38e wijziging Regels Ruimte

[Dit wijzigingsbesluit zal vanwege de verschillende data van inwerkingtreding in 2 verschillende publicaties verwerkt worden. In dit Provinciaal blad zullen de wijzigingen van artikel I, onderdelen H, EEE en FFF verwerkt worden.]

 

Bekendmaking van het besluit van 16 november 2021- zaaknummer 2021-009474 tot wijziging van een regeling

 

Gedeputeerde Staten van Gelderland

gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Gelderland 2016

 

Besluiten

Vast te stellen de 38e wijziging van de Regels Ruimte voor Gelderland 2016

Artikel I

De Regels Ruimte voor Gelderland 2016 worden als volgt gewijzigd.

 

A

De onderdelen c en h van artikel 1.1.1 vervallen.

 

B

Het derde lid van artikel 1.2.4 vervalt.

 

C

In artikel 1.3.7, tweede lid en artikel 1.3.8, derde lid, wordt “€ 35” vervangen door: € 50.

 

D

Artikel 1.3.8, vierde lid, komt te luiden:

  • 4.

    De opslag voor de indirecte kosten bedraagt 20%. Als de aanvraag betrekking heeft op een activiteit die gedurende een periode van drie of meer achtereenvolgende jaren is of mogelijk zal worden gesubsidieerd, bedraagt de opslag voor de indirecte kosten 25% of een ander percentage voor zover de noodzaak daarvan aannemelijk is gemaakt.

E

In artikel 1.4.1 wordt “vijf” vervangen door: tien.

 

F

Onder vernummering van het tweede lid van artikel 1.4.4 tot het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 2.

    De beschikking tot subsidieverstrekking kan naar aanleiding van een melding als bedoeld in het eerste lid worden gewijzigd indien deze past binnen de daarop van toepassing zijnde wettelijke voorschriften en niet onredelijk laat is gedaan.

G

Artikel 1.6.3 vervalt.

 

H

Paragraaf 2.9 komt te luiden:

 

Paragraaf 2.9 Gelderse Gebiedsagenda’s

 

Artikel 2.9.1 Begripsomschrijvingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    doelen: de doelen per gebied als bedoeld in de Uitvoeringsstrategie Gebiedsopgaven (PS2016-384), en de daaropvolgende doelen uit het coalitieakkoord en de daarop gebaseerde beleidsprogramma’s die door Provinciale Staten zijn vastgesteld en de daarop door Gedeputeerde Staten vastgestelde uitvoeringsprogramma’s;

  • b.

    gebiedsagenda: een regionale samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen zoals voor de Achterhoek, de Veluwe, Arnhem-Nijmegen, Foodvalley, Cleantech Regio Stedendriehoek, de Gelderse Corridor, Regio Zwolle en de FruitDelta;

  • c.

    gebiedsbreed overleg: een orgaan van de regionale samenwerking, ingesteld en operationeel gehouden door de samenwerkende partijen, dat actief is in het kader van de gebiedsagenda;

  • d.

    samenwerkingsverband: verband dat geen rechtspersoonlijkheid bezit, bestaande uit tenminste meerdere rechtspersonen of één of meer rechtspersonen en één of meer natuurlijke personen, dat is opgericht ter uitvoering van activiteiten waarvoor op grond van deze paragraaf subsidie wordt gevraagd en waarvan een rechtspersoon als penvoerder namens dit samenwerkingsverband optreedt;

  • e.

    uitvoeringsagenda: een document van de gebiedsagenda waaruit blijkt hoe invulling wordt gegeven aan de doelen per gebied en de provinciale doelen.

Artikel 2.9.2 Voorstel van gebiedsbreed overleg

  • 1.

    Een gebiedsbreed overleg kan periodiek bij Gedeputeerde Staten een schriftelijk voorstel met initiatieven indienen. Initiatieven dienen bij te dragen aan de doelen per gebied en de provinciale doelen.

  • 2.

    Het voorstel van het gebiedsbreed overleg bevat ten aanzien van elk aangemeld initiatief in ieder geval:

    • a.

      een omschrijving van het initiatief of projectvoorstel;

    • b.

      de door de initiatiefnemer aan het gebiedsbreed overleg overgelegde informatie;

    • c.

      gegevens van de initiatiefnemer;

    • d.

      een inhoudelijke beoordeling door het gebiedsbreed overleg van het initiatief over:

      • i.

        de uitvoerbaarheid van het initiatief;

      • ii.

        de planning voor de uitvoering;

      • iii.

        de bijdrage aan de doelen per gebied en de provinciale doelen;

    • e.

      onderbouwing van de besluitvorming van het gebiedsbreed overleg.

Artikel 2.9.3 Lijst met initiatieven

  • 1.

    Gedeputeerde Staten stellen naar aanleiding van het voorstel als bedoeld in artikel 2.9.2, eerste lid, periodiek en voor ieder gebied een lijst van initiatieven vast die:

    • a.

      passen binnen de uitvoeringsagenda; en

    • b.

      in aanmerking kunnen komen voor subsidie.

  • 2.

    Ter uitvoering van artikel 4 van de AsG bevat de lijst ten aanzien van elke activiteit het maximale bedrag waarvoor subsidie kan worden verstrekt.

  • 3.

    De lijst met initiatieven wordt bekend gemaakt in het Provinciaal Blad.

Artikel 2.9.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor het uitvoeren van activiteiten die zijn opgenomen op een lijst als bedoeld in artikel 2.9.3.

 

Artikel 2.9.5 Aanvrager

In afwijking van artikel 5 van de AsG kan subsidie ook verstrekt worden aan een penvoerder van een samenwerkingsverband.

 

Artikel 2.9.6 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten met een minimum van

€ 25.000.

 

Artikel 2.9.7 Subsidiabele kosten

Artikel 1.3.5 eerste lid, onder b. is niet van toepassing.

 

I

Paragraaf 2.10 vervalt.

 

J

Onder vervanging van de puntkomma aan het slot van artikel 2.13.1, onderdeel d, door een punt, vervallen de onderdelen e en f.

 

K

De artikelen 2.13.9 tot en met 2.13.12 vervallen.

 

L

Paragraaf 2.16 vervalt.

 

M

Artikel 2.17.1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In onderdeel a wordt tussen “bedoeld in” en “2” ingevoegd: artikel.

  • 2.

    Onder vervanging van de punt in een puntkomma aan het einde van onderdeel h, wordt na onderdeel h een onderdeel ingevoegd dat luidt:

    • i.

      experimentele ontwikkeling: fase van onderzoek en ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

N

Artikel 2.17.2 komt te luiden:

 

Artikel 2.17.2 Subsidie

Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan uitsluitend worden verstrekt voor:

  • a.

    activiteiten die bijdragen aan de realisatie van de doelen zoals omschreven in het onderdeel proeffabrieken van spoor 3a van de Regio Deal Foodvalley, voor zover de activiteiten betrekking hebben op investeringen in en de exploitatie van proeffabrieken, de experimentele ontwikkeling van één of meer bedrijfsmiddelen die worden gebruikt in proeffabrieken, of een combinatie hiervan.

  • b.

    activiteiten die bijdragen aan de uitvoering van de Regio Deal Veluwe.

O

In artikel 2.17.3, eerste lid, vervalt “positief”.

 

P

Na artikel 2.17.4 wordt een artikel ingevoegd dat luidt:

 

2.17.4a Subsidiabele kosten

In aanvulling op artikel 1.3.6, zesde lid, geldt bij subsidieverlening op grond van artikel 2.17.2 onder b, voor publiekrechtelijke rechtspersonen voor activiteiten die ten goede komen aan de Regio Veluwe als geheel het uurtarief gehanteerd zoals vastgelegd in de Handleiding overheidstarieven 2021 en daaropvolgende publicaties ten tijde van de aanvraag.

 

Q

Artikel 2.17.9 komt te luiden:

 

Artikel 2.17.9 Communautair kader

  • 1.

    Subsidie voor investeringen in en de exploitatie van proeffabrieken zoals genoemd in artikel 2.27.2 eerste lid onder a wordt verstrekt onder toepassing van artikel 27 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

  • 2.

    Subsidie voor de experimentele ontwikkeling van één of meer bedrijfsmiddelen die worden gebruikt in proeffabrieken zoals genoemd in artikel 2.27.2, eerste lid onder a wordt verstrekt onder toepassing van artikel 25 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.

  • 3.

    Het maximale subsidiepercentage voor subsidie zoals bedoeld in artikel 2.27.2, eerste lid onder a, is afhankelijk van de subsidiabele activiteiten en de staatssteungrondslag en bedraagt niet meer dan 50% van de subsidiabele kosten.

R

Artikel 2.18.4 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het eerste lid wordt na ‘onder a’ ingevoegd: en b.

  • 2.

    In het tweede lid wordt ‘onder b en c’ vervangen door: onder c.

S

In artikel 2.18.7, derde lid, onder b wordt ‘€ 15.0000’ vervangen door: € 15.000.

 

T

Artikel 2.22.8 vervalt.

 

U

Na paragraaf 2.22 worden drie paragrafen toegevoegd, die luiden:

 

Paragraaf 2.23 Subsidieregeling Samenwerkingsovereenkomsten Waterschappen 2022-2027

 

Artikel 2.23.1 Begripsomschrijvingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    samenwerkingsovereenkomst: een samenwerkingsovereenkomst tussen de provincie en een waterschap waarin afspraken zijn gemaakt over de onderwerpen en projecten waarop het waterschap en de provincie zullen samenwerken en die passen binnen het provinciaal beleid en dat van het waterschap;

  • b.

    waterschap: het waterschap Rijn en IJssel, het waterschap Vallei en Veluwe of het waterschap Rivierenland;

  • c.

    projectenlijst: een op grond van de samenwerkingsovereenkomst door het bevoegd gezag van het waterschap en provinciale staten periodiek vastgestelde lijst met door het waterschap uit te voeren projecten;

  • d.

    financieringsbronnen: middelen die beschikbaar zijn op grond van nationale regelingen waaronder de Regeling specifieke uitkering Programma Natuur, Europese regelingen en provinciale middelen;

  • e.

    natuurpact 2013-2025: rijksmiddelen die aan de provincie ter beschikking zijn gesteld uit hoofde van het “Onderhandelingsakkoord decentralisatie natuur" van 20 september 2011 en de aanvullingen en uitvoeringsafspraken van respectievelijk 7 december 2011 en 8 februari 2012.

Artikel 2.23.2 Samenwerkingsovereenkomst

In de samenwerkingsovereenkomst worden in ieder geval afspraken vastgelegd hoe:

  • a.

    partijen gezamenlijk werken aan de realisatie van verschillende doelen;

  • b.

    partijen gezamenlijk komen tot één projectenlijst;

  • c.

    de subsidiabele kosten worden bepaald;

  • d.

    de te behalen resultaten kunnen worden bepaald, en;

  • e.

    partijen periodiek overleggen over de voortgang, financiering, monitoring en evaluatie van projecten en de verslaglegging ervan.

Artikel 2.23.3 Projectenlijst

In de projectenlijst wordt in ieder geval van ieder project opgenomen:

  • a.

    projectnaam;

  • b.

    de resultaten per financieringsbron;

  • c.

    de kosten per resultaat;

  • d.

    de gevraagde subsidie.

Artikel 2.23.4 Subsidiabele activiteit

  • 1.

    Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG wordt verstrekt voor het uitvoeren van projecten die zijn beschreven in projecten op de projectenlijst waarvoor subsidie uit hoofde van provinciale middelen wordt gevraagd.

  • 2.

    Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG wordt verstrekt voor het uitvoeren van projecten die zijn beschreven in projecten op de projectenlijst waarvoor subsidie uit hoofde van Europese of nationale middelen wordt gevraagd.

Artikel 2.23.5 Subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 1.3.5, aanhef en onder b, zijn de kosten bij subsidieverstrekking op grond van artikel 2.23.4, eerste lid vanaf 1 januari 2021 subsidiabel.

 

Artikel 2.23.6 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt ten hoogste het bedrag of percentage dat in de projectenlijst is opgenomen.

 

Artikel 2.23.7 Aanvraag

Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag een planning met de te behalen resultaten inclusief een tijds- en uitgavenplanning.

 

Artikel 2.23.8 Voorschotverlening

  • 1.

    Het voorschot voor subsidie op grond van artikel 2.23.4, eerste lid, bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten.

  • 2.

    Het voorschot voor subsidie op grond van artikel 2.23.4, tweede lid, bedraagt maximaal 80% van de subsidiabele kosten.

  • 3.

    De betalingstermijnen worden aan de hand van de uitgavenplanning bepaald.

Artikel 2.23.9 Verplichtingen

Voor subsidies die zijn verstrekt op grond van grond artikel 2.23.4, tweede lid, gelden de volgende verplichtingen:

  • a.

    de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend, zijn uiterlijk 31 december 2025 gerealiseerd;

  • b.

    de subsidieontvanger is verplicht om na de uitvoering van de activiteit de herstelde of verbeterde natuur gedurende zes jaar in stand te houden;

  • c.

    de subsidieontvanger is verplicht om de gegevens aan te leveren die de provincie nodig heeft voor monitoring, rapportage en verantwoording.

Artikel 2.23.10 Vaststelling

  • 1.

    In afwijking van artikel 27 van de AsG is artikel 26 van de AsG van toepassing op de vaststelling van de subsidie als bedoeld in artikel 2.23.4, eerste lid.

  • 2.

    Voor subsidie als bedoeld in artikel 2.23.4, tweede lid, is artikel 27 van de AsG van toepassing.

