Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 mei 2020, 2020-0000009978, tot wijziging van de Subsidieregeling ESF 2014–2020 in verband met nieuwe tijdvakken voor centrumgemeenten ten behoeve van leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs en voor de Minister van Justitie en Veiligheid ten behoeve van de re-integratie van gedetineerden

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE SUBSIDIEREGELING ESF 2014–2020

De Subsidieregeling ESF 2014–2020 wordt als volgt gewijzigd:

A

Bijlage 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan artikel A2, tweede lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d. het aanvraagtijdvak van 1 juni 2020, 09.00 uur, tot en met 31 juli 2020, 17.00 uur.

2. Aan artikel A3 wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel A2, tweede lid, onderdeel d, € 8.500.000,–.

3. Aan artikel A5 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Het derde lid is niet van toepassing op projecten als bedoeld in artikel A2, tweede lid, onderdeel d.

4. Aan artikel A6, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • f. het project dat betrekking heeft op een regio-aanvraag leerlingen voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs als bedoeld in artikel A2, tweede lid, onderdeel d, een duur van ten hoogste twaalf maanden heeft en betrekking heeft op het schooljaar 2020–2021.

5. Aan artikel A7 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. In afwijking van artikel 12, eerste tot en met elfde lid, komen voor subsidiering uitsluitend in aanmerking de kostensoorten, bedoeld in artikel 12, twaalfde lid, en bijlage IX van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2195 van de Commissie van 9 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Sociaal Fonds, wat betreft de definitie van de standaardschalen van eenheidskosten en vaste bedragen voor de terugbetaling van uitgaven door de Commissie aan lidstaten (PbEU 2015, L 313). De Minister specificeert nadere voorwaarden met betrekking tot het afrekenen op basis van deze kostensoorten in de beschikking tot subsidieverlening, bedoeld in artikel 9.

6. Aan artikel A10, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d. voor aanvragen als bedoeld in artikel A2, tweede lid, onderdeel d, in bijlage 3c, behorende bij deze regeling.

7. De eerste zin van artikel A16, derde lid, komt te luiden:

Voor de doelgroep job coaching kunnen de kostensoorten, bedoeld in artikel 12, twaalfde lid, en bijlage IX van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2195 van de Commissie van 9 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Sociaal Fonds, wat betreft de definitie van de standaardschalen van eenheidskosten en vaste bedragen voor de terugbetaling van uitgaven door de Commissie aan lidstaten (PbEU 2015, L 313) voor subsidiëring in aanmerking komen.

8. Aan artikel A19 wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d. het aanvraagtijdvak van 1 oktober 2020, 9.00 uur, tot en met 30 oktober 2020, 17.00 uur.

9. Aan artikel A20 wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d. het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel A19 aanhef en onderdeel d, € 9.000.000.

10. Aan artikel A23, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c. in afwijking van onderdeel b, een project als bedoeld in artikel A19, onderdeel d, een duur heeft van ten hoogste vierentwintig maanden, gerekend vanaf 1 januari 2021.

11. De eerste zin van artikel A24, tweede lid, komt te luiden:

In afwijking van artikel 12, eerste tot en met elfde lid, komen voor subsidiering uitsluitend in aanmerking de kostensoorten, bedoeld in artikel 12, twaalfde lid, en bijlage IX van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2195 van de Commissie van 9 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Sociaal Fonds, wat betreft de definitie van de standaardschalen van eenheidskosten en vaste bedragen voor de terugbetaling van uitgaven door de Commissie aan lidstaten (PbEU 2015, L 313).

12. Na artikel A24 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel A24a. Tussentijdse declaratie

  • 1. Bij een project met een duur van meer dan 12 maanden, kan de Minister besluiten tot het opvragen van een tussentijdse declaratie over de eerste 12 maanden van het project, met daarbij een verantwoording van de kosten onder gelijktijdige verstrekking van de burgerservicenummers van de deelnemers aan het project.

  • 2. De tussentijdse declaratie wordt uiterlijk binnen drie maanden na een daartoe strekkend verzoek ingediend onder gebruikmaking van een daartoe door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier, voorzien van de vereiste bijlagen en een door hem erkende elektronische handtekening.

