26 956 Beleidsnota Rampenbestrijding

Nr. 193 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 december 2013

Zoals toegezegd op het AO Externe Veiligheid en Handhaving van 12 december 2013 zend ik u hierbij de Landelijke Handhavingstrategie Brzo 19991. Deze is op 11 december 2013 vastgesteld in het Bestuurlijk Omgevingsberaad. Deze Brzo-handhavingstrategie is gezamenlijk opgesteld door de drie Brzo-toezichthouders (inspectie SZW, Veiligheidsregio’s en Brzo-Rud’s) en is bedoeld voor de handhaving en sanctionering van overtredingen van het Brzo 1999. De Brzo-handhavingstrategie is daarmee primair gericht op het voorkómen van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen bij inrichtingen waarop het Brzo van toepassing is.

Het opstellen van een landelijke handhavingstrategie Brzo is door de toenmalige Staatssecretarissen van IenM en SZW en de Minister van VenJ toegezegd in juli 2012 in reactie op het onderzoeksrapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) vanwege de brand bij ChemiePack te Moerdijk. Het betreft één van de «no regret» maatregelen om het toezicht en de handhaving te verbeteren.

Daarnaast is er inmiddels een structureel overleg (BRZO+) operationeel. Dit BRZO+ is het gremium waarin de drie bovengenoemde Brzo-toezichthouders alsmede de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en het OM zijn vertegenwoordigd. BRZO+ is verantwoordelijk voor een adequate uitvoering van VTH-taken bij de Brzo-bedrijven, nodig om de door de OvV in het rapport over Odfjell geconstateerde fragmentatie tegen te gaan. Partijen wisselen ten behoeve van hun gezamenlijke uitvoeringsverantwoordelijkheid en samenwerking continu de benodigde informatie uit. Alle toezicht- en handhavingsinformatie is ook in een digitaal systeem beschikbaar voor alle toezichthouders. Hiermee beschikken zij onderling over dezelfde informatie.

Met de Brzo-handhavingstrategie als document, en het BRZO+ als samenwerkingsverband, wordt een landelijk uniforme aanpak geborgd en tevens een integrale benadering per bedrijf.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven