Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 15 februari 2023, nr. WJZ/ 44634618, tot instelling van een landbouwtelling en tot het aanbieden van een gecombineerde opgave (Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2024)

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op

  • de artikelen 21, 22, 29, 30, 31, tweede lid, 70 en 76 van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en Verordening (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L435);

  • de artikelen 65 en 68 tot en met 71 van Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (PbEU 2021, L435);

  • artikel 45, tweede lid, onderdeel a, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/126 van de Commissie van 7 december 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad met aanvullende eisen voor bepaalde interventietypes die de lidstaten in het kader van die verordening in hun strategisch GLB-plan voor de periode 2023–2027 uitwerken, alsmede regels voor het aandeel in het kader van norm 1 inzake een goede landbouw- en milieuconditie (GLMC) (PbEU 2022, L 20);

  • de artikelen 15, 24, en 25 van de Landbouwwet;

  • artikel 15, eerste lid, van de Plantgezondheidswet;

  • artikel 26 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;

  • artikel 4 van het Besluit kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw;

  • artikel 2, tweede lid, van de Landbouwkwaliteitswet en de artikelen 2 en 15 van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007;

Besluit:

Paragraaf 1. Definities

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

besmettelijke dierziekten:

op grond van artikel 5.3, tweede lid, van de Wet dieren aangewezen besmettelijke dierziekten en zoönosen als bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2 van de Regeling diergezondheid;

Diergezondheidsfonds:

fonds als bedoeld in artikel 9.2 van de Wet dieren;

formulier:

formulier als bedoeld in de bijlage bij deze regeling;

houder:

houder als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet dieren;

minister:

Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

opgaveplichtige:

degene aan wie de minister het formulier langs schriftelijke of elektronische weg heeft toegezonden;

staatssteunrichtsnoeren:

Richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2022/C 485/01 (PbEU 2022, C 485);

Verordening (EU) 2017/625:

Verordening (EU) nr. 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (Voor de EER relevante tekst)Voor de EER relevante tekst (PbEU 2017, L95);

Verordening (EU) 2018/848:

Verordening (EU) nr. 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PbEU 2018, L 150);

Verordening (EU) 2021/2115:

Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en Verordening (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L435);

Verordening (EU) 2021/2116:

Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (PbEU 2021, L435);

Verordening (EU) 2022/126:

Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/126 van de Commissie van 7 december 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad met aanvullende eisen voor bepaalde interventietypes die de lidstaten in het kader van die verordening in hun strategisch GLB-plan voor de periode 2023–2027 uitwerken, alsmede regels voor het aandeel in het kader van norm 1 inzake een goede landbouw- en milieuconditie (GLMC) (PbEU 2022, L 20);

Verordening (EU) 2022/2472:

Verordening (EU) 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2022, L327).

Paragraaf 2. Landbouwtelling en gecombineerde opgave

Artikel 2

  • 1. Het formulier is een beschrijvingsbiljet als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Landbouwwet.

  • 2. Een landbouwer verstrekt door middel van het formulier gegevens en statistische informatie als bedoeld in:

    • a. artikel 26, eerste en tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;

    • b. artikel 3 van de Regeling kostenverevening reductie C02-emissies glastuinbouw; en

    • c. artikel 15, eerste lid, van de Plantgezondheidswet.

  • 3. Ter uitvoering van artikel 45, tweede lid, onderdeel a, van verordening (EU) 2022/126, de artikelen 21, 22, 29, 30, 31, tweede lid, 70 en 76 van Verordening (EU) 2021/2115 en de artikelen 65 en 68 tot en met 71 van Verordening (EU) 2021/2116 dient het formulier voor:

    • a. het doen van de aanmelding voor het aanvraagjaar 2024, bedoeld in artikel 10, eerste, tweede en zevende lid van de Uitvoeringsregeling GLB 2023;

    • b. het doen van de aanvraag voor het aanvraagjaar 2024, bedoeld in artikel 11, eerste en derde lid van de Uitvoeringsregeling GLB 2023; en

    • c. het doen van de aanvraag, bedoeld in artikel 5.5.2, tweede lid, van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021.

