

Locatiebeschrijving

08.13.10

Land adres buitenland

08.13.30

Regel 1 adres buitenland

08.13.40

Regel 2 adres buitenland

08.13.50

Regel 3 adres buitenland

   

58

VERBLIJFPLAATS

   

58.09.10

Gemeente van inschrijving

58.11.10

Straatnaam

58.11.20

Huisnummer

58.11.30

Huisletter

58.11.40

Huisnummertoevoeging

58.11.50

Aanduiding bij huisnummer

58.11.60

Postcode

58.11.70

Woonplaatsnaam

58.12.10

Locatiebeschrijving

58.13.10

Land adres buitenland

58.13.30

Regel 1 adres buitenland

58.13.40

Regel 2 adres buitenland

58.13.50

Regel 3 adres buitenland

BIJLAGE III

Bijlage bij artikel 5 van dit besluit

RUBRIEK

OMSCHRIJVING

   

01

PERSOON

   

01.01.10

A-nummer persoon

01.02.10

Voornamen persoon

01.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam persoon

01.02.40

Geslachtsnaam persoon

01.03.10

Geboortedatum persoon

   

05

HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP

   

05.01.10

A-nummer echtgenoot/geregistreerd partner

05.02.10

Voornamen echtgenoot/geregistreerd partner

05.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner

05.02.40

Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner

05.06.10

Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap

05.07.10

Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap

   

06

OVERLIJDEN

   

06.08.10

Datum overlijden

   

07

INSCHRIJVING

   

07.70.10

Indicatie geheim

   

08

VERBLIJFPLAATS

   

08.09.10

Gemeente van inschrijving

   

58

VERBLIJFPLAATS

   

58.09.10

Gemeente van inschrijving

BIJLAGE IV

Bijlage bij artikel 5 van dit besluit

RUBRIEK

OMSCHRIJVING

   

01

PERSOON

   

01.01.10

A-nummer persoon

01.02.10

Voornamen persoon

01.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam persoon

01.02.40

Geslachtsnaam persoon

01.03.10

Geboortedatum persoon

   

06

OVERLIJDEN

   

06.08.10

Datum overlijden

   

07

INSCHRIJVING

   

07.70.10

Indicatie geheim

   

08

VERBLIJFPLAATS

   

08.09.10

Gemeente van inschrijving

   

58

VERBLIJFPLAATS

   

58.09.10

Gemeente van inschrijving

   

09

KIND

   

09.01.10

A-nummer kind

09.02.10

Voornamen kind

09.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam kind

09.02.40

Geslachtsnaam kind

09.03.10

Geboortedatum kind

BIJLAGE V

Bijlage bij artikel 5 van dit besluit

RUBRIEK

OMSCHRIJVING

   

01

PERSOON

   

01.01.10

A-nummer persoon

01.02.10

Voornamen persoon

01.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam persoon

01.02.40

Geslachtsnaam persoon

01.03.10

Geboortedatum persoon

01.61.10

Aanduiding naamgebruik

   

05

HUWELIJK/GEREGISTREERD PARTNERSCHAP

   

05.02.30

Voorvoegsel geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner

05.02.40

Geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner

05.06.10

Datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap

05.07.10

Datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap

   

06

OVERLIJDEN

   

06.08.10

Datum overlijden

   

07

INSCHRIJVING

   

07.70.10

Indicatie geheim

   

08

VERBLIJFPLAATS

   

08.09.10

Gemeente van inschrijving

08.11.10

Straatnaam

08.11.20

Huisnummer

08.11.30

Huisletter

08.11.40

Huisnummertoevoeging

08.11.50

Aanduiding bij huisnummer

08.11.60

Postcode

08.11.70

Woonplaatsnaam

08.12.10

Locatiebeschrijving

08.13.10

Land adres buitenland

08.13.30

Regel 1 adres buitenland

08.13.40

Regel 2 adres buitenland

08.13.50

Regel 3 adres buitenland

   

58

VERBLIJFPLAATS

   

58.09.10

Gemeente van inschrijving

58.11.10

Straatnaam

58.11.20

Huisnummer

58.11.30

Huisletter

58.11.40

Huisnummertoevoeging

58.11.50

Aanduiding bij huisnummer

58.11.60

Postcode

58.11.70

Woonplaatsnaam

58.12.10

Locatiebeschrijving

58.13.10

Land adres buitenland

58.13.30

Regel 1 adres buitenland

58.13.40

Regel 2 adres buitenland

58.13.50

Regel 3 adres buitenland

TOELICHTING

1. Algemeen

Inleiding

De Wet basisregistratie personen (Wet BRP) vormt de juridische basis voor de basisregistratie personen. In de basisregistratie personen zijn persoonsgegevens opgeslagen in de vorm van persoonslijsten.

