Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 27 november, 2012-0000046217, tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenregeling en de Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 28a, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, 17b, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, 18i, eerst lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, artikel 22, eerste lid, van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en 9.9b, eerste lid, onderdeel j, 9.10a, vijfde lid, en 9.10c van het Arbeidsomstandighedenbesluit;

Besluit:

ARTIKEL I

De Arbeidsomstandighedenregeling wordt als volgt gewijzigd:

A

Het opschrift van Hoofdstuk 8a komt te luiden: Overtredingen en maatregelen

B

Artikel 8.29a met opschrift komt te luiden:

Artikel 8.29a Overtredingen

Als overtreding ter zake waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, wordt aangemerkt het handelen of het nalaten in strijd met de voorschriften welke zijn opgenomen in de artikelen 3.4, 3.5, 3.11, 3.12, 3.13, 3.14, 4.3 tot en met 4.7, 4.9, 4.11 tot en met 4.13, 4.19, tweede lid, 4.20, tweede lid, 4.20a, 4.20b, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 4.22 tot en met 4.26, 5.1 tot en met 5.3, 8.2, 8.3, 8.4, derde lid, 8.5 tot en met 8.11, 8.12, eerste en tweede lid, en 8.13 tot en met 8.29.

C

Artikel 8.29b komt te luiden:

Artikel 8.29b

De hoogte van het boetenormbedrag, bedoeld in artikel 9.10a, vijfde lid, van het besluit bedraagt € 4500.

D

Artikel 8.29c met opschrift komt te luiden:

Artikel 8.29c Soortgelijke overtredingen

Als soortgelijke overtredingen als bedoeld in artikel 9.10c van het besluit worden aangemerkt het handelen of nalaten in strijd met de voorschriften van de artikelen die telkens in de afzonderlijke subonderdelen zijn aangegeven:

  • a. van de Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 14, zevende lid, 14a, vierde lid;

  • b. van het Arbeidsomstandighedenbesluit:

    • 1°. artikel 1.36, eerste en tweede lid;

    • 2°. artikel 1.42, eerste tot en met vierde lid;

    • 3°. artikel 1.46, achtste en negende lid;

    • 4°. artikel 2.42h, tweede tot en met vierde lid;

    • 5°. artikel 3.2, eerste tot en met derde lid;

    • 6°. artikel 3.3, eerste en tweede lid;

    • 7°. artikel 3.4, eerste en tweede lid;

    • 8°. artikel 3.5, derde, vierde en zevende lid;

    • 9°. artikel 3.5c, eerste tot en met derde lid;

    • 10°. artikel 3.5d, eerste tot en met derde lid;

    • 11°. artikel 3.5g, eerste en tweede lid;

    • 12°. de artikelen 3.6, 3.7, eerste en tweede lid;

    • 13°. artikel 3.7, derde tot en met zesde lid;

    • 14°. artikel 3.13, eerste tot en met vierde lid en achtste tot en met tiende lid;

    • 15°. artikel 3.13, vijfde tot en met zevende lid;

    • 16°. artikel 3.16, eerste en vijfde lid;

    • 17°. artikel 3.29, eerste en vierde lid;

    • 18°. artikel 3.37, eerste en tweede lid;

    • 19°. de artikelen 3.37k, eerste en tweede lid, 3.37n, eerste lid, 3.37r eerste tot en met vierde lid, 3.37t, eerste, tweede en vierde lid, en 3.37u;

    • 20°. de artikelen 3.37m, 3.37p, eerste en tweede lid, 3.37s, tweede en derde lid, 3.37v, eerste tot en met derde lid, en 3.37w, tweede lid, onderdeel a;

    • 21°. de artikelen 3.37n, tweede lid, en 3.37w, eerste, derde en vierde lid;

    • 22°. de artikelen 3.37q, eerste en derde lid, 3.37s, vierde lid, en 3.37w, tweede lid, onderdelen b tot en met e;

    • 23°. artikel 3.37s, eerste, vijfde en zesde lid;

    • 24°. artikel 4.1c, eerste lid, onderdelen d en e;

    • 25°. artikel 4.2, tweede tot en met zevende lid;

    • 26°. artikel 4.3, derde en vierde lid;

