Werkwijze geschilbeslechting Energie

De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit,

Gelet op de artikelen 51 van de Elektriciteitswet 1998 en 19 van de Gaswet;

Besluit:

EERSTE AFDELING – ALGEMEEN

Artikel 1 – Definities

In deze werkwijze wordt verstaan onder:

a. Awb:

Algemene wet bestuursrecht;

b. de Raad:

de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 1, eerste lid, onder r, van de Gaswet;

c. geschil:

een geschil als bedoeld in artikel 51 van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 19 van de Gaswet;

d. aanvraag:

een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb om een besluit te nemen op grond van artikel 51 van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 19 van de Gaswet;

e. aanvrager:

een natuurlijke of rechtspersoon die bij de Raad een aanvraag indient;

f. netbeheerder:

een netbeheerder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder k, van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 1, eerste lid, onder e, van de Gaswet;

g. derde:

een natuurlijk of rechtspersoon, niet zijnde de aanvrager of netbeheerder;

Artikel 2 – Algemene bepaling

  • 1. De Algemene termijnenwet is van toepassing op de termijnen die in deze werkwijze worden genoemd.

  • 2. De correspondentie vindt in het Nederlands plaats. Van de stukken die niet in de Nederlandse taal zijn opgesteld, dient een Nederlandse vertaling beschikbaar te zijn die ook leidend is.

TWEEDE AFDELING – DE AANVRAAG

Artikel 3 – De aanvraag

  • 1. Voor het indienen van een aanvraag maakt de aanvrager gebruik van het daarvoor door de Raad vastgestelde aanvraagformulier.

  • 2. De aanvraag bestaat uit het volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier en de stukken genoemd in het aanvraagformulier.

  • 3. De aanvrager verschaft:

    • a) afschriften van de correspondentie, waaronder in ieder geval een afschrift van de brief waarin de aanvrager de netbeheerder het geschil voorlegt en – indien de aanvrager hierover beschikt – de schriftelijke reactie van de netbeheerder daarop;

    • b) overige gegevens en andere bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager beschikt of redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

  • 4. Indien de aanvrager wordt vertegenwoordigd, verschaft de vertegenwoordiger een afschrift van de stukken waaruit de bevoegdheid van de natuurlijk persoon blijkt om op te treden namens de andere natuurlijke persoon, de rechtspersoon of de Staat. Als voorbeeld van stukken worden genoemd: machtigingen, uittreksels van de Kamer van Koophandel, mandaatbesluiten en statuten.

  • 5. De aanvrager geeft bij het indienen van de aanvraag gemotiveerd aan of en zo ja, welke gegevens vertrouwelijk zijn jegens de netbeheerder.

Artikel 4 – Ontvangst van de aanvraag

De Raad zendt binnen vijf dagen na ontvangst van de aanvraag een ontvangstbevestiging aan de aanvrager, onder vermelding van de dag van ontvangst.

Artikel 5 – Herstel van verzuimen

  • 1. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan een voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de door de aanvrager verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor de beoordeling van een aanvraag, stelt de Raad de aanvrager daarvan schriftelijk op de hoogte.

  • 2. De Raad stelt de aanvrager een termijn om de aanvraag aan te vullen.

  • 3. Indien de Raad besluit de aanvraag niet te behandelen, deelt de Raad dit de aanvrager mee binnen de vier weken nadat de aanvraag is aangevuld of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.

DERDE AFDELING – DE WIJZE VAN BEHANDELING VAN DE AANVRAAG

Artikel 6 – Voegen en splitsen van aanvragen

  • 1. De Raad kan een nieuwe aanvraag die betrekking heeft op een geschil dat reeds aanhangig is, voegen met de reeds ingediende aanvraag.

  • 2. De Raad kan verschillende aanvragen die betrekking hebben op één of meerdere netbeheerders, gevoegd behandelen.

  • 3. De Raad kan een aanvraag splitsen.

Artikel 7 – Termijnen

  • 1. De Raad beslist conform artikel 51 van de Elektriciteitswet 1998 respectievelijk artikel 19 van de Gaswet binnen twee dan wel vier maanden na ontvangst van de aanvraag, met dien verstande dat deze beslistermijn wordt verlengd met de periode dat de behandeling van de aanvraag is opgeschort voor het herstel van verzuimen.

