Gemeenteblad van Albrandswaard
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Albrandswaard | Gemeenteblad 2026, 454099 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Albrandswaard | Gemeenteblad 2026, 454099 | beleidsregel |
Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Albrandswaard 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Albrandswaard;
gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 14 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de artikelen 7.21 tot en met 7.23 en tabel 3 en 4 van bijlage 3 van de Systeemcode elektriciteit 2026;
besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:
Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Albrandswaard 2026.
Deze beleidsregels hebben tot doel:
het bijdragen aan de realisatie van woonbehoefte en onderwijs in congestiegebieden, in aansluiting op de gemeentelijke verantwoordelijkheden voor voldoende woongelegenheid en onderwijshuisvesting en de opname van woonbehoefte en onderwijs in categorie 3 van het prioriteringskader van de Systeemcode Elektriciteit 2026;
Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst
Opname van een project op de volgordelijst resulteert in een inspanningsverplichting van de gemeente om zich aantoonbaar in te spannen om transportcapaciteit voor het betreffende project te verkrijgen bij de netbeheerder, zonder dat de gemeente de beschikbaarheid of toewijzing van prioritering en transportcapaciteit garandeert.
Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst
Voor de eerste volgordelijst bepaalt de gemeente de rangorde stapsgewijs op basis van de volgende stappen en legt de uitkomst daarvan schriftelijk vast:
Als eerste stap vindt een rangschikking plaats op basis van de maand van start bouw, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de bouw eerder start. Hierbij moet de maand van start bouw voldoende concreet zijn onderbouwd.
Na de rangschikking van stap 1 stelt de gemeente de projectrijpheid van het project vast op basis van de beschikbare documenten in een onderrangorde van één tot en met zes:
Binnen de op basis van stap 1 en 2 gemaakte onderverdeling vindt een verdere onderverdeling plaats op basis van de verwachte opleverdatum, waarbij een project hoger wordt gerangschikt als de verwachte oplevering eerder plaatsvindt.
Artikel 13. Bedenkingen en rechtsbescherming
Een projectontwikkelaar die het niet eens is met de voorlopige positie van zijn project op de eerste volgordelijst of met de afwijzing van zijn verzoek tot plaatsing op de volgordelijst, kan binnen drie kalenderdagen na bekendmaking van de voorlopige volgordelijst schriftelijk en gemotiveerd bedenkingen indienen bij de gemeente.
Toelichting bij het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Albrandswaard tot vaststelling van de Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Albrandswaard 2026
Met deze beleidsregels geeft de gemeente Albrandswaard invulling aan de wijze waarop zij omgaat met haar bevoegdheid om op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de Energiewet prioriteringsverzoeken en transportverzoeken in te dienen voor woningbouw- en onderwijsprojecten bij de netbeheerder.
Met de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’ kan de gemeente al in een vroeg stadium van de planvorming transportcapaciteit aanvragen voor woningbouw- en onderwijsprojecten. Hierdoor kan eerder rekening worden gehouden met de benodigde transportcapaciteit voor toekomstige ontwikkelingen in gebieden waar sprake is van netcongestie.
Omdat de gemeente aanvragen kan indienen voor zowel eigen projecten als projecten van projectontwikkelaars, schoolbesturen en andere initiatiefnemers, is het noodzakelijk dat vooraf duidelijk is op welke wijze projecten worden beoordeeld en, voor de eerste aanvraagronde, onderling worden gerangschikt. Deze beleidsregels voorzien daarom in een transparante, objectieve en niet-discriminatoire procedure voor de gemeentelijke beoordeling en indiening van projecten bij de netbeheerder.
Voor de eerste aanvraagronde wordt een volgordelijst opgesteld waarop de daarvoor in aanmerking komende projecten onderling worden gerangschikt. Na deze eerste ronde kunnen nieuwe verzoeken doorlopend worden ingediend en worden volledige verzoeken behandeld op volgorde van volledige ontvangst bij de gemeente.
Op verschillende plaatsen in Nederland is onvoldoende transportcapaciteit op het elektriciteitsnet beschikbaar om alle aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen direct te kunnen honoreren. Ook woningbouw- en onderwijsprojecten kunnen hierdoor vertraging oplopen wanneer de benodigde transportcapaciteit niet tijdig beschikbaar is.
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft daarom een prioriteringskader vastgesteld voor transportverzoeken in congestiegebieden. Netbeheerders moeten bij de verdeling van schaarse transportcapaciteit rekening houden met dit prioriteringskader. Daarbij worden drie prioriteitscategorieën onderscheiden: congestieverzachters, veiligheid en basisbehoeften. Woonbehoefte en onderwijs vallen onder de categorie basisbehoeften.
Voor woningbouw en onderwijs is daarnaast de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’ ontwikkeld. Vanaf 1 oktober 2026 kunnen gemeenten voor deze projecten al eerder in het planproces transportcapaciteit aanvragen. Hierdoor hoeft niet te worden gewacht tot een project zich in de gebruikelijke fase voor een reguliere aanvraag bevindt. De gemeente kan daarmee voor voldoende concrete projecten eerder een positie verkrijgen in het aanvraagproces bij de netbeheerder.
Bij de start van deze werkwijze geldt een eenmalige gecoördineerde indieningsperiode. Van 1 tot en met 22 oktober 2026 kunnen bestaande projecten volgens een landelijk tijdsblokkenschema worden ingediend. Vanaf 23 oktober 2026 kan de werkwijze doorlopend worden gebruikt.