  • 3. Artikel 18, tweede en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de tussentijdse declaratie.

  • 4. De Minister betaalt binnen negentig dagen nadat een tussentijdse declaratie is ontvangen, de op dat moment bekende verschuldigde subsidie.

  • 5. De einddeclaratie, bedoeld in artikel 18, bevat de som van de tussentijdse declaratie en het resterend eindbedrag. De verantwoording van de kosten en de burgerservicenummers van de deelnemers, bedoeld in artikel 18, eerste lid, hebben betrekking op het resterend eindbedrag opgenomen in de einddeclaratie.

  • 6. In afwijking van artikel 14 kan de Minister besluiten tot het verstrekken van een voorschot tot maximaal de op basis van de tussentijdse declaratie verschuldigde subsidie.

B

Na bijlage 3b wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

Bijlage 3c. Subsidieplafonds centrumgemeenten ten behoeve van regio-aanvragen leerlingen voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs

Centrumgemeente

Arbeidsmarktregio

Subsidieplafond

Groningen

Groningen

€ 581.500

Leeuwarden

Friesland

€ 445.100

Alkmaar

Noord-Holland Noord

€ 185.700

Emmen

Drenthe

€ 159.600

Zwolle

Regio Zwolle

€ 156.300

Almere

Flevoland

€ 195.800

Zaanstad

Zaanstreek/Waterland

€ 121.100

Haarlem

Zuid-Kennemerland

€ 129.100

Enschede

Twente

€ 357.100

Amsterdam

Groot Amsterdam

€ 908.500

Apeldoorn

Stedendriehoek en Noordwest Veluwe

€ 221.600

Hilversum

Gooi- en Vechtstreek

€ 64.700

Leiden

Holland Rijnland

€ 117.600

Utrecht

Midden-Utrecht

€ 270.100

Amersfoort

Amersfoort

€ 73.700

Ede

Food Valley

€ 87.700

Doetinchem

Achterhoek

€ 76.800

Zoetermeer

Zuid-Holland Centraal

€ 113.000

Gouda

Midden-Holland

€ 49.200

Den Haag

Haaglanden

€ 722.400

Arnhem

Midden-Gelderland

€ 264.400

Rotterdam

Rijnmond

€ 1.225.600

Tiel

Rivierenland

€ 52.300

Gorinchem

Gorinchem

€ 32.000

Nijmegen

Rijk van Nijmegen

€ 214.100

Dordrecht

Drechtsteden

€ 139.200

Den Bosch

Noordoost-Brabant

€ 146.200

Breda

West-Brabant

€ 234.400

Goes

Zeeland

€ 136.400

Tilburg

Midden-Brabant

€ 186.800

Venlo

Noord-Limburg

€ 104.100

Helmond

Helmond-De Peel

€ 79.800

Eindhoven

Zuidoost-Brabant

€ 167.800

Roermond

Midden-Limburg

€ 79.500

Heerlen

Zuid-Limburg

€ 400.800

Totaal

 

€ 8.500.000

ARTIKEL II. INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 12 mei 2020

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, T. van Ark

TOELICHTING

Algemeen

De aanleiding voor de wijziging van de Subsidieregeling ESF 2014–2020 is het openstellen van een nieuw tijdvak voor de aanvraag van subsidie, voor Investeringsprioriteit A, Hoofdstuk I, Centrumgemeenten en een nieuw tijdvak voor Investeringsprioriteit A, Hoofdstuk III, de Minister van Veiligheid en Justitie. Het tijdvak voor de centrumgemeenten heeft betrekking op de doelgroep leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs. Voor deze doelgroep wordt tevens mogelijk gemaakt om af te rekenen op basis van vereenvoudigde kostenopties. Het tijdvak voor de Minister van Veiligheid en Justitie heeft betrekking op de re-integratie van gedetineerden.