  • 4. Ter uitvoering van artikel 4, eerste en derde lid, van verordening (EU) nr. 2017/625, artikel 39, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2018/848 en artikel 15 van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 dient het formulier voor het meedelen van het per perceel gespecificeerde productieschema voor biologische plantaardige producten ten behoeve van de Stichting Skal.

Artikel 3

  • 1. Het tijdvak waarin een landbouwtelling als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Landbouwwet wordt gehouden is 1 april 2024 tot en met 15 mei 2024.

  • 2. Degene aan wie de minister een beschrijvingsbiljet langs schriftelijke of elektronische weg heeft toegezonden dient dit uiterlijk op 15 mei 2024 ingevuld en ondertekend bij de minister in.

  • 3. In afwijking van het tweede lid wordt de aanvraag als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, gedaan in de periode van 15 oktober 2024 tot en met 2 december 2024.

Artikel 4

  • 1. Een opgaveplichtige verstrekt:

    • a. informatie over de toestand van de veestapel zoals die is op 1 april 2024;

    • b. informatie over de toestand van de beteelde percelen zoals die is of wordt verwacht op 15 mei 2024; en

    • c. de naam van het gewas waarmee een perceel zal worden beteeld, als dat niet is beteeld op 15 mei 2024.

  • 2. Een opgaveplichtige verstrekt, voor zover van toepassing:

    • a. informatie over bedrijfshoofd en werknemers in de periode april 2023 tot en met maart 2024;

    • b. informatie over de geteelde gewassen onder glas op 15 mei 2024;

    • c. in afwijking van onderdeel b, informatie over bollenbroei in het seizoen 2023/2024;

    • d. informatie over het lidmaatschap van een producentenorganisatie op 1 januari 2024;

    • e. informatie over emissie van verwarmde kassen in het kalenderjaar 2023;

    • f. informatie over beweiding door graasdieren in de kalenderjaren 2023 en 2024;

    • g. informatie over mestbehandeling en -verwerking in het kalenderjaar 2023;

    • h. informatie over de volgens de biologische productiemethode beteelde percelen zoals die is of wordt verwacht op 15 mei 2024;

    • i. informatie over bufferstroken in het kalenderjaar 2024.

    Voor het overige betreft de informatie de toestand op zijn onderneming op het moment van ondertekening van het formulier.

Paragraaf 3. Opgave aanspraak Diergezondheidsfonds

Artikel 5

  • 1. Betalingen uit het Diergezondheidsfonds voor maatregelen en voorzieningen die verband houden met de preventie en de bestrijding van besmettelijke dierziekten worden verricht met inachtneming van Deel I en Deel II, onderdeel 1.2.1.3, van de staatssteunrichtsnoeren en artikel 26 van verordening (EU) 2022/2472.

  • 2. Om aanspraak te kunnen maken op betalingen die verband houden met preventie van besmettelijke dierziekten als bedoeld in het eerste lid, in de periode die loopt van 15 mei 2024 tot 15 mei 2025, dient door de houder uiterlijk op 15 mei 2024 bij de minister een daartoe strekkende opgave te zijn ingediend door middel van het formulier.

  • 3. De houder kan geen aanspraak maken op betalingen als bedoeld in het eerste lid, indien;

    • a. de onderneming die de houder drijft, een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in punt 33, onderdeel 63, van de staatssteunrichtsnoeren, of

    • b. ten aanzien van de onderneming die de houder drijft, een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in punt 25 van de staatssteunrichtsnoeren.

Paragraaf 4. Elektronische weg

Artikel 6

Het formulier wordt door de opgaveplichtige, respectievelijk de houder, langs elektronische weg ingevuld, ondertekend en ingediend op het internetadres mijn.rvo.nl.