  • 2. Indien nader onderzoek of een hoorzitting nodig is, bedraagt de beslistermijn 4 maanden.

  • 3. De Raad informeert partijen zo spoedig mogelijk over de voortgang en over de termijn waarop hij verwacht op de aanvraag te beslissen.

  • 4. Indien daartoe naar zijn oordeel aanleiding bestaat, stelt de Raad een termijn om een zienswijze in te dienen of om gegevens en inlichtingen te verstrekken.

  • 5. Indien partijen aan de Raad meedelen dat zij zullen proberen onderling of via bemiddeling hun geschil op te lossen, wordt de beslistermijn met schriftelijke toestemming van de aanvrager opgeschort vanaf het moment van deze mededeling aan de Raad tot het moment waarop één van de partijen aangeeft dat zij er niet in geslaagd zijn hun geschil onderling of via bemiddeling hun geschil op te lossen.

Artikel 8 – Verschillende wijzen van behandelen van de aanvraag

  • 1. De Raad behandelt een aanvraag in beginsel via de reguliere procedure als bedoeld in de vierde afdeling.

  • 2. In de gevallen als omschreven in de vijfde afdeling wordt de aanvraag vereenvoudigd behandeld respectievelijk schriftelijk behandeld.

  • 3. Indien niet de reguliere procedure wordt gevolgd, wordt dit zo spoedig mogelijk – doch uiterlijk twee weken na ontvangst van de zienswijze van de netbeheerder – aan partijen meegedeeld.

  • 4. Indien de Raad concludeert dat de aanvraag zich bij nader inzien niet leent voor vereenvoudigde behandeling of schriftelijke behandeling, dan kan hij bepalen dat de aanvraag verder wordt behandeld volgens de reguliere procedure. De Raad stelt partijen hiervan schriftelijk op de hoogte. Hierbij vermeldt de Raad ook wat de gevolgen zijn voor de procedure.

Artikel 9 – Bekendmaking besluit

  • 1. De beslissing op de aanvraag wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager.

  • 2. Een afschrift van het besluit stuurt de Raad naar de netbeheerder en eventuele andere partijen.

VIERDE AFDELING – DE REGULIERE PROCEDURE

Artikel 10 – Zienswijze netbeheerder en medewerkingsplicht netbeheerder

  • 1. Na ontvangst van de aanvraag zendt de Raad een afschrift van de aanvraag en van daarbij ingediende gegevens en bescheiden aan de netbeheerder, voor zover er geen gegevens vertrouwelijk zijn jegens de netbeheerder.

  • 2. De Raad stelt de netbeheerder in de gelegenheid op de aanvraag en de daarbij ingediende gegevens en bescheiden schriftelijk zijn zienswijze te geven.

  • 3. De termijn voor het indienen van de zienswijze is drie weken na dagtekening van een daartoe strekkend verzoek van de Raad. Indien de Raad hiertoe gelet op de aard van het geschil aanleiding ziet, wordt de termijn beperkt tot twee weken.

  • 4. De netbeheerder verstrekt bij de zienswijze, voor zover niet reeds door aanvrager verstrekt, op grond van artikel 7 van de Elektriciteitswet 1998 respectievelijk artikel 35 van de Gaswet de benodigde gegevens en bescheiden voor behandeling van de aanvraag:

    • a) afschriften van correspondentie;

    • b) overige gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager beschikt of redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.

  • 5. Indien sprake is van vertegenwoordiging overlegt de vertegenwoordiger een machtiging en de bijbehorende uittreksels van de Kamer van Koophandel waaruit de bevoegdheid blijkt.

  • 6. De netbeheerder geeft gemotiveerd aan of en zo ja, welke gegevens vertrouwelijk zijn jegens de aanvrager.

Artikel 11 – Hoorzitting

  • 1. De Raad stelt partijen in de gelegenheid hun standpunten mondeling nader toe te lichten tijdens een hoorzitting.

  • 2. De uitnodigingen voor het horen worden uiterlijk twee weken voor de datum van de hoorzitting verzonden.

