Samenwerkingsprotocol tussen de Dopingautoriteit en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

Partijen,

Dopingautoriteit, ten deze vertegenwoordigd door de heer Herman Ram (voorzitter); en

Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), ten deze vertegenwoordigd door de heer Arjan Driesprong (directeur Beleid, Juridische Zaken, Communicatie en Bureau Opsporing Boetes)

overwegende dat:

  • de IGJ toezicht houdt op de kwaliteit en veiligheid van de zorg, alsmede de rechten van patiënten en cliënten bewaakt;

  • de Dopingautoriteit is belast met het bestrijden van doping in de sport door de handhaving van de dopingreglementen zoals die gelden binnen de georganiseerde sport en door toe te zien of aan een dopingreglement gebonden personen (waaronder niet alleen sporters, maar ook medische begeleiders) zich houden aan de uit een dopingreglement volgende, voor hun geldende verplichtingen;

  • de Dopingautoriteit belast is met het toezicht op de naleving in de sport van verbodsbepalingen in voornoemde dopingreglementen die zien op gebruik, en tevens op de andere verbodsbepalingen, waaronder het faciliteren van, ondersteunen van, en anderszins medeplichtig zijn aan het gebruik van doping door sporters door bijvoorbeeld toediening van doping en medeplichtigheid aan een dopingovertreding);

  • de Dopingautoriteit en de IGJ tijdens hun (toezicht)werkzaamheden kunnen worden geconfronteerd met informatie die ook relevant is voor de taakuitoefening van de andere partij;

  • de Wet uitvoering antidopingbeleid (Wuab) een grondslag biedt (art. 12, lid 1 en 3) voor de uitwisseling van gegevens tussen de Dopingautoriteit en de IGJ;

    een goede samenwerking, en waar nodig afstemming, tussen de Dopingautoriteit en de IGJ een efficiënte, effectieve en doelgerichte vervulling van de hen opgedragen taken bevordert;

    de Dopingautoriteit en de IGJ ieder voor zich beschikken over verschillende informatiekanalen en - bronnen, waaruit informatie kan voortkomen die over en weer van belang kan zijn voor een goede vervulling van taken;

  • het in het kader van de samenwerking en afstemming van belang is afspraken te maken over de onderlinge uitwisseling van informatie, waarover de Dopingautoriteit en/of de IGJ (komen te) beschikken in het kader van de vervulling van hun taken;

  • het wenselijk is deze uitwisseling, alsmede de aard en omvang van de in dat kader uit te wisselen informatie – op hoofdlijnen – te beschrijven, opdat in voorkomende gevallen in die gerechtvaardigde informatiebehoefte kan worden voorzien en dit – ook voor betrokken, belanghebbende partijen – transparant is;

spreken het volgende af:

HOOFDSTUK 1 DEFINITIES EN DOEL VAN HET SAMENWERKINGSPROTOCOL

Artikel 1 Definities

Dit samenwerkingsprotocol verstaat onder:

a. Dopingautoriteit:

het zelfstandig bestuursorgaan Dopingautoriteit;

b. IGJ:

Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd;

c. Wuab:

Wet uitvoering antidopingbeleid

Artikel 2 Doel

Doel van dit samenwerkingsprotocol is transparantie te betrachten over de uitwisseling van informatie en de samenwerking en afstemming bij de uitvoering van de wettelijke taken van de Dopingautoriteit en de IGJ. Daartoe worden in dit protocol:

  • a. de uitgangspunten vastgelegd voor de samenwerking en afstemming in het kader van de uitvoering van de wettelijke taken van de IGJ en/of de Dopingautoriteit; en

  • b. de uitgangspunten vastgelegd voor de uitwisseling van informatie tussen de Dopingautoriteit en de IGJ in situaties waarin een der partijen de verstrekking van gegevens behoeft voor de uitvoering van hun wettelijke taken.

HOOFDSTUK 2 ALGEMENE UITGANGSPUNTEN SAMENWERKING

Artikel 3 Algemene uitgangspunten

Partijen spannen zich in elkaar zoveel mogelijk te ondersteunen en te versterken in situaties waarin dat ten goede komt aan de uitvoering van hun respectievelijke wettelijke taken.

Artikel 4 Benutten expertise

Waar sprake is van activiteiten die verband houden met de activiteiten van de andere partij of zaken waarover de andere partij de nodige kennis bezit, staan partijen elkaar op basis van hun eigen deskundigheid op verzoek met raad en daad bij.

Artikel 5 Contacten

Partijen benoemen ieder vanuit hun eigen organisatie een accounthouder, die het strategisch aanspreekpunt is voor hetgeen is afgesproken in dit samenwerkingsprotocol. Voor inhoudelijke afstemming benoemen de Dopingautoriteit en IGJ ieder vanuit hun eigen organisatie een of meer contactpersonen.

Artikel 6 Ambtelijk overleg

  • 1. Partijen voeren minimaal een keer per jaar, of zoveel vaker als nodig is, ambtelijk overleg.