De gemeente Albrandswaard wil van deze mogelijkheid gebruikmaken voor woningbouw- en onderwijsprojecten. Daarom worden zowel reeds bekende projecten als projecten die nog niet of onvoldoende bij de gemeente in beeld zijn, geïnventariseerd en wordt de voor de aanvraag benodigde projectinformatie verzameld en beoordeeld.
Omdat in de eerste aanvraagronde meerdere projecten gelijktijdig voor indiening in aanmerking kunnen komen en de gemeente zowel voor projecten van derden als voor eigen projecten kan optreden, moet vooraf op transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze worden bepaald in welke volgorde deze projecten worden ingediend. De gemeente kan daarbij niet volstaan met de volgorde waarin projecten toevallig bij haar bekend zijn geworden.
Daarom stelt het college deze beleidsregels vast. De beleidsregels regelen onder meer de aanmelding van projecten, de eisen aan het projectdossier, de rangschikking van projecten in de eerste aanvraagronde, de mogelijkheid voor projectontwikkelaars om bedenkingen in te dienen tegen de voorlopige rangschikking, de vaststelling van de definitieve eerste volgordelijst en de uiteindelijke indiening van prioriteringsverzoeken en transportverzoeken bij de netbeheerder.
Gelet op de start van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’ en de eenmalige gefaseerde indieningsprocedure in oktober 2026, wordt voor de eerste volgordelijst een verkorte procedure gehanteerd. Daarbij wordt voorafgaand aan de definitieve vaststelling van de eerste volgordelijst voorzien in een mogelijkheid voor projectontwikkelaars om bedenkingen tegen de voorlopige rangschikking in te dienen. Hiermee wordt enerzijds ruimte geboden om eventuele onjuistheden vóór indiening te herstellen en anderzijds beoogd de daarvoor in aanmerking komende projecten zo vroeg mogelijk bij de netbeheerder in te dienen.
Na afloop van deze eerste aanvraagronde kunnen nieuwe verzoeken doorlopend worden ingediend. Deze verzoeken worden na volledige ontvangst beoordeeld en vervolgens behandeld overeenkomstig de structurele werkwijze zoals opgenomen in artikel 15.
Met deze beleidsregels geeft de gemeente Albrandswaard op een transparante, objectieve en niet-discriminatoire wijze invulling aan haar bevoegdheid om voor woningbouw- en onderwijsprojecten prioriteringsverzoeken en transportverzoeken bij de netbeheerder in te dienen.
De gemeente wil hiermee bijdragen aan de voortgang en realisatie van woningbouw- en onderwijsprojecten in gebieden waar netcongestie een belemmering kan vormen. Door gebruik te maken van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’ kan voor voldoende concrete projecten al in een eerder stadium transportcapaciteit worden aangevraagd. Daarmee wordt beoogd het risico te beperken dat projecten op een later moment vertraging oplopen doordat niet tijdig transportcapaciteit beschikbaar is.
Omdat transportcapaciteit schaars is en in de eerste aanvraagronde meerdere projecten gelijktijdig voor indiening in aanmerking kunnen komen, is het noodzakelijk vooraf vast te leggen op welke wijze de gemeente bepaalt voor welke projecten zij aanvragen indient en in welke volgorde. De beleidsregels bevatten daarom objectieve en toetsbare criteria voor de rangschikking van projecten in de eerste aanvraagronde en waarborgen dat gemeentelijke projecten en projecten van derden op gelijke wijze worden beoordeeld.
De gemeente bepaalt met deze beleidsregels uitsluitend de gemeentelijke volgorde waarin projecten voor indiening bij de netbeheerder in aanmerking komen. De beleidsregels bepalen niet of transportcapaciteit daadwerkelijk beschikbaar is of aan een project wordt toegekend. De beoordeling en toewijzing van transportcapaciteit blijven de verantwoordelijkheid van de netbeheerder.
Voor de eerste aanvraagronde in oktober 2026 is het doel de daarvoor in aanmerking komende woningbouw- en onderwijsprojecten binnen Albrandswaard zo volledig mogelijk in beeld te brengen en, na een zorgvuldige beoordeling en rangschikking, zo vroeg mogelijk binnen de daarvoor geldende procedure bij de netbeheerder in te dienen. Na deze eerste ronde kunnen nieuwe verzoeken doorlopend worden ingediend en worden volledige verzoeken behandeld overeenkomstig de structurele werkwijze van deze beleidsregels.
Verhouding tot andere regelgeving
artikel 3:14 van het Burgerlijk Wetboek: een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, mag niet worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiekrecht. Hieruit volgt dat de gemeente ook bij privaatrechtelijk handelen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht moet nemen.
De beleidsregels vullen het landelijke prioriteringskader aan voor de wijze waarop de gemeente Albrandswaard haar bevoegdheid gebruikt om voor woningbouw- en onderwijsprojecten prioriteringsverzoeken en transportverzoeken bij de netbeheerder in te dienen.
De beleidsregels hebben betrekking op de prioriteitsfuncties woonbehoefte en onderwijs zoals bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. Voor woonbehoefte gaat het onder meer om woonbehoefte algemeen en collectieve woonvormen. Andere functies uit het landelijke prioriteringskader vallen buiten het toepassingsbereik van deze beleidsregels.
