Aanwijzing ex artikel 18 Luchtvaartwet van het luchtvaartterrein Lelystad

16 oktober 2009

Nr. VENW/DGLM-2009/1798

De Minister Van Verkeer en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelezen de brief van 8 mei 2008 (nr. Di/PvdH/081440) van Lelystad Airport met betrekking tot de aanwijzing van het luchtvaartterrein Lelystad, waarin om een nieuw aanwijzingsbesluit wordt verzocht;

Gelet op artikel XVIA, eerste lid, van de Wet van 18 december 2008 (Stb. 561), in samenhang met de artikelen 18, 24, 25a, 25c en 25d van de Luchtvaartwet;

Gelet op de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 oktober 2007 (200606568/1);

Gezien de uitkomst van het overeenkomstig artikel 19, eerste lid, van de Luchtvaartwet gehouden bestuurlijk overleg van 24 april 2009;

Gelezen de brief van 30 maart 2009 (nr. Di/PvdH/091609) van de Lelystad Airport waarin het Milieueffectrapport Lelystad Airport wordt aangeboden;

Gezien het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) van 9 september 2008 over de richtlijnen voor het Milieueffectrapport Ontwikkeling Lelystad Airport en het toetsingsadvies van de Commissie voor de m.e.r. over het Milieueffectrapport Ontwikkeling Lelystad Airport van 17 september 2009;

Gezien het advies van de Commissie, bedoeld in artikel 21, derde lid, van de Luchtvaartwet, van 29 september 2009;

Gezien de brief van de Commissie als bedoeld in artikel 28 van de Luchtvaartwet van 3 september 2009.

Besluit:

§ 1 Algemene bepalingen

Artikel 1

  • 1. Aangewezen wordt het luchtvaartterrein Lelystad, gelegen in de gemeente Lelystad van de provincie Flevoland, ten behoeve van de NV Luchthaven Lelystad, hierna te noemen: de exploitant.

  • 2. Tot het luchtvaartterrein Lelystad behoren de percelen en perceelsgedeelten die met opgave van de kadastrale aanduidingen als bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet, zijn opgenomen op de kaart in bijlage A, behorende bij dit besluit.

  • 3. De in het tweede lid bedoelde percelen en perceelsgedeelten zijn onder vermelding van de gegevens bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder b en c, van de Luchtvaartwet aangegeven op de lijst opgenomen in bijlage A, behorende bij dit besluit.

Artikel 2

Deze aanwijzing heeft betrekking op het openbaar nationaal en internationaal burgerluchtverkeer dat gebruik maakt van het luchtvaartterrein Lelystad.

Artikel 3

  • 1. De exploitant stelt ten genoegen van de Minister van Verkeer en Waterstaat, onverminderd het recht op vergoeding van kosten, ruimten ter beschikking indien deze nodig worden geacht voor de van rijkswege uit te oefenen diensten ten behoeve van de veiligheid, de regelmaat en de doelmatigheid van het luchtverkeer, alsmede in verband met de handhaving van de geluidszones.

  • 2. De exploitant stelt ten genoegen van de Minister van Verkeer en Waterstaat kosteloos grond op het luchtvaartterrein ter beschikking voor de plaatsing en instandhouding van hulpmiddelen ten behoeve van de veilige uitvoering van het luchtverkeer, alsmede voor hulpmiddelen ten behoeve van de handhaving van de geluidszones.

  • 3. De exploitant biedt ten genoegen van de Minister van Verkeer en Waterstaat voldoende gelegenheid voor het afhandelen van luchtvaartuigen, luchtpassagiers, goederen en post, onverminderd het recht op vergoeding van de kosten.

§ 2 Situatie op en rond het luchtvaartterrein en voorschriften omtrent het gebruik van het luchtvaartterrein

§ 2.1 Situatie op en rond het luchtvaartterrein

Artikel 4
  • 1. Het plan in hoofdzaak, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder d, van de Luchtvaartwet, omvat het bepaalde in het tweede tot en met het vierde lid.

  • 2. Op het luchtvaartterrein is gelegen:

    • a. een verharde baan, in de geografische richting 05-23, met een lengte van 2.100 meter en een breedte van 30 meter met de daarbij behorende rijbanen, een en ander zoals aangegeven op de kaart in bijlage B1, behorende bij dit besluit;

    • b. tot aan ingebruikname van de baan zoals hierboven beschreven onder sub a:

      • een verharde baan, in de geografische richting 05-23, met een lengte van 1.250 meter en een breedte van 30 meter, met de daarbij behorende rijbanen, een en ander zoals aangegeven op de kaart in bijlage B2 behorende bij dit besluit;

      • een ULV-baan gelegen in de geografische richting 05-23 met een lengte van 300 meter en een minimale breedte van 30 meter, een en ander zoals aangegeven op de kaart in bijlage B2 behorende bij dit besluit;

    • c. een start- en landingsplaats voor het gebruik door hefschroefvliegtuigen, zoals aangegeven op de kaarten in de bijlagen B1 en B2, behorende bij dit besluit.