  • 3. Partijen delen uiterlijk één week voor de zitting schriftelijk mee of zij gebruik willen maken van de gelegenheid tot het indienen van de mondelinge zienswijze en welke personen namens hen ter zitting aanwezig zullen zijn, onder vermelding van de functie van die personen.

  • 4. Aanvullende gegevens en bescheiden worden uiterlijk vijf dagen voor de hoorzitting ingediend. Partijen zenden elkaar tevens gelijktijdig en rechtstreeks een afschrift van de gegevens en bescheiden of een voor de wederpartij bestemde versie daarvan.

  • 5. Indien dit naar het oordeel van de Raad de voortgang in de procedure bespoedigt, kan de Raad voorafgaand aan de hoorzitting aan partijen schriftelijk vragen stellen die schriftelijk voor de hoorzitting beantwoord dienen te worden.

  • 6. De aanvrager en de netbeheerder worden gehoord door een hoorcommissie, die bestaat uit personen die door de Raad zijn aangewezen om namens hem te horen.

  • 7. De hoorzitting is niet openbaar.

  • 8. De Raad kan, indien daarom gemotiveerd wordt verzocht en indien dat noodzakelijk is gelet op de betrokken belangen, partijen buiten elkaars aanwezigheid horen.

  • 9. Van de hoorzitting wordt een verslag gemaakt. De Raad stelt het verslag ter beschikking aan partijen voor zover de vertrouwelijkheid van de informatie zich hiertegen niet verzet.

  • 10. Na de hoorzitting is het onderzoek gesloten, tenzij:

    • a. nieuwe feiten en omstandigheden zich na de hoorzitting hebben voorgedaan of redelijkerwijs niet voor de hoorzitting bekend waren, of

    • b. tijdens de hoorzitting anders is bepaald.

Artikel 12 – Informatievergaring door de Raad

  • 1. Indien dit naar het oordeel van de Raad noodzakelijk is, kan de Raad deskundigen als derden betrekken bij de behandeling van een geschil. De Raad informeert partijen hieromtrent.

  • 2. Voor zover de Raad de door deskundigen verstrekte inlichtingen of de door derden overgelegde gegevens gebruikt voor de beslissing op de aanvraag, ontvangen partijen daarvan een afschrift.

  • 3. Partijen wordt schriftelijk de gelegenheid geboden hun zienswijze te geven omtrent hetgeen door derden is verstrekt en overgelegd.

VIJFDE AFDELING – BIJZONDERE PROCEDURES

Artikel 13 – Vereenvoudigde behandeling

  • 1. De Raad kan op de aanvraag beslissen zonder dat de aanvrager en/of de netbeheerder in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze te geven, indien naar het oordeel van de Raad:

    • a. de Raad kennelijk niet bevoegd is, of

    • b. de aanvraag kennelijk moet worden afgewezen.

  • 2. De Raad is niet bevoegd om op grond van artikel 51 van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 19 van de Gaswet op de aanvraag te beslissen indien:

    • a. geen sprake is van een geschil met een netbeheerder, of

    • b. het geschil geen betrekking heeft op de wijze waarop de netbeheerder zijn taken of bevoegdheden op grond van de Elektriciteitswet 1998 of de Gaswet uitoefent dan wel aan zijn verplichtingen op grond van deze wetten voldoet.

  • 3. Indien de Raad reeds op grond van de aanvraag en de zienswijze van de netbeheerder concludeert dat:

    • a. hij kennelijk niet bevoegd is, of

    • b. hij de aanvraag kennelijk moet afwijzen,

    beslist de Raad zo spoedig mogelijk dienovereenkomstig.

  • 4. Indien de Raad op basis van de aanvraag en de zienswijze van de netbeheerder concludeert dat de aanvraag moet worden toegewezen, beslist de Raad dienovereenkomstig. In dat geval wordt niet nogmaals de aanvrager benaderd zijn zienswijze te geven op de nader ingediende gegevens en bescheiden.

Artikel 14 – Schriftelijke behandeling

  • 1. Indien naar het oordeel van de Raad de rechtsvraag op grond van de aanvraag en de zienswijze van de netbeheerder voldoende duidelijk is en naar de feiten geen of slechts beperkt onderzoek nodig is, kan de Raad besluiten tot een schriftelijke behandeling.

