32 648 Toezicht op afstand – de relatie tussen de Minister van Financiën en de financiële toezichthouders, De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM)

Nr. 14 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 december 2016

Hierbij ontvangt u het rapport van de commissie Ottow, voorzien van een brief van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) waarin zij gezamenlijk op de conclusies en aanbevelingen uit het rapport reageren1.

Deze onafhankelijke, externe commissie was ingesteld door DNB en de AFM. Zij had tot opdracht om evaluatieonderzoek te doen naar het proces van toetsingen op geschiktheid en betrouwbaarheid van bestuurders en commissarissen in de financiële sector. De commissie Ottow is samenvattend van oordeel dat de toezichthouders de opzet en de werkwijze van het toetsingsproces zodanig hebben ingericht dat zij in het algemeen een adequate invulling geven aan de wettelijke verplichting daartoe. Tegelijkertijd komt uit het rapport naar voren dat op onderdelen van het proces nog aanpassingen en verbeteringen mogelijk en ook nodig zijn. Daartoe doet de commissie een aantal concrete aanbevelingen. Deze aanbevelingen richten zich overwegend tot DNB en de AFM, en in aantal gevallen tot de sector zelf, in het kader van de eigen verantwoordelijkheid van instellingen voor goed bestuur.

De toezichthouders geven in hun brief aan de aanbevelingen uit het rapport ter harte te nemen. Zij kondigen een aantal maatregelen aan, in aanvulling op reeds in gang gezette verbeteringen. Deze maatregelen zien onder andere op het vergroten van de transparantie en duidelijkheid van het toetsingsproces en op het verbeteren van de zorgvuldigheid van de besluitvorming, deels met het oogmerk om de positie van de kandidaat te versterken.

Geschikte en betrouwbare bestuurders en commissarissen leveren een belangrijke bijdrage aan een solide en integere bedrijfsvoering van financiële instellingen. Het rapport bevestigt dat DNB en de AFM hierin een belangrijke taak vervullen; ook in de sector wordt dit breed gedragen. Omdat het gaat om een ingrijpend instrument dat bovendien repercussies kan hebben, voor zowel instellingen als kandidaten, is het van belang om het toetsingsproces te optimaliseren. Ik ben met DNB en de AFM van opvatting dat de commissie Ottow daartoe waardevolle, nuttige suggesties heeft gedaan en ik vertrouw erop dat zij de uitvoering hiervan middels de door hen aangekondigde stappen voortvarend zullen oppakken.

Ten slotte, in het wetgevingsoverleg van 7 september 2015 zegde ik uw Kamer toe om het borgen van zorgvuldigheid en onafhankelijkheid in de oordeels- en besluitvorming door de toezichthouders in het onderzoek te laten betrekken.2 Deze aspecten komen in het rapport uitvoerig aan de orde. Hiermee beschouw ik mijn toezegging als afgedaan.

De Minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Kamerstuk 34 208, nr. 11, p. 37–38.

Naar boven