De basisregistratie personen bevat gegevens over personen die zijn ingeschreven bij een van de gemeenten in Nederland. De gemeenten houden deze gegevens bij.

Verder zijn in de basisregistratie personen gegevens opgenomen van personen die buiten Nederland woonachtig zijn, zogenoemde niet-ingezetenen. Gegevens van niet-ingezetenen worden bijgehouden door de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze registratie van niet-ingezetenen in de basisregistratie personen wordt aangeduid als de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI). Over niet-ingezetenen wordt een beperkter aantal gegevens bijgehouden dan over ingezetenen. De gegevens in de RNI zijn niet aangemerkt als authentieke gegevens. Gegevens over niet-ingezetenen kunnen namelijk minder gemakkelijk actueel gehouden worden dan gegevens over ingezetenen.

De Wet BRP biedt de grondslag voor systematische gegevensverstrekking over ingezetenen en niet-ingezetenen aan overheidsorganen en daartoe aangewezen andere organisaties. Bij de systematische verstrekking worden vanuit een centraal bestand op geautomatiseerde wijze persoonsgegevens uit de basisregistratie personen verstrekt.

Organisaties die in aanmerking komen voor systematische gegevensverstrekking

Allereerst komen overheidsorganen in aanmerking voor systematische gegevensverstrekking uit de basisregistratie personen. Daarnaast kunnen ook organisaties die werkzaamheden verrichten met een gewichtig maatschappelijk belang daarvoor in aanmerking komen, indien deze werkzaamheden en deze organisaties op grond van artikel 3.3 van de Wet BRP zijn aangewezen. Voorts voorziet artikel 3.13 Wet BRP in systematische gegevensverstrekking aan onderzoeksinstellingen. Waar in het vervolg van deze toelichting zal worden gesproken over "de afnemer" worden daarmee zowel overheidsorganen als derden als onderzoeksinstellingen bedoeld.

Het autorisatiebesluit

Afnemers die systematisch gegevens verstrekt willen krijgen uit de basisregistratie personen dienen hiertoe een verzoek in bij de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het verzoek wordt gedaan in de vorm van een autorisatieaanvraagformulier. In dit formulier is aangegeven welke gegevens, over welke personen en voor welke taken de aanvrager op systematische wijze verstrekt wenst te krijgen. Het verzoek wordt getoetst, waarbij wordt uitgegaan van de beoordelingscriteria zoals deze zijn neergelegd in de Wet BRP en het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP). Onder meer bepalend is of en in hoeverre de verstrekking van de gegevens noodzakelijk is voor de goede vervulling van de taak van de aanvrager. Hierbij wordt steeds de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de personen, van wie de aanvrager gegevens verstrekt wenst te krijgen, gewaarborgd.

Na toetsing van het autorisatieverzoek wordt door de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een autorisatiebesluit ten behoeve van de aanvrager genomen. In dit autorisatiebesluit wordt bepaald welke gegevens over welke categorieën van personen en in welke gevallen aan de afnemer worden verstrekt. Aan het autorisatiebesluit kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in het belang van een zorgvuldige en doelmatige gegevensverstrekking.

Het autorisatiebesluit wordt voor zover mogelijk technisch vertaald in een zogenoemde autorisatie tabelregel. Aan de hand van de autorisatietabelregel wordt de geautoriseerde afnemer herkend en kan de gegevensverstrekking vanuit de basisregistratie personen geautomatiseerd afgewikkeld worden.

2. Toelichting op de wijzen van verstrekken

De systematische gegevensverstrekking uit de basisregistratie personen kan op verschillende wijzen plaatsvinden. Op grond van dit besluit vindt de verstrekking op de volgende manieren plaats:

De spontane verstrekking van gegevens

Met behulp van de spontane verstrekking van gegevens kan een afnemer zijn eigen bestand actueel houden. De afnemer wordt met behulp van deze gegevensverstrekking op de hoogte gehouden van mutaties in de gegevens van de personen die tot de doelgroep van de afnemer behoren. Om de spontane verstrekking mogelijk te maken moeten de persoonslijsten van deze personen worden gemarkeerd. De markering vindt plaats door het opnemen van de afnemersindicatie van de afnemer bij de betreffende persoonslijst.