  • 2. In geval van schriftelijke behandeling ontvangen de aanvrager en de netbeheerder een conceptbesluit van de Raad.

  • 3. De aanvrager en de netbeheerder worden door de Raad in de gelegenheid gesteld schriftelijk hun zienswijze in te dienen ten aanzien van het conceptbesluit, binnen een daartoe door de Raad gestelde termijn.

  • 4. De Raad neemt, met inachtneming van de tijdig gegeven zienswijzen van partijen, een besluit op de aanvraag.

ZESDE AFDELING – UITWISSELING VAN INFORMATIE

Artikel 15 – Schriftelijke uitwisseling

  • 1. In correspondentie richten partijen zich tot de Raad, t.a.v. de Geschilcoördinator energie onder vermelding van het zaaknummer.

    Dit is uitsluitend mogelijk per:

    • post via Postbus 16326, 2500 BH Den Haag, of

    • fax 070 330 33 70.

  • 2. Correspondentie tussen de Raad en een partij als ook door een partij ingediende gegevens of bescheiden, zendt de Raad door aan de wederpartij, tenzij

    • het bepaalde bij artikel 16 en 17 zich tegen doorzending verzet, of

    • artikel 11, vierde lid, van toepassing is.

Artikel 16 – Vertrouwelijkheid

  • 1. De aanvrager, de netbeheerder of een derde die gegevens of bescheiden indient, geeft bij indiening hiervan concreet en per document gemotiveerd aan welke onderdelen hij als (i) vertrouwelijk jegens een ieder en (ii) als vertrouwelijk jegens de andere partij of partijen beschouwt. De partij dient gemotiveerd de reden voor vertrouwelijke behandeling aan te geven.

  • 2. In een geval als beschreven in het eerste lid worden de volgende versies ingediend:

    • een voor de NMa bestemde versie, getiteld ‘Versie NMa’, waarin de onderdelen die hij als vertrouwelijk aanmerkt, zijn opgenomen, en

    • een voor de partijen bestemde versie, getiteld ‘Versie (naam partij)’, waarin de onderdelen die hij als vertrouwelijk aanmerkt onleesbaar zijn gemaakt of op zichtbare wijze zijn weggelaten.

    Indien deze versie niet tevens geschikt is voor openbaarmaking, dient dit te worden vermeld.

Artikel 17 – Beoordeling vertrouwelijkheid

  • 1. De beoordeling door de Raad of gegevens en bescheiden vertrouwelijk zijn, geschiedt op basis van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.

  • 2. Gegevens en bescheiden die bij de verstrekking als vertrouwelijk zijn aangemerkt en die de Raad op basis van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur vertrouwelijk acht, worden niet aan een andere partij verstrekt.

  • 3. Indien de Raad van oordeel is dat bepaalde informatie ten onrechte als vertrouwelijk is aangemerkt, deelt hij de partij die de vertrouwelijkheid heeft ingeroepen dat mede. De Raad gaat niet eerder tot verstrekking van de informatie aan de andere partij over dan een week na verzending van deze mededeling of zoveel eerder als de partij die de vertrouwelijkheid heeft ingeroepen met de verstrekking instemt.

ZEVENDE AFDELING – SLOTBEPALINGEN

Artikel 18 – Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Werkwijze geschilbeslechting energie.

Artikel 19 – Inwerkingtreding en intrekking

  • 1. De Werkwijze geschilbeslechting energie treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2. Op de datum van inwerkingtreding wordt de ‘Beleidsregel Procedure geschillen Energie van 30 augustus 2004’ ingetrokken.

Artikel 20 – Overgangsrecht

Op de aanvragen ingediend vóór inwerkingtreding van de Werkwijze geschilbeslechting Energie blijft de ‘Beleidsregel Procedure geschillen Energie’ van toepassing.

Den Haag, 15 november 2011

De Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit,

namens deze:

overeenkomstig het door de Raad op 15 november 2011 genomen besluit,

C. Fonteijn,

Voorzitter Raad van Bestuur.

