Beleidsregel van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu over de toepassing van artikel 80 Spoorwegwet (Beleidsregel bestuurlijke boetes Spoorwegwet 2014)

Kenmerk: ILT-2014/59450

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op artikel 80, zesde lid, van de Spoorwegwet,

Besluit:

Artikel 1

Deze beleidsregel is van toepassing op alle overtredingen die als beboetbaar feit zijn aangemerkt bij of krachtens artikel 77, eerste lid, van de Spoorwegwet.

Artikel 2

Bij de vaststelling van de hoogte van de bestuurlijke boete ter zake van overtreding van een norm die zich richt tot een natuurlijke persoon, niet zijnde een onderneming, worden de bedragen gehanteerd, opgenomen in bijlage 1, behorende bij deze beleidsregel.

Artikel 3

  • 1. Bij de vaststelling van de hoogte van een bestuurlijke boete ter zake van een overtreding van een norm die zich richt tot een onderneming, worden de normbedragen gehanteerd zoals opgenomen in bijlage 2, behorende bij deze beleidsregel.

  • 2. Het normbedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt vermenigvuldigd met de bij de omzetcategorie van de onderneming horende factor.

  • 3. De categorie-indeling, bedoeld in het vorige lid, luidt als volgt:

    Categorie I

    ondernemingen met een omzet van minder dan € 100.000

    Factor 0,25

    Categorie II

    Ondernemingen met een omzet van ten minste € 100.000 maar minder dan € 200.000

    Factor 0,5

    Categorie III

    Ondernemingen met een omzet van ten minste € 200.000 maar minder dan € 500.000

    Factor 1

    Categorie IV

    Ondernemingen met een omzet van ten minste € 500.000 maar minder dan € 1.000.000

    Factor 2

    Categorie V

    Ondernemingen met een omzet van meer dan € 1.000.000

    Factor 3

  • 4. De omzet in de zin van dit artikel is de omzet in het kalenderjaar voorafgaand aan de datum van overtreding.

Artikel 4

Het op grond van artikel 2 en 3 vastgestelde boetebedrag wordt verhoogd met 50% als bedoeld in artikel 80, derde lid, van de Spoorwegwet, indien de omstandigheden van het geval of de ernst van de overtreding daartoe aanleiding geven in het licht van de spoorwegveiligheid.

Artikel 5

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel bestuurlijke boetes Spoorwegwet 2014.

Artikel 6

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze wordt geplaatst.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, Namens deze, De inspecteur-generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport, J. Thunnissen.

BIJLAGE 1, BEHORENDE BIJ ARTIKEL 2 BELEIDSREGEL BESTUURLIJKE BOETES SPOORWEGWET 2014, MET BOETEBEDRAGEN TER ZAKE VAN OVERTREDINGEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 77 VAN DE SPOORWEGWET BEGAAN DOOR EEN NATUURLIJKE PERSOON, NIET ZIJNDE EEN ONDERNEMING

Overtredingen van onderstaand artikel van de Spoorwegwet

boetebedrag

19, eerste lid

€ 1.500

19, tweede lid

€ 3.800

21, eerste lid

€ 1.500

37b, achtste lid

€ 3.800

51, vierde lid

€ 1.500

53, tweede lid

€ 1.500

53, derde lid

€ 1.500

53, vierde lid

€ 1.500

65, tweede lid

€ 500

Overtredingen van artikelen krachtens artikel 65, eerste lid, van de Spoorwegwet vastgesteld