De spontane verstrekking betreft een vastgestelde (sub)set van gegevens van een persoonslijst. Zodra de afnemersindicatie van een afnemer bij een persoonslijst is geplaatst krijgt deze afnemer eenmalig de gehele set gegevens verstrekt. Hierna krijgt de afnemer, indien een van de in de set opgenomen gegevens wijzigt, het oude en het nieuwe gegeven verstrekt. Bij opname van een gegeven bevat de verstrekking het nieuwe gegeven, bij verwijdering van een gegeven bevat de verstrekking het verwijderde gegeven.

Afnemersindicaties kunnen op drie verschillende wijzen bij een persoonslijst worden geplaatst. In de eerste plaats op verzoek van een afnemer. Ten tweede door middel van een selectie: eenmalig of periodiek worden afnemersindicaties geplaatst bij persoonslijsten die aan een bepaalde voorwaarde voldoen. Ten derde door middel van sleutelrubrieken, waarbij een afnemersindicatie bij de persoonslijst wordt opgenomen indien een bepaald gegeven op de persoonslijst van een persoon wordt opgenomen of gewijzigd en de desbetreffende persoonslijst na die wijziging of opneming aan één of meer gestelde voorwaarden voldoet.

De afnemersindicatie wordt niet bij een persoonslijst geplaatst als dezelfde afnemersindicatie reeds als actuele aanduiding bij de persoonslijst is opgenomen.

In het geval dat een ingeschrevene over wie gegevens verstrekt worden niet (meer) behoort tot de doelgroep dient bij de persoonslijst van die ingeschrevene geen afnemersindicatie (meer) voor te komen. Dit betekent dat de afnemer de verplichting heeft de eerder geplaatste afnemersindicatie te laten verwijderen. De afnemersindicatie blijft als historische aanduiding bij de persoonslijst van de ingeschrevene staan.

De verstrekking op verzoek

Een afnemer kan op verzoek een set gegevens van een persoonslijst verstrekt krijgen. In het autorisatiebesluit is opgenomen welke gegevens van welke categorieën personen mogen worden opgevraagd.

Overige verstrekkingen

Door technische problemen kan het voorkomen dat het berichtenverkeer in een bepaalde periode niet of niet juist heeft plaatsgevonden. Ook kan voorkomen dat afnemersindicaties ten onrechte zijn verwijderd of niet zijn opgenomen. Om dit te herstellen wordt een zogenaamd “herstelbericht” verstuurd. Tevens worden de ontbrekende afnemersindicaties (opnieuw) geplaatst of verwijderd.

Indien een onderzoek is ingesteld of afgerond naar een gegeven of een verzameling van gegevens, wordt hiervan melding gedaan.

Op een persoonslijst kan bij historische gegevens de indicatie “onjuist dan wel strijdigheid met de openbare orde” geplaatst worden. Deze gegevens zijn foutief en worden daarom in principe niet verstrekt. Uitzondering hierop is de spontane verstrekking die het gevolg is van de correctie van het foutieve gegeven. Deze spontane verstrekking vindt wel plaats, waarbij met het oude gegeven dat wordt verstrekt tevens de indicatie “onjuist dan wel strijdigheid met de openbare orde” wordt meeverstrekt.

Indien gegevens worden opgevraagd van een persoonslijst die is opgeschort, hetgeen ondermeer gebeurt indien een ingeschrevene is overleden of geëmigreerd, worden de reden en datum opschorting bijhouding van de persoonslijst meeverstrekt. Bij verstrekking van gegevens van een persoonslijst van een niet-ingezetene, is het van belang om aan te geven wanneer de gegevens op de persoonslijst geverifieerd zijn en welke organisatie de in een categorie opgenomen gegevens heeft aangeleverd. Om dit te bereiken, worden de verificatiegegevens of de gegevens over de aanleverende organisatie, voor zover die gegevens zijn opgenomen op de persoonslijst, meeverstrekt als er gegevens worden verstrekt uit een categorie waarin die gegevensgroepen voorkomen.

Een persoonslijst die ten onrechte in de basisregistratie personen is opgenomen, wordt afgevoerd. Bij afvoering worden de reden en datum opschorting bijhouding van de persoonslijst en het administratienummer van de ingeschrevene verstrekt.