TOELICHTING

Geschilbeslechting is de afgelopen jaren een veel gebruikt en effectief middel gebleken dat leidt tot naleving van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet in individuele gevallen. Ook wordt via geschilbeslechting duidelijkheid geboden door de uitleg van wet- en regelgeving.

Ten tijde van de invoering van de regeling voor geschilbeslechting in de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet is de ‘Beleidsregel Procedure geschillen Energie’ vastgesteld.1 In deze beleidsregel wordt inzicht gegeven in de procedure bij de NMa in geval van geschilbeslechting.

Inmiddels is ruime ervaring opgedaan met het instrument geschilbeslechting. Deze ervaringen en de wensen die vanuit de markt gehoord zijn, zijn aanleiding geweest om deze procedureregels te herzien. Met het vaststellen van de nieuwe ‘Werkwijze geschilbeslechting energie’ wordt beoogd de procedures voor de gebruikers zo veel mogelijk bevredigend in te richten.

Voorop staat dat in geval van een conflict met een netbeheerder partijen er met elkaar proberen uit te komen. Het spreekt voor zich dat een conflict eerst met de netbeheerder wordt besproken voordat het aan een geschilbeslechter wordt voorgelegd. Ook tijdens een geschilbeslechtingsprocedure is het nog steeds mogelijk dat partijen zelf of met behulp van een bemiddelaar hun geschil beëindigen.

Indien partijen er onderling niet uitkomen, bestaat voor degene die een geschil heeft met de netbeheerder, de mogelijkheid om via geschilbeslechting de NMa een oordeel te laten geven. De NMa oordeelt over de wijze waarop de netbeheerder zijn wettelijke taken heeft uitgevoerd en of de netbeheerder een wettelijke verplichting heeft geschonden. De NMa heeft evenwel minder bevoegdheden dan de gewone civiele rechter, zo kan de NMa bijvoorbeeld geen schadevergoeding toekennen.

Hieronder worden de belangrijkste wijzigingen kort aangestipt, waarbij de volgorde van de Werkwijze geschilbeslechting energie wordt aangehouden.

het aanvraagformulier

Het formulier is aangepast met het oog op de verschillende gebruikers. Het is nu zowel hanteerbaar voor een consument als voor een professionele gebruiker.

de zienswijze van de netbeheerder

In de praktijk blijkt er geen behoefte te zijn aan een apart formulier voor de zienswijze van de netbeheerder. Daarom is in deze Werkwijze geschilbeslechting energie volstaan met de informatie die een zienswijze van de netbeheerder moet bevatten en is afgezien van het opnieuw vaststellen van een formulier hiervoor.

vertegenwoordiging

Wanneer een advocaat als gemachtigde optreedt voor de aanvrager of de netbeheerder en zich als zodanig kenbaar maakt, hoeft geen machtiging te worden overgelegd waaruit de vertegenwoordiging blijkt.

termijnen

Voor de termijnen genoemd in deze Werkwijze is de Algemene termijnenwet van toepassing verklaard. Belangrijkste gevolg is dat een termijn die op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag eindigt, wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. Naar haar aard is de Algemene termijnenwet niet van toepassing op de beslistermijn van vier maanden.

Wanneer door partijen geprobeerd wordt zelf of met behulp van een bemiddelaar hun geschil te beëindigen, wordt de NMa hiervan graag op de hoogte gesteld. Het is wenselijk dat de aanvrager instemt met een opschorting van de beslistermijn nu anders een besluit van de NMa het overleg tussen partijen kan doorkruisen.

Wanneer partijen het geschil niet hebben kunnen oplossen en dit aan de NMa berichten, wordt de geschilbeslechtingsprocedure voortgezet.

het verslag van de hoorzitting

Partijen hebben slechts de mogelijkheid om schriftelijk melding te maken van fouten in het verslag van de hoorzitting. Opmerkingen naar aanleiding van het verslag worden niet bij de behandeling betrokken.

de verschillende procedures

In de afgelopen jaren hebben zich verschillende ontwikkelingen voorgedaan.

In de eerste plaats hebben de vele besluiten van de NMa en de uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven tot de nodige duidelijkheid van de interpretatie van wettelijke bepalingen geleid.

