Besluit van 22 januari 2026 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel XVII, onderdelen A tot en met G en I, en artikel XIX van Overige fiscale maatregelen 2018 en artikel XV van de Fiscale verzamelwet 2026

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 20 januari 2026, nr. 2025-0000140181;

Gelet op artikel XXXI, tweede lid, van Overige fiscale maatregelen 2018 en artikel XVIII, tweede lid, van de Fiscale verzamelwet 2026;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

Met ingang van 1 juli 2026 treden in werking:

  • a. artikel XVII, onderdelen A tot en met G en I, en artikel XIX van Overige fiscale maatregelen 2018; en

  • b. artikel XV van de Fiscale verzamelwet 2026.

Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 22 januari 2026

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Financiën, E.H.J. Heijnen

Uitgegeven de zevenentwintigste januari 2026

De Minister van Justitie en Veiligheid, F. van Oosten

NOTA VAN TOELICHTING

Via Overige fiscale maatregelen 2018 is wetgeving voorbereid waardoor de grondslag van de berekening van de motorrijtuigenbelasting en provinciale opcenten kan worden aangepast. Het idee is om niet langer uit te gaan van de «eigen massa» van het voertuig, maar van de «massa rijklaar» zoals opgenomen in het kentekenregister. Door die aanpassing was ook aanpassing van de definitie van «toegestane maximum massa» noodzakelijk. Met de wijzigingen zijn geen gevolgen voor de hoogte van de te betalen motorrijtuigenbelasting of provinciale opcenten beoogd. Inwerkingtreding was voorzien bij koninklijk besluit en afhankelijk van het moment waarop de modernisering van het heffingssysteem voor de motorrijtuigenbelasting zou zijn afgerond. De afronding hiervan heeft aanmerkelijk langer geduurd dan bij voorbaat was verwacht. Hierdoor sloten de bepalingen die waren voorzien niet langer aan bij de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (Wet MRB 1994) zoals deze inmiddels is komen te luiden. Via de Fiscale verzamelwet 2026 zijn aanpassingen doorgevoerd in Overige fiscale maatregelen 2018 en in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2026 is de verwachting uitgesproken dat met ingang van 1 juli 2026 de overstap naar «massa rijklaar» kan worden gemaakt en dat de aanpassingen die hiervoor nodig zijn per die datum in werking kunnen treden. In dit besluit wordt het tijdstip van inwerkingtreding in lijn daarmee vastgesteld op 1 juli 2026.

In de genoemde wetgeving is van de gelegenheid gebruikgemaakt om de leesbaarheid van de tariefstructuur voor de provinciale opcenten te verbeteren. In dit kader is vastgesteld dat een redactionele aanpassing noodzakelijk is voor een in het Belastingplan 2025 opgenomen wijziging die op 1 januari 2030 in werking treedt. Concreet moet worden gewaarborgd dat de tariefkorting voor emissievrije personenauto’s per 1 januari 2030 vervalt. Om dit te realiseren, regelt dit besluit ook dat artikel XV van de Fiscale Verzamelwet 2026 in werking zal treden per 1 juli 2026.

De Staatssecretaris van Financiën, E.H.J. Heijnen

Naar boven