De beleidsregels bepalen uitsluitend op welke wijze de gemeente Albrandswaard woningbouw- en onderwijsprojecten beoordeelt en, voor de eerste aanvraagronde, onderling rangschikt en in welke volgorde zij voor deze projecten aanvragen bij de netbeheerder indient. Zij bepalen niet welke projecten uiteindelijk ten opzichte van andere aanvragers bij de netbeheerder prioriteit krijgen. De beoordeling en toewijzing van transportcapaciteit vinden plaats door de netbeheerder binnen het geldende prioriteringskader.
De beleidsregels laten de overige bevoegdheden van de gemeente op grond van onder meer de Omgevingswet en andere toepasselijke wet- en regelgeving onverlet.
Bij het opstellen van deze beleidsregels is gebruikgemaakt van de VNG Model Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouwprojecten van juli 2026 en de daarbij behorende implementatiehandleiding.
Het VNG-model is tot stand gekomen met input van een klankbordgroep van gemeenten en in afstemming met onder meer het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het Ministerie van Economische Zaken, de Autoriteit Consument & Markt en Netbeheer Nederland. De gemeente Albrandswaard heeft het VNG-model daarom als uitgangspunt genomen voor deze beleidsregels.
Op enkele onderdelen zijn lokale keuzes gemaakt of is van het VNG-model afgeweken. Deze keuzes hangen met name samen met de toepassing van de beleidsregels op zowel woningbouw- als onderwijsprojecten, de eenmalige gecoördineerde start van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’ in oktober 2026 en de inrichting van de structurele werkwijze daarna.
De belangrijkste afwijkingen en lokale keuzes zijn:
Met deze keuzes wordt voor de eerste aanvraagronde voorzien in een transparante en zorgvuldige beoordeling en een mogelijkheid om eventuele onjuistheden vóór de definitieve vaststelling te corrigeren. Tegelijkertijd wordt voor de periode daarna een eenvoudige en uitvoerbare structurele werkwijze ingericht.
Voor het overige wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het VNG-model en de daarin opgenomen uitgangspunten voor een transparante, objectieve en niet-discriminatoire behandeling van projecten.
Bij de voorbereiding van deze beleidsregels is geen formele inspraakprocedure gevolgd.
Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Inspraakverordening Albrandswaard besluit het college ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Op grond van artikel 2, derde lid, onder e, van deze verordening kan van inspraak worden afgezien indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht.
Van een dergelijke situatie is hier sprake. De werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’ kent in oktober 2026 een eenmalige gecoördineerde indieningsperiode. Om woningbouw- en onderwijsprojecten binnen Albrandswaard zo vroeg mogelijk binnen deze procedure bij de netbeheerder te kunnen indienen, is het noodzakelijk de beleidsregels en de bijbehorende selectieprocedure op korte termijn vast te stellen. Het volgen van een reguliere inspraakprocedure zou ertoe leiden dat de gemeente niet of pas later gebruik kan maken van de eerste indieningsmogelijkheden.
Daarbij is van belang dat de beleidsregels zelf voorzien in een transparante en voor initiatiefnemers toegankelijke procedure. Initiatiefnemers en projectontwikkelaars kunnen hun woningbouw- en onderwijsprojecten bij de gemeente kenbaar maken en de benodigde projectgegevens aanleveren. Voor de eerste aanvraagronde worden de betrokken partijen bovendien geïnformeerd over de voorlopige positie van hun project en kunnen zij overeenkomstig artikel 13 bedenkingen indienen voordat de definitieve eerste volgordelijst wordt vastgesteld.
Deze mogelijkheid om projecten aan te melden en bedenkingen in te dienen vormt geen formele inspraakprocedure over de inhoud van de beleidsregels, maar draagt wel bij aan een zorgvuldige, transparante en controleerbare uitvoering daarvan.
Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven, worden hieronder toegelicht.
De begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de Energiewet en de Systeemcode Elektriciteit 2026. De in die regelingen gedefinieerde begrippen worden dan ook niet opnieuw gedefinieerd in deze beleidsregels.
Civielrechtelijke overeenkomst
De definitie van ‘civielrechtelijke overeenkomst’ volgt de bewijslastcriteria van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026.
Voor de toepassing van deze beleidsregels is de netbeheerder Stedin Netbeheer B.V., voor zover Stedin het distributiesysteem voor elektriciteit beheert in het betreffende congestiegebied binnen de gemeente Albrandswaard.
De definitie van ‘project’ volgt tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en omvat binnen deze beleidsregels de functies woonbehoefte en onderwijs.
Als een project meerdere fasen bevat, wordt iedere fase op grond van deze definitie als afzonderlijk project beschouwd. Dit sluit aan bij de systematiek van de Systeemcode Elektriciteit 2026, op basis waarvan voor iedere fase een afzonderlijke aanvraag kan worden ingediend.
De definitie van ‘volgordelijst’ sluit aan bij het prioriteringskader van artikel 7.21 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’. De volgordelijst bevat binnen deze beleidsregels woningbouw- en onderwijsprojecten waarvoor de gemeente prioriteringsverzoeken bij de netbeheerder indient.
Door het toepassingsbereik helder af te bakenen wordt voorkomen dat deze beleidsregels worden toegepast op situaties waarvoor zij niet zijn geschreven. De gemeente vervult bij de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’ een intermediaire rol tussen de netbeheerder en initiatiefnemers van projecten. Enerzijds treedt de gemeente op richting de netbeheerder bij het aanvragen van prioriteit en transportcapaciteit en anderzijds beoordeelt zij projecten waarvoor van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt.