    • 27°. artikel 4.7, tweede en derde lid, onderdeel a;

    • 28°. artikel 4.8, eerste tot en met derde lid;

    • 29°. de artikelen 4.8, vierde lid, 4.9, derde lid, en 4.10, derde lid;

    • 30°. de artikelen 4.10a, eerste en tweede lid, en 4.10b, eerste lid;

    • 31°. artikel 4.16 derde en vierde lid;

    • 32°. artikel 4.19, onderdelen d en e;

    • 33°. de artikelen 4.45a en 4.45b, eerste en tweede lid;

    • 34°. artikel 4.47, vijfde en zesde lid;

    • 35°. de artikelen 4.47, eerste lid, en 4.47a, achtste lid;

    • 36°. artikel 4.47c, eerste en tweede lid;

    • 37°. artikel 4.50, eerste tot en met vierde lid;

    • 38°. artikel 4.51a, eerste en derde lid;

    • 39°. artikel 4.51a, tweede en vierde lid;

    • 40°. de artikelen 4.54a, vijfde en zesde lid, en 4.54d, derde en negende lid;

    • 41°. artikel 4.54d, eerste, vijfde en zevende lid;

    • 42°. artikel 4.58, eerste en tweede lid;

    • 43°. artikel 4.59, eerste en tweede lid;

    • 44°. artikel 4.60, eerste en derde lid;

    • 45°. artikel 4.61a, eerste en derde lid;

    • 46°. artikel 4.85, eerste en tweede lid;

    • 47°. artikel 4.87a, tweede en derde lid;

    • 48°. artikel 4.89, zesde en zevende lid;

    • 49°. artikel 4.90, derde en vierde lid;

    • 50°. artikel 4.91, eerste tot en met derde en tiende lid;

    • 51°. artikel 4.94, eerste, derde en vijfde lid;

    • 52°. artikel 4.99, eerste en tweede lid;

    • 53°. artikel 4.105, eerste tot en met derde lid;

    • 54°. de artikelen 4.108, eerste en tweede lid, en artikel 4.109;

    • 55°. de artikelen 5.2 en 5.3, onderdeel a;

    • 56°. artikel 5.5, eerste en tweede lid;

    • 57°. artikel 5.11, eerste tot en met derde lid;

    • 58°. artikel 6.1, eerste en tweede lid;

    • 59°. artikel 6.7, eerste en vierde lid;

    • 60°. artikel 6.8, eerste, derde en elfde lid;

    • 61°. artikel 6.10, eerste tot en met derde lid;

    • 62°. artikel 6.11b, eerste, tweede en zesde lid;

    • 63°. artikel 6.11c, tweede en derde lid;

    • 64°. artikel 6.11e, eerste, tweede en vierde lid;

    • 65°. artikel 6.12f, eerste en tweede lid;

    • 66°. artikel 6.14a, eerste en tweede lid;

    • 67°. artikel 6.15, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid;

    • 68°. de artikelen 6.15a, tweede lid, en 6.16, achtste lid;

    • 69°. artikel 6.16, derde, zesde en zevende lid;

    • 70°. artikel 6.17, eerste en tweede lid;

    • 71°. artikel 6.18, eerste tot en met derde lid;

    • 72°. artikel 6.20, eerste tot en met derde lid;

    • 73°. artikel 6.20b, eerste en tweede lid;

    • 74°. artikel 7.4a, eerste tot en met vierde lid;

    • 75°. artikel 7.5, tweede en derde lid;

    • 76°. artikel 7.6, eerste en tweede lid;

    • 77°. artikel 7.7, tweede tot en met zevende lid;

    • 78°. artikel 7.13, eerste en tweede lid;

    • 79°. artikel 7.13, vijfde en zesde lid;

    • 80°. artikel 7.14, eerste lid, en 7.15, eerste lid;

    • 81°. artikel 7.17a, eerste, tweede, vierde en vijfde lid;

    • 82°. artikel 7.17c, vierde tot en met zesde lid;

    • 83°. artikel 7.18, zesde tot en met achtste lid;

    • 84°. artikel 7.18a, derde en dertiende lid;

    • 85°. artikel 7.18b, eerste tot en met derde lid;

    • 86°. artikel 7.21, eerste en tweede lid;

