Blad gemeenschappelijke regeling van Havenschap Groningen Seaports
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Havenschap Groningen Seaports | Blad gemeenschappelijke regeling 2026, 995 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Havenschap Groningen Seaports | Blad gemeenschappelijke regeling 2026, 995 | beleidsregel |
Toelatingsbeleid Eemshaven 2022
Het toelatingsbeleid Eemshaven is van kracht op:
Het toelatingsbeleid Eemshaven sluit aan bij het toelatingsbeleid ‘Vaarweg Noordzee-Eemshaven’, deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden maar worden door twee verschillende autoriteiten uitgeven. Voor de vaarweg Noordzee-Eemshaven is dit de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Noord-Nederland. Voor de Eemshaven is dit de havenmeester van de Gemeenschappelijke Regeling Havenschap Groningen Seaports. Dit toelatingsbeleid zal worden aangehaald als: Toelatingsbeleid Eemshaven 2022.
Wanneer in het toelatingsbeleid gesproken wordt over lengte en breedte, wordt altijd de lengte over alles (LOA) en breedte over alles (BOA) bedoeld.
1.3 MAXIMAAL TOEGESTANE AFMETINGEN
De maximaal toegestane breedte op de Vaarweg Noordzee-Eemshaven is 32,30 meter voor alle schepen met een diepgang groter dan 11 meter.
Voor LNG tankers wordt, op basis van de uitkomsten van vaarsimulaties, veiligheidsstudies en overleg met het bevoegde gezag, een maximale breedte van 50,00 meter toegestaan voor schepen met een maximale diepgang van 12,00 meter en een maximale lengte van 300 meter.
1.4 PASSAGEREGELING MARGINALE SCHEPEN
De havenmeester staat het gelijktijdig aankomen en vertrekken van marginale schepen niet toe. Dergelijke schepen kunnen en mogen elkaar niet ontmoeten in het Doekegatkanaal en in de aanloop naar de Eemshaven. Vertrek en/of aankomst van marginale schepen dient zodanig te worden gepland, dat het fysiek ontmoeten van andere schepen bij het in- of uitvaren van de haven vermeden wordt.
Ontheffing kan hiervoor gegeven worden onder de navolgende voorwaarden:
Er dienen voor betrokken schepen voldoende sleepboten, met voldoende trekkracht beschikbaar te zijn. Als voor één van de betrokken schepen de sleepboten (nog) niet aanwezig zijn of vastgemaakt zijn, dan is het niet toegestaan om met twee marginale schepen op hetzelfde tij binnen te komen, danwel te vertrekken.
Voorafgaande aan de binnenkomst of het vertrek van meerdere tijgebonden schepen op één getijde, zal er overleg en afstemming plaats vinden tussen de havenmeester (of zijn plaatsvervanger), de Rijkshavenmeester (of zijn plaatsvervanger) en het Loodswezen. De afspraken die gemaakt worden in dit overleg zijn bindend en moeten worden gezien als een aanwijzing van de havenmeester.
Over bijzondere schepen, bijzondere transporten, of situaties met schepen waarin deze of andere regelingen niet in is voorzien, zal van geval tot geval een besluit worden genomen na overleg en afstemming tussen havenmeester (of zijn plaatsvervanger), de Rijkshavenmeester (of zijn plaatsvervanger) en de loodsen. Eventuele afspraken die gemaakt worden in dit overleg zijn bindend en moeten worden gezien als een aanwijzing van de havenmeester.
1.5 SCHEEPSAFHANKELIJKE VOORWAARDEN
De volgende voorwaarden worden gesteld aan het gebruik van een tijpoort:
Bij onvoorziene hydrologische of meteorologische omstandigheden is in nauw overleg tussen de bevoegde autoriteiten en loodsen een afwijking van het voorgeschreven tijpoort mogelijk.
1.5.1 OVERWEGING GEDEELTELIJKE TIJPOORT
De bevoegde autoriteit kan binnen een tijpoort een “gedeeltelijke tijpoort” aangeven indien het scheepvaartaanbod hiertoe aanleiding geeft. Een gedeeltelijke tijpoort zal alleen in hoogst uitzonderlijke gevallen worden toegepast en wordt in onderling overleg met alle betrokken partijen, waaronder de verkeersdeelnemers, door de bevoegde autoriteit vastgesteld.
LNG tankers met een lengte over alles van meer dan 200 meter, bestemd voor of komend van de EET en overige schepen met een diepgang groter dan 11 meter bestemd voor of komend van de Eemshaven dienen door twee loodsen beloodst te worden. De loodsen van deze schepen moeten beschikking hebben over een werkende NMS (Navigator Marginale Schepen).