3. De verzending en ontvangst van berichten

Onder infrastructurele wijziging wordt verstaan een gemeentenaamswijziging, een samenvoeging van gemeenten, een opdeling van een gemeente in een aantal nieuwe gemeenten of een gemeentedeelwijziging. Door een infrastructurele wijziging kan een groot aantal persoonslijsten gewijzigd worden met als gevolg dat aan de afnemer gegevens worden verstrekt. Het is mogelijk dat de afnemer geen behoefte heeft aan de ontvangst van deze gegevens of deze gegevens op andere wijze verstrekt wenst te krijgen. Om de verstrekking van overbodige gegevens te voorkomen, maakt het besluit het mogelijk dat overeengekomen wordt dat deze gegevens niet of op andere wijze worden verstrekt.

Over de verstrekking van gegevens via alternatieve media, al dan niet naar aanleiding van infrastructurele wijzigingen, over de leverings- en selectiedata en over andere relevante onderwerpen dient overeenstemming te zijn met de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens.

4. Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V.

Dit besluit is een autorisatiebesluit dat is genomen ten behoeve van Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. (in deze toelichting genoemd: de verzekeraar).

De verzekeraar is ingevolge artikel 39 van het Besluit BRP aangewezen als derde die in aanmerking komt voor de systematische gegevensverstrekking uit de basisregistratie personen.

De verzekeraar is een levensverzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, die is ingeschreven in het in artikel 1:107 van die wet bedoelde register.

4.1. Taken van de verzekeraar

Voor werkzaamheden van de verzekeraar die zien op het honoreren van aanspraken van gerechtigden op opvorderbare gelden op de verzekeraar en het beëindigen van periodieke uitkeringen is het noodzakelijk dat de verzekeraar gegevens uit de basisregistratie personen verstrekt krijgt.

Deze werkzaamheden houden verband met de verschillende productsoorten die de verzekeraar aanbiedt. Er worden hieronder verschillende categorieën producten onderscheiden waarbij de gegevensverstrekking uit de basisregistratie personen nodig is om de werkzaamheden uit te voeren.

Naast de verschillende productsoorten is de begunstiging relevant voor de benodigde gegevensverstrekking uit de basisregistratie personen. Hoe begunstiging werkt wordt hieronder ook beschreven.

4.1.1. Productsoorten
4.1.1.1. Verzekeringen met overlijdensdekking

Verzekeringen met overlijdensdekking zien op een (tijdige) uitkering die wordt gedaan na het overlijden van de verzekerde. Deze productsoort heeft verschillende vormen met elk verschillende doelen.

Kapitaalverzekering bij overlijden

Door middel van spontane gegevensverstrekking wordt de verzekeraar op de hoogte gesteld van het overlijden van de verzekerde. De afnemersindicatie van de verzekeraar wordt ad hoc geplaatst bij nieuwe verzekerden wanneer er een nieuwe polis wordt afgesloten en bij verzekerden die binnen de huidige populatie van de verzekeraar vallen en waarvoor al een levensverzekering met overlijdensdekking is afgesloten. Om de afnemersindicatie te plaatsen zoekt de verzekeraar ad hoc met de persoonsgegevens voornaam, voorvoegsel geslachtsnaam, achternaam, geboortedatum en (historische) adresgegevens. Bij een deel van de populatie ontbreekt (een deel van) de voornaam op een polis. Wanneer een deel van de voornaam ontbreekt, maar een ander deel wel bekend is, kan het deel van de voornaam dat wel bekend is worden gebruikt om te zoeken in de basisregistratie personen. Wanneer er geen enkel deel van de voornaam bekend is, bijvoorbeeld enkel de initialen, kan niet met dit gegeven worden gezocht in de basisregistratie personen. Bij overlijden van de verzekerde worden het A-nummer, voornamen, voorvoegsel geslachtsnaam, geslachtsnaam en geboortedatum verstrekt uit de basisregistratie personen.

Nadat het overlijden van de verzekerde is vastgesteld wordt overgegaan tot uitkering aan de begunstigde. Een uitkering kan eenmalig of periodiek plaatsvinden. Persoonsgegevens uit de basisregistratie personen van de begunstigde zijn nodig om deze te kunnen identificeren en om contact met deze op te nemen ten behoeve van de uitkering.