boetebedrag

6, tweede lid, Besluit spoorverkeer

€ 150 per onderdeel

8a Besluit spoorverkeer

<10 km te hard:€ 250

≥10 km te hard:€ 500

9, eerste lid, Besluit spoorverkeer

<10 km te hard:€ 250

≥10 km te hard:€ 500

10, eerste lid, Besluit spoorverkeer

€ 500

10, tweede lid, Besluit spoorverkeer

€ 500

11 Besluit spoorverkeer

€ 1.000

12, eerste lid, Besluit spoorverkeer

€ 1.000

12, derde lid, Besluit spoorverkeer

€ 1.500

12, vierde lid, Besluit spoorverkeer

€ 1.500

13, eerste lid, Besluit spoorverkeer

€ 500

13, derde lid, Besluit spoorverkeer

€ 500

14, eerste lid, Besluit spoorverkeer

€ 500

14, derde lid, Besluit spoorverkeer

€ 500

15, eerste lid, Besluit spoorverkeer

€ 500

15, derde lid, Besluit spoorverkeer

€ 500

16 Besluit spoorverkeer

€ 500

19 Besluit spoorverkeer

€ 500

22, eerste lid, Besluit spoorverkeer

€ 500

22, tweede lid, Besluit spoorverkeer

€ 500

22, derde lid, Besluit spoorverkeer

€ 500

23, derde lid, Besluit spoorverkeer

€ 500

24 Besluit spoorverkeer

€ 1.500

27, derde lid, Besluit spoorverkeer

€ 500

30 Besluit spoorverkeer

<10 km te hard:€ 250

≥10 km te hard:€ 500

34 Besluit spoorverkeer

€ 1.000

35 Besluit spoorverkeer

€ 500

36, tweede lid, Besluit spoorverkeer

€ 250

37, eerste lid, Besluit spoorverkeer

€ 250

37, derde lid, Besluit spoorverkeer

€ 500

40, vierde lid, Besluit spoorverkeer

€ 500

BIJLAGE 2, BEHORENDE BIJ ARTIKEL 3 BELEIDSREGEL BESTUURLIJKE BOETES SPOORWEGWET 2014, MET BOETENORMBEDRAGEN TER ZAKE VAN OVERTREDINGEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 77 VAN DE SPOORWEGWET BEGAAN DOOR EEN ONDERNEMING

Overtredingen van onderstaand artikel van de Spoorwegwet

boetenormbedrag

19, eerste lid

€ 10.000

21, eerste lid

€ 10.000

33, vijfde lid

€ 50.000

36, eerste lid

€ 10.000

37, eerste lid

€ 10.000

37b, eerste lid

€ 10.000

37b, achtste lid

€ 10.000

53, eerste, tweede en derde lid

€ 10.000

53, vierde lid

€ 50.000

96, tweede lid

€ 50.000

Overtredingen krachtens artikel 65, eerste lid, van de Spoorwegwet vastgesteld

boetenormbedrag

2, eerste lid, Besluit spoorverkeer

€ 10.000

2, derde lid, Besluit spoorverkeer

€ 10.000

2, vierde lid, Besluit spoorverkeer

€ 10.000

2, vijfde lid, Besluit spoorverkeer

€ 50.000

3, derde lid, Besluit spoorverkeer

€ 10.000

4, tweede lid, Besluit spoorverkeer

€ 10.000

4, vierde lid, Besluit spoorverkeer

€ 50.000

5 Besluit spoorverkeer

€ 50.000

7 Besluit spoorverkeer

€ 10.000

8 Besluit spoorverkeer

€ 50.000

8a Besluit spoorverkeer

<10 km te hard:€ 10.000

≥10 km te hard:€ 50.000

11 Besluit spoorverkeer

€ 50.000

12, eerste lid, Besluit spoorverkeer

€ 50.000

12, derde lid, Besluit spoorverkeer

€ 50.000

12, vierde lid, Besluit spoorverkeer

€ 50.000

18, eerste lid, Besluit spoorverkeer

€ 50.000

18, derde lid, Besluit spoorverkeer

€ 50.000

18, vierde lid, Besluit spoorverkeer

€ 50.000

21 Besluit spoorverkeer

€ 50.000

22, vierde lid, Besluit spoorverkeer

€ 50.000

23, eerste lid, Besluit spoorverkeer

€ 50.000

23, vierde lid, Besluit spoorverkeer

€ 50.000

24 Besluit spoorverkeer

€ 50.000

25, eerste lid, Besluit spoorverkeer

€ 50.000

31 Besluit spoorverkeer

€ 10.000

34 Besluit spoorverkeer

€ 10.000

36, eerste lid,

Besluit spoorverkeer

€ 50.000

37, eerste lid, Besluit spoorverkeer

€ 50.000

37, derde lid, Besluit spoorverkeer

€ 50.000

40, vierde lid, Besluit spoorverkeer

€ 10.000

TOELICHTING

Inleiding

De eerste versie van deze beleidsregel is vastgesteld op 12 december 2012, en gepubliceerd in de Staatscourant van 31 december 2012, nr. 27305.

De onderhavige beleidsregel betreft een nieuwe versie van de beleidsregel van 12 december 2012, waarbij

  • een aantal boetebedragen voor natuurlijke personen, niet zijnde ondernemingen is verlaagd

  • de tekst van de beleidsregel is aangepast aan het inwerkingtreden van het nieuwe artikel 53 van de Spoorwegwet

  • vanwege eerder gebleken onduidelijkheid, de toelichting enigszins is aangepast

  • deze wijzigingen allemaal zijn verwerkt in een geconsolideerde tekst.

