Beleidsregel van de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 13 mei 2020, nr. WJZ/ 20130248, tot wijziging van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 opdat ondernemers tevens met hun nevenactiviteit in aanmerking kunnen komen voor een tegemoetkoming

De Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluiten:

ARTIKEL I

De Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de alfabetische volgorde wordt een begripsbepaling ingevoegd, luidende:

gedupeerde onderneming met geregistreerde nevenactiviteit:

gedupeerde onderneming die op 15 maart 2020 alleen voor een nevenactiviteit stond ingeschreven in het handelsregister met een activiteit die in bijlage 1 is opgenomen, met de daarbij behorende code van de Standaard Bedrijfsindeling, en zoals in voorkomend geval nader geclausuleerd;.

2. In de begripsomschrijvingen van de begrippen ‘direct gedupeerde onderneming’, ‘gedupeerde onderneming’, ‘gedupeerde onderneming in de toeleveringsketen’ en ‘gedupeerde zorgonderneming’ wordt ‘onder een hoofdactiviteit’ telkens vervangen door ‘met een hoofd- of nevenactiviteit’.

3. De begripsbepaling ‘gedupeerde agrarische recreatieonderneming’ vervalt.

B

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Indien de gedupeerde onderneming een gedupeerde onderneming met geregistreerde nevenactiviteit is, komt deze alleen in aanmerking voor een tegemoetkoming indien het te verwachten omzetverlies, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en de te verwachten vaste lasten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, uitsluitend betrekking hebben op zijn nevenactiviteit die in bijlage 1 is opgenomen.

2. In het derde en vierde lid wordt ‘In aanvulling op het eerste lid’ telkens vervangen door ‘In aanvulling op het eerste en tweede lid’.

C

Artikel 4, tweede lid, onderdeel i, komt te luiden:

  • i. voor zover het een gedupeerde onderneming met geregistreerde nevenactiviteit betreft: een verklaring dat het te verwachten omzetverlies, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, en de te verwachten vaste lasten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, uitsluitend betrekking hebben op zijn nevenactiviteit die in bijlage 1 is opgenomen;.

D

In artikel 6, tweede lid, onderdeel b, wordt ‘een gedupeerde agrarische recreatieonderneming’ vervangen door ‘een gedupeerde onderneming met geregistreerde nevenactiviteit’.

E

Tabel 1c van bijlage 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. De volgende rij vervalt:

Landbouw, jacht en dienstverlening voor de landbouw en jacht

01 (inclusief daaronder vallende codes)

Alleen voor zover het ondernemingen betreft die op 15 maart 2020 tevens in het handelsregister ingeschreven stonden met een nevenactiviteit onder de SBI-code 55.20.1, 55.20.2, 55.30 of 93.29.9

(gedupeerde agrarische recreatieondernemingen)

2. De kolom ‘nadere clausulering’ vervalt.

ARTIKEL II

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 25 april 2020.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 13 mei 2020

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer

TOELICHTING

Op dinsdag 31 maart 2020 is de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren (TOGS, hierna: de beleidsregel) in werking getreden, met terugwerkende kracht tot en met 27 maart 2020. Het doel van de TOGS is ondernemingen die een dominant effect zien op hun bedrijfsvoering door het wegblijven van de consument als gevolg van de overheidsmaatregelen ter bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19, te ondersteunen in hun vaste kosten. De regeling is bedoeld als een tegemoetkoming in omvangrijke vaste lasten, anders dan personeelskosten, waarvoor ondernemingen immers al gebruik kunnen maken van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW). Gedupeerde ondernemingen uit de sectoren opgenomen in de bijlage bij de beleidsregel kunnen een eenmalige tegemoetkoming van € 4.000 ontvangen, als zij verwachten gedurende de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 een omzetverlies van ten minste € 4.000 te lijden en ten minste € 4.000 aan vaste lasten verwachten te hebben, ook na gebruik van andere door de overheid beschikbaar gestelde steunmaatregelen in het kader van de bestrijding van de verdere verspreiding van COVID-19. Met de wijziging van de beleidsregel van 15 april 2020 (Stcrt. 2020, 22337) is een groot aantal sectoren toegevoegd aan de bijlage van de beleidsregel (waarbij voor enkele sectoren specifieke aanvullende voorwaarden gesteld zijn om in aanmerking te komen voor de tegemoetkoming).

In de bijlage bij de beleidsregel zijn de SBI-codes opgenomen van de sectoren die in aanmerking komen voor een tegemoetkoming. In beginsel kwamen alleen ondernemingen in aanmerking voor een tegemoetkoming die op 15 maart 2020 in het handelsregister geregistreerd waren onder een hoofdactiviteit die opgenomen was in de bijlage bij de beleidsregel. De enige uitzondering hierop waren gedupeerde agrarische recreatieondernemingen, zijnde agrarische ondernemingen met een bepaalde in het handelsregister geregistreerde nevenactiviteit op het gebied van recreatie (zoals een kampeerterrein). Deze kwamen, met de wijziging van 15 april 2020, ook in aanmerking voor tegemoetkoming voor hun geregistreerde nevenactiviteit, maar alleen voor zover het verwachte omzetverlies van minimaal € 4.000 en de verwachte vaste lasten van ten minste € 4.000 gedurende de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 betrekking heeft op deze nevenactiviteit.