Paragraaf 2.24 Investeringsimpuls verduurzaming sociale huurwoningen

 

Artikel 2.24.1 Begripsomschrijvingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    circulair: ontwikkelen, gebruiken en hergebruiken van materialen zonder natuurlijke hulpbronnen onnodig uit te putten, de leefomgeving te vervuilen en ecosystemen aan te tasten;

  • b.

    energie-efficiëntie: hoeveelheid bespaarde energie die wordt vastgesteld door het verbruik vóór en na de invoering van een maatregel ter verbetering van de energie-efficiëntie te meten of te ramen, gecorrigeerd voor externe factoren die het energieverbruik beïnvloeden;

  • c.

    energielabel: op een gebouw betrekking hebbende schriftelijk verklaring ten aanzien van de energieprestatie als bedoeld in artikel 1.1. van het Besluit energieprestatie gebouwen;

  • d.

    energielabelklasse: energielabelklasse als bedoeld in artikel 2.1, achtste lid van het Besluit energieprestatie gebouwen;

  • e.

    energieprestatie: berekende of gemeten hoeveelheid energie die nodig is om aan de vraag naar energie te voldoen die verband houdt met een normaal gebruik van een gebouw, waaronder energie die wordt gebruikt voor verwarming, koeling, ventilatie, warmwatervoorziening en verlichting;

  • f.

    Gelderse regio: regio Noord-Veluwe, regio Achterhoek, Cleantechregio, regio Food Valley, regio Arnhem-Nijmegen of regio Rivierenland voor zover deze binnen de grenzen van de provincie Gelderland ligt;

  • g.

    klimaatadaptief: verminderen van de kwetsbaarheid voor klimaatverandering, verkleinen van de uiteindelijke effecten ervan en het benutten van de kansen die een veranderend klimaat biedt;

  • h.

    losmaakbaar: demonteerbaar op alle schaalniveaus binnen werken en gebouwen, zodat het object de functie kan behouden en hoogwaardig hergebruik realiseerbaar is;

  • i.

    natuurinclusieve maatregelen: maatregelen gericht op het vergroten van de biodiversiteit;

  • j.

    Sociale huurwoning: woning met aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a van de Wet op de huurtoeslag;

  • k.

    woningcorporatie: wooncoöperatie als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet;

  • l.

    zelfstandige sociale huurwoning: woning met een eigen afsluitbare toegang, keuken en toilet.

Artikel 2.24.2 Subsidiabele activiteit

  • 1.

    Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor projecten gericht op het verduurzamen van bestaande zelfstandige sociale huurwoningen in Gelderland waardoor het niveau van energie-efficiëntie wordt verhoogd;

  • 2.

    Aanvullend op het eerste lid kan subsidie worden verstrekt als in het project tevens:

    • a.

      meerdere vormen van circulair renoveren worden toegepast; of

    • b.

      klimaatadaptieve of natuurinclusieve maatregelen worden genomen.

Artikel 2.24.3 Criteria subsidiabele activiteit

  • 1.

    Subsidie wordt alleen verstrekt als het project is opgenomen op de projectenlijst van één van de zes Gelderse regio’s, samengesteld door vertegenwoordigers van de woningcorporaties uit die regio’s.

  • 2.

    Onverminderd het eerste lid, wordt subsidie voor het verhogen van het niveau van energie-efficiëntie, bedoeld in 2.24.2, eerste lid, alleen verstrekt als:

    • a.

      iedere woning in het project tenminste drie energielabelklassen stijgt, en;

    • b.

      voor iedere woning in het project tenminste energielabelklasse B wordt bereikt.

  • 3.

    Onverminderd de voorgaande leden, wordt subsidie voor circulair renoveren alleen verstrekt als

    • a.

      minimaal twee van de volgende vormen van circulair renoveren worden toegepast, waarbij een vorm pas wordt meegenomen als deze wordt toegepast voor tenminste 50% in gewicht of volume van het betreffende materiaal:

      • i.

        hergebruik van materialen door hergebruik in het project zelf;

      • ii.

        hergebruik van materialen door beschikbaarstelling van materialen uit het project voor hergebruik elders;

      • iii.

        hergebruik van materialen doordat gebruik van reeds gebruikte materialen;

      • iv.

        gebruik van natuurlijke materialen, of;

      • v.

        gebruik van losmaakbare materialen;

    • b.

      het project wordt uitgevoerd als aanvulling op het verhogen van energie-efficiëntie, bedoeld in artikel 2.24.2, eerste lid.

  • 4.

    Onverminderd het eerste en tweede lid, wordt subsidie voor het nemen van klimaatadaptieve of natuurinclusieve maatregelen alleen verstrekt als het project wordt uitgevoerd in combinatie met het verhogen van energie-efficiëntie, bedoeld in artikel 2.24.2, eerste lid.

Artikel 2.24.4 Wijze van verdeling

  • 1.

    Het totale subsidieplafond wordt naar rato van het aantal sociale huurwoningen op peildatum 1 februari 2022 per regio verdeeld over de Gelderse regio’s.

  • 2.

    Aanvragen om subsidie worden op basis van onderlinge vergelijking per regio gerangschikt.

  • 3.

    Naarmate de gemiddelde energie-efficiëntie per woning hoger is, wordt deze hoger gerangschikt.

  • 4.

    Bij gelijke gemiddelde energie-efficiëntie, wordt een project hoger gerangschikt als sprake is van:

    • a.

      circulair renoveren als bedoeld in artikel 2.24.2, tweede lid, aanhef en onder b, of;

    • b.

      klimaatadaptieve of natuurinclusieve maatregelen als bedoeld in artikel 2.24.2, tweede lid, aanhef en onder c.

  • 5.

    Als na toepassing van het vorige lid aanvragen gelijk eindigen, en met toekennen van deze aanvragen het plafond zou worden overschreden, vindt rangschikking van deze aanvragen plaats door loting.

  • 6.

    Als de beschikbare middelen per regio, bedoeld in het eerste lid, na toepassing van het twee tot en met vijfde lid niet zijn benut, worden de aanvragen die op grond van het tweede tot en met vijfde lid niet voor subsidie in aanmerking komen, opnieuw gerangschikt op basis van onderlinge vergelijking overeenkomstig het derde tot en met vijfde lid.

Artikel 2.24.5 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor subsidie voor energie-efficiënte als bedoeld in artikel 2.24.2, eerste lid, komen de investeringskosten in aanmerking die nodig zijn om een hoger niveau aan energie-efficiëntie te bereiken als bedoeld in artikel 38, derde lid van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

  • 2.

    Voor subsidie voor circulair renoveren en klimaatadaptieve of natuurinclusieve maatregelen als bedoeld in artikel 2.24.2, tweede lid, aanhef en onder a en b komen de investeringskosten in aanmerking die nodig zijn om verder te gaan dan de toepasselijke normen van de Europese Unie, of bij ontbreken daarvan, het niveau van milieubescherming te verhogen als bedoeld in artikel 36, vijfde lid van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 2.24.6 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie als bedoeld in artikel 2.24.2, eerste lid bedraagt, tot maximaal 30% van de subsidiabele kosten:

    • a.

      € 4.000 per woning, voor woningen met energielabelklasse E of F bij aanvang van het project;

    • b.

      € 3.000 per woning, voor woningen met energielabelklasse D of C bij aanvang van het project.

  • 2.

    De subsidie als bedoeld in artikel 2.24.2, tweede lid, bedraagt, tot maximaal 40% van de subsidiabele kosten:

    • a.

      € 1.000 per woning voor circulair renoveren als bedoeld in artikel 2.24.2, tweede lid, onder a;

    • b.

      € 250 per woning voor klimaatadaptieve of natuurinclusieve maatregelen als bedoeld in artikel 2.24.2, tweede lid, onder b.

  • 3.

    De totale subsidie per project bedraagt maximaal € 500.000 per aanvrager.

Artikel 2.24.7 Aanvrager

Subsidie wordt verstrekt aan woningcorporaties.

 

Artikel 2.24.8 Aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie kan worden ingediend vanaf 9.00 uur op 1 februari 2022 tot en met 16.00 uur op 22 februari 2022.

  • 2.

    In afwijking van artikel 1.2.3, tweede lid, bevat de aanvraag een begroting van de opbrengsten en kosten voor de activiteiten, voorzien van een toelichting.

  • 3.

    Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag:

    • a.

      een projectoverzicht met kosten, aantal woningen, soorten woningen en behaalde energielabelstappen op een door de provincie beschikbaar gesteld format;

    • b.

      een overzicht van de vormen en omvang van circulair renoveren of klimaatadaptieve of natuurinclusieve maatregelen op een door de provincie beschikbaar gesteld format, indien voor die onderdelen tevens subsidie wordt gevraagd.

Artikel 2.24.9 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1.

    Het project wordt voor 31 december 2024 gerealiseerd.

  • 2.

    Op verzoek kan Gedeputeerde Staten de termijn, bedoeld in het eerste lid, met maximaal 12 maanden verlengen.

  • 3.

    De subsidieontvanger is verplicht:

    • a.

      voor iedere woning in het project aan te geven wat mogelijke toekomstbestendige warmtevoorziening voor de woning is;

    • b.

      gedurende de looptijd van het project per 100 woningen in het project tenminste één leerwerkplaats van 1 fte te creëren voor de uitvoering van het project dan wel naar rato indien het project een ander aantal dan 100 woningen bevat.

  • 4.

    De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de toegestane huurverhoging als gevolg van de verduurzaming niet wordt doorberekend aan de zittende huurder, voor dat deel dat is gefinancierd met deze regeling.

Artikel 2.24.10 Vaststelling

Bij de aanvraag om vaststelling van subsidie verstrekt aanvrager een eindrapportage op een door de provincie beschikbaar gesteld format.

 

Paragraaf 2.25 Verhuisvergoeding huurwoning

 

Artikel 2.25.1. Begripsomschrijvingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    huurder: natuurlijke persoon of personen op wiens naam de huurovereenkomst met de woningcorporatie staat;

  • b.

    verhuiscoach: persoon die 55-plussers ondersteunt bij vragen rondom verhuizen en die als zodanig participeert in de intervisiegroep voor verhuiscoaches van de provincie Gelderland;

  • c.

    verhuizen: van woning veranderen door de inboedel over te brengen naar de nieuwe woning;

  • d.

    vrijkomende woning: woning die door huurder na verhuizing vrijkomt;

  • e.

    woningcorporatie: wooncoöperatie als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet.

Artikel 2.25.2 Subsidiabele activiteit

Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor een verhuisvergoeding voor het verhuizen van een grotere huurwoning naar een kleinere huurwoning.

 

Artikel 2.25.3 Criteria subsidiabele activiteit

Subsidie als bedoeld in artikel 2.25.2 wordt alleen verstrekt als:

  • a.

    de vrijkomende woning:

    • i.

      in de provincie Gelderland staat;

    • ii.

      in eigendom is van een woningcorporatie;

    • iii.

      beschikbaar blijft als huurwoning voor de woningcorporatie;

    • iv.

      ten minste drie slaapkamers heeft en tenminste 65 m2 bruto vloeroppervlakte.

  • b.

    de woning die wordt betrokken aan de volgende criteria voldoet:

    • i.

      de woning is een huurwoning;

    • ii.

      de woning heeft maximaal twee slaapkamers;

    • iii.

      de woning is geschikt of kan geschikt gemaakt worden voor senioren;

    • iv.

      het huurcontract staat op naam van de aanvrager.

  • c.

    bij het proces rondom de verhuizing een verhuiscoach is betrokken;

  • d.

    de aanvrager aan de volgende criteria voldoet:

    • i.

      ten minste één lid van het huishouden van aanvrager is tenminste 55 jaar;

    • ii.

      aanvrager is tenminste één jaar woonachtig geweest in de vrijkomende woning.

Artikel 2.25.4 Aanvrager

In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG wordt subsidie verstrekt aan de huurder.

 

Artikel 2.25.5 Aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie wordt ingediend voordat aanvrager verhuist.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan een aanvraag om subsidie worden ingediend na de verhuizing als de verhuizing heeft plaatsgevonden in de periode tussen 1 november 2021 en 10 januari 2022.

  • 3.

    In afwijking van artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag de volgende gegevens verstrekt:

    • a.

      een verklaring van de woningcorporatie dat de vrijkomende woning voldoet aan de criteria als bedoeld in artikel 2.25.4, onder a;

    • b.

      een verklaring van de verhuiscoach dat de te betrekken woning en aanvrager voldoen aan de criteria als bedoeld in artikel 2.25.4, onder b en d.

Artikel 2.25.6 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt € 2.000.

 

Artikel 2.25.7 Weigeringsgronden

Subsidie als bedoeld in artikel 2.25.2 wordt geweigerd als aanvrager of een lid van het huishouden van aanvrager in de afgelopen drie jaren al een tegemoetkoming in verhuiskosten heeft ontvangen van ten minste € 1.000.

 

V

Artikel 4.1.1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onderdeel ee vervalt.

  • 2.

    Onder verlettering van onderdeel ll tot en met ww naar kk tot en met xx wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, dat luidt:

    • II.

      niet-productieve investering: investering die niet leidt tot een aanzienlijke stijging van de waarde of de rentabiliteit van het bedrijf;

  • 3.

    Onder vervanging van de punt door een puntkomma aan het einde van onderdeel xx (nieuw) wordt een onderdeel ingevoegd, dat luidt:

    • yy.

      uitvoeringsprogramma: programma waarin staat aangegeven hoe gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan het realiseren van de condities, die nodig zijn voor een landelijk gunstige staat van instandhouding op de locaties, waar bij aanvang van het programma sprake is van een te hoge stikstofdepositie voor stikstofgevoelige soorten en habitats.

W

Artikel 4.2.3 komt te luiden:

Artikel 4.2.3 Communautair toetsingskader

  • 1.

    Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.1, onder d, die wordt aangevraagd door ondernemingen die actief zijn in de landbouwsector wordt alleen verstrekt voor zover dat in overeenstemming is met hoofdstuk I en artikel 14 of 22 van de Landbouwgroepsvrijstellingsverordening.

  • 2.

    Subsidie als bedoeld in artikel 4.2.1, onder b, e, en f, die wordt aangevraagd door ondernemingen die actief zijn in de landbouwsector, wordt slechts verstrekt zover deze niet in strijd is met de de minimis steun in de landbouwsector Verordening (EU), Nr. 1408/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 (Pb EU L 352/9).

X

Artikel 4.2b.4 komt te luiden:

Artikel 4.2b.4 Weigeringsgrond

  • 1.

    Subsidie wordt geweigerd voor zover de activiteit wordt uitgevoerd binnen:

    • a.

      terreinen waarvoor subsidie op grond van de Subsidieverordening Natuur- en landschapsbeheer is verleend;

    • b.

      een nieuw bedrijventerrein;

    • c.

      een nieuwe woningbouwlocatie, of

    • d.

      de begrenzing van een buitenplaats met de status rijksmonument.

  • 2.

    Subsidie wordt geweigerd voor zover de activiteit het beheer van natuur of landschap betreft.

Y

Artikel 4.2f.3 komt te luiden: Subsidie wordt geweigerd voor zover de groenblauwe landschapselementen in het Gelders natuurnetwerk liggen.

 

Z

Artikel 4.8.1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onderdeel b vervalt.

  • 2.

    In onderdeel c worden de woorden “natura 2000-maatregelen” vervangen door: Natura 2000-maatregelen.

  • 3.

    Onder vervanging van de punt door een puntkomma aan het einde van onderdeel e, wordt na onderdeel e een onderdeel ingevoegd, luidende:

    • f.

      haalbaarheidsonderzoek.

AA

Artikel 4.8.2 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Het derde lid vervalt.

  • 2.

    In het vierde lid wordt “de beoogde kwaliteitsverbetering van het Natura 2000-gebied” vervangen door: de beoogde kwaliteitsverbetering van de niet-stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden Arkemheen of Veluwerandmeren.

  • 3.

    In het vijfde lid wordt “binnen de gebieden aangegeven op de kaart Natte Natuur Gelderland, opgenomen als bijlage 4 bij de Omgevingsvisie” vervangen door: , binnen de gebieden aangegeven als natte landnatuur op de Themakaart Waterbeleid, opgenomen als bijlage bij de Omgevingsvisie.

  • 4.

    Onder vernummering van het zevende naar het achtste lid, wordt een lid ingevoegd, dat luidt:

    • 7.

      Subsidie voor haalbaarheidsonderzoek, als bedoeld in artikel 4.8.1, onder f, wordt alleen verstrekt:

      • a.

        bij de voorbereiding van een programma-aanvraag;

      • b.

        met het oog op:

        • i.

          het inrichten van nieuwe natuur;

        • ii.

          het uitvoeren van Natura 2000-maatregelen, of

        • iii.

          het uitvoeren van herstelmaatregelen voor natte landnatuur, en

      • c.

        als het onderzoek is gericht op het treffen van maatregelen die nodig en haalbaar zijn om te komen tot systeemherstel van de natuurgebieden.

BB

In artikel 4.8.3, onder c, wordt na “de te nemen inrichtingsmaatregelen” ingevoegd: of Natura 2000-herstelmaatregelen.

 

CC

Artikel 4.8.5, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In onderdeel b wordt “artikel 4.8.1, onder b tot en met e” vervangen door: artikel 4.8.1, onder c tot en met e.

  • 2.

    In onderdeel b wordt de punt aan het eind van sub iv vervangen door een puntkomma.

  • 3.

    Onder vervanging van de punt door een puntkomma aan het eind in onderdeel c komt onderdeel d te vervallen.

  • 4.

    In het vijfde lid, onderdeel b, wordt “artikel 4.8.1, onder b, c en d” vervangen door: artikel 4.8.1, onder c en d.

  • 5.

    In het zevende lid wordt “1 januari 2022” vervangen door: 1 oktober 2027.

DD

Artikel 4.8.6, eerste lid, onderdeel b, komt te vervallen.

 

EE

Artikel 4.8.11 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het tweede lid wordt “het besluit van de Europese Commissie van 7 juli 2017, C(2017) 4589, met betrekking tot steunmaatregel SA.48351 (2017/N)” vervangen door: het besluit van de Europese Commissie van 10 maart 2021, C(2021) 1526, met betrekking tot steunmaatregel Sa 59463 (2020/N).

  • 2.

    Na het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 3.

    Subsidie als bedoeld in artikel 4.8.1, onderdeel f, wordt slechts verstrekt voor zover dit niet in strijd is met artikel 53 van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014.

FF

In artikel 4.9.5, vierde lid, wordt “1 januari 2022” vervangen door: 1 oktober 2027.

 

GG

Artikel 4.9.6 komt te luiden:

Artikel 4.9.6 Subsidiabele kosten

  • 1.

    De subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.9.3.

  • 2.

    Als voor verwerving of pachtvrij maken van een natuurambitieterrein al op grond van deze of een andere regeling subsidie is verstrekt, wordt de subsidie op grond van deze regeling zoveel lager vastgesteld als noodzakelijk is om te voorkomen dat het totaal aan subsidie voor de betreffende activiteit meer bedraagt dan:

    • a.

      de werkelijke kosten die de activiteiten met zich meebrengen; of

    • b.

      de maximale vergoeding die op grond van Europese voorschriften mag worden gegeven.

HH

Paragraaf 4.12 komt te luiden:

Paragraaf 4.12 Inwonersinitiatieven voor biodiversiteit

 

Artikel 4.12.1 Subsidiabele activiteit

  • 1.

    Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor:

    • a.

      het uitvoeren van fysieke maatregelen die de biodiversiteit vergroten door inwoners in hun leefomgeving;

    • b.

      het activeren van inwoners om aan de slag te gaan met het vergroten van de biodiversiteit in hun leefomgeving; of

    • c.

      het verstrekken van financiële bijdragen aan inwonersinitiatieven voor het vergroten van de biodiversiteit in hun leefomgeving.

  • 2.

    Onder het uitvoeren van fysieke maatregelen die de biodiversiteit vergroten wordt in ieder geval verstaan:

    • a.

      het planten van inheemse bomen, struiken en planten;

    • b.

      maatregelen die het voortplanten, opgroeien en foerageren van inheemse diersoorten mogelijk maken of verbeteren;

    • c.

      beheermaatregelen, zoals snoeien, maaien en dunnen.

  • 3.

    Onder het activeren van inwoners als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder b, wordt in ieder geval verstaan:

    • a.

      het organiseren van bijeenkomsten en werkdagen;

    • b.

      het opstellen en verspreiden van informatiemateriaal, niet zijnde boeken;

    • c.

      het geven van voorlichting.

Artikel 4.12.2 Criteria

  • 1.

    Subsidie wordt alleen verstrekt voor activiteiten die worden uitgevoerd:

    • a.

      op openbaar en kosteloos toegankelijke plekken; of

    • b.

      vanaf de openbare weg zichtbare plekken.

  • 2.

    Subsidie voor het verstrekken van financiële bijdragen aan inwonersinitiatieven wordt alleen verstrekt als:

    • a.

      de ontvanger per inwonersinitiatief maximaal € 5.000 bijdraagt; en

    • b.

      het inwonersinitiatief een financiële bijdrage levert van minstens 35% van het bedrag bedoeld in onderdeel a.

Artikel 4.12.3 Niet-subsidiabele kosten

Voor subsidie komen niet in aanmerking kosten voor:

  • a.

    aankoop van onroerende goederen;

  • b.

    waardedaling van grond of opbrengstderving;

  • c.

    gebouwen of inrichting daarvan; of

  • d.

    aankoop van machines of apparatuur die benodigd zijn om de activiteiten uit te voeren.

Artikel 4.12.4 Aanvrager

  • 1.

    In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG, wordt subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a, uitsluitend verstrekt aan een samenwerkingsverband van ten minste vijf natuurlijke personen of aan een rechtspersoon.

  • 2.

    Subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder b of c, wordt uitsluitend verstrekt aan een vereniging of stichting met een statutaire doelstelling tot inzet voor biodiversiteit, niet zijnde een bos- of landgoedeigenaar.

Artikel 4.12.5 Aanvraag

  • 1.

    Onverminderd artikel 1.2.3 verstrekt de aanvrager bij de aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, aanhef en onder a, in ieder geval:

    • a.

      een schriftelijke toestemming van de eigenaar van het perceel waarop de aanleg of het beheer betrekking heeft;

    • b.

      een kaart waarop is aangegeven waar de activiteit wordt gerealiseerd;

  • 2.

    Een aanvrager kan maximaal éénmaal per kalenderjaar subsidie ontvangen.

Artikel 4.12.6 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a of b, bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000 en een maximum van € 50.000.

  • 2.

    De subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder c, bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 100.000.

  • 3.

    Ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten bij de subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a, mag bestaan uit kosten voor externe ondersteuning.

  • 4.

    Ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten bij de subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder b, mag bestaan uit kosten voor personele inzet.

  • 5.

    Ten hoogste 20% van de subsidiabele kosten bij de subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder c, mag bestaan uit kosten voor personele inzet.

Artikel 4.12.7 Weigeringsgrond

Subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder a, wordt niet verstrekt voor zover de activiteit betrekking heeft op:

  • a.

    terreinen die zijn opgenomen in het natuurbeheerplan;

  • b.

    het periodiek inzaaien van terreinen en de daarmee gepaard gaande werkzaamheden;

  • c.

    fruit, noten, sier- en groenteteelt, of

  • d.

    privé tuinen.

Artikel 4.12.8 Verplichtingen

  • 1.

    Als de subsidie direct is vastgesteld als bedoeld in artikel 25, eerste lid onder a, van de AsG, is de ontvanger verplicht de activiteit binnen twee jaar na de vaststelling van de subsidie te hebben uitgevoerd.

  • 2.

    De ontvanger is verplicht binnen vier weken na het afronden van de activiteit publiciteit aan de activiteit te geven via een website of sociale media en beelden te tonen van de activiteit.

II

In artikel 4.17.2, lid 4, onder b, vervalt: of in een Gelders Natura 2000-gebied.

 

JJ

Na paragraaf 4.20 wordt een paragraaf toegevoegd, die luidt:

 

Paragraaf 4.21 Uitvoering specifieke uitkering Programma Natuur

 

Paragraaf 4.21.1 Algemeen

 

Artikel 4.21.1.1. Subsidiabele activiteit

Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor:

  • a.

    natuurherstelmaatregelen;

  • b.

    bestrijding invasieve exoten in Natura-2000 gebied;

  • c.

    revitalisering bos;

  • d.

    apparaatskosten.

Artikel 4.21.1.2 Criteria

Subsidie wordt alleen verstrekt als:

  • a.

    dit bijdraagt aan de gunstige staat van instandhouding van stikstofgevoelige natuurlijke habitats of leefgebieden van soorten die beschermd worden op grond van de Vogelrichtlijn of de Habitatrichtlijn in Natura 2000-gebieden;

  • b.

    dit bijdraagt aan en niet strijdig is met de doelen van het Natura 2000-beheerplan;

  • c.

    dit toekomstige natuurherstelmaatregelen niet in de weg staat;

  • d.

    dit gericht is op structureel systeemherstel van een natuurgebied; en

  • e.

    vooroverleg aan de hand van een conceptaanvraag heeft plaatsgevonden.

Artikel 4.21.1.3 Subsidiabele kosten

  • 1.

    Voor subsidie komen in aanmerking alle kosten die nodig zijn voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteit.

  • 2.

    Artikel 1.3.5, onder a, b en f zijn niet van toepassing.

  • 3.

    Kosten ten behoeve van het opstellen van de aanvraag zijn subsidiabel vanaf 1 januari 2022.

  • 4.

    Artikel 1.3.6, vijfde lid, is niet van toepassing als de aanvrager Staatsbosbeheer is.

Artikel 4.21.1.4 Aanvrager

  • 1.

    Subsidie wordt alleen verstrekt aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon die krachtens eigendom of erfpacht zeggenschap heeft over het terrein waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid kan een begunstigde een aanvraag indienen voor gronden waarover deze begunstigde geen zeggenschap heeft, mits de eigenaar of erfpachter instemt met de aanvraag.

  • 3.

    In afwijking van artikel 5, eerste lid, van de AsG kan subsidie ook worden verstrekt aan andere personen dan rechtspersonen.

Artikel 4.21.1.5 Aanvraag

  • 1.

    Onverminderd artikel 1.2.3 gaat een aanvraag vergezeld van:

    • a.

      een beschrijving van het voldoen aan de criteria, bedoeld in artikel 4.21.1.2;

    • b.

      een beschrijving van de uit te voeren maatregelen, met per activiteit en per natuurgebied een beschrijving van:

      • i.

        de uit te voeren maatregelen binnen het natuurgebied;

      • ii.

        de oppervlakte waarop de maatregelen zullen worden uitgevoerd;

      • iii.

        een begroting;

      • iv.

        een tijdplanning waarbinnen de maatregelen zullen worden uitgevoerd en een planning van de uitgaven;

    • c.

      een GIS-kaart waarop de maatregelen zijn aangeduid.

  • 2.

    Als de aanvrager een grote onderneming is, bevat de aanvraag een beschrijving van het contrafeitelijke scenario waarin de begunstigde van geen enkele overheidsinstantie steun toegekend krijgt.

Artikel 4.21.1.6 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten en wordt gemaximeerd door de in bijlage 6 opgenomen normkosten.

  • 2.