Artikel 7

  • 1. Een opgaveplichtige of de houder kan op de volgende wijzen elektronisch toegang krijgen tot het formulier:

    • a. in geval er sprake is van een verplichting tot registratie bij de Kamer van Koophandel op grond van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, aan de hand van een eHerkenningsmiddel;

    • b. voor natuurlijke personen die niet vallen onder de verplichting tot registratie bij de Kamer van Koophandel op grond van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, aan de hand van DigiD, of

    • c. aan de hand van een toegangscode die door de minister is verstrekt aan een opgaveplichtige of een houder in het buitenland.

  • 2. Ondertekening van het elektronisch formulier geschiedt door een akkoordverklaring van de opgaveplichtige, een houder of de gemachtigde van een opgaveplichtige.

Artikel 8

  • 1. De minister neemt een elektronisch verzonden formulier dat niet overeenkomstig deze regeling is ingediend niet in behandeling.

  • 2. De minister neemt een bericht met een elektronisch verzonden formulier niet in behandeling indien de betrouwbaarheid of vertrouwelijkheid van dat bericht onvoldoende is gewaarborgd, gelet op de aard en de inhoud van het bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt.

  • 3. De minister informeert degene die het elektronisch verzonden formulier heeft ondertekend zo spoedig mogelijk over een besluit als bedoeld in het eerste of het tweede lid.

Artikel 9

  • 1. De minister kan ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in artikel 6, om het formulier langs elektronische weg in te vullen, in te dienen en te ondertekenen.

  • 2. Ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan worden verleend in geval de opgaveplichtige, respectievelijk de houder, aantoont:

    • a. te behoren tot een geloofsgemeenschap die het gebruik van de elektronische weg in zijn geheel afwijst, of

    • b. niet te beschikken over een computer met internetverbinding en niet eerder langs elektronische weg contact te hebben gelegd met RVO of de Rijksoverheid.

  • 3. Een ontheffing wordt uiterlijk 15 maart 2024 aangevraagd.

Paragraaf 5. Overige bepalingen

Artikel 10

De Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2023 wordt ingetrokken.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2024.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 15 februari 2024

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, P. Adema

TOELICHTING

I. Algemeen

1. Landbouwtelling en gecombineerde opgave

De bij deze regeling gepubliceerde vraagstelling vormt de grondslag om in 2024 gecombineerd de opgave te doen voor:

  • de landbouwtelling op grond van de Landbouwwet;

  • de opgave gebruik gewaspercelen op grond van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;

  • de aanmelding en aanvraag op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 voor het aanvraagjaar 2024;

  • de aangifte van de CO2-jaarvracht van glastuinbouwbedrijven op grond van de Wet milieubeheer;

  • de opgave voor aanspraak op betalingen uit het Diergezondheidsfonds op grond van de Wet dieren;

  • de opgave van het jaarlijkse productieschema voor biologisch geteelde gewassen;

  • en voor het verstrekken van informatie in het kader van steunregelingen die onderdeel zijn van hoofdstuk 5 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021.

De landbouwtelling heeft twee doelen: het verzamelen van gegevens ten behoeve van statistiek en ten behoeve van beleidsontwikkeling en -monitoring. Het is van belang dat de minister beschikt over correcte en actuele gegevens per bedrijf in de land- en tuinbouw. De bij deze regeling gepubliceerde vraagstelling vormt het beschrijvingsbiljet als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de Landbouwwet om in 2024 opgave te doen. Om de regeldruk te beperken wordt het principe van éénmalig inwinnen en meervoudig gebruik waar mogelijk toegepast. Aangeschreven landbouwers worden met stuurvragen door het elektronische formulier geleid en hoeven zodoende alleen die onderdelen in te vullen die op hen van toepassing zijn.

Gegevens uit de gecombineerde opgave worden verzameld ten behoeve van statistisch en beleidsmatig inzicht, het aanvragen van bepaalde subsidies en/of inkomenssteun, in gevallen voor handhavingsdoeleinden evenals om adequaat te kunnen handelen ten tijde van crises.