  • 2. In dit overleg wordt in ieder geval de volgende onderwerpen ter sprake gebracht:

    • a. actualiteiten en beleidsvoornemens die partijen mogelijk raken;

    • b. geanonimiseerde casuïstiek, onderzoeken en signalen van wederzijds belang.

Artikel 7 Bestuurlijk overleg

  • 1. Partijen voeren minimaal een keer per twee jaar, of zoveel vaker als nodig is, bestuurlijk overleg, waarbij in ieder geval de Directeur Beleid, Juridische Zaken, Communicatie en Bureau Opsporing en Boetes van de IGJ en de Voorzitter van de Dopingautoriteit aanwezig zijn.

  • 2. In dit overleg wordt gesproken over onderwerpen van bestuurlijk gewicht en belang, alsook over (strategische) beleidsonderwerpen.

HOOFDSTUK 3 INFORMEREN EN INFORMATIEVERSTREKKING

Artikel 8 Wederzijds informeren

  • l. Partijen spannen zich in elkaar zoveel en zo spoedig mogelijk te informeren over aangelegenheden, alsmede over signalen en meldingen die van belang (kunnen) zijn voor de uitoefening van de wettelijke taken van de andere partij, voor zover wettelijke bepalingen daaraan niet in de weg staan.1

  • 2. Partijen informeren elkaar zo spoedig mogelijk indien zich ontwikkelingen voordoen die naar verwachting van invloed zijn op de werkzaamheden van de andere partij, met name indien verwacht wordt dat dit op korte termijn het geval kan zijn.

  • 3. Partijen informeren elkaar voor zover nodig over de externe communicatie, en stemmen deze voor zover nodig onderling af.

Artikel 9 Vertrouwelijkheid

  • 1. Partijen dragen zorg voor de zodanige vastlegging en verwerking van informatie die van elkaar is verkregen, dat uitsluitend daartoe, gelet op hun taak, gerechtigd verklaarde medewerkers van de Dopingautoriteit en de IGJ toegang tot die informatie kunnen krijgen.

  • 2. Indien de Dopingautoriteit of de IGJ in het kader van de samenwerking de beschikking krijgt over informatie waarvan zij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is zij tot geheimhouding van die informatie gehouden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift haar tot mededeling verplicht of uit haar taak de noodzaak tot openbaarmaking voortvloeit. Een dergelijke openbaarmaking vindt niet plaats dan nadat de andere partij van wie de informatie is verkregen, daarvan op de hoogte is gesteld en de gelegenheid heeft gekregen daarop een zienswijze te geven.

Artikel 10 Uitwisseling persoonsgegevens

Uitwisseling van persoonsgegevens vindt uitsluitend plaats in die gevallen waarin dat voor de uitvoering van taken door IGJ en/of Dopingautoriteit strikt noodzakelijk is.

HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN

Artikel 11 Evaluatie

De afspraken die in het kader van dit samenwerkingsprotocol worden gemaakt en de uitvoering daarvan zullen door partijen na telkens twee jaar, of eerder indien daartoe aanleiding bestaat, worden geëvalueerd. Hierbij wordt in het bijzonder gekeken naar de praktische werkbaarheid van hetgeen in het samenwerkingsprotocol is vastgelegd en de wenselijkheid of noodzaak om dit samenwerkingsprotocol aan te passen of aan te vullen met werkafspraken. Het samenwerkingsprotocol kan slechts worden gewijzigd indien tijdens een bestuurlijk overleg hier overeenstemming over is bereikt.

Artikel 12 Plaatsing Staatscourant

Dit samenwerkingsprotocol wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Dit samenwerkingsprotocol treedt in werking met ingang van de dag na publicatie ervan in de Staatscourant.

Utrecht, 28 mei 2019

A. Driesprong, directeur Beleid, Juridische Zaken, Communicatie en Bureau Opsporing Boetes

H. Ram, Voorzitter Dopingautoriteit


X Noot
1

Ingevolge de Wuab (art. 12, zesde lid, mogen gegevens niet verstrekt worden voor zover de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene daardoor onevenredig wordt geschaad. Ook bijzondere persoonsgegevens kunnen door de IGJ niet worden verstrekt (art. 12. derde lid). Het is voorts denkbaar dat de IGJ tijdens haar toezichtwerkzaamheden inzage krijgt in gegevens waarop een (afgeleid) medisch beroepsgeheim rust. Met het oog op de privacy van betrokkene en het grote belang van het medisch beroepsgeheim, wordt in de Memorie van Toelichting bij de Wuab uitdrukkelijk bepaald dat de IGJ die gegevens niet mag verstrekken aan de Dopingautoriteit.Gelet op het gegevensbeschermingsrecht is het verstrekken van persoonsgegevens door de opsporingsdienst van IGJ aan de Dopingautoriteit niet toegestaan.

Naar boven