Besluit van 3 september 2026 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen II, onderdelen A en B, XI, onderdelen A en B, en XII, onderdelen A en B, van Overige fiscale maatregelen 2020

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 1 september 2026, nr. 2026-0000345798;

Gelet op artikel XXI, tweede lid, van Overige fiscale maatregelen 2020;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

De artikelen II, onderdelen A en B, XI, onderdelen A en B, en XII, onderdelen A en B, van Overige fiscale maatregelen 2020 treden in werking met ingang van 1 oktober 2026.

Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 3 september 2026

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Financiën, E. Eerenberg

Uitgegeven de dertigste september 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

NOTA VAN TOELICHTING

Dit koninklijk besluit regelt de inwerkingtreding van de artikelen II, onderdelen A en B, XI, onderdelen A en B, en XII, onderdelen A en B, van Overige fiscale maatregelen 2020 met ingang van 1 oktober 2026. Deze bepalingen zien op de invoering van de keuzeregeling elektronisch berichtenverkeer (KEBV). Met inwerkingtreding van deze bepalingen wordt een aantal bepalingen in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), de Invorderingswet 1990 (IW 1990) en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) gewijzigd en wordt een aantal bepalingen aan deze wetten toegevoegd.

Met de inwerkingtreding van de genoemde artikelen wordt voor belasting- en inhoudingsplichtigen, belastingschuldigen en toeslaggerechtigden (hierna: belanghebbenden) met ingang van 1 oktober 2026 in de AWR, de IW 1990 en de Awir een keuzerecht geïntroduceerd met betrekking tot het berichtenverkeer met de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen. Waar nu het berichtenverkeer tussen een belanghebbende en de inspecteur of de ontvanger in beginsel elektronisch plaatsvindt, krijgt een belanghebbende met de inwerkingtreding van de genoemde artikelen de keuze of hij ofwel langs elektronische weg ofwel anders dan langs elektronische weg (op papier) met de inspecteur of de ontvanger communiceert. Dit keuzerecht geldt voor formele berichten die een belanghebbende van de inspecteur of de ontvanger ontvangt, zoals een aanslag, en de berichten die een belanghebbende aan de inspecteur of de ontvanger toestuurt, zoals een aangifte.

Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv)

Met de inwerkingtreding van genoemde artikelen worden de AWR, de IW 1990 en de Awir in lijn gebracht met de per 1 januari 2026 gewijzigde afdeling 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht (artikel I, onderdeel D, Wmebv).1 De Belastingdienst en de Dienst Toeslagen hebben nog tot 1 januari 2030 de tijd om volledig aan de Wmebv te voldoen, dus om voor alle berichtenstromen de keuzemogelijkheid te bieden.2

Delegatiebepaling

De bepalingen in de AWR, de IW 1990 en de Awir bevatten met ingang van 1 oktober 2026 de mogelijkheid om bij ministeriële regeling een uitzondering op het keuzerecht te maken voor berichten, groepen van belanghebbenden of omstandigheden, waarvoor geldt dat de inspecteur of de ontvanger berichten uitsluitend langs elektronische weg dan wel uitsluitend anders dan langs elektronische weg aan een belanghebbende verzendt of van een belanghebbende ontvangt. Deze ministeriële regeling (de Regeling berichtenverkeer Belastingdienst) zal gelijktijdig met de inwerkingtreding van de genoemde artikelen van Overige fiscale maatregelen 2020 in werking treden, te weten met ingang van 1 oktober 2026.

Inwerkingtreding

Met de inwerkingtreding met ingang van 1 oktober 2026 wordt afgeweken van de vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn zoals opgenomen in de aanwijzingen voor de regelgeving. Op dit moment is het keuzerecht, het recht om bepaalde berichten niet meer per post te ontvangen, slechts voor bepaalde berichten geregeld bij ministeriële regeling (de Regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst).3 Met de inwerkingtreding van de KEBV wordt dit keuzerecht als wettelijke hoofdregel op wetsniveau geregeld, wat meer duidelijkheid en rechtszekerheid biedt. Daarom wordt het van belang geacht om de KEBV zo spoedig mogelijk in werking te laten treden en wordt het gerechtvaardigd geacht om van de vaste verandermomenten en de minimuminvoeringstermijn af te wijken.

De Staatssecretaris van Financiën, E. Eerenberg


X Noot
1

Stb. 2024, 321.

X Noot
2

Enkele wetten en regelingen zijn hiervan uitgezonderd omdat daarin het berichtenverkeer nagenoeg volledig op papier verloopt en die wetten en regelingen bovendien een tijdelijk karakter hebben, zie Kamerstukken II 2025/26, 36 813, nr. 3, p. 31–32 en de artikelen XV en XXII van de Overige fiscale maatregelen 2026.

X Noot
3

Artikel 3, derde lid, van de Regeling elektronisch berichtenverkeer Belastingdienst.

Naar boven