Wet van 12 juli 2012 tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964 in verband met stapsgewijze verhoging en koppeling aan de stijging van de levensverwachting van de pensioenleeftijd (Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het, in verband met de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en de noodzaak ook voor toekomstige generaties een solide stelsel van collectieve voorzieningen zeker te stellen, wenselijk is de leeftijd waarop op grond van de Algemene Ouderdomswet recht op ouderdomspensioen ontstaat met ingang van 2013 stapsgewijs te verhogen naar 66 jaar in 2019 en naar 67 jaar in 2023 en vervolgens te koppelen aan de stijging van de levensverwachting en in samenhang daarmee ook de Wet werk en bijstand, de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964 aan te passen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE ALGEMENE OUDERDOMSWET

De Algemene Ouderdomswet wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1, eerste lid, worden, onder vervanging van de punt aan het slot van dat lid door een puntkomma, drie onderdelen, waarvan de letteraanduiding alfabetisch aansluit op het laatste onderdeel, toegevoegd, luidende:

#. pensioengerechtigde leeftijd:

leeftijd, bedoeld in artikel 7a, waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat;

#. aanvangsleeftijd:

leeftijd, bedoeld in artikel 7a, met ingang waarvan een niet verzekerd tijdvak leidt tot een korting op het ouderdomspensioen;

#. CBS:

Centraal bureau voor de statistiek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek.

B

In de artikelen 6, eerste lid, aanhef, 7, onderdelen a en b, 35, eerste en vierde lid, en 38, eerste lid, wordt «de leeftijd van 65 jaar» vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd.

C

In artikel 7, onderdeel b, wordt «de leeftijd van 15 jaar» vervangen door: de aanvangsleeftijd.

D

Na artikel 7 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 7a

  • 1. De pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd zijn:

    • a. vóór 1 januari 2013: 65, respectievelijk 15 jaar;

    • b. in 2013: 65 jaar en één maand, respectievelijk 15 jaar en één maand;

    • c. in 2014: 65 jaar en twee maanden, respectievelijk 15 jaar en twee maanden;

    • d. in 2015: 65 jaar en drie maanden, respectievelijk 15 jaar en drie maanden;

    • e. in 2016: 65 jaar en vijf maanden, respectievelijk 15 jaar en vijf maanden;

    • f. in 2017: 65 jaar en zeven maanden, respectievelijk 15 jaar en zeven maanden;

    • g. in 2018: 65 jaar en negen maanden, respectievelijk 15 jaar en negen maanden;

    • h. in 2019: 66 jaar, respectievelijk 16 jaar;

    • i. in 2020: 66 jaar en drie maanden, respectievelijk 16 jaar en drie maanden;

    • j. in 2021: 66 jaar en zes maanden, respectievelijk 16 jaar en zes maanden;

    • k. in 2022: 66 jaar en negen maanden, respectievelijk 16 jaar en negen maanden;

    • l. in 2023: 67 jaar, respectievelijk 17 jaar.

    Op pensioengerechtigden die in een bepaald kalenderjaar de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt zijn de pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd in de kalenderjaren daarna niet van toepassing.

  • 2. De verdere verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd wordt jaarlijks, voor de eerste maal uiterlijk op 1 januari 2019 voor het jaar 2024, bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld volgens de volgende formule:

    V = (L – 18,26) – (P – 65)

    waarbij:

    V staat voor de periode waarmee de pensioengerechtigde leeftijd respectievelijk aanvangsleeftijd wordt verhoogd, uitgedrukt in perioden van een jaar;

    L staat voor de geraamde macro gemiddelde resterende levensverwachting op 65-jarige leeftijd in het kalenderjaar van verhoging;

    P staat voor de pensioengerechtigde leeftijd in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar van verhoging.

    Indien V negatief is of minder dan 0,25 bedraagt, wordt deze gesteld op 0. Indien V 0,25 of meer bedraagt, wordt deze gesteld op drie maanden.