Marginale schepen moeten gebruik maken van sleepboten. Het gebruik van sleepbootassistentie wordt aan de hand van de sleepbootmatrix voorgeschreven, zie bijlage A (sleepbootmatrix). De bevoegde autoriteit kan, in nauw overleg met loodsen, afwijken van deze matrix indien de uitrusting van de schepen of andere omstandigheden hiertoe aanleiding geven.
1.6 HYDROLOGISCHE EN METEOROLOGISCHE VOORWAARDEN
Wind- en stroomsnelheden hebben betrekking op de maatgevende schepen. De genoemde wind- en stroomlimieten mogen niet worden overschreden. De maximaal toegestane diepgang kan binnen marges variëren. Bijvoorbeeld door een veranderde baggertoestand of een aanhoudende wind uit, hetzij een gunstige (noordwestelijke), hetzij ongunstige (oostelijke) richting. Zowel het maatgevend schip, de beperkende metrologische en hydrologische omstandigheden als de benodigde sleepbootcapaciteit zijn vastgesteld op basis van simulaties en veilheidsstudies.
Voor marginale schepen is een zichtbeperking van kracht, het zicht dient niet minder te zijn dan 1000 meter. Het zicht wordt vastgesteld aan de hand van de aflezing van de zichtmeter van Groningen Seaports in de Eemshaven.
Voor tijgebonden schepen kan een beperking gelden om alleen op of rond stil van hoogwater of stil van laagwater de Eemshaven in en uit te varen. De maximale dwarsstroom voor de Eemshaven is opgenomen in bijlage B (stroommatrix). Om te bepalen of een schip aan de dwarsstroom limiet voldoet, wordt uitgegaan van de definitieve tijpoort zoals die met protide berekend wordt.
Voor de toelating van schepen tot de Eemshaven of de vaarweg Noordzee-Eemshaven is een windkrachtbeperking van kracht. Windsnelheid betreft de 10 minuut gemiddelde windsnelheid (zonder vlagen) welke wordt afgelezen van de Rijkswaterstaat meetpaal Eemshaven. De maximale windsnelheden staan genoemd in bijlage C (windmatrix).
In de Eemshaven is op de vaarweg een minimale UKC vereist van 10% van de grootste diepgang. Op de ligplaats zal ten allen tijde een minimale UKC van 0,30m gehandhaafd worden. Schepen met een gevaarlijke lading dienen ten alle tijde een minimale UKC van 0,50m te handhaven.
Agentschappen kunnen via tijpoort@groningen-seaports.com een maximale diepgangsberekening opvragen. Hierin wordt tot maximaal 48 uur vooruit een berekening gemaakt aan de hand van de waterdiepte op het traject in de haven of ligplaats en de verwachte waterstand. Resultaat is een maximale diepgang waarmee men veilig kan aankomen of vertrekken en op de ligplaats kan blijven liggen.
Deze aanwijzing treedt in werking op 19-02-2026.
De Gemeenschappelijke regeling Havenschap Groningen Seaports
Namens het dagelijks bestuur,
J.H. Meissner
Plaatsvervangend Havenmeester
De volgende limieten zijn van kracht voor de maximale windsnelheid.
Windsnelheid betreft het 10 minuut gemiddelde (windsnelheid zonder vlagen) gemeten op de meetpaal Eemshaven. Deze kan op de Rijkswaterstaat waterinfo website afgelezen worden.
|
Windlimiet [m/s]5 |
|
Voor LNG schepen met een LOA van minder dan of gelijk aan 200m, die zijn uitgerust met functionele boegschroeven en azipods wordt het aantal benodigde sleepboten door de loods, in overleg met de kapitein, bepaald. Een minimum vereiste is 1 sleepboot van 56 ton ASD tot en met 13,8 m/s (6 Bft) en minimaal 2 sleepboten (2 x 56 ton ASD) voor windsnelheden tot en met 17,1 m/s (7 Bft).
Voor olie- en producttankers met een lengte kleiner dan 160,00 m en een diepgang van 8 meter of minder zal geen tijpoort berekend worden. In verband met dwarsstroom voor de haven in relatie tot de risicovolle lading is er voor olie- en productentankers en LNG tankers een strenger tijpoort regime dan voor de overige scheepvaart.
Voor olie- en producttankers met een lengte kleiner dan 160,00 m en een diepgang van 8 meter of minder zal geen tijpoort berekend worden. In verband met dwarsstroom voor de haven in relatie tot de risicovolle lading is er voor olie- en productentankers en LNG tankers een strenger tijpoort regime dan voor de overige scheepvaart.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://www.officielebekendmakingen.nl/bgr-2026-995.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.