    De subsidie wordt niet verleend als deze minder dan € 50.000 bedraagt.

  • 3.

    Alleen de werkelijk gemaakte kosten zijn subsidiabel.

  • 4.

    Gedeputeerde Staten kunnen in bijzondere gevallen afwijken van de in bijlage 6 opgenomen normkosten als:

    • a.

      de activiteiten aantoonbaar meer kosten, en

    • b.

      de meerkosten niet kunnen worden gemiddeld binnen het project.

Artikel 4.21.1.7 Verplichtingen

  • 1.

    De activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend, worden uiterlijk 1 juli 2025 gerealiseerd.

  • 2.

    De subsidieontvanger is verplicht om na de uitvoering van de activiteit de herstelde of verbeterde natuur gedurende zes jaar in stand te houden.

  • 3.

    De subsidieontvanger is verplicht om de gegevens aan te leveren die de provincie nodig heeft voor monitoring, rapportage en verantwoording op het SPUK.

  • 4.

    De subsidieontvanger is verplicht de subsidiabele activiteiten te monitoren.

Artikel 4.21.1.8 Weigeringsgrond

  • 1.

    Subsidie wordt niet verstrekt voor zover de eigenaar van de grond een rechtspersoon is die waterwinning als doelstelling heeft.

  • 2.

    Subsidie wordt niet verstrekt:

    • a.

      voor zover op het perceel waarop de activiteiten plaatsvinden al subsidie op grond van hoofdstuk 3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer Gelderland 2016 is verstrekt; en

    • b.

      de investering ertoe leidt dat het agrarisch natuurbeheer niet langer kan worden uitgeoefend.

Artikel 4.21.1.9 Transparantie

Gedeputeerde Staten maken binnen zes maanden na de datum van de verlening van een subsidie de volgende gegevens bekend:

  • a.

    de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.7, onderdeel 128, onder a en b, van de Richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014-2020, 2014/C 204/01; en

  • b.

    de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.7, onderdeel 128, onder c, van de Richtsnoeren van de Europese Unie voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden 2014-2020, 2014/C 204/01, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan:

    • i.

      € 60.000 voor begunstigden die actief zijn in de primaire landbouwproductie; of

    • ii.

      € 500.000 voor begunstigden in de sectoren van de verwerking van landbouwproducten, de afzet van landbouwproducten, de bosbouwsector of activiteiten die buiten het toepassingsgebied van artikel 42 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen.

Subparagraaf 4.21.2 Natuurherstel

 

Artikel 4.21.2.1 Subsidiabele activiteit

Subsidie kan worden verstrekt voor:

  • a.

    het uitvoeren van eenmalige natuurherstelmaatregelen;

  • b.

    het uitvoeren van hydrologische maatregelen;

  • c.

    onderzoekskosten ten behoeve van activiteiten genoemd onder a of b.

Artikel 4.21.2.2 Criteria

Subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 4.21.2.2, onderdeel b, (hydrologische maatregelen), die wordt uitgevoerd op landbouwgronden, wordt alleen verstrekt als het gaat om een niet-productieve investering.

 

Artikel 4.21.2.3 Niet-subsidiabele kosten

De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie:

  • a.

    kosten voor de verwijdering van bodemverontreiniging of afval;

  • b.

    kosten voor de aanschaf van machines;

  • c.

    kosten voor de aanschaf of plaatsing van recreatieve voorzieningen;

  • d.

    kosten voor het wegwerken van achterstallig onderhoud;

  • e.

    kosten voor de aanschaf van materialen, anders dan ten behoeve van de subsidiabele activiteit;

  • f.

    afwateringswerkzaamheden, indien sprake is van een hydrologische maatregel op landbouwgrond.

 

Artikel 4.21.2.4 Communautair toetsingskader

  • 1.

    Subsidie als bedoeld in artikel 4.21.2.1, onderdeel a en onderdeel b voor zover de activiteit wordt uitgevoerd op natuurgronden, wordt alleen verstrekt voor zover dit niet in strijd is met het besluit van de Europese Commissie van 10 maart 2021, C (2021) 1526, met betrekking tot steunmaatregel SA.59463 (2020/N).

  • 2.

    Subsidie als bedoeld in artikel 4.21.2.1, onderdeel b, die wordt uitgevoerd op landbouwgronden wordt alleen versterkt voor zover dit niet in strijd is met artikel 14 van de Landbouwgroepsvrijstellingsverordening (LVV) (Verordening (EU) nr. 702/2014 PbEU 2014, L193/1-75).

  • 3.

    Subsidie als bedoeld in artikel 4.21.2.1, onderdeel c, wordt alleen verstrekt voor zover dit niet in strijd is met artikel 53, tweede lid, onderdeel b, van de Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) (Verordening (EU) nr. 651/2014 PbEU 2014 L187/1-78).

Subparagraaf 4.21.3 Bestrijding invasieve exoten in Natura 2000-gebied

 

Artikel 4.21.3.1 Subsidiabele activiteit

Subsidie kan worden verstrekt voor het verwijderen, verwijderd houden of beheersen van één of meer invasieve exoten.

 

Artikel 4.21.3.2 Criteria

Subsidie wordt alleen verstrekt als de activiteit wordt uitgevoerd in een Natura 2000-gebied.

 

Artikel 4.21.3.3 Subsidiabele kosten

Voor subsidie komen in aanmerking de kosten voor:

  • a.

    het verwijderen, verwijderd houden of beheersen van een invasieve exoot;

  • b.

    het planten of zaaien van inheemse plantensoorten als dat nodig is voor het verwijderd houden van de exoot.

Artikel 4.21.3.4 Verplichting

Op de locatie waar een invasieve exoot is verwijderd worden zo spoedig mogelijk na het verwijderen inheemse plantensoorten geplant, als dat voor het verwijderd houden van de invasieve exoot nodig is.

 

Artikel 4.21.3.5 Weigeringsgronden

  • 1.

    Subsidie wordt geweigerd voor zover de bestrijding of beheersing van exoten plaatsvindt met chemische bestrijdingsmiddelen, tenzij de aanvrager aantoont dat er geen andere bestrijdingsmiddelen kunnen worden toegepast.

  • 2.

    Subsidie wordt geweigerd voor zover de bestrijdingsmethode aantoonbaar ineffectief is.

  • 3.

    Subsidie wordt geweigerd voor het verwijderen of beheersen van uitheemse bomen en struikvormers, met uitzondering van de hemelboom en de dijkviltbraam.

Subparagraaf 4.21.4 Revitalisering bos

 

Artikel 4.21.4.1 Subsidiabele activiteit

Subsidie kan worden verstrekt voor revitalisering van of omvorming naar bos met betrekking tot de volgende onderdelen:

  • a.

    hydrologisch herstel;

  • b.

    aanbrengen wildkerend raster;

  • c.

    verwijderen van uitheemse boom- en struiksoorten;

  • d.

    aanplanten van inheemse loofbomen;

  • e.

    inbrengen rijkstrooiselsoorten;

  • f.

    het maken van een plan voor een netwerk van oude, aftakelende en dode bomen;

  • g.

    omvorming naar bos.

Artikel 4.21.4.2 Criteria

  • 1.

    Subsidie als bedoeld in artikel 4.21.4.1, onder a, wordt alleen verstrekt voor:

    • a.

      het uitvoeren van onderzoek naar de kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de kringloop van grond- en oppervlaktewater gericht op:

      • i.

        hydrologisch systeemherstel; en

      • ii.

        het tegengaan van verdroging of herstel van vochtige en natte boshabitats ten behoeve van een Natura 2000-gebied; of

    • b.

      het uitvoeren van herstelmaatregelen voor vochtige of natte boshabitats ten behoeve van een Natura 2000-gebied.

  • 2.

    Subsidie als bedoeld in artikel 4.21.6.2, onder b, wordt alleen verstrekt:

    • a.

      op locaties:

      • i.

        waar meer loofbomen nodig zijn ten behoeve van behoud of uitbreiding van Natura 2000-boshabitats;

      • ii.

        waar meer loofbomen nodig zijn ten behoeve van brandpreventie, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

        • 1.

          het aanplanten van loofbomen draagt bij aan het minimaliseren op de kans op onbeheersbare natuurbranden, en

        • 2.

          het aanplanten van loofbomen is noodzakelijk in het kader van de hoofdcompartimentering Veluwe of Achterhoek; of

        • 3.

          het aanplanten van loofbomen is opgenomen in een natuurbrandpreventieplan opgesteld voor gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing;

      • iii.

        waar de taakstelling voor het jachtveld is behaald dat van toepassing is op het perceel waar subsidie wordt aangevraagd; en

    • b.

      met het oog op de aanplant van autochtoon inheems loofbos of het bevorderen van natuurlijke verjonging van inheems loofhout.

  • 3.

    Subsidie als bedoeld in artikel 4.21.4.1, onder c, wordt alleen verstrekt:

    • a.

      binnen kwalificerende habitattypen bos onder de volgende voorwaarden:

      • i.

        het betreft natuurtype N14 of N15;

      • ii.

        het betreft natuurtype N16 mits het bos omgezet wordt naar natuurtype N14 of N15;

      • iii.

        alle op het lokale eigendom van aanvrager in het kwalificerend habitat aanwezige uitheemse boom- en struiksoorten die een bedreiging voor de duurzame instandhouding van het habitat vormen worden verwijderd;

    • b.

      buiten kwalificerende habitattypen onder de volgende voorwaarden:

      • i.

        het betreft natuurtype N14, N15 of N16, mits het bos omgezet wordt naar natuurtype N14 of N15;

      • ii.

        ten behoeve van de uitbreidingsdoelstelling voor kwalificerende habitattypen;

      • iii.

        het perceel is gelegen op een oude bosgroeiplaats; en

      • iv.

        alle op het lokale eigendom van aanvrager in het potentieel kwalificerend habitat aanwezige uitheemse boom- en struiksoorten die een bedreiging voor de ontwikkeling van het habitat vormen worden verwijderd.

  • 4.

    Subsidie als bedoeld in artikel 4.21.4.1, onder d, wordt alleen verstrekt:

    • a.

      binnen bestaande bossen aangeduid als natuurtype N14, N15 of N16;

    • b.

      buiten een kwalificerend habitattype;

    • c.

      voor zover het de aanplant van autochtoon inheemse boom- en struiksoorten betreft als de bomen groepsgewijs worden aangeplant om homogenisering van de bosstructuur te voorkomen;

    • d.

      als:

      • i.

        individuele wildbescherming wordt aangebracht, of

      • ii.

        wildbescherming in de vorm van een raster wordt aangebracht, mits wordt voldaan aan de criteria genoemd in het tweede lid, en

    • e.

      als het leefgebied van soorten als bedoeld in het Natura 2000-beheerplan niet wordt aangetast.

  • 5.

    Subsidie als bedoeld in artikel 4.21.4.1, onder e, wordt alleen verstrekt:

    • a.

      binnen bestaande bossen aangeduid als natuurtype N14, N15 of N16;

    • b.

      buiten een kwalificerend habitattype;

    • c.

      als de soorten groepsgewijs worden aangeplant om homogenisering van de bosstructuur te voorkomen;

    • d.

      als:

      • i.

        individuele wildbescherming wordt aangebracht, of

      • ii.

        wildbescherming in de vorm van een raster wordt aangebracht, mits wordt voldaan aan de criteria genoemd in het tweede lid;

    • e.

      voor zover het de aanplant van de volgende soorten autochtoon inheemse boom- en struiksoorten betreft: boswilg, linde, ratelpopulier, hazelaar, haagbeuk, zoete kers, fladderiep;

    • f.

      als het leefgebied van soorten als bedoeld in het Natura 2000-beheerplan niet wordt aangetast; en

    • g.

      plantgatbemesting met steenmeel wordt toegepast.

  • 6.

    Subsidie als bedoeld in artikel 4.21.4.1, onder g, wordt alleen verstrekt als:

    • a.

      het om te vormen perceel:

      • i.

        natuurtype N12.02 betreft;

      • ii.

        is gelegen binnen een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied;

      • iii.

        weinig meerwaarde heeft voor biodiversiteit en ook de actuele en potentiële ecologische waarde van het perceel gering is; en

      • iv.

        minimaal 0,5 hectare groot is;

    • b.

      wordt aangeplant met autochtone inheemse boom- en struiksoorten of door het handhaven en het bevorderen van spontane opslag;

    • c.

      het perceel voor maximaal 60% wordt beplant; en

    • d.

      het te realiseren bos voldoet aan de eisen van natuurtype N14 of N15, en

    • e.

      geen verplichtingen op grond van subsidie natuurbeheer of agrarisch natuurbeheer op het perceel rusten.

Artikel 4.21.4.3 Niet subsidiabele kosten

De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidie:

  • a.

    waardedaling van de grond bij omvorming naar bos;

  • b.

    kosten voor de verwijdering van bodemverontreiniging of afval;

  • c.

    kosten voor de aanschaf van machines;

  • d.

    kosten voor de aanschaf of plaatsing van recreatieve voorzieningen;

  • e.

    kosten voor het wegwerken van achterstallig onderhoud; en

  • f.

    kosten voor de aanschaf van materialen, anders dan ten behoeve van de subsidiabele activiteit.

Artikel 4.21.4.4 Verplichtingen

  • 1.

    Aanvrager van subsidie als bedoeld in artikel 4.21.4.1, onder b, is verplicht:

    • a.

      binnen het raster voldoende opvolgend beheer uit te voeren om de in het beheerplan N2000 opgenomen doelen te behalen;

    • b.

      binnen het wildraster geen bodembewerking, anders dan maken van plantgaten, uit te voeren.

  • 2.

    Aanvrager van subsidie als bedoeld in artikel 4.21.4.1, onder c, is verplicht:

    • a.

      vrijkomend hout te laten liggen;

    • b.

      geen houtoogst toe te passen;

    • c.

      niet-mechanisch te verwijderen; en

    • d.

      geen glyfosaat toe te passen.

  • 3.

    Aanvrager van subsidie als bedoeld in artikel 4.21.4.1, onder d en g is verplicht bij de realisatie geen inheemse spontane opslag te verwijderen.

Artikel 4.21.4.5 Communautair toetsingskader

  • 1.

    Subsidie als bedoeld in artikel 4.21.4.1, onderdeel a voor zover dit betrekking heeft op uitvoeringsmaatregelen en onderdelen b, c, d, e en g, wordt alleen verstrekt voor zover dit niet in strijd is met het besluit van de Europese Commissie van 10 maart 2021, C(2021) 1526, met betrekking tot steunmaatregel SA.59463 (2020/N).

  • 2.

    Subsidie als bedoeld in artikel 4.21.4.1, onderdeel a, voor zover dit betrekking heeft op onderzoek en onderdeel f, wordt alleen verstrekt voor zover dit niet in strijd is met artikel 53, tweede lid, onderdeel b, van de Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) (Verordening (EU) nr. 651/2014 PbEU 2014 L187/1-78).

Subparagraaf 4.21.5 Apparaatskosten

 

Artikel 4.21.5.1 Subsidiabele activiteit

Subsidie kan worden verstrekt voor kosten die samenhangen met de regievoering of organisatie van voorbereiding en uitvoering van het Uitvoeringsprogramma Gelderland.

 

Artikel 4.21.5.2 Criteria

Subsidie wordt alleen verstrekt voor:

  • 1.

    kosten gemaakt vanaf 1 januari 2022;

  • 2.

    activiteiten die betrekking hebben op:

    • a.

      coördinatie en programmaleiding op het uitvoeringsprogramma;

    • b.

      communicatie en afstemming met leden en derden over het uitvoeringsprogramma;

    • c.

      opmaken inhoudelijke en financiële tussen- en eindrapportages en verantwoording prestaties in GIS; of

    • d.

      een bijdrage leveren aan het voorbereiden van projecten voor de jaren 2024 – 2030.

Artikel 4.21.5.3 Aanvrager

Subsidie wordt alleen verstrekt aan een natuurbeheerder die beschikt over een certificaat als bedoeld in de Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer Gelderland 2016.

 

Artikel 4.21.5.4 Hoogte

  • 1.

    De subsidie wordt geweigerd voor zover het minder bedraagt dan € 50.000.

  • 2.

    De subsidie bedraagt maximaal € 400.000 per aanvrager.

Artikel 4.21.5.5 Weigeringsgrond

  • 1.

    Subsidie wordt niet verstrekt voor kosten die rechtstreeks samenhangen met de uitvoering van activiteiten als bedoeld in paragraaf 4.21.2 tot en met 4.21.4.

  • 2.

    Subsidie wordt niet verstrekt voor apparaatskosten ten behoeve van gebiedsprocessen en overgangsgebieden.

  • 3.

    Subsidie wordt niet verstrekt aan een gemeente of waterschap.

KK

Artikel 5.1.1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onderdeel a en p vervallen.

  • 2.

    In onderdeel q wordt “snelle fietsroute” vervangen door: hoogwaardige fietsroute.

LL

Paragraaf 5.5 vervalt.

 

MM

In artikel 5.12.1, onder b, in artikel 5.12.5, onder a, en in artikel 15.13.1, onder b, wordt ‘Arnhem Nijmegen City Region’ vervangen door: Gemeenschappelijke regeling Regio Arnhem-Nijmegen.

 

NN

Het opschrift van paragraaf 5.14 komt te luiden: Hoogwaardige fietsroute

 

OO

In artikel 5.14.2, in artikel 5.14.3, eerste lid, onder a en c, en in artikel 5.14.6 wordt “snelle fietsroute” vervangen door: hoogwaardige fietsroute.

 

PP

In artikel 5.16.7 wordt ‘periode van drie jaar’ vervangen door: periode van maximaal drie jaar.

 

QQ

Artikel 6.1.1 wordt als volgt gewijzigd.

  • 1.

    In onderdeel hh wordt ‘2021 of 2022’ gewijzigd in: 2021, 2022 of 2024.

  • 2.

    Onderdeel kk komt te luiden:

  • kk. Paralympische sport: wedstrijdsport, geprogrammeerd voor de Paralympische Spelen in 2021, 2022 of 2024;

  • 3.

    Onderdeel ccc komt te luiden:

  • ccc. regionaal sporttalentenprogramma: een trainingsprogramma voor een Olympische sport of voor een of meer Paralympische sporten dat ontwikkelkansen biedt voor sporttalenten.

  • 4.

    Onderdeel ppp vervalt.

RR

De paragrafen 6.2 en 6.3 vervallen.

 

SS

Artikel 6.27.1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Onderdeel a vervalt.

  • 2.

    In onderdeel b vervalt ‘, zoals weergegeven in de Provinciale en regionale discrepantieanalyses Gelderland’.

TT

In artikel 6.27.3 komt te luiden:

Artikel 6.27.3 Criterium

Subsidie als bedoeld in artikel 6.27.2, aanhef en onder a, wordt slechts verstrekt als de activiteiten bijdragen aan de voor het samenwerkingsverband van toepassing zijnde regionale doelstellingen.

 

UU

In artikel 6.27.7, derde lid wordt het woord “jaarlijks” vervangen door: per jaar.

 

VV

Artikel 6.27.8, komt te luiden:

Artikel 6.27.8 Aanvraag

  • 1.

    Onverminderd artikel 1.2.3, wordt bij de aanvraag voor het verkrijgen van subsidie als bedoeld in artikel 6.27.2, aanhef en onder a, in elk geval een door alle deelnemers ondertekende samenwerkingsovereenkomst verstrekt, waaruit de gezamenlijke aanpak blijkt voor het verrichten van de activiteiten en waarin een van de partijen als penvoerder wordt aangewezen.

  • 2.

    In de aanvraag wordt aangegeven op welke wijze het samenwerkingsverband:

    • a.

      over de uitvoering van de activiteiten gedurende de looptijd van het project communiceert en de opgedane kennis en bevindingen deelt, en

    • b.

      de activiteiten evalueert en de impact ervan meet.

  • 3.

    De aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 6.27.2 aanhef en onder b, wordt aangevraagd voor een periode van twee jaar.

  • 4.

    De aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 6.27.2, aanhef en onder b, wordt ingediend voor 15 december voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de subsidiabele activiteiten zullen starten.

WW

Artikel 6.36.1 komt te luiden:

Artikel 6.36.1 Begripsomschrijvingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder Europese thematische fondsen 2021-2027: Horizon Europe, LIFE, INTERREG-B Noord West-Europa, INTEREG-B North Sea Region, INTERREG-Europe, Connecting Europe Facility, the Vanguard Initiative, European Urban Initiative, Creative Europe, Digital Europe.

 

XX

In artikel 6.36.2 wordt “2014-2020”vervangen door: 2021-2017

 

YY

Paragraaf 6.38 vervalt.

 

ZZ

Het opschrift van paragraaf 6.43 komt te luiden:

Paragraaf 6.43 Perspectieffonds Gelderland

 

AAA

Artikel 6.43.1, komt te luiden:

Artikel 6.43.1 Begripsomschrijving

  • a.

    PFG: Perspectieffonds Gelderland, een fonds dat door het financieren van een meerjarige businesscase, een bijdrage kan leveren aan grote maatschappelijke vraagstukken;

  • b.

    PFG-financiering: financieringsvorm bestaande uit een bijdrage van de aanvrager, bijdrage uit het PFG-fonds en een subsidie.

BBB

In artikel 6.43.2 wordt “LTI-financiering” vervangen door: PFG-financiering.

 

CCC

In artikel 6.43.3 wordt in de onderdelen a en c “LTI-fonds” vervangen door: PFG.

 

DDD

In artikel 6.43.4 wordt “maximaal 40%” vervangen door: maximaal 20 %.

 

EEE

Artikel 6.44.2 komt te luiden:

Artikel 6.44.2 Criteria

  • 1.

    Subsidie wordt verstrekt als het regionaal sporttalentenprogramma of regionaal multi-sporttalentenprogramma aan de volgende criteria voldoet:

    • a.

      in het programma worden ten minste vijftien sporttalenten in een Olympische sport of vijf sporttalenten in een Paralympische sport opgeleid om te kunnen deelnemen aan nationale topsportprogramma’s;

    • b.

      het programma houdt een kwalitatief hoogwaardig en veilig ontwikkelingsplan in;

    • c.

      het programma besteedt structureel aandacht aan de persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling van de sporttalenten;

    • d.

      het programma omvat op de betreffende sport of sporten toegesneden leerlijnen voor sportgenerieke thema’s als voeding, prestatiegedrag en anti-doping, gebaseerd op de generieke leerlijnen van NOC*NSF;

    • e.

      voor het programma is een stabiel management gewaarborgd;

    • f.

      het programma wordt uitgevoerd door trainers en coaches die minimaal beschikken over het kwalificatieprofiel trainer-coach 3 van de Kwalificatiestructuur Sport van NOC*NSF.

  • 2.

    Subsidie wordt verstrekt als de aanvrager:

    • a.

      verklaart de Gedragscode voor trainer/coaches en begeleiders van het Centrum Veilige Sport Nederland te onderschrijven en daarnaar te handelen, en

    • b.

      bij de Stichting Topsport Gelderland advies heeft ingewonnen over de kwaliteit van het programma.

  • 3.

    Subsidie wordt voorts alleen verstrekt:

    • a.

      als de aanvrager met ten minste vijf sportclubs in Gelderland voor een Olympische of twee sportclubs in Gelderland voor een Paralympische sport samenwerkt aan het verbeteren van de jeugdopleiding bij deze clubs;

    • b.

      in geval de aanvrager geen sportbond is, als de betreffende sportbond of sportbonden hebben verklaard of het programma in het meerjarenopleidingsplan van de bond of bonden past, of, als de aanvraag een Paralympische sport betreft, in hun beleidsplan;

    • c.

      in geval de aanvrager een sportbond is, als het sporttalentenprogramma of multi-sporttalentenprogramma in het meerjarenopleidingsplan van de betreffende sportbond of sportbonden past of, als de aanvraag een Paralympische sport betreft, in hun beleidsplan.

FFF

In het eerste lid van artikel 6.44.6 wordt ‘talenten’ gewijzigd in: sporttalenten.

 

GGG

Na paragraaf 6.45 wordt een paragraaf toegevoegd, die luidt:

 

Paragraaf 6.46 Sportieve inrichting buitenruimte in het kader van WK Volleybal voor Vrouwen 2022

 

Artikel 6.46.1 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    In deze paragraaf wordt verstaan onder:

    • a.

      netsportcourt: een court, geschikt voor het beoefenen van netsporten;

    • b.

      netsporten: volleybal, smashball, tennis, badminton, pickleball en voetvolley.

  • 2.

    Onder het realiseren van een netsportcourt wordt begrepen het geheel van de aanleg van een netsportcourt in de open lucht tezamen met het beheer, het onderhoud en de programmering. Onder programmering wordt begrepen het regelmatig organiseren van activiteiten op het netsportcourt.

Artikel 6.46.2 Subsidiabele activiteit

  • 1.

    Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor het realiseren van een netsportcourt, al dan niet met inbegrip van spelmateriaal voor gebruik op het netsportcourt.

  • 2.

    Een netsportcourt heeft een omvang van 5 bij 12 meter en is voorzien van een permanent geplaatst, roestvaststalen buitensportnet van 5 meter lengte, dat ook door kinderen eenvoudig in hoogte kan worden versteld en is gecertificeerd door het Keurmerkinstituut.

Artikel 6.46.3 Criteria

Subsidie wordt verstrekt als:

  • a.

    de aanvrager aantoont dat hij het netsportcourt realiseert in samenwerking met:

    • i.

      een ter plaatse actieve volleybalvereniging, tenzij de aanvrager zelf een zodanige vereniging is; en

    • ii.

      ten minste één organisatie uit de sector overheid, sport, recreatie, onderwijs, zorg of welzijn of uit het bedrijfsleven;

  • b.

    de aanvrager aantoont dat het netsportcourt wordt aangelegd op een voor het publiek toegankelijke plaats binnen de bebouwde kom als bedoeld in de Wegenverkeerswet;

  • c.

    de aanvrager aantoont dat er voor het netsportcourt een programmering is voor tenminste drie jaar na ingebruikname;

  • d.

    de gemeente bereid is medewerking te verlenen aan de realisatie van het netsportcourt, voor zover deze is benodigd;

  • e.

    de realisatie van het netsportcourt in de Beleidsagenda Gelderland Sport 2020-2023 past; en

  • f.

    de aanvrager aantoont dat hij afspraken heeft gemaakt met de organisator van het WK Volleybal voor Vrouwen 2022 over programmatische of publicitaire samenwerking rondom het WK Volleybal.

Artikel 6.46.4 Aanvraag

  • 1.

    De aanvraag wordt ingediend in het tijdvak van 10 januari 2022 tot en met 1 juli 2022.

  • 2.

    Bij de aanvraag wordt een samenwerkingsovereenkomst overgelegd, waaruit blijkt welke partijen samenwerken bij de realisatie van het netsportcourt, op welke wijze zij samenwerken en welke waarborgen bestaan voor de continuïteit van de samenwerking. Partijen maken voor de samenwerkingsovereenkomst gebruik van de modelovereenkomst, die door Gedeputeerde Staten beschikbaar wordt gesteld.

  • 3.

    Wanneer voor de realisatie van het netsportcourt publiekrechtelijke of privaatrechtelijke medewerking van de gemeente nodig is, wordt bij de aanvraag een brief van het gemeentebestuur overgelegd, waaruit blijkt dat de gemeente bereid is medewerking te verlenen. Dit vereiste geldt niet als de gemeente deel uitmaakt van de samenwerking.

  • 4.

    Bij de aanvraag wordt een door partijen ondertekend document overgelegd, waarin de afspraken, bedoeld in artikel 6.48.3, onder f, zijn opgenomen.

Artikel 6.46.5 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    De subsidie bedraagt € 4.000 per netsportcourt.

  • 2.

    Per gemeente wordt voor ten hoogste vijf netsportcourts subsidie verstrekt.

  • 3.

    De subsidie wordt verhoogd met € 1.000 als de programmering blijvend voorziet in activiteiten, die specifiek zijn gericht op mensen met een beperking.

  • 4.

    De subsidie wordt verhoogd met € 1.000 wanneer de programmering blijvend voorziet in activiteiten die specifiek zijn gericht op mensen uit de directe omgeving van het netsportcourt met een lage sociaaleconomische status.

Artikel 6.46.6 Verplichtingen

  • 1.

    De subsidieontvanger is verplicht ervoor te zorgen dat het netsportcourt uiterlijk op 1 september 2022 in gebruik wordt genomen en ten minste drie jaar in gebruik blijft.

  • 2.

    De subsidieontvanger is verplicht het netsportcourt gedurende ten minste drie jaar na ingebruikname deugdelijk te beheren en te onderhouden en ervoor te zorgen dat hierop regelmatig activiteiten worden georganiseerd.

  • 3.

    De subsidieontvanger is verplicht ervoor te zorgen dat het netsportcourt publiek toegankelijk is.

HHH

Paragraaf 7.7 komt te luiden:

 

Paragraaf 7.7 Cultuur- en erfgoedpacten

 

Artikel 7.7.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    duurzame culturele infrastructuur: de culturele infrastructuur zoals beschreven in statenbrief PS2021-321

  • b.

    regioplannen: de plannen zoals beschreven in statenbrief PS2021-676

Artikel 7.7.2 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor de uitvoering van een intergemeentelijk programma in de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2024 dat is gericht op de volgende doelen en resultaten:

    • a.

      de versterking van de bovenlokale cultuur- en erfgoedparticipatie;

    • b.

      een transformatie naar een bovenlokale duurzame culturele infrastructuur in combinatie met de uitvoering van de regioplannen;

    • c.

      de versterking van de regionale identiteit, of;

    • d.

      een combinatie van de elementen genoemd onder a, b en c.

  • 2.

    In afwijking van artikel 1.3.5, onder b, kan subsidie worden verstrekt voor kosten gemaakt voorafgaande aan de aanvraag in verband met de uitvoering van een intergemeentelijk programma in de periode bedoeld in het eerste lid.

Artikel 7.7.3 Criteria

Subsidie wordt slechts verstrekt als:

  • a.

    de aanvrager samen met een of meerdere gemeenten uitvoering geeft aan de subsidiabele activiteit;

  • b.

    in het programma staat beschreven:

    • i.

      wat de gezamenlijke doelen en resultaten als bedoeld in artikel 7.7.2, eerste lid, van de samenwerkende gemeenten zijn;

    • ii.

      hoe de gemeenten deze doelen en resultaten willen realiseren;

    • iii.

      hoe de provincie wordt geïnformeerd over de voortgang en de resultaten.

Artikel 7.7.4 Aanvrager

Subsidie wordt verstrekt aan de gemeente die blijkens de aanvraag optreedt als penvoerder van de samenwerkende gemeenten.

 

Artikel 7.7.5 Aanvraag

Onverminderd artikel 1.2.3 bevat de aanvraag voor het verkrijgen van de subsidie het intergemeentelijk programma als bedoeld in artikel 7.7.2, eerste lid.

 

Artikel 7.7.6 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000 per gemeente per jaar. Het subsidiebedrag kan per intergemeentelijk programma eenmalig worden verhoogd met een bedrag van maximaal € 15.000 per jaar in verband met bijdragen in de kosten door andere partijen dan de samenwerkende gemeenten met dien verstande dat de totale subsidie niet meer is dan 50% van de subsidiabele kosten.

 

Artikel 7.7.7 Uitbetaling van de subsidie

De subsidie wordt jaarlijks verstrekt in gelijke delen, onder de voorwaarde dat voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.

 

III

In artikel 7.8.1, onder d, vervalt “en artikel 7.12, aanhef en onder c”.

 

JJJ

In artikel 7.9.1, onder c, vervalt “en artikel 7.12.1, aanhef en onder c”.

 

KKK

Artikel 7.11.4, eerste lid, komt te luiden:

  • 1.

    Een aanvraag om subsidie voor producties en festivals die starten in het jaar 2022 kan worden ingediend vanaf 9.00 uur op 7 januari 2022 tot 16.00 uur op 21 januari 2022.

LLL

Aan artikel 7.11.4 wordt een lid toegevoegd, dat luidt:

  • 4.

    Bij de aanvraag wordt voor de begroting als bedoeld in artikel 1.2.3 een door de provincie voorgeschreven formulier gebruikt.

MMM

Artikel 7.11.5 komt te luiden:

Artikel 7.11.5 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten, met een minimum van €15.000 en een maximum van €25.000 per productie of festival.

 

NNN

Onder vernummering van de leden 3 en 4 tot de leden 2 en 3 komt het tweede lid van artikel 7.11.8 te vervallen.

 

OOO

Paragraaf 7.12 tot en met 7.15 vervallen.

 

PPP

Na paragraaf 7.15 wordt een paragraaf ingevoegd, die luidt:

 

Paragraaf 7.16 Gelderse thematische verhaallijnen

 

Artikel 7.16.1 Subsidiabele activiteiten

  • 1.

    Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor een publieksactiviteit over de Gelderse thematische verhaallijnen.

  • 2.

    Tot de thematische verhaallijnen behoren in ieder geval:

    • a.

      Prehistorie;

    • b.

      Romeinen;

    • c.

      Koninklijk;

    • d.

      Kastelen, buitenplaatsen en Landgoederen;

    • e.

      Hanzesteden;

    • f.

      80 jarige oorlog;

    • g.

      Gelderse Gouden Eeuw;

    • h.

      Nieuwe Hollandse Waterlinie;

    • i.

      Herinneringstoerisme;

    • j.

      Menselijke migratie of

    • k.

      “Mens, natuur en klimaat” in het licht van historie en actualiteit.

Artikel 7.16.2 Publieksactiviteit

De subsidie wordt verstrekt als de publieksactiviteit bestaat uit:

  • a.

    het presenteren van collecties;

  • b.

    het houden van een tentoonstelling;

  • c.

    het uitvoeren van educatieve activiteiten;

  • d.

    het uitvoeren van een interactief programma, of

  • e.

    het presenteren van een digitaal beeld.

Artikel 7.16.3 Aanvraag

Onverminderd artikel 1.2.3 worden bij de aanvraag de volgende gegevens verstrekt:

  • a.

    een door de deelnemende organisaties ondertekend document waarin zij verklaren de publieksactiviteit uit te gaan voeren;

  • b.

    een onderbouwing waaruit blijkt dat de publieksactiviteit past binnen de Gelderse thematische verhaallijnen;

  • c.

    inzicht in de wijze waarop:

    • i.

      het publieksbereik en de toegankelijkheid is of zal worden onderzocht;

    • ii.

      invulling wordt gegeven aan de samenwerking tussen de deelnemende organisaties en

    • iii.

      de met de publieksactiviteit verkregen kennis en ervaring zal worden geborgd en gedeeld met andere aanvragers van een subsidie voor een publieksactiviteit.

Artikel 7.16.4 Aanvrager

In afwijking van artikel 5 van de AsG wordt subsidie verstrekt aan:

  • a.

    een museum dat is geregistreerd in het Museumregister of lid is van de coöperatie Erfgoed Gelderland, of

  • b.

    een organisatie werkzaam in de horeca, dagrecreatie, evenementenbranche of verblijfsrecreatie.

Artikel 7.16.5 Weigeringsgronden

  • 1.

    Een aanvrager kan maximaal eenmaal per kalenderjaar subsidie ontvangen.

  • 2.

    De subsidie wordt niet verstrekt als de activiteit niet wordt georganiseerd door tenminste twee musea en één organisatie die werkzaam is in de horeca, dagrecreatie, evenementenbranche of verblijfsrecreatie.

  • 3.

    Als de publieksactiviteit betrekking heeft op een andere thematische verhaallijn, wordt de subsidie niet verstrekt, tenzij de publieksactiviteit naar het oordeel van Gedeputeerde Staten aantoonbaar bijdraagt aan de identiteitsvorming van een deel van Gelderland en daarmee specifiek is voor dat gebied.

Artikel 7.16.6 Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt ten hoogste 60% van de kosten met een maximum van € 100.000.

 

Artikel 7.16.7 Verplichtingen

  • 1.

    De publieksactiviteit wordt binnen 27 maanden na de datum van het indienen van de aanvraag gerealiseerd.

  • 2.

    De subsidieontvanger is verplicht om de kennis en de ervaring die met gesubsidieerde activiteit is opgedaan tot één jaar na afloop van de subsidiabele activiteit te delen met andere aanvragers van een subsidie voor een publieksactiviteit.

Artikel 7.16.8 Communautair toetsingskader

Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover deze niet in strijd is met hoofdstuk I en artikel 53 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel II

Na bijlage 5 wordt een bijlage ingevoegd, luidende:

 

Bijlage 6. Normkosten paragraaf 4.21

Normkosten paragraaf 4.21 Uitvoering specifieke uitkering Programma Natuur

normkosten

eenheid normkosten

4.21.2 Natuurherstel

Veluwe

Bekalken en steenmeel heide

€ 7.500

hectare

Stuifzandherstel

€ 7.100

hectare

Herstel droge en natte heide

€ 5.000

hectare

Kwaliteitsverbetering heischraalgrasland

€ 5.000

hectare

4.21.4 Revitalisering bos

aanbrengen wildkerend raster

€ 25

meter

verwijdering uitheemse soorten

€ 2.500

hectare

planten van inheemse loofbomen

€ 5.000

hectare

inbrengen rijkstrooiselsoorten

€ 5.000

hectare

realiseren van een OADnetwerk ( betreft onderzoek/planvorming)

€ 20.000

onderzoek

omvorming naar bos

€ 12.000

hectare

Artikel III

De toelichting bij de Regels Ruimte voor Gelderland 2016 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

De algemene toelichting onder het kopje ‘Staatssteun’ wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In de tweede alinea komt de tweede zin te luiden:

  • Dit is het geval bij de paragrafen 2.4, 2.12, 2.13, 2.20, 2.21, 2.25, 3.5, 3.6, 3.7, 3.12, 3.18, 4.2 (voor wat betreft onderdeel a en c), 4.6, 4.12, 4.15, 4.17, 4.18 (ingeval steun aan particulieren), 4.19, 4.21.3, 4.21.5, 5.15, 5.16, 6.27, 6.39, 6.40, 6.41, 6.44, 6.45, 6.46, 7.5, 7.6, 7.7, 7.8, 8.2, 8.3 en 8.4.

  • 2.

    In de laatste zin van de derde alinea wordt na “2.22,” ingevoegd: 2.23,.

  • 3.

    In de vierde alinea, laatste zin, vervalt onder vervanging van de komma door een punt na 5.18 “6.2 en 6.3 (voor wat betreft artikel 6.3.1 onderdeel a),”.

  • 4.

    In de vijfde alinea, laatste zin, vervalt “5.5,”.

  • 5.

    In de zevende alinea worden de volgende wijzigingen aangebracht:

    • a.

      na “2.17” wordt ingevoegd: , 2.24,;

    • b.

      na “4.19” wordt ingevoegd: 4.21.2.1, onderdeel b (voor zover uitgevoerd op landbouwgronden), c en d, artikel 4.21.4.1, onderdeel f,;

    • c.

      “, 7.12 tot en met 7.15” vervallen;

    • d.

      na 7.11 wordt ingevoegd: en 7.16.

  • 6.

    In de achtste alinea wordt “Het betreft de paragrafen 4.4, 4.8 en 4.9” vervangen door: Het betreft de paragrafen 4.4, 4.8, 4.9, 4.21.2, onderdeel a en onderdeel b voor zover niet uitgevoerd op landbouwgronden en 4.21.4.

B

Na de toelichting op paragraaf 2.23 wordt een toelichting toegevoegd, die luidt:

 

Paragraaf 2.24 Investeringsimpuls verduurzaming sociale huurwoningen

Algemeen

Met deze regeling wordt beoogd in een korte termijn sociale huurwoningen van de Gelderse woningcorporaties extra te verduurzamen, zodat minimaal een labelklasse B per woning kan worden bereikt en iedere woning in het project tenminste drie energielabelklassen stijgt. Hierdoor vermindert het energieverbruik per woning. Bij elk project dient de corporatie aan te geven voor welke toekomstige warmtevoorziening de woningen geschikt, bijvoorbeeld voor aansluiting op een warmtenet, of voor een aardgasvrije all-electric oplossing.

 

Staatssteun

De subsidie voor de activiteiten is vrij te stellen onder artikel 38 en 36 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening. Artikel 38 stelt investeringsteun ten behoeve van energie-efficiëntiemaatregelen vrij, mits dit niet bedoeld is om te voldoen aan reeds vastgestelde unienormen. In dit geval wordt energie-efficiëntie van tenminste 20% behaald door de stijging van tenminste drie energielabelstappen. Deze classificering is een energie-prestatieindicator volgens een erkende methodologie waardoor de behaalde energie-efficiëntie op correcte wijze kan worden bepaald. Artikel 36 geeft een vrijstelling om de woningcorporaties in staat te stellen het uit hun activiteiten voortvloeiende niveau van milieubescherming te verhogen: door klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen toe te passen of circulair te renoveren verhoogt de woningcorporatie het niveau van milieubescherming bij de instandhouding en verhuur van sociale huurwoningen.

 

Artikel 2.24.3 Criteria subsidiabele activiteit

Vierde lid:

Klimaatadaptieve of natuurinclusieve maatregelen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het gebruiken of aanbieden van inheemse beplanting op of aan gebouwen, faunavoorziening in of aan gebouwen en in de buitenruimte of het voorkomen of verminderen van opwarming van gebouwen en de omgeving.

 

Paragraaf 2.25 Verhuisvergoeding

Algemeen

Deze subsidieregeling beoogt met een financiële stimulans de doorstroom in sociale huurwoningen te bevorderen. Het doel is dat 55-plussers vanuit een ruime huurwoning verhuizen naar een kleinere huurwoning, zodat de ruimere woning beschikbaar komt voor bijvoorbeeld een groter huishouden. Een verhuizing gaat altijd gepaard met onkosten. De verhuisvergoeding kan besteed worden aan kosten die bij een verhuizing komen. Het kan dan gaan om directe kosten zoals de kosten van een verhuizer, klusjesman, verf of gordijnen. Het kan ook gaan om indirecte kosten omdat hulp uit eigen kring wordt ingeschakeld. De verhuisvergoeding kan voor de doelgroep hierin net de noodzakelijke stimulans zijn om de stap te durven zetten. Het bedrag van de verhuisvergoeding is beperkt en aannemelijk is dat dit geenszins kostendekkend zal zijn voor alle kosten die aan een verhuizing verbonden zijn.

 

Artikel 2.25.1 Begripsomschrijvingen

b. Verhuiscoach

De verhuiscoach kan een persoon zijn die voor de provincie Gelderland werkzaam is of een medewerker met een vergelijkbare functie die hiertoe is aangewezen door een gemeente, woningcorporatie of welzijnsorganisatie.

 

Artikel.2.25.2 Subsidiabele activiteit

De regeling is gericht op het vrijkomen van ruimere huurwoningen voor bijvoorbeeld gezinnen. De nieuw te betrekken woning moet een huurwoning zijn. Bij het betrekken van een koopwoning, wordt een financiële stimulans in de vorm van deze verhuisvergoeding niet nodig geacht.

 

Artikel 2.25.3 Criteria subsidiabele activiteit

Aanhef, onderdeel a, onder iii

Met deze bepaling wordt geborgd dat geen verhuisvergoeding wordt verstrekt voor een woning die toch al verlaten moet worden, bijvoorbeeld omdat de woning op de nominatie staat om gesloopt of verkocht te worden. Het doel van de regeling is te zorgen voor een grotere beschikbaarheid van passende sociale huurwoningen.

 

Aanhef, onderdeel b, onder iii

Het begrip senioren is in deze niet gedefinieerd. Het gaat om personen van gevorderde leeftijd die mogelijk minder mobiel zijn en om die reden behoefte kunnen krijgen aan een gelijkvloerse woning. Gedacht wordt aan woningen die een slaapkamer, woonkamer, keuken, toilet en douche op dezelfde verdieping hebben, met het oog op het langer kunnen gebruiken van de woning.

 

Aanhef, onderdeel c

Vanuit de provincie Gelderland wordt vormgegeven aan een intervisiegroep met verhuiscoaches. Deze intervisiegroep is gericht op het uitwisselen van kennis en ervaringen rond het stimuleren en begeleiden van verhuizingen van 55-plussers. Ook wordt besproken hoe invulling kan worden gegeven aan de rol van de verhuiscoach genoemd onder 2.25.6 lid 3 onder b. Met deze aanpak wordt gewaarborgd dat er bij elke toekenning van een subsidie contact is geweest tussen een verhuiscoach die bekend is met de bedoeling en criteria van de verhuisvergoeding. De verhuiscoach spant zich in om aanvrager naar een juiste woning te begeleiden die tevens past binnen de criteria te begeleiden. Dit persoonlijke contact helpt ook om fraude te voorkomen.

 

Aanhef, onderdeel d, onder i

De leeftijdsgrens van 55 jaar is gekozen vanuit het oogpunt van de regeling om doorstroming te bevorderen in een zo vroeg mogelijk stadium. Gemiddeld genomen is 55 jaar een leeftijd waarop eventuele kinderen zijn uitgevlogen, waarmee de facto het huis ruimer is dan nodig. Een hogere leeftijdsgrens betekent dat doorstroming later op gang komt en dat de groep die in aanmerking komt, kleiner wordt.

 

C

In de artikelsgewijze toelichting bij artikel 4.2.1, komt de tweede alinea te luiden: Een voorbeeld van het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid bij het landschap is het organiseren van een bijeenkomst om burgers te betrekken bij het landschap of het verschaffen van informatie. Het aanleggen van een wandelpad valt hier niet onder.

 

D

In de artikelsgewijze toelichting bij paragraaf 4.2b wordt na de laatste alinea een nieuwe alinea ingevoegd, luidende:

Subsidie wordt geweigerd voor zover de activiteit wordt uitgevoerd op terreinen waar als SNL op verleend is of binnen rijksmonumenten. De reden hiervoor is hiervoor al op grond van andere regelingen subsidie beschikbaar is. Subsidie wordt ook geweigerd op bedrijventerreinen en woningbouwlocaties. Inrichting van de openbare ruimte in een woonomgeving en op een bedrijventerrein maakt onderdeel uit van het integrale ontwikkelplan voor wonen of bedrijvigheid.

 

E

De artikelsgewijze toelichting bij artikel 4.2.2, 4.2.5 en 4.2.6 vervalt.

 

F

De artikelsgewijze toelichting bij paragraaf 4.12 komt te luiden:

Paragraaf 4.12 Inwonersinitiatieven voor biodiversiteit

 

De regeling geeft invulling aan bestaande doelen van het Gelderse beleid voor natuur en biodiversiteit. De subsidie is bedoeld om de betrokkenheid van Gelderlanders bij ‘groen’ te vergroten. Dat kan zijn doordat inwoners samen maatregelen nemen om de biodiversiteit in hun leefomgeving te vergroten. Of doordat zij meer kennis opdoen over natuur en biodiversiteit, en deze kennis vervolgens inzetten en verspreiden in de samenleving.

 

Artikel 4.12.1

Subsidie kan inwoners helpen om op openbaar gratis toegankelijke of vanaf de openbare weg beleefbare plekken in hun omgeving fysieke maatregelen te nemen die de biodiversiteit vergroten (eerste lid, onder a). Onder het uitvoeren van fysieke maatregelen die de biodiversiteit vergroten verstaan we in de eerste plaats het planten van inheems groen, het nemen van maatregelen ten behoeve van inheemse diersoorten en het beheren van groen. Kosten voor het zoeken naar en het betrekken van inwoners zijn ook subsidiabel. In aanvulling daarop kan de subsidie worden gebruikt voor informatievoorziening over biodiversiteit op de betreffende locatie.

 

Bij het activeren van inwoners om aan de slag te gaan met het vergroten van de biodiversiteit in hun leefomgeving moet vooral worden gedacht aan activiteiten die inwoners enthousiasmeren over natuur en biodiversiteit. Idealiter ontstaat er een wisselwerking waardoor inwoners vervolgens zelf aan de slag willen met het uitvoeren van fysieke maatregelen die de biodiversiteit vergroten. Het geven van voorlichting moet ook in dit licht worden gezien. Bij informatiemateriaal gaat het om gratis te ontvangen materiaal zoals folders en flyers. Om per aanvraag zoveel mogelijk inwoners te kunnen bedienen, zijn boeken expliciet uitgesloten als informatiemateriaal.

 

Een voorbeeld van een project voor het verstrekken van financiële bijdragen aan inwonerinitiatieven is een project waarin de subsidieontvanger vouchers verstrekt aan (organisaties van) inwoners om de biodiversiteit te groten aan te leggen of te beheren.

 

Artikel 4.12.2

Als een subsidieontvanger zoals bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder c, een bijdrage verstrekt, dan geldt dat het inwonersinitiatief zelf ook een bijdrage levert aan de kosten van de activiteiten ten behoeve van de biodiversiteit. Als de subsidieontvanger bijvoorbeeld € 5.000 verstrekt, dan bedraagt de bijdrage van het inwonersinitiatief € 1.750 (35% van € 5.000). De totale kosten van het initiatief bedragen in dat geval € 6.750. Als de bijdrage van het inwonersinitiatief ontbreekt, zijn de kosten van € 5.000 die de subsidieontvanger in de vaststellingsaanvraag opneemt niet subsidiabel.

 

Artikel 4.12.3

Video kan ook worden gebruikt als middel om inwoners te activeren om aan de slag te gaan met het vergroten van de biodiversiteit in hun omgeving. Voor het maken van video’s kan zodoende subsidie aangevraagd worden. Aankoop van apparatuur voor het opnemen van de video’s is daartegen niet subsidiabel.

 

Artikel 4.12.4

Subsidies voor het uitvoeren van fysieke maatregelen die de biodiversiteit vergroten zijn gericht op inwonersinitiatieven, om bijvoorbeeld (plant)materiaal aan te schaffen of kennis over inhoud of organisatie in te huren. Om laagdrempeligheid te bevorderen, kunnen ook inwonersinitiatieven die geen privaatrechtelijke rechtspersoon hebben gevormd, deelnemen. Dit samenwerkingsverband moet dan uit tenminste vijf personen bestaan.

 

Artikel 4.12.5

Om de aanvraag goed te kunnen beoordelen, is het onder meer van belang dat de aanvrager een kaart toevoegt waarop is aangegeven waar de activiteit wordt gerealiseerd. Het gaat erom dat zichtbaar is waar de activiteit plaatsvindt.

Een aanvrager kan maximaal eenmaal per kalenderjaar subsidie aanvragen. Het is wel mogelijk om in een kalenderjaar zowel een aanvraag voor onderdeel a als onderdeel b in te dienen, maar niet een tweemaal een subsidie voor onderdeel a.

 

Artikel 4.12.6

Om de gewenste efficiëntie te stimuleren, geldt dat de personeelskosten van de subsidieontvanger zijn gemaximeerd. Bij de subsidie als bedoeld in artikel 4.12.1, eerste lid, onder c, bedraagt dit maximum bijvoorbeeld 20%. Als de subsidieontvanger € 40.000 aan bijdragen verstrekt, bedragen de personeelskosten dus maximaal € 10.000 (20% van de maximale kosten van € 50.000). Het gaat bij de personeelskosten bijvoorbeeld om de kosten voor personele inzet voor het promoten van vouchers, het beoordelen van initiatieven van inwoners en het begeleiden van initiatieven.

 

G

In de artikelsgewijze toelichting wordt na Paragraaf 4.20 Overdracht bodemtaken onder de Omgevingswet een paragraaf ingevoegd, die luidt:

 

Paragraaf 4.21 Uitvoering specifieke uitkering Programma Natuur

 

Algemeen:

De provincie Gelderland werkt sinds medio 2019 met hoge prioriteit aan de ‘Gelderse Maatregelen Stikstof’ (GMS) in nauwe samenwerking met onze Gelderse partners uit de sectoren mobiliteit, industrie, bouw, landbouw, natuur en gemeentelijke regio’s. Met Veluwe en Rijntakken is Gelderland verantwoordelijk voor de twee grootste Nederlandse en in Europees verband unieke Natura 2000-gebieden op het vasteland. Ook de kleinere veengebieden in de Achterhoek zijn van belang. Voor robuust systeemherstel van de stikstofgevoelige Gelderse natuurgebieden hebben wij in lijn met onze gebiedsgerichte aanpak samen met de Gelderse natuurorganisaties, waterschappen en de landbouwsector op hoofdlijnen een effectief programma uitgewerkt voor de gehele programmaperiode van 2021-2030. Deze subsidieregeling is de eerste stap in de uitwerking hiervan en is bedoeld voor maatregelen die vooruitlopend op de vaststelling van het definitieve uitvoeringsprogramma al kunnen worden uitgevoerd. Het betreft natuurherstelmaatregelen, hydrologische maatregelen, het bestrijden van invasieve exoten, bosrevitalisering en apparaatskosten.

 

Artikel 4.21.1.2

Maatregelen moeten onomstotelijk bijdragen aan de Natura 2000-doelen. Dit wordt ook wel ‘no regret’ genoemd. Als twijfel bestaat of de maatregel bijdraagt aan de doelen is deze maatregel niet subsidiabel. Dit komt ook tot uitdrukking in het criterium dat het toekomstige natuurherstelmaatregelen niet in de weg mag staan. Meer specifiek moeten de maatregel bijdragen aan het herstel van stikstofgevoelige habitats of leefgebieden. Elk Natura 2000-gebied in Gelderland is stikstofgevoelig en overbelast, met uitzondering van Arkemheen en de Veluwerandmeren. Een maatregel die niet bijdraagt aan stikstofgevoelige habitats of gebieden is niet subsidiabel onder deze regeling. Deze maatregel kan mogelijk wel subsidiabel zijn onder paragraaf 4.8 van de Regels Ruimte voor Gelderland 2016. De natuurherstelmaatregel wordt meestal uitgevoerd in een kwalificerend habitat of leefgebied van een Natura 2000-gebied. Een maatregel kan ook daarbuiten worden uitgevoerd, mits wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de criteria in dit artikel.