  • 3. De verhoging, bedoeld in het tweede lid, treedt telkens in werking vijf jaar na de uiterste datum van vaststelling, bedoeld in het tweede lid, voor de eerste maal met ingang van 1 januari 2024.

  • 4. De ramingen van de macro gemiddelde resterende levensverwachting, bedoeld in het tweede lid, worden uitgevoerd en bekendgemaakt door het CBS.

E

In de artikelen 8, eerste lid, 9, vierde en vijfde lid, en 29, derde lid, wordt «65 jaar» vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd.

F

In artikel 11, tweede lid, wordt «de 65-jarige leeftijd» telkens vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd.

G

Artikel 13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «de 15-jarige» vervangen door: de aanvangsleeftijd.

2. In het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid wordt «de 65-jarige leeftijd» telkens vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd.

3. In het eerste lid, onderdeel b, en het tweede lid wordt «zijn 15-jarige leeftijd» telkens vervangen door: de aanvangsleeftijd.

H

Na artikel 21 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 22

  • 1. De Sociale verzekeringsbank verleent op aanvraag aan personen die de pensioengerechtigde leeftijd bereiken in de jaren 2013, 2014 of 2015 een voorschot op het ouderdomspensioen in de vorm van een renteloze lening.

  • 2. De voorschotverlening gaat in op de dag waarop de persoon, bedoeld in het eerste lid, de leeftijd van 65 jaar bereikt.

  • 3. Het bedrag van het voorschot over een maand, respectievelijk van de voorschotten over twee en drie maanden wordt verrekend met het ouderdomspensioen over respectievelijk de eerste zes volledige kalendermaanden, de eerste twaalf volledige kalendermaanden en de eerste achttien volledige kalendermaanden na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

  • 4. Dit artikel vervalt met ingang van 1 juli 2017.

I

In artikel 29, eerste lid, onderdeel c, wordt «65 jaar of ouder is dan wel jonger is dan 65 jaar» vervangen door: de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt dan wel de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt.

J

In artikel 32 wordt «de artikelen 18, 19, 20, 23, 24, 25, 26 en 49» vervangen door: de artikelen 18, 19, 20, 23, 24, 26 en 49.

K

In artikel 35, eerste lid, wordt «van 15 jaar of ouder» vervangen door: die de aanvangsleeftijd heeft bereikt.

L

Artikel 37, onderdeel b, komt te luiden:

  • b. met ingang van de dag waarop de gewezen verzekerde de pensioengerechtigde leeftijd bereikt;.

M

In artikel 38, eerste en tweede lid, wordt «de 15-jarige leeftijd» telkens vervangen door: de aanvangsleeftijd.

N

In artikel 48, vijfde lid, wordt «voor zover daarvan in bij ministeriële regeling te stellen regels niet wordt afgeweken» vervangen door: voor zover daarvan ten aanzien van de artikelen 17, derde lid, 18, en 24, eerste lid, bij ministeriële regeling niet wordt afgeweken.

O

Paragraaf 2 van hoofdstuk VIII vervalt, onder vernummering van paragraaf 3 van dat hoofdstuk tot paragraaf 2.

P

Aan het slot van paragraaf 2 (nieuw) van hoofdstuk VIII wordt een artikel toegevoegd, waarvan de nummering aansluit op het laatste artikel van die paragraaf, luidende:

Artikel #

  • 1. Pensioengerechtigden die voor 1 januari 2015 zijn gehuwd en die in november of december 2014 de leeftijd van 65 jaar bereiken en van wie de echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd hebben, in afwijking van artikel 8, eerste lid, overeenkomstig de bepalingen van deze wet recht op een toeslag, tenzij, met inachtneming van artikel 11, het inkomen uit arbeid of overig inkomen van die echtgenoot meer bedraagt dan de volledige bruto-toeslag.

  • 2. Artikel 8, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL II. WIJZIGING VAN DE WET WERK EN BIJSTAND

De Wet werk en bijstand wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:

a. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

b. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 2. Onder een beroep kunnen doen op een voorliggende voorziening, bedoeld in het eerste lid, wordt niet verstaan de mogelijkheid tot het doen van een verzoek om een voorschot als bedoeld in artikel 22 van de Algemene Ouderdomswet.

  • 3. Dit lid, het tweede lid alsmede de aanduiding «1.» voor het eerste lid vervallen met ingang van 1 juli 2017.

B

In artikel 31 worden na het derde lid, onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot zesde en zevende lid, twee leden ingevoegd, luidende:

  • 4. Onder het redelijkerwijs kunnen beschikken over vermogens- en inkomensbestanddelen, bedoeld in het eerste lid, wordt niet verstaan de mogelijkheid om een voorschot te vragen op het ouderdomspensioen op grond van artikel 22, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.

  • 5. Dit lid en het vierde lid vervallen, onder vernummering van het zesde en zevende lid tot vierde en vijfde lid, met ingang van 1 juli 2017.

ARTIKEL III. WIJZIGING VAN DE WET INKOMSTENBELASTING 2001

De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3.68 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «12%» vervangen door: 10,9%.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 4. Het in het eerste lid genoemde percentage wordt jaarlijks bij algemene maatregel van bestuur gewijzigd. De wijziging vindt voor het eerst plaats per 1 januari 2015. Bij deze wijziging wordt het in het eerste lid genoemde percentage verlaagd met 0,4%-punt maal het aantal jaren waarmee ingevolge artikel 18a, elfde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 de in artikel 18a, zesde lid, van die wet genoemde pensioenrichtleeftijd wordt gewijzigd. Een wijziging ingevolge de eerste volzin van het in het eerste lid genoemde percentage wordt bekendgemaakt ten minste een jaar voordat deze toepassing vindt.

B

Artikel 3.127 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «17%» vervangen door: 15,5%.

2. In het vierde lid, onderdeel a, wordt «7,5 keer» vervangen door: 7,2 keer.

3. Onder vernummering van het zesde lid tot achtste lid worden na het vijfde lid twee leden ingevoegd, luidende:

  • 6. Het in het eerste lid genoemde percentage wordt jaarlijks bij algemene maatregel van bestuur gewijzigd. De wijziging vindt voor het eerst plaats per 1 januari 2015. Bij deze wijziging wordt het in het eerste lid genoemde percentage verlaagd met 0,6%-punt maal het aantal jaren waarmee ingevolge artikel 18a, elfde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 de in artikel 18a, zesde lid, van die wet genoemde pensioenrichtleeftijd wordt gewijzigd. Een wijziging ingevolge de eerste volzin van het in het eerste lid genoemde percentage wordt bekendgemaakt ten minste een jaar voordat deze toepassing vindt.

  • 7. De in het vierde lid, onderdeel a, genoemde vermenigvuldigingsfactor wordt jaarlijks bij algemene maatregel van bestuur gewijzigd. De wijziging vindt voor het eerst plaats per 1 januari 2015. Bij deze wijziging wordt de in het vierde lid, onderdeel a, genoemde vermenigvuldigingsfactor verlaagd met 0,3 maal het aantal jaren waarmee ingevolge artikel 18a, elfde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 de in artikel 18a, zesde lid, van die wet genoemde pensioenrichtleeftijd wordt gewijzigd. Een wijziging ingevolge de eerste volzin van de in het vierde lid, onderdeel a, genoemde vermenigvuldigingsfactor wordt bekendgemaakt ten minste een jaar voordat deze toepassing vindt.

ARTIKEL IV. WIJZIGING VAN DE WET OP DE LOONBELASTING 1964

De Wet op de loonbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 18, tweede lid, onderdeel a, wordt «veertig deelnemingsjaren» vervangen door «401/6 deelnemingsjaren» en wordt «(40-deelnemingsjarenpensioen)» vervangen door: (401/6-deelnemingsjarenpensioen).

B

In artikel 18, tweede lid, onderdeel a, wordt «401/6 deelnemingsjaren» vervangen door «401/4 deelnemingsjaren» en wordt «(401/6-deelnemingsjarenpensioen)» vervangen door: (401/4-deelnemingsjarenpensioen).

C

In artikel 18, tweede lid, onderdeel a, wordt «401/4 deelnemingsjaren» vervangen door «405/12 deelnemingsjaren» en wordt «(401/4-deelnemingsjarenpensioen)» vervangen door: (405/12-deelnemingsjarenpensioen).

D

In artikel 18, tweede lid, onderdeel a, wordt «405/12 deelnemingsjaren» vervangen door «407/12 deelnemingsjaren» en wordt «(405/12-deelnemingsjarenpensioen)» vervangen door: (407/12-deelnemingsjarenpensioen).

E

In artikel 18, tweede lid, onderdeel a, wordt «407/12 deelnemingsjaren» vervangen door «403/4 deelnemingsjaren» en wordt «(407/12-deelnemingsjarenpensioen)» vervangen door: (403/4-deelnemingsjarenpensioen).

F

In artikel 18, tweede lid, onderdeel a, wordt «403/4 deelnemingsjaren» vervangen door «41 deelnemingsjaren» en wordt «(403/4-deelnemingsjarenpensioen)» vervangen door: (41-deelnemingsjarenpensioen).

G

In artikel 18, tweede lid, onderdeel a, wordt «41 deelnemingsjaren» vervangen door «411/4 deelnemingsjaren» en wordt «(41-deelnemingsjarenpensioen)» vervangen door: (411/4-deelnemingsjarenpensioen).

H

In artikel 18, tweede lid, onderdeel a, wordt «411/4 deelnemingsjaren» vervangen door «411/2 deelnemingsjaren» en wordt «(411/4-deelnemingsjarenpensioen)» vervangen door: (411/2-deelnemingsjarenpensioen).

I

In artikel 18, tweede lid, onderdeel a, wordt «411/2 deelnemingsjaren» vervangen door «413/4 deelnemingsjaren» en wordt «(411/2-deelnemingsjarenpensioen)» vervangen door: (413/4-deelnemingsjarenpensioen).

J

In artikel 18, tweede lid, onderdeel a, wordt «413/4 deelnemingsjaren» vervangen door «42 deelnemingsjaren» en wordt «(413/4-deelnemingsjarenpensioen)» vervangen door: (42-deelnemingsjarenpensioen).

K

Artikel 18a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «2 percent» vervangen door: 1,9 percent.

2. In het tweede lid wordt «2,25 percent» vervangen door: 2,15 percent.

3. In het derde lid wordt «35 jaren» vervangen door: 37 jaren.

4. In het zesde lid wordt «65-jarige leeftijd» vervangen door: 67-jarige leeftijd (pensioenrichtleeftijd).

5. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 11. De in het zesde lid genoemde pensioenrichtleeftijd wordt jaarlijks bij algemene maatregel van bestuur gewijzigd. De wijziging vindt voor het eerst plaats per 1 januari 2015 en wordt berekend op basis van de volgende formule:

    V = (L – 18,26) – (P – 65)

    waarbij:

    V staat voor het aantal jaren waarmee de pensioenrichtleeftijd wordt verhoogd;

    L staat voor de geraamde macro gemiddelde resterende levensverwachting voor de Nederlandse bevolking in jaren op 65-jarige leeftijd in het kalenderjaar dat is gelegen tien jaar na het kalenderjaar van wijziging;

    P staat voor de geldende pensioenrichtleeftijd in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar van wijziging.

    Indien V negatief is of vóór afronding minder dan 1 beloopt, wordt deze gesteld op 0. Indien V vóór afronding 1 of meer beloopt, wordt deze gesteld op 1. Een wijziging ingevolge de eerste volzin van de pensioenrichtleeftijd wordt bekendgemaakt ten minste een jaar voordat deze toepassing vindt.

  • 12. De ramingen van de macro gemiddelde resterende levensverwachting, bedoeld in het elfde lid, worden uitgevoerd en bekendgemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek.