Deze beleidsregels zijn van toepassing op woningbouw- en onderwijsprojecten die betrekking hebben op de functies woonbehoefte of onderwijs als bedoeld in tabel 3 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026. Het gaat daarbij zowel om projecten van projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers als om projecten die door de gemeente zelf worden geïnitieerd of gerealiseerd.
De beleidsregels hebben daarmee ook betrekking op de keuze om een project niet op de volgordelijst te plaatsen.
Wanneer een project de gemeentegrens overschrijdt, treedt de gemeente in overleg met de betrokken buurgemeente om af te stemmen welke gemeente het project op haar volgordelijst opneemt en het prioriteringsverzoek en transportverzoek bij de netbeheerder indient. Uitgangspunt is dat dit gebeurt door de gemeente waarbinnen het project hoofdzakelijk is gelegen.
Met deze beleidsregels geeft de gemeente Albrandswaard uitvoering aan haar bevoegdheid om in het kader van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’ prioriteringsverzoeken en transportverzoeken voor woningbouw- en onderwijsprojecten bij de netbeheerder in te dienen.
De gemeente handelt hierbij privaatrechtelijk, maar is ook bij privaatrechtelijk handelen gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dit volgt onder meer uit artikel 3:14 van het Burgerlijk Wetboek. In het bijzonder zijn het gelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel van belang.
De gemeente kan voor meerdere woningbouw- en onderwijsprojecten optreden als aanvrager van prioriteit en transportcapaciteit. Omdat de beschikbare transportcapaciteit schaars is en de volgorde van aanvragen van invloed kan zijn op de positie van projecten, is het noodzakelijk vooraf vast te leggen volgens welke procedure en criteria projecten worden beoordeeld en, voor de eerste aanvraagronde, onderling worden gerangschikt.
De beleidsregels waarborgen daarom dat zowel gemeentelijke projecten als projecten van projectontwikkelaars op een transparante, objectieve, toetsbare en niet-discriminatoire wijze worden behandeld. De rangschikking in de eerste aanvraagronde vindt plaats aan de hand van vooraf vastgestelde criteria en wordt per project gemotiveerd.
Daarnaast hebben de beleidsregels tot doel duidelijkheid te bieden over de rol van de gemeente. Opname van een project op de volgordelijst betekent dat de gemeente zich inspant om voor het betreffende project een prioriteringsverzoek en transportverzoek bij de netbeheerder in te dienen. De gemeente garandeert daarmee niet dat daadwerkelijk transportcapaciteit beschikbaar komt of wordt toegekend. De uiteindelijke beoordeling en toewijzing blijven de verantwoordelijkheid van de netbeheerder.
Door vooraf duidelijkheid te geven over de procedure, de rangschikkingscriteria en de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen wordt tevens beoogd de rechtszekerheid te vergroten en aansprakelijkheidsrisico’s voor de gemeente zoveel mogelijk te beperken.
Artikel 4. Gelijke behandeling projecten
De gemeente kan bij de toepassing van deze beleidsregels verschillende rollen vervullen. Zij kan enerzijds projecten van projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers beoordelen en anderzijds zelf initiatiefnemer of opdrachtgever zijn van een woningbouw- of onderwijsproject. Om te voorkomen dat gemeentelijke projecten hierdoor een bevoorrechte positie krijgen, worden alle projecten volgens dezelfde regels en aan de hand van dezelfde criteria beoordeeld.
Een gemeentelijk project krijgt daarom niet automatisch een hogere positie op de volgordelijst. Een hogere positie is uitsluitend gerechtvaardigd wanneer die volgt uit de rangschikkingscriteria van artikel 9. Ook voor gemeentelijke projecten moet een volledig projectdossier beschikbaar zijn en moet de toegekende positie op de volgordelijst transparant en toetsbaar worden gemotiveerd.
Bij de uitvoering wordt daarnaast zorg gedragen voor een passende functiescheiding. Medewerkers die rechtstreeks betrokken zijn bij de voorbereiding of realisatie van een gemeentelijk project worden zoveel mogelijk niet betrokken bij de beoordeling en rangschikking van datzelfde project. Hiermee wordt belangenverstrengeling of de schijn daarvan zoveel mogelijk voorkomen.
De beoordeling van gemeentelijke en andere projecten vindt daarmee op dezelfde wijze plaats. Dit draagt bij aan de naleving van het gelijkheidsbeginsel en aan een transparante, objectieve en niet-discriminatoire verdeling van posities op de eerste volgordelijst.
Artikel 5. Procedure verzoek opname volgordelijst
Artikel 5 regelt de openstelling van de procedure voor opname van projecten op de volgordelijst. Het vooraf bekendmaken van de aanvraagperiode voor de eerste volgordelijst is van belang om projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers gelijke kansen te bieden en om de verdelingsprocedure transparant en vooraf kenbaar te maken. Dit sluit aan bij de uitgangspunten van het VNG-model.
De aanvraagperiode voor de eerste volgordelijst vangt aan op de dag van publicatie van de beleidsregels. Voor deze eerste volgordelijst geldt een uiterste indieningsdatum van 2 oktober 2026 om 12.00 uur. Deze korte termijn houdt verband met de eenmalige gecoördineerde start van de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’ in oktober 2026. De gemeente wil de daarvoor in aanmerking komende woningbouw- en onderwijsprojecten zo vroeg mogelijk kunnen beoordelen, rangschikken en vervolgens bij de netbeheerder indienen.