Het specifieke juridische kader met betrekking tot de volgende vragen is te vinden in de volgende wet- en regelgeving:

  • de verzameling van informatie voor biologische landbouw: Verordening (EU) nr. 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PbEU 2018, L 150);

  • statistische informatie voor WKK (warmtekrachtkoppeling) en energie: Verordening (EG) nr. 1099/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende energiestatistieken (PbEU 2008, L 304);

  • statistische informatie voor vee- en vleesstatistieken: Verordening (EG) nr. 1165/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende vee- en vleesstatistieken en houdende intrekking van Richtlijnen 93/23/EEG, 93/24/EEG en 93/25/EEG van de Raad (PbEU 2008, L 321);

  • statistische informatie voor de gewasstatistieken: Verordening (EG) nr. 543/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende gewasstatistieken en houdende intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 837/90 en (EEG) nr. 959/93 van de Raad (PbEU 2009, L 167);

  • het doen van een aanvraag voor de Brede Weersverzekering: Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en Verordening (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L435);

  • het doen van de aanmelding en aanvraag voor de Uitvoeringsregeling GLB 2023 in het aanvraagjaar 2024 op grond van Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (PbEU 2021, L435) en Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013.

  • de aangifte van de CO2-jaarvracht van glastuinbouwbedrijven: het Besluit kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw;

  • de aanspraak op betalingen uit het Diergezondheidsfonds: Hoofdstuk 9, paragraaf 2, van de Wet dieren en artikel 26 van verordening (EU) 2022/2472;

  • de erkenningscontroles op het lidmaatschap van producentenorganisaties: Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892 van de Commissie van 13 maart 2017 tot vaststelling van voorschriften voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit;

  • het gebruik van gewaspercelen: het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;

  • enkele aanvullende vragen naar risicogewassen in de tuinbouw: artikel 15, eerste lid, van de van de Plantgezondheidswet;

  • vragen ten behoeve van emissieregistratie: de artikelen 24 en 25 van de Landbouwwet;

  • een vijftal vragen over o.a. tuinbouw en beweiding, nodig voor (nationale) beleidsontwikkeling en -monitoring: de artikelen 24 en 25 van de Landbouwwet.

II. Specifiek

2. Landbouwstructuur

Dit betreft de gegevensverzameling ten behoeve van de structuur van de Nederlandse agrarische sector (gegevens over bedrijven, veestapel, gewassen en speciale onderwerpen).

3. Meststoffenwet

Op grond van de Meststoffenwet en het Uitvoeringsbesluit meststoffenwet wordt informatie opgevraagd over het gebruik van gewaspercelen, de oppervlakte van bufferstroken, dieraantallen en mestverwerking en mestbewerking. Deze informatie kan worden benut voor handhavingsdoeleinden.

4. Gemeenschappelijk landbouwbeleid

Landbouwers kunnen met de Gecombineerde opgave inkomenssteun in de vorm van rechtstreekse betalingen aanvragen in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Dit betreft de rechtstreekse betalingen als bedoeld in de Uitvoeringsregeling GLB 2023: de basisinkomenssteun voor duurzaamheid; de aanvullende herverdelende inkomenssteun voor duurzaamheid; de aanvullende inkomenssteun voor jonge landbouwers; en de eco-regeling. Een landbouwer die aanspraak wil maken op een rechtstreekse betaling vermeldt de landbouwgrond die hoort bij het landbouwbedrijf. Daarnaast is het voor de uitvoering van het Europese landbouwbeleid van belang dat de minister over de correcte en actuele gegevens beschikt over de structuurkenmerken op bedrijfsniveau in de land- en tuinbouw. Naast deze rechtstreekse betalingen kunnen landbouwers op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 ook betalingen aanvragen inzake de regeling voor zeldzame landbouwhuisdierrassen en voor de Brede Weersverzekering.