 

Artikel 4.21.1.3

Alle kosten die nodig zijn voor het uitvoeren van de activiteit zijn subsidiabel. Hieronder vallen bijvoorbeeld de inrichtingskosten, voorbereidingskosten, uitwerking en begeleiding, projectmanagement, leges, onderzoekskosten, kosten voor de accountant etc.

 

Artikel 4.21.1.6

Subsidie onder € 50.000 wordt niet verleend. Als een organisatie namens andere grondeigenaren subsidie aanvraagt, geldt de ondergrens van € 50.000 per grondeigenaar. De normkosten in dit artikel gelden als een maximum per hectare of eenheid. De verantwoording dient plaats te vinden op basis van werkelijke kosten.

 

Artikel 4.21.1.7

Gedeputeerde Staten moeten aan het Rijk de financiële verantwoording via de SiSa-systematiek uitvoeren. De subsidieontvanger is verplicht de daarvoor benodigde gegevens te verstrekken. In de subsidiebeschikking worden daarover concrete verplichtingen opgenomen.

 

Artikel 4.21.2.1

Wat betreft natuurherstelmaatregelen zijn eenmalige maatregelen subsidiabel waarbij de fysieke condities of kenmerken van de natuur worden gewijzigd met als doel herstel of versterking van de natuur. Als de fysieke condities of kenmerken niet wijzigen, is geen sprake van een fysieke natuurherstelmaatregel. De benodigde onderzoekskosten (bijvoorbeeld naar soortenbescherming of archeologie) zijn ook subsidiabel. Ook kosten voor nazorg zijn subsidiabel, wij kwalificeren de uitvoeringsactiviteiten inclusief nazorg dus als een eenmalig project. Onder nazorg verstaan wij ook monitoring van het effect van de uitgevoerde activiteit en of mogelijk aanvullende maatregelen nodig zijn. Het gaat om de lokale monitoring van de maatregel dus niet op gebiedsniveau of landschapsschaal. Het uitvoeren van beheer is subsidiabel onder de SNL en dus niet onder deze regeling.

Een hydrologische maatregel is gericht op de wijziging van de waterhuishouding. Het betreft vernatting of op het voorkomen van verdroging. Voorbeelden zijn het aanpassen van sloten, het verondiepen van beken of watergangen of het aanpassen van het waterpeil.

Voorbeelden van onderzoekskosten zijn onderzoek naar een nulmeting, flora- en fauna of archeologie. Ook een haalbaarheidsonderzoek, bijvoorbeeld een landschapsecologische systeem analyse (lesa) of een watersysteemanalyse (wasa), valt hieronder.

 

Artikel 4.21.2.2

Een hydrologische maatregel is een specifieke vorm van een natuurherstelmaatregel. Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden. Een hydrologische maatregel die wel bijdraagt aan bijvoorbeeld natte landnatuur maar niet voldoet aan de criteria in dit artikel, is niet subsidiabel. Voor investeringen op landbouwgronden gelden de vereisen van artikel 14 LVV, waaronder de eis van niet-productiviteit.

Het haalbaarheidsonderzoek heeft als doel te beoordelen welke maatregelen nodig en haalbaar zijn om te komen tot systeemherstel van de natuurgebieden. Hierbij wordt gekeken naar abiotische omstandigheden als de kwaliteit van water of bodem en ecologische potentie. Het onderzoek moet dus altijd betrekking hebben op een concreet project en kan geen algemeen onderzoek zijn. Dit laatste zou niet voldoen aan de vereisten die volgen uit de staatssteungrondslag van artikel 53 AGVV.

 

Artikel 4.21.2.3

Deze kosten komen niet voor subsidie in aanmerking omdat zij zijn uitgesloten in het goedkeuringsbesluit staatssteun voor de SKNL of LVV. Kosten voor aanschaf machines zijn niet subsidiabel, wel kunnen de afschrijvingskosten worden gesubsidieerd. Onder afwateringswerkzaamheden verstaan wij het afvoeren van water uit de bodem over en door de grond, met als gevolg het verlagen van het grondwaterpeil. Hierbij kan het water worden afgevoerd via drains, kleine sloten of greppels. Afwateringswerkzaamheden zijn als gevolg van de LVV uitgesloten.

 

Artikel 4.21.2.4

De staatssteungrondslag voor de natuurherstelmaatregelen is het goedkeuringsbesluit SKNL van 10 maart 2021, C(2021) 1526, met betrekking tot steunmaatregel SA.59463 (2020/N). Ook hydrologische maatregelen in natuurgebieden vallen onder dit goedkeuringsbesluit. Hydrologische maatregelen op landbouwgronden zijn alleen subsidiabel als het voldoet aan de vereisten genoemd in artikel 14 van de LVV, meer specifiek het derde lid, onderdeel d. De hydrologische maatregelen zijn alleen subsidiabel als deze niet-productief zijn en als deze bijdragen aan de verwezenlijking van agromilieuklimaatdoelstellingen, namelijk de staat van instandhouding van soorten en habitats van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.

De staatssteungrondslag voor het haalbaarheidsonderzoek en de onderzoekskosten als zelfstandige subsidiabele activiteit is artikel 53 AGVV mits ze betrekking hebben op een concreet project voor natuurherstel. De minister van LNV heeft in artikel 2.15.2, tweede lid, van de Regeling Nationale EZK- en LNV-subsidies Natura 2000-gebieden aangewezen als natuurerfgoed als bedoeld in artikel 53 AGVV. Wij sluiten daar in deze subsidieregeling op aan. Voor zover het haalbaarheidsonderzoek en de onderzoekskosten worden opgevoerd als voorbereidingskosten bij de natuurherstelmaatregelen, geldt het SKNL-goedkeuringsbesluit als staatssteungrondslag.

 

Artikel 4.21.3

Op grond van deze paragraaf wordt subsidie verstrekt voor het verwijderen, verwijderd houden en beheersen van invasieve exoten. Om te voorkomen dat een verwijderde plant terugkomt is aan de subsidie de verplichting gekoppeld dat de plek waar de invasieve exoot verwijderd is, inheemse plantensoorten worden geïntroduceerd. De groei van inheemse plantensoorten voorkomen dat invasieve exoten dominant terugkomt.

 

Artikel 4.21.4

Onder revitalisering wordt verstaan het nemen van maatregelen gericht op het mitigeren of wegnemen van knelpunten ten aanzien van de vitaliteit van bos, gericht op herstel van bodem en hydrologie en op het bijsturen van de boomsoortensamenstelling en de bosstructuur.

 

Artikel 4.21.4.1

Onder het verwijderen van uitheemse soorten valt ook de nabehandeling. Sommige soorten lopen opnieuw uit en het verwijderen van deze nieuwe soorten valt ook onder de subsidiabele activiteit.

Onder rijkstrooiselsoorten wordt verstaan boom-en struiksoorten die relatief veel nutriënten in hun blad opslaan en/of snel verteren wanneer ze op de bosbodem liggen.

Het realiseren van het netwerk van oude, aftakelende en dode bomen (OAD-netwerk) betreft het creëren van verbindingen van liggend en staand dood hout. Het gaat dus om het laten liggen van dood hout of het bevorderen van staand dood hout. Alleen de planvorming is subsidiabel. De uitvoering hiervan is al subsidiabel onder de SNL en dus niet onder deze subsidieregeling.

 

Artikel 4.21.4.2

Naast de voorwaarden in dit artikel gelden ook de voorwaarden genoemd in artikel 4.21.1.2.

Lid 2: Onder compartimenteren verstaan wij het opdelen van een risicovol terrein in kleinere delen die worden gescheiden door stroken of elementen (speciaal aangelegd of onderhouden) om brand tegen te houden of op die locatie te bestrijden.

Lid 3: De subsidie voor het wildkerend raster is bedoeld om jong inheems loofhout te beschermen tegen in het wild levende dieren. Om in aanmerking te komen voor subsidie moet zowel aan onderdeel a, b en c worden voldaan. Aan onderdeel a is al voldaan als één van de drie in dat onderdeel genoemde situaties van toepassing is. Een oude bosgroeiplaats is een boslocatie die in het midden van de negentiende eeuw als bos op de historische kaarten staat aangegeven.

Lid 4: Subsidie kan worden verstrekt als het bos nu nog kwalificeert als N16 maar wordt omgezet naar N14 of N15. Hiermee bedoelen wij de situatie dat het bos qua samenstelling voldoet aan de kwalificaties voor N14 of N15 maar als N16 op de kaart bij het Natuurbeheerplan staat en ook als N16 wordt beheerd. Door een beperkt aantal maatregelen te treffen kan het bos worden omgevormd naar N14 of N15. Uiterlijk bij de subsidievaststelling moet het bos voldoen aan N14 of N15 en als zodanig op de kaart bij het Natuurbeheerplan staan. Binnen het habitattype geldt als aanvullende voorwaarde dat alle aanwezige uitheemse boom- en struiksoorten die een gevaar vormen voor het habitattype worden verwijderd. Deze voorwaarde is opgenomen om te voorkomen dat slechts een beperkt aantal ongewenste soorten worden verwijderd. Wanneer subsidie wordt verkregen, moeten dus alle ongewenste soorten op zijn eigendom gelegen binnen het kwalificerende habtitattypen worden verwijderd.

Lid 5: Om homogenisering van de bosstructuur te voorkomen wordt de aanplant enkel groepsgewijs en dus niet vlaktegewijs gesubsidieerd. Een richtlijn daarbij is maximaal 25 stuks per groep en maximaal 20 groepen per ha.

Lid 6: Een van de voorwaarden is dat het perceel voor maximaal 60% wordt beplant. Deze eis is gesteld om ruimte te houden voor spontane bosontwikkeling, creëren en handhaven van open ruimten en bosranden. Voor zover op een perceel dat wordt omgevormd nog een subsidie natuurbeheer rust, moeten deze verplichtingen worden stopgezet omdat door de omvorming het kruiden- en faunarijk grasland niet langer wordt beheerd. Dit kan door het indienen van een melding in het kader van de subsidie natuurbeheer. Deze melding moet worden ingediend in het jaar voorafgaand aan de start van de werkzaamheden. De beschikking natuurbeheer wordt hierop aangepast. Na omvorming kan het nieuwe natuurtype worden toegevoegd aan het natuurbeheerplan en kan subsidie natuurbeheer voor het nieuwe natuurtype worden verleend.

 

Artikel 4.21.4.4

Een voorbeeld van opvolgend beheer is het verwijderen van uitheemse soorten die gelijktijdig met het inheemse loofhout opkomen.

 

Artikel 4.21.5.1

Apparaatskosten worden in de Regeling specifieke uitkering Programma Natuur van de minister van LNV omschreven als kosten die samenhangen met de regievoering van voorbereiding en uitvoering van het Provinciaal Uitvoeringsprogramma. Gedeputeerde Staten bereiden dit programma samen met partners voor en voeren het uit. In dit programma staat aangegeven hoe gebiedsgericht invulling wordt gegeven aan het realiseren van de condities, die nodig zijn voor een landelijk gunstige staat van instandhouding op de locaties, waar bij aanvang van het programma sprake is van een te hoge stikstofdepositie voor stikstofgevoelige soorten en habitats. Organisaties kunnen voor de regievoering of organisatie met betrekking tot de voorbereiding van dit uitvoeringsprogramma apparaatskosten maken die additioneel zijn ten opzichte van hun reguliere werkzaamheden. De organisatie maakt deze kosten bijvoorbeeld door het maken van een SPUK-programma ten behoeve van de subsidieaanvraag voor uitvoeringsactiviteiten onder deze regeling.

 

Artikel 4.21.5.2

Voorbeelden van coördinatie en programmaleiding zijn kosten voor budgetbewaking, SPUK overleggen, projectleiding of aansturing SPUK. Apparaatskosten zijn kosten die de aanvrager maakt voor salarissen, huisvestigings-, materieel- en automatiseringskosten voor personeel dat ingezet wordt voor regievoering en organisatie van de voorbereiding en uitvoering van een programma onder SPUK Natuur. De loonkosten worden berekend conform artikel 1.3.6, tenzij Gedeputeerde Staten een andere methode vaststellen. Het betreft uitsluitend personeelskosten of kosten derden, bijvoorbeeld inhuur van personeel. De apparaatskosten zijn inclusief die apparaatskosten die worden gemaakt in de periode tot en met 31 december 2021 voor de regievoering van voorbereiding en uitvoering van uitvoeringsactiviteiten vanaf 1 januari 2024.

 

Artikel 4.21.5.5

Kosten die direct samenhangen met de uitvoering van andere subsidiabele activiteiten worden niet aangemerkt als apparaatskosten. Deze kosten zijn onder voorwaarden wel subsidiabel in de andere subparagrafen. Het betreft dan bijvoorbeeld kosten voor planvoorbereiding, uitvoering en begeleiding van uitvoeringsmaatregelen en projecten of kosten voor communicatie en afstemming met betrokkenen in een gebied en de provincie over uitvoeringsmaatregelen en projecten.

 

H

De toelichting op paragraaf 7.15 vervalt.

Artikel III

  • 1.

    Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2022.

  • 2.

    Artikel I, onder C, is van toepassingen op aanvragen tot subsidieverstrekking die vanaf 1 januari 2022 worden ingediend.

  • 3.

    Op aanvragen tot subsidieverstrekking die zijn ontvangen voor 1 januari 2022 is artikel I, onder C, niet van toepassing.

  • 4.

    In afwijking van het eerste lid, treden artikel I, onderdelen H, EEE en FFF, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Gedeputeerde Staten van Gelderland

John Berends

Commissaris van de Koning

Miriam Nienhuis-van Doremaele

Secretaris

Gepubliceerd te Arnhem

Gedeputeerde Staten van Gelderland

J.C.G.M. Berends - Commissaris van de Koning

Miriam Nienhuis - secretaris

Naar boven