Voorafgaand aan en gedurende de eerste aanvraagperiode brengt de gemeente projecten zoveel mogelijk in beeld en kunnen initiatiefnemers en projectontwikkelaars projectinformatie aanleveren. Hiermee wordt beoogd zowel reeds bij de gemeente bekende projecten als projecten die nog niet of onvoldoende bij de gemeente in beeld zijn tijdig te inventariseren. Deze inventarisatie geldt niet als formele plaatsing op de volgordelijst. Voor opname op de eerste volgordelijst moet overeenkomstig artikel 6 tijdig een verzoek met een volledig projectdossier worden ingediend.
Na het in artikel 5, tweede lid, genoemde tijdstip kunnen nieuwe verzoeken doorlopend worden ingediend. Deze verzoeken worden beoordeeld overeenkomstig de beleidsregels en behandeld volgens de structurele werkwijze van artikel 15.
Plaatsing van een project op de volgordelijst houdt uitsluitend een inspanningsverplichting voor de gemeente in. De gemeente spant zich in om voor het betreffende project overeenkomstig deze beleidsregels een prioriteringsverzoek en transportverzoek bij de netbeheerder in te dienen. Plaatsing op de volgordelijst geeft geen aanspraak op daadwerkelijke beschikbaarheid of toewijzing van transportcapaciteit. De uiteindelijke beoordeling en toewijzing daarvan behoren tot de verantwoordelijkheid van de netbeheerder.
Artikel 6. Opname op de volgordelijst op verzoek projectontwikkelaar
Een projectontwikkelaar die een project op de volgordelijst wil laten plaatsen, maakt gebruik van het door de gemeente beschikbaar gestelde aanvraagformulier en dient een volledig projectdossier in. Met een uniform aanvraagformulier wordt gewaarborgd dat voor alle projecten dezelfde informatie wordt uitgevraagd en dat woningbouw- en onderwijsprojecten op een gelijke en toetsbare wijze kunnen worden beoordeeld.
Het projectdossier bevat de gegevens en bewijsstukken die nodig zijn voor de beoordeling van het project door de gemeente en voor het latere prioriteringsverzoek en transportverzoek bij de netbeheerder. Het gaat daarbij om de gegevens en bewijsstukken die op grond van de Systeemcode Elektriciteit 2026 en deze beleidsregels voor het betreffende project nodig zijn.
De gemeente bevestigt de ontvangst van een verzoek binnen twee werkdagen. Indien het verzoek betrekking heeft op de eerste volgordelijst, wordt daarbij tevens gewezen op de in artikel 13 opgenomen rechtsbeschermingsprocedure.
Een onvolledig verzoek wordt niet in behandeling genomen. De gemeente stelt de projectontwikkelaar hiervan schriftelijk in kennis en geeft aan welke gegevens of bewijsstukken ontbreken en of, en binnen welke termijn, het dossier kan worden aangevuld. Hiermee wordt gewaarborgd dat alleen volledige dossiers inhoudelijk worden beoordeeld.
De projectontwikkelaar is verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid van de aangeleverde gegevens. De opname op de volgordelijst is gekoppeld aan het specifieke project en de specifieke projectlocatie. Een eenmaal verkregen positie kan daarom niet worden overgedragen naar een ander project of een andere locatie. Voor een ander project of een andere projectlocatie moet een nieuw verzoek worden ingediend.
Artikel 7. Opname op de volgordelijst van eigen projecten
Ook projecten die door de gemeente zelf worden geïnitieerd of gerealiseerd kunnen op de volgordelijst worden geplaatst. Voor deze projecten draagt de gemeente zelf zorg voor een volledig projectdossier.
Voor gemeentelijke projecten gelden dezelfde inhoudelijke eisen als voor projecten van projectontwikkelaars en andere initiatiefnemers. Het projectdossier moet daarom voldoende informatie en bewijsstukken bevatten om het project overeenkomstig deze beleidsregels te kunnen beoordelen en, voor de eerste aanvraagronde, zo nodig overeenkomstig artikel 9 te kunnen rangschikken.
Een gemeentelijk project krijgt geen voorkeurspositie vanwege het feit dat de gemeente zelf initiatiefnemer of opdrachtgever is. Zoals in artikel 4 is bepaald, worden gemeentelijke en andere projecten aan dezelfde regels en criteria getoetst en wordt de positie op de volgordelijst op dezelfde wijze gemotiveerd.
De positie op de volgordelijst is gekoppeld aan het specifieke project en de specifieke projectlocatie. Een verkregen positie kan daarom niet worden overgedragen naar een ander project of een andere locatie. Voor een ander project of een andere projectlocatie is een afzonderlijke beoordeling noodzakelijk.
De bestuursverklaring vormt een belangrijk onderdeel van het projectdossier en is een centraal bewijsstuk voor het prioriteringsverzoek. Met de bestuursverklaring onderbouwt de gemeente richting de netbeheerder dat het project voldoet aan de voorwaarden die gelden voor prioritering binnen de functies woonbehoefte of onderwijs.
De verklaring moet projectspecifiek en inhoudelijk worden gemotiveerd. Het is niet voldoende om uitsluitend te verwijzen naar bijvoorbeeld gemeentelijk beleid, een programma of het feit dat een project bestuurlijk gewenst is. Uit de bestuursverklaring moet concreet blijken waarom de gevraagde transportcapaciteit noodzakelijk is voor het betreffende project, waarom het project zonder deze capaciteit niet kan starten en waarom aannemelijk is dat het project op korte termijn na toekenning van de capaciteit daadwerkelijk zal starten.
De onderbouwing wordt gebaseerd op de gegevens en bewijsstukken uit het projectdossier. Daarbij kunnen, afhankelijk van het type project, onder meer worden betrokken:
De bestuursverklaring bevat daarnaast een verklaring dat de op grond van tabel 4 van bijlage 3 van de Systeemcode Elektriciteit 2026 vereiste bewijsstukken compleet zijn en dat de verklaring naar waarheid is ingevuld. Ook wordt ingestemd met het gevolg dat met prioriteit toegekende transportcapaciteit kan worden afgenomen indien de bestuursverklaring niet naar waarheid is ingevuld of sprake is van vervalsing van bewijsstukken.
De onderdelen over kleinschalige onlosmakelijk verbonden activiteiten en collectieve voorzieningen zijn uitsluitend van toepassing op woningbouwprojecten waarvoor daarvan daadwerkelijk sprake is. In dat geval moet afzonderlijk worden gemotiveerd waarom deze activiteiten of voorzieningen noodzakelijk zijn voor de realisatie van de woonfunctie.
De gemeente beoordeelt vóór afgifte van de bestuursverklaring of de onderliggende gegevens en bewijsstukken voldoende concreet, volledig en plausibel zijn. De bestuursverklaring is daarmee geen administratieve formaliteit, maar een inhoudelijke verklaring waarvoor de gemeente richting de netbeheerder verantwoordelijkheid draagt.
Artikel 9. Rangordebepaling volgordelijst
De rangordebepaling vormt de kern van de eerste aanvraagronde. Aan de hand van vooraf vastgestelde, objectieve en toetsbare criteria wordt bepaald in welke volgorde woningbouw- en onderwijsprojecten op de eerste volgordelijst worden geplaatst. De criteria worden voor alle projecten op dezelfde wijze toegepast.
De rangschikking vindt stapsgewijs plaats. Een volgende stap wordt alleen gebruikt wanneer de voorgaande stap geen onderscheid tussen twee of meer projecten oplevert. De criteria worden dus niet als afzonderlijke punten of scores bij elkaar opgeteld.
Als eerste wordt gekeken naar de maand waarin de bouw naar verwachting start. Een project met een eerder geplande startbouwmaand wordt hoger gerangschikt dan een project met een latere startbouwmaand.
De opgegeven startbouwmaand moet voldoende concreet en aannemelijk zijn onderbouwd. Het gaat niet uitsluitend om een gewenste of indicatieve planning. De gemeente beoordeelt aan de hand van het projectdossier of de genoemde startbouwmaand voldoende plausibel is.
Bij de onderbouwing kunnen bijvoorbeeld een projectplanning, civielrechtelijke overeenkomst, subsidievoorwaarden, vergunningen of andere concrete projectdocumenten worden betrokken. Een omgevingsplan of BOPA zonder nadere onderbouwing van de planning is op zichzelf niet steeds voldoende om een specifieke startbouwmaand aannemelijk te maken.
Wanneer twee of meer projecten dezelfde startbouwmaand hebben, wordt vervolgens gekeken naar de projectrijpheid.
De projectrijpheid wordt bepaald aan de hand van de in artikel 9 opgenomen rangorde van bewijsstukken. De rangschikking weerspiegelt de mate waarin de realisatie van het project op dat moment concreet en juridisch is geborgd. Hoe meer zekerheid uit de beschikbare planologische en civielrechtelijke documenten volgt, hoe hoger de rangorde.
Een project wordt geplaatst in de hoogste rangorde waarvoor het project de vereiste bewijsstukken kan overleggen. Wanneer een project aan meerdere categorieën voldoet, wordt de hoogste toepasselijke categorie gebruikt. De gemeente legt per project vast op basis van welke bewijsstukken de betreffende rangorde is toegekend.
Onder rangorde 6 vallen andere bewijsstukken waaruit voldoende concreet blijkt dat het project voor prioritering in aanmerking komt. Voor woningbouw kunnen daarbij bijvoorbeeld rijkssubsidieafspraken, prestatieafspraken met een woningcorporatie of een college- of raadsbesluit relevant zijn. Voor onderwijsprojecten kunnen onder meer bestuurlijke besluiten en andere projectstukken waaruit de concreetheid en voortgang van het project blijken worden betrokken.
Een civielrechtelijke overeenkomst die vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels is gesloten geeft niet automatisch recht op een hogere positie. Zij wordt op dezelfde wijze beoordeeld als andere civielrechtelijke overeenkomsten en vormt één van de bewijsstukken voor de bepaling van de projectrijpheid.
Wanneer na toepassing van stap 1 en stap 2 nog steeds twee of meer projecten dezelfde positie hebben, wordt gekeken naar de verwachte opleverdatum.
Een project met een eerdere verwachte opleverdatum wordt hoger gerangschikt dan een project met een latere verwachte opleverdatum. De opleverdatum moet, net als de startbouwdatum, voldoende concreet en aannemelijk uit het projectdossier blijken.
De opleverdatum is uitsluitend een derde rangschikkingscriterium. Een project met een eerdere opleverdatum kan daarmee niet een project passeren dat op grond van stap 1 of stap 2 al hoger is gerangschikt.
Artikel 10. Loting bij gelijke rangordebepaling volgordelijst
Wanneer twee of meer projecten na toepassing van alle rangschikkingscriteria van artikel 9 dezelfde positie innemen, wordt de onderlinge volgorde door middel van loting bepaald.