Voor het bijwerken en raadplegen van gegevens in het perceelsregister heeft RVO een op zichzelf staande web applicatie ontwikkeld ('Mijn percelen') die het gehele jaar door gebruikt kan worden. Voor het registreren van gegevens voortvloeiend uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wordt 'Mijn percelen' rechtstreeks vanuit de Gecombineerde opgave geopend.

5. Stalemissies en opslag verwerkte mest

Op basis van het Besluit inventarisatie broeikasgassen Wlv is het RIVM belast met de jaarlijkse inventarisatie voor broeikasgassen. Tevens zijn voor de monitoring van stikstof, gegevens uit de landbouw nodig. De Gecombineerde opgave kan voor deze doeleinden nauwkeurige informatie opleveren door per emissielocatie gemiddelde dieraantallen op te vragen. Het RIVM en het Planbureau voor de Leefomgeving zijn verantwoordelijk voor het genereren van de benodigde informatie en hebben aangedrongen op deze vraagstelling. Gelet hierop zijn in de Gecombineerde opgave, zoals ook in voorgaande jaren, ten behoeve van de monitoring van stikstof aanvullende vragen opgenomen over stallen, stalstrooisel, mestverwerking en opslag verwerkte mest.

6. Biologische landbouw

Artikel 51 van de biologische verordening (EU) 2018/848 vormt de grondslag op basis waarvan jaarlijks de verzameling van statistische informatie over de biologische landbouw plaatsvindt. Daarnaast geschiedt de opgave van biologisch beteelde gewaspercelen op grond van artikel 39, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2018/848, en artikel 15 van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007, ten behoeve van de Stichting Skal die in Nederland is aangewezen als de controlerende instantie, bedoeld in dat artikel.

7. Gewasstatistieken, vee- en vleesstatistieken

Ter invulling van de verplichte gegevensverzameling en om extra enquêtes en regeldruk te voorkomen, benut het CBS de Gecombineerde opgave voor de gewasstatistieken en de vee- en vleesstatistieken.

8. Aangifte CO2-jaarvracht glastuinbouwbedrijven

Op grond van het Besluit kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw kan de minister regels stellen over de uitvoering van het CO2 kostenvereveningssysteem voor de glastuinbouw. Deze regels zijn opgenomen in de Regeling kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw. Op grond van die regels wordt onder meer de CO2 reductiedoelstelling gemonitord met een register dat tot 2015 bij het voormalig Productschap Tuinbouw was ondergebracht. Met ingang van 2015 houdt RVO op basis van de Regeling kostenverevening reductie CO2-emissies glastuinbouw het register bij. In dat kader dienen glastuinbouwondernemingen jaarlijks uiterlijk 15 mei de aangifte van de totale CO2-emissie door te geven. Gezien de ICT-infrastructuur en interne werkprocessen van RVO is deze aangifte opgenomen in de Gecombineerde opgave.

9. Warmtekrachtkoppeling- en energiestatistieken

Ter invulling van de nationaal verplichte gegevensverzameling voor energiestatistieken kan het CBS op basis van het Besluit gegevensverwerving CBS hiervoor een eigen gegevensinwinning inrichten. Om de lastendruk te beperken, worden deze gegevens verzameld via de Gecombineerde opgave.

10. Diergezondheidsfonds

Houders van kippen, kalkoenen, eenden, schapen, geiten, runderen en varkens moeten door middel van een verklaring aangeven of zij aanspraak willen maken op betalingen uit het Diergezondheidsfonds. Deze betalingen zijn veelal in de vorm van gesubsidieerde diensten voor maatregelen en voorzieningen die verband houden met preventie van besmettelijke dierziekten. Het betreft ook de (tegemoetkomingen in de) kosten van vaccins, bloedonderzoeken, tests en dergelijke aan een uitbraak van een besmettelijke dierziekte verbonden maatregelen, uitgevoerd op grond van de Wet dieren. Daarbij dienen deze houders aan te geven of hun onderneming een kleine of middelgrote onderneming is. Deze opgaveverplichting vloeit voort uit de Europese eisen die zijn opgenomen in de Richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2022/C 485/01 (PbEU 2022, C 485). De opgave heeft betrekking op de periode die loopt van 1 april 2023 tot 1 april 2024 en deze moet uiterlijk 15 mei 2024 bij de minister ingediend zijn.

