31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid

31 524 Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie

Nr. 295 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 juni 2012

Hierbij bied ik u het onderzoeksrapport «Examencommissies & Ervaringscertificaten» van de Inspectie van het Onderwijs aan1.

De centrale vraag van het onderzoek luidde: «Nemen examencommissies in het mbo en hbo op verantwoorde wijze beslissingen over vrijstellingen, maatwerktrajecten en diplomering als een kandidaat een ervaringscertificaat wil verzilveren?»

Het huidige rapport is een vervolg op twee eerdere inspectierapporten uit 2009, te weten «Kwaliteit evc-procedures in het mbo» en «Competent erkend? Over de kwaliteit van evc in het Hoger Onderwijs». De belangrijkste conclusie in beide rapporten uit 2009 was dat er veel verbeterd kon en moest worden aan de kwaliteit van de uitvoeringspraktijk van evc.

Naar aanleiding van die eerdere inspectieonderzoeken, heeft de overheid eind 2009 de regie genomen op de borging van de kwaliteit van evc. Regelgeving is aangescherpt en een Actieplan Kwaliteit EVC met een breed scala aan ondersteunende activiteiten en trainingen is in opdracht van de overheid uitgevoerd door het Kenniscentrum EVC.

Uit het recente inspectierapport betreffende ervaringscertificaten uit 2010–2011 blijkt dat op een aantal onderdelen verbeteringen zijn gerealiseerd in vergelijking tot de rapporten uit 2009. Maar de kwaliteit van het overgrote deel van de ervaringscertificaten is nog steeds onvoldoende. Dat is zorgwekkend, de kwaliteit van evc en de afgegeven ervaringscertificaten dient onomstreden te zijn. Tekortkomingen leveren risico’s op voor het verlenen van vrijstellingen door examencommissies in het mbo en hbo.

De bevindingen van de inspectie maken een brede, diepgaande analyse noodzakelijk van het functioneren van de evc-markt, het toezicht op de kwaliteit van evc en de besluitvorming over vrijstellingen. Bezien zal worden welke aanvullende maatregelen mogelijk zijn die afdoende waarborgen bieden voor het realiseren van onomstreden kwaliteit. Naar aanleiding van die nadere analyse zal ik u na de zomer de beleidsreactie op het inspectieonderzoek aanbieden.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, H. Zijlstra


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven