29 279 Rechtsstaat en Rechtsorde

Nr. 749 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR RECHTSBESCHERMING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 december 2022

Om de toegang tot het recht te verbeteren werkt het kabinet aan de Wet verlaging griffierechten, waarmee de griffierechten voor het civiele recht en het bestuursrecht voor de meeste categorieën met 25% worden verlaagd. Inwerkingtreding van deze wet is voorzien per 1 januari 2024.

De griffierechten in civiele en bestuurszaken worden normaliter jaarlijks op 1 januari bij ministeriële regeling geïndexeerd op basis van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) van de maand juli daaraan voorafgaand. De CPI voor juli 2022 bedroeg 10,29%.

Deze stijging van de griffierechten door indexering en een kort daarop volgende verlaging van de griffierechten met de Wet verlaging griffierechten, zou betekenen dat de griffierechten in relatief korte tijd twee keer flink worden gewijzigd. Deze schommeling acht ik onwenselijk mede gezien de afspraak in het coalitieakkoord om de griffierechten te verlagen. Ik heb gezocht naar ruimte om die schommeling te voorkomen.

Voor het civiele recht biedt de Wet griffierechten burgerlijke zaken discretionaire ruimte om de griffierechten niet volgens de CPI te indexeren. Voor wat betreft de griffierechten in het bestuursrecht bestaat er een wettelijke verplichting om jaarlijks te indexeren. Met het oog op de aanstaande Wet verlaging griffierechten heb ik besloten gebruik te maken van de mogelijkheid om voor het civiele recht de jaarlijkse indexering van de griffierechten voor 2023 uit te stellen tot het moment van inwerkingtreding van de nieuwe wet.

Ten aanzien van het bestuursrecht heb ik advies ingewonnen bij de Landsadvocaat. Dat advies vindt u bijgevoegd bij deze brief. Uit dit advies komt naar voren dat, vooruitlopend op de voorgenomen verlaging, ook voor het bestuursrecht ruimte is om indexering van de griffierechten uit te stellen tot het moment van inwerkingtreding van de nieuwe wet. Ik heb besloten om ook van die ruimte gebruik te maken.

Op deze manier wordt voorkomen dat de tarieven voor de griffierechten in 2023 eerst fors stijgen om in 2024 weer te dalen. De extra kosten die aan dit uitstel zijn verbonden, zijn tijdelijk en zullen worden opgevangen door de inwerkingtreding van de Wet verlaging griffierechten enkele maanden, tot het tweede kwartaal van 2024, uit te stellen. Op deze manier is het besluit om de indexering van griffierechten voor 2023 uit te stellen budgetneutraal. Het ligt in de rede dat deze systematiek ook wordt gevolgd voor de indexering voor 2024.

Omdat ik in dit zeer uitzonderlijke geval, vanwege de voorgenomen Wet verlaging griffierechten die al in consultatie is geweest, voor zover het gaat om het afzien van de indexering van de bestuursrechtelijke griffierechten voor 2023, geen toepassing geef aan een wettelijke verplichting, hecht ik eraan dit expliciet aan uw Kamer voor te leggen. Hiermee wil ik uw Kamer in de gelegenheid stellen zich hier desgewenst over uit te spreken.

De Minister voor Rechtsbescherming, F.M. Weerwind

Naar boven