L

Artikel 18b wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «1,4 percent» vervangen door: 1,33 percent.

2. In het tweede lid wordt «1,58 percent» vervangen door: 1,51 percent.

M

Artikel 18c wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «0,28 percent» vervangen door: 0,27 percent.

2. In het tweede lid wordt «0,32 percent» vervangen door: 0,3 percent.

N

Aan artikel 18d, eerste lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. aanpassing van de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum van het ouderdomspensioen aan de pensioenrichtleeftijd.

O

Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef van het eerste lid wordt «40-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 401/6-deelnemingsjarenpensioen.

2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «63-jarige leeftijd» vervangen door: 631/6-jarige leeftijd.

3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «40 deelnemingsjaren» vervangen door: 401/6 deelnemingsjaren.

4. In het tweede en derde lid wordt «40-deelnemingsjarenpensioen» telkens vervangen door «401/6-deelnemingsjarenpensioen» en wordt «63-jarige leeftijd» vervangen door: 631/6-jarige leeftijd.

5. In het vierde lid wordt «40-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 401/6-deelnemingsjarenpensioen.

6. In het vijfde lid wordt «65-jarige leeftijd» vervangen door: 651/6-jarige leeftijd.

P

Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef van het eerste lid wordt «401/6-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 401/4-deelnemingsjarenpensioen.

2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «631/6-jarige leeftijd» vervangen door: 631/4-jarige leeftijd.

3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «401/6 deelnemingsjaren» vervangen door: 401/4 deelnemingsjaren.

4. In het tweede en derde lid wordt «401/6-deelnemingsjarenpensioen» telkens vervangen door «401/4-deelnemingsjarenpensioen» en wordt «631/6-jarige leeftijd» vervangen door: 631/4-jarige leeftijd.

5. In het vierde lid wordt «401/6-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 401/4-deelnemingsjarenpensioen.

6. In het vijfde lid wordt «651/6-jarige leeftijd» vervangen door: 651/4-jarige leeftijd.

Q

Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef van het eerste lid wordt «401/4-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 405/12-deelnemingsjarenpensioen.

2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «631/4-jarige leeftijd» vervangen door: 635/12-jarige leeftijd.

3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «401/4 deelnemingsjaren» vervangen door: 405/12 deelnemingsjaren.

4. In het tweede en derde lid wordt «401/4-deelnemingsjarenpensioen» telkens vervangen door «405/12-deelnemingsjarenpensioen» en wordt «631/4-jarige leeftijd» vervangen door: 635/12-jarige leeftijd.

5. In het vierde lid wordt «401/4-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 405/12-deelnemingsjarenpensioen.

6. In het vijfde lid wordt «651/4-jarige leeftijd» vervangen door: 655/12-jarige leeftijd.

R

Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef van het eerste lid wordt «405/12-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 407/12-deelnemingsjarenpensioen.

2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «635/12-jarige leeftijd» vervangen door: 637/12-jarige leeftijd.

3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «405/12 deelnemingsjaren» vervangen door: 407/12 deelnemingsjaren.

4. In het tweede en derde lid wordt «405/12-deelnemingsjarenpensioen» telkens vervangen door «407/12-deelnemingsjarenpensioen» en wordt «635/12-jarige leeftijd» vervangen door: 637/12-jarige leeftijd.

5. In het vierde lid wordt «405/12-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 407/12-deelnemingsjarenpensioen.

6. In het vijfde lid wordt «655/12-jarige leeftijd» vervangen door: 657/12-jarige leeftijd.

S

Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef van het eerste lid wordt «407/12-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 403/4-deelnemingsjarenpensioen.

2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «637/12-jarige leeftijd» vervangen door: 633/4-jarige leeftijd.

3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «407/12 deelnemingsjaren» vervangen door: 403/4 deelnemingsjaren.

4. In het tweede en derde lid wordt «407/12-deelnemingsjarenpensioen» telkens vervangen door «403/4-deelnemingsjarenpensioen» en wordt «637/12-jarige leeftijd» vervangen door: 633/4-jarige leeftijd.