  • 3. De bij de in het tweede lid, onderdelen a, b en c, bedoelde banen en start- en landingsplaats voor het gebruik door hefschroefvliegtuigen behorende aan- en uitvliegroutes welke ten grondslag hebben gelegen aan de berekening van de geluidszones, zijn aangegeven op de kaarten opgenomen in bijlage C1 en C2, behorende bij dit besluit.

  • 4. De beschrijving van de verwachte aard en omvang van het luchtverkeer op het luchtvaartterrein Lelystad, de daarmee samenhangende geluidsbelasting door luchtvaartuigen en de toegepaste luchtverkeersgegevens voor de berekening van de geluidsbelastingscontouren die ten grondslag liggen aan de in artikel 5 bedoelde geluidszones, zijn opgenomen in de bijlagen D1, D2, D3, E1, E2 en E3 behorende bij dit besluit.

Artikel 5

Rond het luchtvaartterrein gelden de volgende geluidszones:

  • a. een tijdelijke geluidszone voor luchtvaartuigen, als bedoeld in artikel 25c jo artikel 25a en 25, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet met een grenswaarde van 35 Ke en met de geluidscontouren behorende bij de maximale waarden 40, 45, 50, 55 en 65 Ke. Deze geluidszone is met bijbehorende contouren aangegeven op een topografische kaart in bijlage E1 behorende bij dit besluit en geldt vanaf het moment van inwerkingtreding van dit besluit tot het moment van ingebruikname van de in artikel 4, tweede lid, genoemde verlengde baan van 2.100 m;

  • b. een geluidszone voor luchtvaartuigen, als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet met een grenswaarde van 35 Ke en met de geluidscontouren behorende bij de maximale waarden 40, 45, 50, 55 en 65 Ke. Deze geluidszone is met bijbehorende contouren aangegeven op een topografische kaart in bijlage E2 behorende bij dit besluit en geldt vanaf het moment van ingebruikname van de verlengde baan van 2.100 m;

  • c. een geluidszone voor luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder b van de Luchtvaartwet met een grenswaarde van 47 bkl en met de geluidscontour behorend bij de maximale waarde 57 bkl. Deze geluidszone is met de bijbehorende contour aangegeven op een topografische kaart in bijlage E3, behorende bij dit besluit.

§ 2.2 Voorschriften omtrent het gebruik van het luchtvaartterrein.

Artikel 6
  • 1. De exploitant laat op het luchtvaartterrein slechts luchtverkeer toe, voor zover de daardoor veroorzaakte geluidsbelasting buiten de in artikel 5 bedoelde geluidszones de vastgestelde grenswaarde niet overschrijdt.

  • 2. Indien, ondanks het bepaalde in het eerste lid, een zodanig feitelijk gebruik van het luchtvaartterrein plaatsvindt dat een overschrijding van de vastgestelde grenswaarde buiten de in het eerste lid bedoelde geluidszones dreigt, is de exploitant gehouden die maatregelen te nemen die binnen zijn vermogen liggen om overschrijding van de vastgestelde grenswaarden buiten de geluidszones te voorkomen.

Artikel 7
  • 1. In de periode van 23.00 uur tot 06.00 uur plaatselijke tijd doet noch laat de exploitant de luchthaven gebruiken voor starts en landingen met luchtvaartuigen.

  • 2. In de periode van 23.00 uur tot 06.00 uur plaatselijke tijd gebruikt de gezagvoerder van een luchtvaartuig de luchthaven niet voor starts en landingen.

  • 3. Het gestelde in het eerste en tweede lid geldt niet voor luchtvaartuigen die in nood verkeren of voor luchtvaartuigen die ten behoeve van reddingsacties of hulpverlening worden ingezet.

  • 4. Het gestelde in het eerste en tweede lid geldt niet voor het uitvoeren van landingen tussen 23.00 uur en 24.00 uur plaatselijke tijd door luchtvaartuigen van verkeersvluchten die volgens schema eerder dan 23.00 plaatselijke tijd hadden moeten arriveren, voor zover sprake is van onverwacht vertragende omstandigheden, die op het moment van vertrek redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen worden, dan wel voorzover sprake is van vertragingen veroorzaakt door het onverwacht toekennen van ATC-slots op de luchthaven van vertrek.

  • 5. Het gestelde in het eerste en tweede lid geldt niet voor het uitvoeren van starts tussen 23.00 uur en 24.00 uur plaatselijke tijd door luchtvaartuigen van verkeersvluchten die volgens schema eerder dan 23.00 uur plaatselijke tijd hadden moeten vertrekken, voor zover sprake is van:

    • a. een technische storing van het luchtvaartuig, dan wel van de luchtvaarttechnische gronduitrusting;

    • b. extreme meteorologische omstandigheden;

    • c. een zodanige toekenning van ATC-slots op de luchthaven van bestemming dat de vlucht bij een vertrek vóór 23.00 uur plaatselijke tijd kunstmatig lang zou worden.