Loting wordt alleen toegepast wanneer de criteria start bouw, projectrijpheid en datum van oplevering geen onderscheid meer opleveren. De loting fungeert daarmee uitsluitend als objectieve tiebreaker tussen projecten die op grond van de inhoudelijke criteria gelijk zijn gerangschikt.
De loting wordt vooraf aangekondigd en vindt op transparante wijze plaats. De betrokken projectontwikkelaars worden tijdig geïnformeerd over de datum en locatie van de loting en worden in de gelegenheid gesteld daarbij aanwezig te zijn. Hun aanwezigheid is niet verplicht.
De loting kan fysiek of digitaal worden uitgevoerd. Indien gebruik wordt gemaakt van een digitale loting, wordt de wijze waarop de loting plaatsvindt vooraf vastgelegd en vindt deze plaats in aanwezigheid van een onafhankelijke getuige. Deze onafhankelijke getuige hoeft geen notaris te zijn.
De gemeente legt de uitkomst van de loting schriftelijk vast, bijvoorbeeld in een proces-verbaal. De uitkomst wordt betrokken bij de vaststelling van de eerste volgordelijst en aan de betrokken projectontwikkelaars meegedeeld.
Artikel 11. Transparantie en motivering
De gemeente motiveert de vastgestelde eerste volgordelijst op transparante en controleerbare wijze. Uit de motivering moet blijken hoe de rangschikkingscriteria van artikel 9 zijn toegepast en, indien van toepassing, hoe de loting op grond van artikel 10 de onderlinge volgorde heeft bepaald.
De motivering wordt gebaseerd op de gegevens en bewijsstukken die voor de beoordeling van de projecten beschikbaar zijn. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt op welke gronden een project een bepaalde positie op de eerste volgordelijst heeft gekregen.
Een projectontwikkelaar kan de gemeente verzoeken om een schriftelijke toelichting op de positie van zijn project. De gemeente verstrekt daarbij informatie over de toepassing van de rangschikkingscriteria op het betreffende project, met inachtneming van de belangen en vertrouwelijke gegevens van andere projectontwikkelaars.
De motivering draagt bij aan een transparante, objectieve en toetsbare toepassing van de beleidsregels en stelt projectontwikkelaars tevens in staat om te beoordelen of er aanleiding bestaat om overeenkomstig artikel 13 bedenkingen in te dienen tegen de voorlopige positie van hun project.
Artikel 12. Bekendmaking volgordelijst
Voor de eerste aanvraagronde stelt de gemeente na afloop van de indieningstermijn een voorlopige volgordelijst op. Op deze lijst worden de daarvoor in aanmerking komende woningbouw- en onderwijsprojecten gerangschikt overeenkomstig artikel 9 en, indien nodig, artikel 10.
De voorlopige volgordelijst wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke website. De betrokken projectontwikkelaars worden daarnaast individueel geïnformeerd over de voorlopige positie van hun project of over het niet opnemen van hun project op de voorlopige volgordelijst.
De voorlopige volgordelijst biedt projectontwikkelaars de mogelijkheid om binnen de in artikel 13 opgenomen termijn bedenkingen in te dienen. Hiermee kunnen eventuele onjuistheden in de beoordeling of rangschikking worden beoordeeld voordat de eerste volgordelijst definitief wordt vastgesteld.
Na beoordeling van de tijdig ingediende bedenkingen stelt de gemeente de definitieve eerste volgordelijst vast. De definitieve lijst wordt bekendgemaakt via de gemeentelijke website en het gemeenteblad.
Per project worden ten minste de projectnaam, projectlocatie, het type project, de omvang van het project en de definitieve positie op de eerste volgordelijst bekendgemaakt. Daarmee is voor betrokken partijen inzichtelijk welke projecten in welke volgorde voor indiening bij de netbeheerder in aanmerking komen.
Artikel 13. Bedenkingen en rechtsbescherming
De in dit artikel opgenomen bedenkingenprocedure is bedoeld om projectontwikkelaars vóór de definitieve vaststelling van de eerste volgordelijst de mogelijkheid te geven de voorlopige beoordeling van hun project te laten controleren. Daarmee kunnen eventuele feitelijke onjuistheden of fouten in de toepassing van de rangschikkingscriteria worden hersteld voordat de gemeente de prioriteringsverzoeken en transportverzoeken bij de netbeheerder indient.
De bedenkingenprocedure is geen bezwaarprocedure in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Het aanvragen van transportcapaciteit betreft een privaatrechtelijke rechtshandeling van de gemeente. De vaststelling van de positie van een project op de volgordelijst vormt een handeling ter voorbereiding daarvan. Het VNG-model gaat er eveneens vanuit dat bestuursrechtelijk bezwaar en beroep niet openstaan.
Albrandswaard kiest, in afwijking van de in het VNG-model opgenomen alternatieve bezwaarprocedure, voor een verkorte bedenkingenprocedure tegen de voorlopige volgordelijst. Deze keuze hangt samen met de eenmalige gecoördineerde indieningsperiode in oktober 2026 en het belang om daarvoor in aanmerking komende woningbouw- en onderwijsprojecten zo vroeg mogelijk bij de netbeheerder te kunnen indienen.
Een projectontwikkelaar kan binnen drie kalenderdagen na bekendmaking van de voorlopige volgordelijst schriftelijk en gemotiveerd bedenkingen indienen tegen de voorlopige positie van zijn project of tegen de afwijzing van zijn verzoek tot plaatsing op de volgordelijst. De bedenkingen moeten voldoende concreet aangeven waarom volgens de projectontwikkelaar de beleidsregels onjuist zijn toegepast.