5. In het vierde lid wordt «407/12-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 403/4-deelnemingsjarenpensioen.

6. In het vijfde lid wordt «657/12-jarige leeftijd» vervangen door: 653/4-jarige leeftijd.

T

Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef van het eerste lid wordt «403/4-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 41-deelnemingsjarenpensioen.

2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «633/4-jarige leeftijd» vervangen door: 64-jarige leeftijd.

3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «403/4 deelnemingsjaren» vervangen door: 41 deelnemingsjaren.

4. In het tweede en derde lid wordt «403/4-deelnemingsjarenpensioen» telkens vervangen door «41-deelnemingsjarenpensioen» en wordt «633/4-jarige leeftijd» vervangen door: 64-jarige leeftijd.

5. In het vierde lid wordt «403/4-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 41-deelnemingsjarenpensioen.

6. In het vijfde lid wordt «653/4-jarige leeftijd» vervangen door: 66-jarige leeftijd.

U

Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef van het eerste lid wordt «41-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 411/4-deelnemingsjarenpensioen.

2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «64-jarige leeftijd» vervangen door: 641/4-jarige leeftijd.

3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «41 deelnemingsjaren» vervangen door: 411/4 deelnemingsjaren.

4. In het tweede en derde lid wordt «41-deelnemingsjarenpensioen» telkens vervangen door «411/4-deelnemingsjarenpensioen» en wordt «64-jarige leeftijd» vervangen door: 641/4-jarige leeftijd.

5. In het vierde lid wordt «41-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 411/4-deelnemingsjarenpensioen.

6. In het vijfde lid wordt «66-jarige leeftijd» vervangen door: 661/4-jarige leeftijd.

V

Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef van het eerste lid wordt «411/4-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 411/2-deelnemingsjarenpensioen.

2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «641/4-jarige leeftijd» vervangen door: 641/2-jarige leeftijd.

3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «411/4 deelnemingsjaren» vervangen door: 411/2 deelnemingsjaren.

4. In het tweede en derde lid wordt «411/4-deelnemingsjarenpensioen» telkens vervangen door «411/2-deelnemingsjarenpensioen» en wordt «641/4 jarige leeftijd» vervangen door: 641/2-jarige leeftijd.

5. In het vierde lid wordt «411/4-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 411/2-deelnemingsjarenpensioen.

6. In het vijfde lid wordt «661/4-jarige leeftijd» vervangen door: 661/2-jarige leeftijd.

W

Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef van het eerste lid wordt «411/2-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 413/4-deelnemingsjarenpensioen.

2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «641/2-jarige leeftijd» vervangen door: 643/4-jarige leeftijd.

3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «411/2 deelnemingsjaren» vervangen door: 413/4 deelnemingsjaren.

4. In het tweede en derde lid wordt «411/2-deelnemingsjarenpensioen» telkens vervangen door «413/4-deelnemingsjarenpensioen» en wordt «641/2 jarige leeftijd» vervangen door: 643/4-jarige leeftijd.

5. In het vierde lid wordt «411/2-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 413/4-deelnemingsjarenpensioen.

6. In het vijfde lid wordt «661/2-jarige leeftijd» vervangen door: 663/4-jarige leeftijd.

X

Artikel 18e wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef van het eerste lid wordt «413/4-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 42-deelnemingsjarenpensioen.

2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «643/4-jarige leeftijd» vervangen door: 65-jarige leeftijd.

3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «413/4 deelnemingsjaren» vervangen door: 42 deelnemingsjaren.

4. In het tweede en derde lid wordt «413/4-deelnemingsjarenpensioen» telkens vervangen door «42-deelnemingsjarenpensioen» en wordt «643/4 jarige leeftijd» vervangen door: 65-jarige leeftijd.