    • 87°. artikel 7.23, derde tot en met vijfde lid;

    • 88°. artikel 7.23, achtste tot en met tiende lid;

    • 89°. artikel 7.23a, eerste tot en met derde lid;

    • 90°. artikel 7.23b, derde en vijfde lid;

    • 91°. artikel 7.23b, zesde en zevende lid;

    • 92°. artikel 7.23c, eerste lid, onderdelen a tot en met e, en tweede lid;

    • 93°. artikel 7.26, eerste en tweede lid;

    • 94°. artikel 7.29, tweede tot en met vierde lid;

    • 95°. artikel 7.29, vijfde en zesde lid;

    • 96°. artikel 7.29, zevende en achtste lid;

    • 97°. artikel 8.1, tweede tot en met vierde en zevende lid;

    • 98°. artikel 8.3, eerste en tweede lid; en

    • 99°. artikel 8.3, derde en vierde lid;

  • c. van de Arbeidsomstandighedenregeling:

    • 1°. artikel 3.5, eerste en tweede lid;

    • 2°. artikel 3.11, eerste tot en met vijfde lid;

    • 3°. artikel 3.12, eerste en tweede lid;

    • 4°. artikel 4.4, eerste tot en met derde lid;

    • 5°. artikel 4.6, eerste en tweede lid;

    • 6°. artikel 4.7, eerste tot en met derde lid;

    • 7°. artikel 4.9, eerste en tweede lid;

    • 8°. de artikelen 4.19, tweede lid, en 4.20, tweede lid; en

    • 9°. artikel 8.2, eerste en tweede lid.

ARTIKEL II

De Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1:2, vierde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘28a’ vervangen door: 28a, eerste lid, 28b.

2. In onderdeel b wordt na ‘8:2, eerste en tweede lid’ ingevoegd: ,8:3a, eerste lid.

3. Onder verlettering van de onderdelen c tot en met e tot f tot en met h, wordt na onderdeel b drie onderdelen ingevoegd, luidende:

  • c. de Wet arbeid vreemdelingen: artikel 17b, eerste lid;

  • d. de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag: artikel 18i, eerst lid;

  • e. de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs: artikel 22, eerste lid;.

B

In artikel 3:4, eerste lid, onderdeel a, wordt ‘28a’ vervangen door: 28b.

C

In artikel 3:5, eerste lid, onderdeel a, wordt ‘28a’ vervangen door: 28b.

D

In artikel 3:6, eerste lid, onderdeel a, wordt ‘28a’ vervangen door: 28b.

E

In artikel 3:6a wordt ‘28a’ vervangen door: 28b.

F

In artikel 7:2, tweede lid, onderdeel a, wordt ‘28a’ vervangen door: 28b.

G

In artikel 8:2, onderdeel a, wordt ‘28a’ vervangen door: 28b.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 27 november 2012

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher.

TOELICHTING

Algemeen

Op 1 januari 2013 treedt de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving in werking (Stb. 2012, nr. 462) (hierna te noemen: de wet). Bij deze wet zijn verschillende arbeidswetten en uitkeringswetten gewijzigd met het oog op aanscherping van de handhaving en het sanctiebeleid. Per 1 januari 2013 treedt verder in werking het Besluit aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving, waarbij diverse algemene maatregelen van bestuur gebaseerd op de verschillende arbeidswetten en uitkeringswetten zijn gewijzigd voor een nadere uitvoering van de wet (Stb. 2012, 484). Bij de onderhavige wijzigingsregeling wordt ter verdere uitvoering van deze wetgeving de Arbeidsomstandighedenregeling en Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving gewijzigd.

1. Wijzigingen van de Arbeidsomstandighedenregeling

Eén van de doelstellingen van de wet is om overtredingen door bedrijven van de arbeidswetten streng(er) aan te pakken. De arbeidswetgeving beschermt werknemers tegen onder meer slechte arbeidsomstandigheden, onderbetaling, illegaliteit en verdringing van de arbeidsmarkt. De arbeidswetgeving draagt tevens bij aan eerlijke concurrentie tussen werkgevers.

Met de aanscherping van het handhavings- en sanctiebeleid maakt de regering duidelijk dat er in ons land geen plaats is voor bedrijven die de wettelijke normen inzake arbeidsomstandigheden en arbeidsverhoudingen niet willen naleven.