Artikel 8
  • 1. Het uitvoeren van circuitvluchten ten behoeve van het oefenen of het lesgeven in starten, landen of uitvoeren van oefennaderingen met luchtvaartuigen (ongeacht het startgewicht) is verboden:

    • a. op werkdagen vóór 08.00 uur en na 22.00 uur;

    • b. op zaterdagen, zondagen en erkende feestdagen vóór 09.00 uur en na 18.00 uur;

  • 2. Het opstijgen met luchtvaartuigen voor het uitvoeren van reclamesleepvluchten of spuitvluchten is verboden:

    • a. op werkdagen vóór 08.00 uur en na 20.00 uur;

    • b. op zaterdagen, zondagen en erkende feestdagen vóór 09.00 uur en na 18.00 uur, met dien verstande dat het afwerpen van het sleepnet is toegestaan tot 20.00 uur en dat bij vooraf aangekondigde evenementen gedurende maximaal 3 zaterdagen per jaar in genoemde periode vanaf 08.00 uur mag worden opgestegen met toestemming van de exploitant.

  • 3. Het uitvoeren van kunstvluchten met luchtvaartuigen is binnen de CTR van Lelystad Airport verboden, behalve bij het deelnemen aan een luchtvaartvertoning, waarvoor door de Minister van Verkeer en Waterstaat toestemming is verleend.

Artikel 9

Het gebruik van de baan, bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a, is slechts toegestaan aan luchtvaartuigen met een vleugelspanwijdte die kleiner is dan 36 meter en die daarbij een landingsgestel hebben dat maximaal 8,99 m breed is.

Artikel 10
  • 1. Binnen de geluidszone, bedoeld in artikel 5 onder b, worden met vliegtuigen van het type Boeing 737 of Airbus A320 danwel daarmee vergelijkbare vliegtuigtypen in totaal niet meer dan 5.000 bewegingen per gebruiksjaar uitgevoerd.

  • 2. Onder een beweging als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan een start of een landing met een vliegtuig.

§ 3 Nadere voorschriften in verband met de handhaving van de geluidszones en overige voorschriften

Artikel 11

Ten behoeve van het toezicht op de naleving van de geluidszones en de naleving van de in dit besluit opgenomen voorschriften doet de exploitant aan de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, binnen twee weken na afloop van de periode zoals in het Handhavingsvoorschrift Lelystad vermeld, opgave van de gegevens op het tijdstip en de wijze zoals dit is voorgeschreven in het Handhavingsvoorschrift Lelystad.

Artikel 12

Het gebruiksplan, bedoeld in artikel 30b van de Luchtvaartwet, betreft de periode van 1 januari van enig jaar tot 1 januari van het daarop volgende jaar.

§ 4 Slotbepalingen

Artikel 13

  • 1. Evaluatie van de milieueffecten van dit besluit als bedoeld in artikel 7.39 van de Wet milieubeheer vindt plaats als omschreven in bijlage F, behorende bij dit besluit.

  • 2. De exploitant stelt kosteloos alle gegevens ter beschikking die door de Minister van Verkeer en Waterstaat en de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer noodzakelijk worden geacht in het kader van de in het eerste lid bedoelde evaluatie.

Artikel 14

  • 1. Aan degene die door dit besluit schade lijdt of zal lijden wordt op verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toegekend, voor zover die schade redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en voor zover de vergoeding niet, of niet voldoende door aankoop, onteigening of anderszins is verzekerd.

  • 2. Op de behandeling van het verzoek is de Regeling nadeelcompensatie Verkeer en Waterstaat 1999 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15

Ingetrokken wordt het besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat van:

23 april 1991 nr. RLD/VI/L 91.004141 (Stcrt. 1991, 83), laatstelijk gewijzigd bij besluit van 9 december 1999, DGRLD/VI/L.99.350220 (Stcrt. 2000, 4).

Artikel 16

Het onderhavige besluit treedt op 6 mei 2010 in werking.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de toelichting en bijlagen. Het besluit, de toelichting en de bijlagen liggen ter inzage bij de Hoofddirectie Juridische Zaken van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

C.M.P.S. Eurlings.

Beroepclausule

Binnen zes weken na de dag waarop dit besluit ter inzage is gelegd kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA, Den Haag.

Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en tenminste het volgende te bevatten:

  • a. naam en adres van de indiener;

  • b. de dagtekening;

  • c. omschrijving van het besluit waartegen het beroepschrift zich richt;

  • d. een opgave van redenen waarom men zich met de beslissing niet kan verenigen;

  • e. zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het beroep zich richt.

Voor de behandeling van een beroepschrift wordt een bedrag aan griffierecht geheven.

Naar boven