5. In het vierde lid wordt «413/4-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 42-deelnemingsjarenpensioen.

6. In het vijfde lid wordt «663/4-jarige leeftijd» vervangen door: 67-jarige leeftijd.

Y

Aan artikel 18e wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 6. Indien de in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet genoemde pensioengerechtigde leeftijd wordt gewijzigd, worden bij algemene maatregel van bestuur eveneens gewijzigd:

    • a. het in het eerste, tweede, derde en vierde lid, in artikel 18, tweede lid, onderdeel a, en in artikel 38g, aanhef, genoemde aantal deelnemingsjaren;

    • b. de in het tweede, derde en vijfde lid genoemde leeftijd.

Z

In artikel 38g, aanhef, wordt «40-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 401/6-deelnemingsjarenpensioen.

AA

In artikel 38g, aanhef, wordt «401/6-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 401/4-deelnemingsjarenpensioen.

AB

In artikel 38g, aanhef, wordt «401/4-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 405/12-deelnemingsjarenpensioen.

AC

In artikel 38g, aanhef, wordt «405/12-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 407/12-deelnemingsjarenpensioen.

AD

In artikel 38g, aanhef, wordt «407/12-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 403/4-deelnemingsjarenpensioen.

AE

In artikel 38g, aanhef, wordt «403/4-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 41-deelnemingsjarenpensioen.

AF

In artikel 38g, aanhef, wordt «41-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 411/4-deelnemingsjarenpensioen.

AG

In artikel 38g, aanhef, wordt «411/4-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 411/2-deelnemingsjarenpensioen.

AH

In artikel 38g, aanhef, wordt «411/2-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 413/4-deelnemingsjarenpensioen.

AI

In artikel 38g, aanhef, wordt «413/4-deelnemingsjarenpensioen» vervangen door: 42-deelnemingsjarenpensioen.

ARTIKEL V. TIJDELIJKE DELEGATIEGRONDSLAG

  • 1. Wetten die als gevolg van de inwerkingtreding van artikel I aanpassing behoeven kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd voor zover dit noodzakelijk is voor de toepassing van die wetten of ter voorkoming van onaanvaardbare gevolgen.

  • 2. Algemene maatregelen van bestuur die als gevolg van de inwerkingtreding van artikel I aanpassing behoeven kunnen zo nodig in afwijking van de wet waarop zij zijn gebaseerd, worden gewijzigd.

  • 3. Na het tot stand komen van een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen acht weken een voorstel van wet tot goedkeuring van de algemene maatregel van bestuur aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de kamers van de Staten-Generaal tot het niet-aannemen van het voorstel besluit, wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken en wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden dat er toe strekt de bij de algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijzigingen ongedaan te maken.

ARTIKEL VI. INWERKINGTREDING

  • 1. De artikelen I, II en V van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

  • 2. Artikel III en artikel IV, onderdelen A, K, L, M, N, O en Z, treden in werking met ingang van 1 januari 2014.

  • 3. Artikel IV, onderdelen B, P en AA, treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.

  • 4. Artikel IV, onderdelen C, Q en AB, treedt in werking met ingang van 1 januari 2016.

  • 5. Artikel IV, onderdelen D, R en AC, treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

  • 6. Artikel IV, onderdelen E, S en AD, treedt in werking met ingang van 1 januari 2018.

  • 7. Artikel IV, onderdelen F, T en AE, treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.

  • 8. Artikel IV, onderdelen G, U en AF, treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.

  • 9. Artikel IV, onderdelen H, V en AG, treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.

  • 10. Artikel IV, onderdelen I, W en AH, treedt in werking met ingang van 1 januari 2022.

  • 11. Artikel IV, onderdelen J, X en AI, treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.

  • 12. Artikel IV, onderdeel Y, treedt in werking met ingang van 1 januari 2024.

ARTIKEL VII. CITEERTITEL

Deze wet wordt aangehaald als: Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te ’s-Gravenhage, 12 juli 2012

Beatrix

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, H. G. J. Kamp

De Staatssecretaris van Financiën, F. H. H. Weekers

Uitgegeven de achttiende juli 2012

De Minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 33 290

Naar boven