Een van de onderdelen van het aangescherpte beleid is een verhoging van de boetenormbedragen. Daarbij is gekozen voor een systeem, waarbij de boete bij recidive wordt verdubbeld (en bij ernstige overtredingen verdrievoudigd) en bij herhaalde recidive wordt verdrievoudigd. Een andere maatregel van het aangescherpte beleid is de mogelijkheid om werkzaamheden preventief stil te leggen als bedrijven herhaaldelijk de arbeidswetgeving overtreden. Verder wordt voor het vaststellen of sprake is van recidive niet alleen gekeken naar dezelfde overtreding, maar ook naar een soortgelijke overtreding. Vanwege de gevolgen voor de werkgever zal duidelijk moeten zijn wanneer sprake is van soortgelijke overtredingen.

In artikel 9:10a, vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit is voorgeschreven om bij ministeriële regeling een grens vast te stellen voor de bij overtredingen behorende boetenormbedragen, waar beneden geen waarschuwing in verband met een overtreding wordt gegeven of geen bevel tot stillegging zal worden opgelegd. In artikel 9:10c van het Arbeidsomstandighedenbesluit is aangegeven dat de soortgelijke verplichtingen en verboden in de Arbeidsomstandighedenwetgeving zullen worden aangewezen bij ministeriële regeling. Aan de hand daarvan kan worden vastgesteld of sprake is van recidive en of derhalve hogere boetes zullen worden opgelegd en een waarschuwing voor een stillegging kan worden gegeven, dan wel - indien het een ernstige overtreding betreft en al bij de eerste overtreding een waarschuwing is gegeven - kan worden stilgelegd.

2. Wijziging van de Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving

Bij de wet zijn de Arbeidsomstandighedenwet, de Arbeidstijdenwet, de Wet arbeid vreemdelingen, de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs gewijzigd. In deze wetten is een nieuwe bevoegdheid opgenomen om onder bepaalde voorwaarden bedrijven te waarschuwen voor de preventieve stillegging van werkzaamheden en bij herhaalde overtreding van verplichtingen op grond van deze wetten een bevel op te leggen om de werkzaamheden tijdelijk stil te leggen. In verband met deze bevoegdheid wordt in voornoemde aanwijzingsregeling de functionaris aangewezen die bevoegd is deze bevoegdheden uit te oefenen. Verder zijn enkele wetgevingstechnische wijzigingen aangebracht.

Artikelsgewijs

Artikel I (Arbeidsomstandighedenregeling)

Onderdelen A en B

In artikel 9.9b, eerste lid, onderdeel j, van het Arbeidsomstandighedenbesluit is aangegeven dat als overtreding ter zake waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, mede wordt aangemerkt het handelen of het nalaten in strijd met de voorschriften die zijn opgenomen in de op grond van de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit vastgestelde Arbeidsomstandighedenregeling. Daarnaast is in de Arbeidsomstandighedenregeling aangegeven welke overtredingen zullen worden gehandhaafd via het strafrecht. Deze strafrechtelijke sanctionering is hier gewijzigd in een bestuursrechtelijke sanctionering. Bovendien is bij de bestuursrechtelijke sanctionering het onderscheid tussen overtredingen van de eerste en tweede categorie opgeheven. De nieuwe sanctionering is gerealiseerd in het nieuwe artikel 8.29a van de Arbeidsomstandighedenregeling.

Onderdeel C

In artikel 8.29b van de Arbeidsomstandighedenregeling is uitvoering gegeven aan artikel 9.10a, vijfde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit waarin is geregeld dat geen waarschuwing of preventieve stillegging wordt toegepast als de hoogte van het boetenormbedrag voor de bestuurlijke boete voor de overtreding lager is dan een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag. In het nieuwe artikel 8.29b van de Arbeidsomstandighedenregeling is dit bedrag vastgesteld op € 4.500,-. In de beleidsregel boeteoplegging Arbeidsomstandighedenwetgeving worden in artikel 1, derde lid, zeven boetenormbedragen onderscheiden. Omdat het gaat om een bedrag lager dan de genoemde € 4.500,- wordt een waarschuwing of preventieve stillegging feitelijk niet toegepast tot en met het één na lagere boetenormbedrag, dus tot en met € 3000,-. Hiervoor is gekozen om te voorkomen dat relatief beperkte overtredingen, bijvoorbeeld van administratieve aard, aanleiding kunnen geven tot een stillegging.