Artikelsgewijs

Artikel I. Wijziging van de Subsidieregeling ESF 2014–2020

Onderdeel A, eerste tot en met zevende en elfde lid, en onderdeel B: Aanvraagtijdvak voor centrumgemeenten ten behoeve van de leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs

De wijziging heeft betrekking op het openstellen van een nieuw aanvraagtijdvak ten behoeve van ‘Investeringsprioriteit A: Actieve inclusie, mede met het oog op bevordering van gelijke kansen en actieve participatie, en het verbeteren van de inzetbaarheid, Hoofdstuk I. Centrumgemeenten’. Het aanvraagtijdvak is gericht op de doelgroep leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs en heeft betrekking op het schooljaar 2020–2021, de maximale projectduur bedraagt 12 maanden. Het aanvraagtijdvak zal worden opengesteld van 1 juni 2020 tot en met 31 juli 2020. Het beschikbare budget voor dit tijdvak is opgenomen in artikel A20 en bedraagt maximaal 8,5 miljoen euro.

Artikel A7, derde lid, bevat aanvullende voorwaarden met betrekking tot de subsidiabele kosten, bedoeld in artikel 12. De afrekening van activiteiten uitgevoerd in projecten waarvoor subsidie is aangevraagd in dit aanvraagtijdvak, kan uitsluitend plaatsvinden op basis van de vereenvoudigde kostenopties zoals omschreven in artikel 12, twaalfde lid, en zoals vastgelegd in bijlage IX van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2195. In de beschikking tot subsidieverlening worden hiertoe nadere afspraken opgenomen. Vanwege het feit dat projecten worden afgerekend op basis van vereenvoudigde kostenopties is artikel A5, derde lid, over clustering, niet van toepassing op dit tijdvak.

De wijziging van artikel A16, derde lid, is een technische wijziging welke ziet op de wijze van verwijzen naar een EU-verordening. Aan artikel A24, tweede lid, is ten behoeve van verduidelijking van de te subsidiëren kostensoorten een verwijzing naar deze verordening toegevoegd.

Onderdeel B van deze wijzigingsregeling bevat een nieuwe ‘Bijlage 3c. Subsidieplafonds centrumgemeenten ten behoeve van regio-aanvragen leerlingen voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs’. In deze bijlage is te zien hoe het budget van €9323938.500.000 wordt verdeeld naar de 35 centrumgemeenten in Nederland.

Onderdeel A, achtste tot en met tiende en twaalfde lid: Aanvraagtijdvak voor het ministerie van Justitie en Veiligheid ten behoeve van de re-integratie van gedetineerden

De wijziging heeft betrekking op het openstellen van een nieuw aanvraagtijdvak ten behoeve van ‘Investeringsprioriteit A: Actieve inclusie, mede met het oog op bevordering van gelijke kansen en actieve participatie, en het verbeteren van de inzetbaarheid, Hoofdstuk III. De Minister van Veiligheid en Justitie’. Het aanvraagtijdvak zal worden opengesteld van 1 oktober 2020 tot en met 30 oktober 2020 en heeft betrekking op het kalenderjaar 2021. Het beschikbare budget voor dit tijdvak is opgenomen in artikel A20 en bedraagt maximaal 9 miljoen euro.

In artikel A23 is geregeld dat de looptijd van het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd in betreffend aanvraagtijdvak maximaal 24 maanden bedraagt, gerekend vanaf 1 januari 2021. Ten opzichte van eerdere aanvraagtijdvakken maakt dit een langere looptijd van het project mogelijk. Dit aanvraagtijdvak kent een langere looptijd om ruimte te geven aan een mogelijke verlenging van het project, dat normaal gesproken een looptijd heeft van één kalenderjaar. Indien gebruik zou worden gemaakt door de subsidieontvanger van de mogelijkheid om een langere projectperiode te hanteren dan één kalenderjaar, dan kan de Minister, op basis van het nieuwe artikel A24a, vragen om een tussentijdse declaratie. Na beoordeling van deze tussentijdse declaratie wordt een besluit genomen over de betaling van de subsidie.

Artikel II. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Met het oog op de aanvang van het schooljaar 2020–2021 en de daarmee samenhangende datum van openstelling van het nieuwe aanvraagtijdvak in artikel A2, tweede lid, onderdeel d, is spoedige inwerkingtreding wenselijk.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, T. van Ark

Naar boven