Gebleken is echter dat er meer ondernemingen zijn die geen aanspraak kunnen maken op de TOGS met hun geregistreerde hoofdactiviteit, terwijl dit wel het geval zou zijn op basis van hun geregistreerde nevenactiviteit. Soms sluit de geregistreerde nevenactiviteit zelfs beter dan de hoofdactiviteit aan op de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten van de onderneming. Om die reden is besloten om met onderhavige wijziging de tegemoetkoming ook open te stellen voor ondernemingen die alleen een geregistreerde nevenactiviteit hebben die is opgenomen in bijlage 1 bij de beleidsregel (een gedupeerde onderneming met geregistreerde nevenactiviteit, zie de aanpassingen in de begripsbepalingen, opgenomen in artikel 1 van de beleidsregel, aangepast middels artikel I, onderdeel A, van onderhavige wijzigingsbeleidsregel). Hiermee wordt tevens uitvoering gegeven aan de motie van de Kamerleden Van Haga en Baudet (Kamerstukken II 2019/20, 35 430, nr. 30).

Voorwaarde voor tegemoetkoming op basis van geregistreerde nevenactiviteit is wel dat het verwachte omzetverlies en de verwachte vaste lasten van € 4.000 in de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni 2020 uitsluitend betrekking heeft op die geregistreerde nevenactiviteitactiviteit van de onderneming die in bijlage 1 van de beleidsregel is opgenomen (zie het nieuwe artikel 2, tweede lid, van de beleidsregel, aangepast middels artikel I, onderdeel B, van onderhavige wijzigingsbeleidsregel). Dit betekent dus dat een onderneming, om met een geregistreerde nevenactiviteit die opgenomen is in bijlage 1 bij de beleidsregel, in aanmerking te kunnen komen voor een tegemoetkoming, een verwacht omzetverlies van ten minste € 4.000 en verwachte vaste lasten van ten minste € 4.000 dient te hebben met betrekking tot de geregistreerde nevenactiviteit. Een onderneming mag dus uitsluitend verwachte omzetverliezen en verwachte vaste lasten die betrekking hebben op deze nevenactiviteit meetellen om te bepalen of zij in aanmerking komt voor de tegemoetkoming, en niet verwachte omzetverliezen of vaste lasten van andere activiteiten, die niet opgenomen zijn in bijlage 1 bij de beleidsregel. De tegemoetkoming is immers alleen en uitsluitend bedoeld als tegemoetkoming voor het verwachte omzetverlies en de verwachte vaste lasten die betrekking hebben op de geregistreerde activiteit van de onderneming die opgenomen is in bijlage 1 bij de beleidsregel. Over het te verwachten omzetverlies en de te verwachten lasten met betrekking tot de nevenactiviteit dient de onderneming bij aanvraag een verklaring aan te leveren (zie het nieuwe artikel 4, tweede lid, onderdeel i, van de beleidsregel, aangepast middels artikel I, onderdeel C, van onderhavige wijzigingsbeleidsregel). Bij een controle achteraf kan de minister de gedupeerde onderneming met geregistreerde nevenactiviteit om bewijsstukken vragen waaruit blijkt waarop deze verklaring gebaseerd is, zoals een kopie van de omzetgegevens uit de boekhouding of van de aangifte van de omzetbelasting over 2019 of 2020 (zie artikel 6, tweede lid, onderdeel b, van de beleidsregel, aangepast middels artikel I, onderdeel D, van onderhavige wijzigingsbeleidsregel).

Met het opnemen van deze algemene mogelijkheid voor gedupeerde ondernemingen om met hun geregistreerde nevenactiviteit in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming, kunnen de specifieke bepalingen over agrarische recreatieondernemingen vervallen. Deze agrarische recreatieondernemingen kunnen immers, mits zij voldoen aan bovenstaande vereisten (die gelijk zijn aan de eerdere vereisten die specifiek voor agrarische recreatieondernemingen golden), gebruik maken van deze algemene mogelijkheid.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij is geplaatst en werkt terug tot en met 25 april 2020. Hier is voor gekozen, om te borgen dat ondernemingen met geregistreerde nevenactiviteiten zo spoedig mogelijk een tegemoetkoming kunnen aanvragen. In dit verband wordt opgemerkt dat het opnemen van deze mogelijkheid een begunstigend karakter heeft.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer

Naar boven