Wet van 29 september 2021 tot wijziging van de Wet griffierechten burgerlijke zaken in verband met het introduceren van meerdere griffierechtcategorieën voor lagere geldvorderingen en het toevoegen van een griffierechtcategorie voor hoge geldvorderingen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is meer gedifferentieerde griffierechten in te voeren voor zaken met betrekking tot een vordering dan wel een verzoek met een beloop tot € 5.000, onderscheidenlijk met een beloop van meer dan € 1.000.000, teneinde de hoogte van het griffierecht meer in overeenstemming te brengen met de hoogte van de vordering;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet griffierechten burgerlijke zaken wordt als volgt gewijzigd:

0A

Aan artikel 3 wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 6. In afwijking van het vijfde lid wordt in zaken met betrekking tot een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van meer dan € 1.000.000, het griffierecht geheven uit de naastlagere categorie zoals dat volgt uit de tabel die als bijlage bij deze wet is gevoegd indien een natuurlijke persoon bij die zaak partij is.

A

In de tabel in de bijlage worden na «Griffierechten voor kantonzaken bij de rechtbank» de regels

«Zaken met betrekking tot een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van meer dan € 500 en niet meer dan € 12.500», en

«Zaken met betrekking tot een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van meer dan € 12.500»

en de bijbehorende griffierechten vervangen door:

«Zaken met betrekking tot een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van meer dan € 500 en niet meer dan € 1.500

€ 312

€ 208

€ 83

       

Zaken met betrekking tot een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van meer dan € 1.500 en niet meer dan € 2.500

€ 354

€ 236

€ 83

       

Zaken met betrekking tot een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van meer dan € 2.500 en niet meer dan € 5.000

€ 472

€ 236

€ 83

       

Zaken met betrekking tot een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van meer dan € 5.000 en niet meer dan € 12.500

€ 672

€ 318

€ 83

       

Zaken met betrekking tot een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van meer dan € 12.500

€ 1.342

€ 672

€ 83».

B

In de tabel in de bijlage worden na «Griffierechten voor andere zaken dan kantonzaken bij de rechtbank» de regels

«Zaken met betrekking tot een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van niet meer dan € 100.000», en

«Zaken met betrekking tot een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van meer dan € 100.000»

en de bijbehorende griffierechten vervangen door:

«Zaken met betrekking tot een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van niet meer dan € 100.000

€ 2.751

€ 1.262

€ 83

       

Zaken met betrekking tot een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van meer dan € 100.000 en niet meer dan € 1.000.000

€ 5.564

€ 2.208

€ 83

       

Zaken met betrekking tot een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van meer dan € 1.000.000

€ 8.262

€ 2.208

€ 83».

C

In de tabel in de bijlage worden na «Griffierechten bij de gerechtshoven» de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Aan de regel «Zaken met betrekking tot een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van meer dan € 100.000» wordt toegevoegd «en niet meer dan 1.000.000».

2. Er wordt een regel toegevoegd, luidende:

Zaken met betrekking tot een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van meer dan € 1.000.000

€ 11.034

€ 1.727

€ 332.

D

In de tabel in de bijlage worden na «Griffierechten bij de Hoge Raad» de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Aan de regel «Zaken met betrekking tot een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van meer dan € 100.000» wordt toegevoegd «en niet meer dan 1.000.000».

2. Er wordt een regel toegevoegd, luidende:

Zaken met betrekking tot een vordering, dan wel een verzoek met een beloop van meer dan € 1.000.000

€ 13.800

€ 2.071

€ 344.

ARTIKEL II

Als deze wet na 1 januari 2021 in werking treedt, kunnen bij de inwerkingtreding de in artikel I genoemde bedragen bij regeling van Onze Minister voor Rechtsbescherming worden gewijzigd, voor zover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft.

ARTIKEL III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 29 september 2021

Willem-Alexander

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker

Uitgegeven de negenentwintigste oktober 2021

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 35 439

Naar boven