4.1.1.2 Verzekeringen zonder overlijdensdekking

Verzekeringen zonder overlijdensdekking zien op een (tijdige) uitkering die wordt gedaan aan een begunstigde, indien de verzekerde nog in leven is na het verstrijken van de expiratiedatum van de verzekering.

Kapitaalsverzekering bij leven

Bij deze levensverzekering wordt na het verstrijken van de expiratiedatum, als de verzekerde nog niet is overleden, een uitkering gedaan. De verzekeraar mag geen afnemersindicatie plaatsen bij de verzekerde om automatisch op de hoogte te blijven van diens overlijden, aangezien het moment van uitkeren vaststaat en de uitkering niet gekoppeld is aan het overlijden van verzekerde. De verzekeraar mag gegevens van de begunstigde opvragen uit de basisregistratie personen indien deze niet bij de verzekeraar bekend zijn en deze niet redelijkerwijs anderszins te achterhalen zijn door de verzekeraar.

4.1.1.3. Lijfrenteverzekeringen

Bij een lijfrenteverzekering is sprake van een opbouwfase en een uitkeringsfase. Bij expiratie van de lijfrenteverzekering in de opbouwfase, als de verzekerde nog niet is overleden, mag de verzekeraar, middels een ad hoc vraag, gegevens van de begunstigde opvragen uit de basisregistratie personen indien deze niet bij de verzekeraar bekend zijn en deze niet redelijkerwijs anderszins te achterhalen zijn door de verzekeraar.

In de uitkeringsfase van de lijfrenteverzekering is er sprake van een periodieke uitkering die wordt gedaan aan de begunstigde en die moet worden beëindigd of deels moet worden beëindigd na het overlijden van de verzekerde. Een lijfrenteverzekering kan op één of twee levens worden afgesloten. Bij een lijfrenteverzekering op één leven plaatst de verzekeraar de afnemersindicatie zodra de uitkeringsfase begint en bij de verzekerde(n) die binnen de huidige populatie vallen waarvoor al een lijfrente uitkering wordt gedaan. Bij een lijfrenteverzekering op twee levens wordt er onderscheid gemaakt in twee type lijfrenteverzekeringen, waarbij ook het moment van het plaatsen van de afnemersindicatie verschilt. Dit omdat de uitkering nog doorgaat na het overlijden van de eerste verzekerde.

Bij type één wordt de uitkering aangepast naar 70% van het oorspronkelijke bedrag voor de langstlevende. In dit geval plaatst de verzekeraar op beide verzekerden tegelijkertijd een afnemersindicatie zodra de uitkeringsfase begint. Het maakt namelijk niet uit welke van de twee verzekerden overlijdt voordat de wijziging naar 70% plaatsvindt.

Bij type twee wordt de uitkering aangepast naar 70% van het oorspronkelijke bedrag voor de tweede verzekerde als alleen de eerste verzekerde overlijdt. In dit geval plaatst de verzekeraar eerst een afnemersindicatie op de eerste verzekerde. Zodra deze overlijdt, controleert de verzekeraar met een ad hoc zoekvraag of de tweede verzekerde nog in leven is. Als dat het geval is, plaatst verzekeraar vervolgens een afnemersindicatie op de tweede verzekerde. Van de verzekerden zijn gegevens nodig ten behoeve van de communicatie over de gestopte uitkering.

4.1.2. Begunstiging

Begunstigden zijn de personen die tot het ontvangen van uitkeringen of diensten zijn aangewezen. Bij begunstigden wordt er onderscheid gemaakt in begunstigden op naam en begunstigden in kwaliteit. Bij begunstigden op naam staat de begunstigde met naam genoemd op de polis. Bij begunstigden in kwaliteit is de naam niet bekend bij de verzekeraar. Wel is bekend wat de relatie is van de begunstigde met de verzekeringnemer of verzekerde. Als er niets bepaald is omtrent begunstigden, geldt een standaardbegunstiging die per verzekering kan verschillen. Die bestaat veelal uit één of meer begunstigden zijnde de verzekeringnemer, echtgenoot of geregistreerd partner, kinderen of wettelijke erfgenamen. De verschillende soorten relaties in de standaardbegunstiging zijn altijd een relatie tot de verzekeringnemer of de verzekerde.

Bij overlijden van de verzekerde wordt steeds gezocht naar de eerste begunstigde in de rij. Als deze niet meer in leven is of de uitkering niet aanvaardt wordt contact gezocht met de tweede begunstigde, enzovoorts.