Onderdeel D

In artikel 34, vijfde en zevende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet is sprake van soortgelijke verplichtingen en verboden en in artikel 9.10a, eerste en tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit is sprake van een soortgelijke overtreding. Dit begrip is van belang om vast te stellen of sprake is van recidive en heeft derhalve gevolgen voor de hoogte van de op te leggen boete voor een

overtreding en het geven van een waarschuwing of het overgaan tot het preventief stilleggen van werk. Artikel 9.10c van het Arbeidsomstandighedenbesluit bepaalt dat in de Arbeidsomstandighedenregeling wordt aangegeven wat hieronder moet worden verstaan. Het nieuwe artikel 8.29c van de Arbeidsomstandighedenregeling geeft hieraan uitvoering.

De Arbeidsomstandighedenwet en de hierop gebaseerde lagere regelgeving kennen een grote diversiteit aan verplichtingen en verboden die bij overtreding tot het opleggen van een boete kunnen leiden en die qua ernst en aard zeer verschillend kunnen zijn. Om tegemoet te komen aan die diversiteit is bij de invulling van het begrip “soortgelijke overtredingen” er voor gekozen om binnen de Arbeidsomstandighedenwet, het Arbeidsomstandighedenbesluit en de Arbeidsomstandighedenregeling te kijken naar overtredingen van verplichtingen en geboden die naar hun aard soortgelijk zijn. Daartoe zijn waar dit mogelijk was twee of meer bepalingen die betrekking hebben op dezelfde producten, activiteiten of onderwerpen samengenomen, bijvoorbeeld als het gaat om administratieve verplichtingen, organisatorische verplichtingen en te nemen beheersmaatregelen. Binnen deze naar hun aard soortgelijke overtredingen is bezien of ze van dezelfde boetehoogte zijn. Met behulp van die criteria is gekomen tot de opsomming in artikel 8.29c van de Arbeidsomstandighedenregeling. Deze opsomming moet zo worden gelezen dat telkens in de afzonderlijke subonderdelen van artikel 8.29c de daarin genoemde artikel(onderdelen) soortgelijk zijn. Zo kan bijvoorbeeld van hoofdstuk 3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 3.3, eerste en tweede lid, als soortgelijk worden betiteld. Het is echter niet zo dat artikel 3.3, eerste en tweede lid, ook soortgelijk is aan artikel 3.5, derde, vierde en zevende lid. Daarentegen zijn het derde, vierde en zevende lid van artikel 3.5 van het Arbeidsomstandighedenbesluit wel weer onderling als soortgelijk te beschouwen.

Artikel II (Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving)

Onderdeel A

In artikel 1.2, vierde lid, is de inspecteur-generaal van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen als bevoegde ambtenaar om de in dit lid aangegeven bevoegdheden uit te oefenen.

Bij de wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving zijn de Arbeidsomstandighedenwet, de Arbeidstijdenwet, de Wet arbeid vreemdelingen, de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs gewijzigd, waarbij in deze wetten een nieuwe bevoegdheid is opgenomen om onder bepaalde voorwaarden bedrijven te waarschuwen voor stillegging van werkzaamheden en bij herhaalde overtreding van verplichtingen op grond van deze wetten een bevel op te leggen om de werkzaamheden tijdelijk stil te leggen. Aan het vierde lid is toegevoegd dat de inspecteur-generaal ook bevoegd is deze nieuwe bevoegdheden uit te oefenen. Uiteraard bestaat de mogelijkheid om deze bevoegdheden door te mandateren aan onder de inspecteur-generaal ressorterende ambtenaren.

Verder is rekening gehouden met de vernummering van artikel 28a (bestuursdwang) van de Arbeidsomstandighedenwet tot artikel 28b.

Onderdelen B tot en met G

Deze wijzigingen hebben betrekking op de vernummering van artikel 28a (bestuursdwang) van de Arbeidsomstandighedenwet tot artikel 28b.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher.

Naar boven