Ook is gebleken dat circa de helft van de aanvragen voor geschilbeslechting niet via de reguliere procedure worden behandeld. Dit komt met name omdat de afgelopen jaren de informele weg veelvuldig is gebruikt om aanvragers een toelichting te geven op de complexe wet- en regelgeving, door te verwijzen naar bijvoorbeeld de geschillencommissie energie & water wanneer de NMa niet bevoegd is op grond van geschilbeslechting het gewenste besluit te nemen en te kijken of netbeheerder en aanvrager er alsnog uit kunnen komen. Dit heeft ertoe geleid dat veel aanvragen ingetrokken werden. Tevens leidde dit tot korte besluiten waarin de NMa aangeeft niet bevoegd te zijn het gevraagde besluit te nemen.

De wens om sneller en op efficiënte wijze tot een goed besluit te komen, heeft ertoe geleid dat de kortere procedures uit de Beleidsregel Procedure geschillen Energie nog eens tegen het licht zijn gehouden. Zo is de in de huidige Werkwijze geschilbeslechting energie genoemde ‘vereenvoudigde behandeling’ en de ‘schriftelijke behandeling’ ontstaan. Dit is besproken met netbeheerders en advocaten van voormalige aanvragers.

Bij de ‘vereenvoudigde behandeling’ gaat het om geschillen waarbij de NMa niet bevoegd is om op grond van artikel 51 van de Elektriciteitswet 1998 of artikel 19 van de Gaswet te beslissen of waarbij aan de hand van de aanvraag (al dan niet in combinatie met de zienswijze) al duidelijk is dat de aanvraag moet worden afgewezen. Toewijzing van een aanvraag kan alleen nadat een zienswijze door de netbeheerder is ingediend. Bij toepassing van de vereenvoudigde procedure worden artikel 4:7 en 4:8 Awb in acht genomen.

Bij de ‘schriftelijke behandeling’ gaat het om zaken waarbij naar het oordeel van de NMa op grond van de aanvraag en de zienswijze van de netbeheerder de rechtsvragen voldoende duidelijk zijn en geen of slechts beperkt nader onderzoek nodig is. Het is hierbij mogelijk dat dit onderzoek schriftelijk wordt gedaan.

Indien de rechtsvraag reeds in eerdere besluiten is behandeld, kan – afhankelijk van de mate waarin nog onderzoek moet worden gedaan naar de feiten – voor de vereenvoudigde of de schriftelijke behandeling worden gekozen.

De Werkwijze geschilbeslechting energie is erop gericht waar mogelijk procedures te versnellen en in te korten. De speciale spoedprocedure die eerder in de Beleidsregel Procedure geschillen Energie was geïntroduceerd, bleek in de praktijk niet haalbaar en is daarom vervallen. In geval van spoedeisendheid kan een geschil voorgelegd worden aan de kortgedingrechter.

vertrouwelijkheid

Partijen kunnen – indien slechts de aanvrager en de netbeheerder belanghebbende zijn – volstaan aan te geven welke gegevens en bescheiden jegens de ander vertrouwelijk zijn. Wanneer andere partijen dan de aanvrager en de netbeheerder partij zijn of worden, dient door partijen ten aanzien van de stukken ook binnen een door de NMa te stellen termijn aan gegeven te worden welke gegevens jegens hen vertrouwelijk zijn.

Voorts krijgen partijen – voordat een besluit op de website wordt gepubliceerd – de mogelijkheid aan te geven of het besluit gegevens bevat die vertrouwelijk zijn.

bezwaar en beroep

De NMa streeft ernaar de besluiten zodanig vorm te geven dat er – tenzij zich nieuwe feiten en omstandigheden hebben voorgedaan – de besluiten geschikt zijn voor rechtstreeks beroep. De NMa staat in beginsel positief ten opzichte van verzoeken om rechtstreeks beroep. Op deze wijze kan een rechtzoekende eventuele aan bezwaar verbonden kosten voorkomen en wordt bevorderd dat zo spoedig mogelijk een uitspraak van de rechter wordt verkregen over de rechtsvraag.


X Noot
1

Gepubliceerd in de Staatscourant 1 september 2004, nr 167, pag. 18 ev.

Naar boven