Van de verzekeringnemer (en soms dus ook tegelijkertijd de verzekerde) zijn de (voorna(a)m(en), geslachtsnaam en de geboortedatum op de polis opgenomen en dus bekend bij de verzekeraar. Die gegevens worden gebruikt om een ad hoc vraag te stellen en de verzekeringnemer of verzekerde te identificeren. Via de persoonslijst van de verzekeringnemer of verzekerde kan de verzekeraar actuele gegevens van de begunstigde achterhalen om deze te identificeren en aan te schrijven indien de begunstigde de echtgenoot of geregistreerd partner of het kind is van de verzekeringnemer of verzekerde. De persoonslijst van de verzekeringnemer of verzekerde mag niet worden gebruikt om andere dan de hiervoor benoemde begunstigden te zoeken.

De verzekeraar gebruikt de gegevens die bij de verzekeraar bekend zijn om een ad hoc vraag te stellen aan de basisregistratie personen in het geval er sprake is van een begunstigde op naam. De overige begunstigden kan de verzekeraar achterhalen via de verklaring van erfrecht. Vervolgens kan de verzekeraar deze persoon op naam raadplegen in de basisregistratie personen.

4.2. Wijzen van verstrekken aan de verzekeraar

De verzekeraar krijgt de gegevens die noodzakelijk zijn voor de vervulling van de hierboven beschreven taken op systematische wijze verstrekt uit de basisregistratie personen. De systematische verstrekking aan de verzekeraar vindt plaats door middel van spontane verstrekking en gegevensverstrekking op verzoek. Tot de doelgroep van de verzekeraar behoren zowel ingezetenen als niet-ingezetenen.

De spontane verstrekking van gegevens aan de verzekeraar

De verzekeraar krijgt spontane verstrekking van gegevens die zijn opgenomen in bijlage I. De afnemersindicaties worden geplaatst op verzoek. De verzekeraar kan afnemersindicaties plaatsen bij persoonslijsten van verzekerden indien de spontane verstrekking van gegevens over de ingeschrevene noodzakelijk is voor de uitvoering van het honoreren van aanspraken van gerechtigden op opvorderbare gelden op de verzekeraar en het beëindigen van periodieke uitkeringen en het verzoek gericht is op het verkrijgen van gegevens over de ingeschrevene die:

  • een verzekerde is ten aanzien van wie een levensverzekering is afgesloten bij de verzekeraar en wiens overlijden de aanspraken van begunstigden op gelden opvorderbaar maakt;

  • een verzekerde is ten aanzien van wie een levensverzekering is afgesloten bij de verzekeraar, die een periodieke lijfrente ontvangt en na wiens overlijden periodieke uitkeringen moeten worden beëindigd of deels moeten worden beëindigd.

Verwijderen van een afnemersindicatie

In het geval dat een ingeschrevene over wie gegevens verstrekt worden niet (meer) behoort tot de doelgroep dient bij de persoonslijst van die ingeschrevene geen afnemersindicatie (meer) voor te komen van de verzekeraar. De verzekeraar verzoekt in ieder geval om verwijdering indien de verzekerde is overleden, de verzekeringnemer de verzekering opzegt, de expiratiedatum van de verzekering is verstreken. De verzekeraar dient zelf te verzoeken om verwijdering van de afnemersindicatie.

De verstrekking van gegevens op verzoek aan de verzekeraar

De verzekeraar mag tevens op verzoek gegevens opvragen uit de basisregistratie personen. Het betreft de gegevens die zijn opgenomen in bijlage II, III, IV, V. De verzekeraar beperkt haar vragen om persoonsgegevens tot de persoonslijsten van ingeschrevenen, waarvoor gegevensverstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van het honoreren van aanspraken van gerechtigden op opvorderbare gelden op de verzekeraar en het beëindigen van periodieke uitkeringen. Daarbij dient het te gaan om de ingeschrevene die:

  • een verzekerde is ten aanzien van wie een levensverzekering is afgesloten bij de verzekeraar en wiens overlijden de aanspraken van begunstigden op gelden opvorderbaar maakt (bijlage II);

  • een verzekerde is ten aanzien van wie een levensverzekering is afgesloten bij de verzekeraar, die een periodieke lijfrente ontvangt en na wiens overlijden periodieke uitkeringen moeten worden beëindigd of deels moeten worden beëindigd (bijlage II);

  • een verzekerde is ten aanzien van wie bij de verzekeraar een levensverzekering is afgesloten waarvan:

    • 1. de aanspraken van begunstigden op gelden opvorderbaar worden op de expiratiedatum van de verzekering, en

    • 2. de expiratiedatum is verstreken (bijlage II).