Toezicht en handhaving

Op grond van het Instellingsbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport1 (voorts: ILT) is de ILT belast met de handhaving van wet- en regelgeving op het werkterrein van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, voor zover dat niet aan anderen is opgedragen of gemandateerd. De bestuurlijke boetes zullen dus in de praktijk worden opgelegd door ILT.

In het Besluit aanwijzing toezichthouders spoorwegen is neergelegd wie belast is met het toezicht op de naleving van de bepalingen bij of krachtens de Spoorwegwet. Het toezicht op de naleving van de beboetbare overtredingen van de Spoorwegwet gebeurt door ambtenaren van ILT met uitzondering van de artikelen 19 en 21. Het toezicht op de naleving van die artikelen gebeurt door door de minister aangewezen medewerkers van ProRail.

Boeterapporten opgemaakt ter zake van overtredingen bij of krachtens de Spoorwegwet worden door de hierboven bedoelde toezichthouders aangeboden aan de afdeling Vergunningen Binnenvaart en Bestuurlijke Boete van ILT. Daar wordt, in mandaat2 namens de Minister, de boetebeschikking gemaakt.

Hoogte bedragen

Bij het vaststellen van de hoogte van de bestuurlijke boetes met deze beleidsregel spelen de volgende factoren:

  • Het beginsel dat de hoogte van de boete moet zijn afgestemd op de zwaarte van de overtreding, de persoon van de overtreder en de afschrikwekkende werking ervan;

  • De maximale hoogte van de boete, zoals die is vastgesteld in artikel 80, eerste lid van de Spoorwegwet;

  • De verplichting om de hoogte van de boete af te stemmen op de omzet van de onderneming, indien de overtreder een ondernemer is, zoals neergelegd in artikel 80, tweede lid van de Spoorwegwet;

  • De mogelijkheid om een recidive-toeslag te berekenen, neergelegd in artikel 80, derde lid.

ILT wil dat de hoogte van de boete toereikend is om potentiële overtreders te weerhouden van nieuwe, soortgelijke overtredingen (generale preventie), alsmede volgende overtredingen door dezelfde overtreder te voorkomen (speciale preventie).

Artikel 80, eerste lid, van de Spoorwegwet bepaalt welke boetes per overtreding ten hoogste mogen worden opgelegd. Aan een natuurlijke persoon, niet zijnde een onderneming mag per overtreding ten hoogste een boete van € 5.700,– worden opgelegd. Aan een onderneming mag per overtreding ten hoogste een boete van € 225.000,– worden opgelegd.

Daarnaast schrijft het tweede lid van artikel 80 van de Spoorwegwet voor dat, wanneer het een onderneming betreft, de hoogte van de boete moet zijn afgestemd op de omzet van de onderneming. Met deze beleidsregel is een categorie-indeling naar omzet van de onderneming vastgesteld, die aansluit bij artikel 80, tweede lid, van de Spoorwegwet, zoals dat luidde tot de inwerkingtreding van de Wet van 19 april 2012.

Bij de keuze van de boetebedragen is onderscheid gemaakt naar de ernst van de overtreding. Voor natuurlijke personen zijn 6 verschillende boetebedragen gehanteerd, te weten € 150, € 250, € 500, € 1.000, € 1.500, en € 3.800 teneinde een goed onderscheid te kunnen maken naar enerzijds mate van verwijtbaarheid en anderzijds risico’s voor de spoorwegveiligheid. Bij de boetenormbedragen voor ondernemingen worden twee boetebedragen gehanteerd: € 10.000 voor overtredingen en € 50.000 voor ernstige overtredingen die een zeer groot risico voor de spoorwegveiligheid opleveren.

Om te kunnen vaststellen wat de daadwerkelijke hoogte van het boetebedrag voor een onderneming is moet, rekening houdend met de omzet van de onderneming, gebruik worden gemaakt van de tabel in artikel 3, derde lid, van de beleidsregel. In deze tabel wordt bepaald in welke gevallen het normbedrag voor de boeten moet worden vermenigvuldigd en welke factor daarbij van toepassing is. Indien de omzet van de onderneming niet bij ILT bekend is, wordt deze door ILT opgevraagd bij de onderneming. Indien de onderneming de gevraagde informatie niet binnen de door ILT gestelde redelijke termijn levert, dan wordt op grond van artikel 80, vierde lid van de Spoorwegwet, de maximale boete van € 225.000,– opgelegd.