11. Erkenningscontroles lidmaatschap producentenorganisaties

Om in aanmerking te komen voor steun in het kader van de GMO groenten en fruit moet een producentenorganisatie erkend zijn als producentenorganisatie in de zin van de GMO (artikel 152, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 1308/2013). Een producent van groenten en fruit producten mag voor hetzelfde product slechts bij één producentenorganisatie zijn aangesloten. Het is de taak van de lidstaat om te controleren dat een producent niet bij meer dan één producentenorganisatie is aangesloten. Dit als onderdeel van de administratieve controles en controles ter plaatse als bedoeld in artikel 24 van verordening 2017/892 in het kader van de erkenning. Door de vraag in de Gecombineerde opgave wordt controle vanuit één bestand mogelijk en vermindert het controlerisico. De aanzienlijke vermindering in uitvoeringslast en de beperking van het controlerisico rechtvaardigen de minieme toename van de administratieve lasten voor de sector. De minister is op grond van artikel 15, gelezen in samenhang met artikel 13, eerste lid, onderdeel b, van de Landbouwwet bevoegd om regels te stellen ten behoeve van uitvoering van en 1308/2013.

12. Risicogewassen in de tuinbouw

Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Plantgezondheidswet is de minister bevoegd om telers te verplichten opgave te doen van de bedrijfsmatige teelt op met die planten te betelen terreinen en plaatsen van planten die behoren tot door de minister aangewezen soorten of groepen. Deze gegevens zijn nodig voor het opstellen van Europees verplichte rapportages en surveys naar de teelt van risicogewassen alsmede voor steekproefsgewijze inspecties door de NVWA.

13. Verstrekken van informatie en/of doen van aanvragen in het kader van hoofdstuk 5 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021

Het betreft steunregelingen uit hoofdstuk 5 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021:

de tegemoetkoming in de verzekeringspremie voor brede weersverzekering die kan worden verstrekt op grond van titel 5.5 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021.

14. (Nationale) beleidsvorming en -monitoring

Gezien de substantiële economische omvang van de witloftrek en bollenbroei in Nederland vormen deze twee teelten een aanvulling op de Europees verplichte statistiek. Ook zijn twee vragen over assimilatieverlichting opgenomen vanwege het nationale belang. De vraag naar beweiding in het vorige jaar is periodiek verplicht voor Europese statistieken maar wordt jaarlijks gesteld vanwege het nationale belang.

III. Overig

15. Elektronische opgave

Sinds de in werking getreden wijziging van de Landbouwwet en de Meststoffenwet (elektronisch verstrekken van gegevens) (Stb. 2011, 626) is deelname aan de Gecombineerde opgave alleen nog op digitale wijze mogelijk via het portaal mijn.rvo.nl. Evenals in 2023 zal RVO waar nodig steun aanbieden. Dit kan uiteenlopen van een uitnodiging aan betreffende relatie op één van de RVO-locaties tot het meekijken op afstand.

Een opgaveplichtige die valt onder de verplichting tot registratie bij de Kamer van Koophandel op grond van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007, krijgt slechts toegang tot het elektronisch formulier met een bij een private partij aangeschaft e-Herkenningsmiddel met een betrouwbaarheidsniveau van 2+ of 3. Een e-Herkenningsmiddel met een betrouwbaarheidsniveau van 3 is nog niet verplicht maar er kan al wel toegang tot het formulier worden gegeven.

Natuurlijke personen die niet onder deze verplichte registratie vallen, mogen ook gebruik maken van DigiD. Voor opgaveplichtigen in het buitenland blijft het mogelijk om een door RVO te verstrekken toegangscode te gebruiken.