  • verzekeringnemer of verzekerde is van de levensverzekering bij de verzekeraar en wiens echtgenoot of geregistreerd partner de begunstigde is van de verzekering als bedoeld onder artikel 5, tweede lid, onder a en c van dit besluit (bijlage III);

  • verzekeringnemer of verzekerde is van de levensverzekering bij de verzekeraar en wiens kind de begunstigde is van de verzekering als bedoeld onder artikel 5, tweede lid, onder a en c van dit besluit (bijlage IV);

  • begunstigde is van de verzekering bij de verzekeraar als bedoeld onder artikel 5, tweede lid, onder a, b en van dit besluit (bijlage V);

4.3. Toelichting te verstrekken gegevens

Categorie 01 Persoon

De gegevens uit categorie 01 zijn nodig om personen op een juiste wijze te kunnen aanschrijven en ter identificatie. Het gegeven “01.01.10 A-nummer” wordt verstrekt ter identificatie en dient tevens om de verschillende verstrekkingen die uit de BRP worden ontvangen aan elkaar te koppelen en tot de juiste persoon te herleiden. Het gegeven “01.04.10 geslachtsaanduiding” is nodig ter identificatie.

Categorie 05 Huwelijk/geregistreerd partnerschap

De verzekeraar heeft gegevens over huwelijk en geregistreerd partnerschap nodig ter identificatie indien de echtgenoot of geregistreerd partner begunstigde is. Aan de hand van de gegevens “05.06.10 datum huwelijkssluiting/aangaan geregistreerd partnerschap”, “01.61.10 aanduiding naamgebruik”, “05.02.40 geslachtsnaam echtgenoot/geregistreerd partner” en “05.07.10 datum ontbinding huwelijk/geregistreerd partnerschap” kan de juiste aanschrijving worden bepaald.

Categorie 06 Overlijden

Het gegeven “06.08.10 datum overlijden” is nodig zodat de verzekeraar kan constateren dat er overgegaan moet worden tot het uitkeren van gelden of het stopzetten van periodieke uitkeringen en ter controle of de aan te schrijven persoon niet is overleden.

Categorie 07 Inschrijving

De verzekeraar heeft tevens de mogelijkheid het gegeven “07.70.10 indicatie geheim” op te vragen. Met dit gegeven wordt aangeduid of een ingeschrevene de gemeente heeft verzocht om zijn of haar gegevens niet te verstrekken aan bepaalde derden. Indien dit het geval is, kan de verzekeraar aanvullende maatregelen treffen om de privacy van de ingeschrevene te waarborgen.

Categorie 08 en 58 Verblijfplaats

De adresgegevens uit categorie 08 zijn nodig om personen op het actuele adres te kunnen aanschrijven en ter identificatie. Het adres in het buitenland is nodig om de begunstigde op de hoogte te kunnen stellen van aanspraken op opvorderbare gelden of diensten op de verzekeraar en het beëindigen van periodieke uitkeringen. De historische adresgegevens uit categorie 58 zijn nodig ter identificatie.

Categorie 09 Kind

De gegevens uit categorie 09 zijn nodig ter identificatie van het kind indien deze begunstigde is.

De gegevensset die de verzekeraar op verzoek kan vragen is ruimer dan de spontane set. De reden hiervoor is dat de verzekeraar op verzoek gericht afzonderlijke gegevens kan opvragen die voor een specifieke situatie noodzakelijk zijn.

5. Inlichtingenplicht

Teneinde de autorisatie actueel te houden dient de verzekeraar tijdig inlichtingen te verschaffen over wijzigingen die zich voordoen in zijn taak, in de regelingen waarop die taak is gebaseerd of wijzigingen in de gegevens uit de basisregistratie personen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van die taak. Het is de uitdrukkelijke verantwoordelijkheid van de verzekeraar om deze informatie onverwijld kenbaar te maken aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Eventuele gevolgen van onjuistheden in de autorisatie als gevolg van het niet of niet tijdig doorgeven van dergelijke wijzigingen komen voor de verantwoordelijkheid van de verzekeraar.

6. Publicatie

Dit besluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant. Het besluit wordt tevens geplaatst op de internetpagina van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens, publicaties.rvig.nl.

Naar boven