De bedenkingenprocedure is bedoeld om de beoordeling van het reeds tijdig ingediende projectdossier te controleren. Zij biedt geen mogelijkheid om na afloop van de indieningstermijn alsnog nieuwe inhoudelijke gegevens of bewijsstukken aan het projectdossier toe te voegen. Hiermee wordt voorkomen dat een projectontwikkelaar na kennisneming van de voorlopige rangorde zijn aanvraag alsnog kan versterken ten opzichte van andere projectontwikkelaars die hun volledige dossier wel binnen de daarvoor geldende termijn hebben ingediend.
De gemeente beoordeelt de tijdig ontvangen bedenkingen vóór de definitieve vaststelling van de eerste volgordelijst. Indien de bedenkingen daartoe aanleiding geven, wordt de voorlopige rangschikking aangepast. De projectontwikkelaar wordt schriftelijk geïnformeerd over de uitkomst.
De bedenkingenprocedure laat de mogelijkheid onverlet om een geschil voor te leggen aan de bevoegde burgerlijke rechter.
Artikel 14. Wijziging en intrekking van de volgordepositie
De positie van een project op de volgordelijst wordt vastgesteld op basis van de informatie en bewijsstukken die voor dat project zijn aangeleverd. Wanneer vóór indiening bij de netbeheerder blijkt dat de feiten of omstandigheden waarop die beoordeling is gebaseerd zijn gewijzigd, kan een herbeoordeling noodzakelijk zijn.
Een wijziging of intrekking van de volgordepositie kan bijvoorbeeld aan de orde zijn wanneer blijkt dat de projectontwikkelaar onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, het project aantoonbaar niet meer voor realisatie in aanmerking komt, het project zodanig is gewijzigd dat de eerdere beoordeling niet meer passend is of het project onuitvoerbaar is geworden.
Wanneer een project wordt gewijzigd en dit gevolgen kan hebben voor de eerder toegekende positie, wordt beoordeeld of herbeoordeling nodig is. Voor projecten op de eerste volgordelijst kan dit betekenen dat opnieuw wordt bezien welke positie het project op grond van artikel 9 inneemt. Een herbeoordeling kan zowel tot een hogere als een lagere positie leiden.
De projectontwikkelaar wordt onverwijld schriftelijk geïnformeerd wanneer de positie van zijn project wordt gewijzigd of ingetrokken. Daarbij wordt gemotiveerd waarom de wijziging of intrekking plaatsvindt. Wijziging of intrekking op grond van dit artikel is uitsluitend mogelijk zolang het betreffende project nog niet door de gemeente bij de netbeheerder is ingediend. Na indiening ligt de verdere behandeling van het prioriteringsverzoek en transportverzoek bij de netbeheerder.
Artikel 15. Indienen verzoeken bij de netbeheerder
Dit artikel regelt de indiening van prioriteringsverzoeken en transportverzoeken bij de netbeheerder. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de eerste aanvraagronde en de structurele werkwijze daarna.
Na vaststelling van de definitieve eerste volgordelijst dient de gemeente de prioriteringsverzoeken en transportverzoeken voor de daarop opgenomen projecten bij de netbeheerder in overeenkomstig de vastgestelde volgorde en op het eerst daarvoor toepasselijke indieningsmoment.
Voor verzoeken die na het in artikel 5, tweede lid, genoemde tijdstip volledig bij de gemeente worden ingediend, wordt geen nieuwe onderlinge rangschikking overeenkomstig de artikelen 9 tot en met 13 uitgevoerd. Deze verzoeken worden behandeld op volgorde van volledige ontvangst bij de gemeente. Zodra structurele indiening bij de netbeheerder mogelijk is, worden deze verzoeken zo spoedig mogelijk ingediend. Hiermee wordt voor de periode na de eerste aanvraagronde een eenvoudige, transparante en uitvoerbare werkwijze gehanteerd.
De gemeente dient uitsluitend verzoeken in waarvoor financiële dekking beschikbaar is voor de door de netbeheerder verlangde aanbetaling. Deze dekking kan worden geborgd door financiële afspraken met de projectontwikkelaar, waarbij de projectontwikkelaar zich verbindt aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen en voldoende zekerheid stelt, of door dekking vanuit de gemeentelijke begroting.
Indien voor de toepassing van de werkwijze afstemming nodig is met andere gemeenten binnen hetzelfde congestiegebied, treedt de gemeente hierover met die gemeenten in overleg.
De indiening van een prioriteringsverzoek en transportverzoek door de gemeente betekent niet dat transportcapaciteit daadwerkelijk wordt toegekend. De verdere beoordeling van het verzoek en de uiteindelijke toewijzing van transportcapaciteit vinden plaats door de netbeheerder.
Deze beleidsregels treden in werking op de dag van publicatie in het gemeenteblad. Hiervoor is gekozen vanwege de korte termijn waarbinnen de eerste aanvraagronde voor de werkwijze ‘Eerder aanvragen in het planproces’ moet worden uitgevoerd.
Door de beleidsregels op de dag van publicatie in werking te laten treden, kan de aanvraagperiode voor de eerste volgordelijst direct aanvangen en kunnen woningbouw- en onderwijsprojecten zo spoedig mogelijk volgens deze beleidsregels worden beoordeeld.
Dit artikel bepaalt onder welke titel de beleidsregels worden aangehaald.
De beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels aanvraag prioriteit transportcapaciteit woningbouw- en onderwijsprojecten gemeente Albrandswaard 2026.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://www.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-454099.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.