Op basis van de laatstelijk in 2023 verstrekte en geverifieerde informatie worden gegevens op het elektronische formulier zoveel als mogelijk al vooraf ingevuld, waarbij de landbouwer deze gegevens alleen nog moet controleren.

16. Indieningsperiode Gecombineerde opgave

De indieningsperiode loopt van 1 maart 2024 tot en met 15 mei 2024 23:59 uur (Midden-Europese tijd). Voor de aanmelding tot deelname aan de regelingen in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid volgt deze uit artikel 10 van de Uitvoeringsregeling GLB 2023. Voor de opgave gebruik gewaspercelen volgt deze uit artikel 26, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet. Voor wat betreft de landbouwtelling en opgave Diergezondheidsfonds volgen de sluitingsdatum uit de artikelen 3 en 5, tweede lid, van deze regeling. Om het hele proces van opgave te begeleiden en te stroomlijnen, communiceert RVO hier nadrukkelijk over. Ondernemers in de land- en tuinbouw ontvangen eind februari 2024 een bericht van de minister waarin wordt aangekondigd dat zij voor wat betreft 2024 als opgaveplichtig zijn aangemerkt.

Het niet voldoen aan de verplichting tot indiening is een economisch delict in de zin van artikel 1, onder 2, van de Wet op de economische delicten. Ook leidt het niet of niet tijdig melden van de gevraagde informatie tot een verlaging of uitsluiting van de rechtstreekse betaling of de subsidie op grond van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021.

Een eerste uitzondering op de indieningsperiode is het indienen van de aanvraag als bedoeld in artikel 11, eerste en derde lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023. In artikel 3, vierde lid, van deze regeling is geregeld dat de indieningsperiode voor die aanvragen loopt van 15 oktober 2024 tot en met 2 december 2024.

17. Regeldruk

De Gecombineerde opgave is een belangrijk meetmoment van agrarische bedrijven in Nederland. De gegevens die worden ingevuld zijn van belang voor diverse Europese regelingen, zoals de uitbetaling van rechtstreekse betalingen en de regeling voor zeldzame landbouwhuisdierrassen in het kader van het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Daarnaast worden er gegevens verzameld voor de mestwetgeving. Deze gegevens worden ingewonnen om aan de Europese nitraatrichtlijn te voldoen.

Er wordt in algemene zin een lagere regeldruk voor de GO verwacht dan in 2023. Dat heeft te maken met het vervallen van de vragen voor de Europese landbouwstructuurenquête 2023 én met lagere administratieve lasten voor de controles op perceelsinformatie voor aanvragers van de eco-regeling van GLB. De extra administratieve lasten op perceelsinformatie voor de bufferstroken en landschapselementen waren veelal eenmalig. Daarnaast hoeft de landbouwer, in geval van bufferstroken op een perceel, de mestplaatsingsruimte dit jaar niet meer zelf te berekenen. Uitgaande van een gemiddeld uurloon van € 39 voor de agrarische sector en € 54 voor dienstverleners/intermediairs bedragen de totale administratieve lasten naar verwachting € 6.534.666. Uitgaand van een verwachte omvang van de doelgroep van 55.000 agrariërs zijn de administratieve lasten per bedrijf daarmee gemiddeld € 118,81 in 2024. Dit is 7,5% lager dan de ex post berekening van 2023.

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het naar verwachting geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft

18. Inwerkingtreding

In afwijking van het beleid inzake vaste verandermomenten treedt deze regeling in werking met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant.

Op grond van deze regeling is de periode van mogelijke indiening verruimd, hetgeen vooral ten goede komt aan betrokken landbouwers en hun adviseurs. De gecombineerde opgave kan worden ingediend met ingang van de dag na publicatie. De uiterlijke termijn van indiening is 15 mei 2024. Voor de aanvraag als bedoeld in artikel 11, eerste en derde lid, van de Uitvoeringsregeling GLB 2023 geldt hiervoor 2 december 2024.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, P. Adema

Naar boven