Het derde lid van artikel 80 van de Spoorwegwet biedt de mogelijkheid om onder bepaalde omstandigheden een recidive-toeslag te berekenen van 50%. Indien voldaan is aan de eisen, genoemd in het derde lid van artikel 80 van de Spoorwegwet, zal, in het licht van de spoorwegveiligheid, afhankelijk van de omstandigheden van het geval en de ernst van de overtreding worden bezien of het gebruiken van de mogelijkheid van oplegging van een recidive-toeslag noodzakelijk is.

Voor alle duidelijkheid wordt opgemerkt dat de maxima betekenen dat de boetes die in de praktijk per overtreding kunnen worden opgelegd de bedragen van € 5.700,– respectievelijk € 225.000,– nooit kunnen overschrijden, ook niet in geval van recidive3.

Omdat alle in deze beleidsregel genoemde boetebedragen hoger zijn dan het bedrag genoemd in artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht (€ 340,–) wordt van de overtreding steeds een rapport of proces-verbaal opgemaakt en wordt de overtreder steeds in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.

Verlaging bedragen

De boetebedragen ter zake van overtredingen begaan door natuurlijke personen, niet zijnde een onderneming, in de beleidsregel van 31 december 2012 bleken te hoog zijn. Bij ondernemingen zijn de bedragen gerelateerd aan de omzet, maar bij natuurlijke personen is geen relatie met het inkomen van die personen. Bovendien worden vergelijkbare overtredingen in het wegverkeer met lagere bedragen beboet. Derhalve is een groot aantal boetebedragen ter zake van overtredingen begaan door natuurlijke personen, niet zijnde een onderneming, verlaagd. Met deze verlaging is een meer proportionele sanctionering mogelijk.

Onderscheid

Tevens is ten aanzien van sommige overtredingen een onderscheid aangebracht, dat er in de beleidsregel van 31 december 2012 niet was. Bijvoorbeeld bij overtredingen waarbij het om snelheidsovertredingen gaat. Er is onderscheid gemaakt in het boetebedrag voor overtredingen waarbij minder dan 10 km te hard gereden wordt, en het boetebedrag voor overtredingen waarbij meer dan (of gelijk aan) 10 km te hard wordt gereden. Een ander voorbeeld is het boetebedrag ter zake van overtreding van artikel 6, tweede lid van het Besluit spoorverkeer; met deze beleidsregel is een boetebedrag vastgesteld per overtreden onderdeel van dat artikellid, terwijl er voorheen een vast boetebedrag gold voor overtreding van het artikellid als geheel. Door dit onderscheid te maken is de verhouding tussen de hoogte van de betreffende boetebedragen en de ernst van de betreffende overtredingen meer met elkaar in overeenstemming.

Artikel 96, tweede lid Spoorwegwet

Verder is het bedrag in tabel 1 voor overtreding van artikel 96, tweede lid Spoorwegwet, begaan door een natuurlijke persoon, niet zijnde een onderneming, komen te vervallen. De normadressaten van dit beboetbaar feit zijn ‘spoorwegondernemingen en de beheerder’ (zie artikel 96, eerste lid Spoorwegwet); het beboetbare feit kan derhalve niet worden begaan door een natuurlijke persoon, niet zijnde een onderneming.

Artikel 53 Spoorwegwet

Op 1 januari 2014 is het nieuwe artikel 53 van de Spoorwegwet in werking getreden (Stb. 2013, 439). Sinds 1 januari 2014 heeft artikel 53 vier leden, die alle vier spreken van ‘doen uitoefenen van een veiligheidsfunctie’. Zowel in de categorie overtredingen begaan door een natuurlijke persoon, niet zijnde een onderneming als in de categorie overtredingen begaan door ondernemingen zijn hiervoor in deze beleidsregel boetebedragen opgenomen.

Normadressaat

Aan de hand van de normadressaat wordt bepaald welke bijlage bij deze beleidsregel van toepassing is.

Is de overtreding begaan door een natuurlijke persoon, niet zijnde een onderneming, dan is bijlage 1 bij de beleidsregel van toepassing. Is de overtreding begaan door een onderneming, dan is bijlage 2 bij de beleidsregel van toepassing.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, Namens deze, De inspecteur-generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport, J. Thunnissen.


X Noot
1

Artikel 2, eerste lid, Instellingsbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport

X Noot
2

Zie artikel 3 van het Organisatie- en mandaatbesluit Inspectie Leefomgeving en Transport 2012 en de bijlage bij dat besluit.

X Noot
3

Zie TK 2010–2011, 32 666, nr. 3 blz. 15

Naar boven