Toelatingsbeleid Delfzijl 2026

Het dagelijks bestuur van het Havenschap Groningen Seaports;

 

Gelet op:

 

  • artikel 3.5 van de Havenverordening Groningen Seaports 2022, waarin is vastgelegd dat het verboden is om met een schip de haven te bevaren als de kielspeling niet ten minste tien procent van de diepgang bedraagt;

  • artikel 9.1 lid n van de Havenverordening Groningen Seaports 2022, op basis waarvan het dagelijks bestuur nadere regels kan stellen aan de toegang tot vaarwegen in het havengebied;

  • artikel 9.1 lid t van de Havenverordening Groningen Seaports 2022, op basis waarvan het dagelijks bestuur nadere regels kan stellen aan het toegangsbeleid bovenmaatse schepen.

Overwegende dat:

 

  • een gedegen toelatingsbeleid essentieel is voor de veiligheid en toegankelijkheid van de havens van Delfzijl en Eemshaven;

  • het toelatingsbeleid derden duidelijkheid verschaft over de mogelijkheid om bepaalde schepen te kunnen ontvangen;

  • het toelatingsbeleid Eemshaven aansluit bij het ‘Toelatingsbeleid Vaarweg Noordzee-Eemshaven’, zoals vastgesteld door Rijkwaterstaat Noord-Nederland;

  • er voorwaarden gelden voor doorvaart langs de Havenbrug, die toegang biedt tot de Damsterhaven en er voorwaarden gelden voor doorvaart langs de Weiwerderbrug, die toegang biedt tot de Oosterhornhaven.

Besluit vast te stellen:

 

het Toelatingsbeleid Delfzijl 2026 en het Toelatingsbeleid Eemshaven 2022.

 

1. TOELATINGSBELEID DELFZIJL

1.2 INLEIDING

Het toelatingsbeleid Delfzijl is vastgesteld door de havenmeester van de Gemeenschappelijke Regeling Havenschap Groningen Seaports. Dit toelatingsbeleid zal worden aangehaald als: Toelatingsbeleid Delfzijl 2026.

Wanneer in het toelatingsbeleid gesproken wordt over lengte en breedte, wordt altijd de lengte over alles (LOA) en breedte over alles (BOA) bedoeld.

 

1.3 MAXIMAAL TOEGESTANE AFMETINGEN

De maximaal toegestane lengte voor schepen die Delfzijl willen aanlopen is 235m. Dit is het gevolg van de beschikbare ruimte tussen de drijvende dokken en de Handelskade oost en de daaruit volgende zwaaicirkel. De maximale breedte is afhankelijk van de scheepslengte en zal daarom op individuele basis beoordeeld moeten worden.

 

Voor Delfzijl geldt een maximaal toegestane diepgang van 9,0m. Door ongunstige hydrologische en meteorologische omstandigheden kan het echter voorkomen dat daarmee niet voldaan kan worden aan de minimale UKC verplichting. In dat geval is de minimale UKC altijd leidend voor de maximale diepgang. De minimale UKC verplichting wordt beschreven in paragraaf 1.8.3.

 

1.4 OPLOOPVERBOD

Oplopen in het Zeehavenkanaal, tussen de havenmond nabij de pier van Oterdum en de Handelshaven is niet toegestaan (artikel 4.4 van de havenverordening).

 

1.5 KEERVERBOD

In het buitendijks gelegen havengebied van Delfzijl geldt een keerverbod (artikel 4.7 van de havenverordening). Hierop zijn enkele uitzonderingen voor schepen met een lengte tot 150m:

  • Ter hoogte van de ligplaats JPB Logistics, tussen de bakens 11 en 13. Schepen mogen hier alleen over stuurboord keren.

  • Tussen de ligplaats Doklocatie Oost, Niestern Sander en ligplaats Continental Tankstorage.

  • Tussen de ligplaats Aldel en de havenmonding, onder de volgende voorwaarden:

    • -

      Het voornemen om te keren dient tenminste één uur voor vertrek aan het NSC te worden gemeld.

    • -

      Schepen met een lengte tussen de 100m en 150m dienen geassisteerd te worden door een sleepboot van voldoende vermogen, tenzij uitgerust met een goed werkende boegschroef en de windkracht minder is dan 5Bft. Tijdens het keren van dergelijke schepen wordt het Zeehavenkanaal gestremd.

Schepen met een lengte van meer dan 150m mogen alleen keren in de Handelshaven.

 

1.6 HAVENBRUG

Voor passage van de Havenbrug, die toegang biedt tot de Damsterhaven, gelden aanvullende voorwaarden:

  • Binnenvaartschepen met een maximale breedte van 11,20m mogen de brug passeren indien er geen hoge deklading of kranen aan boord staan. In andere gevallen beslist de havenmeester of toestemming gegeven kan worden.

  • Zeeschepen met een breedte tot 10,50m mogen zonder ontheffing de Havenbrug passeren.

  • Zeeschepen met een breedte vanaf 10,50m tot 11,00m mogen de Havenbrug alleen passeren als er op voorhand een ontheffing is afgegeven door de havenmeester. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

    • -

      Passage van de brug is alleen toegestaan met een goed werkende boegschroef. Indien dit niet het geval is moet er gebruikt gemaakt worden van een daarvoor geschikte sleepboot.

    • -

      De passage van de brug mag niet plaatsvinden als het horizontale zicht 500m of minder bedraagt.

    • -

      De passage mag alleen plaatsvinden tijdens daglicht (een ½ uur voor zonsopkomst tot een ½ uur na zonsondergang).

    • -

      De passage van de brug mag alleen plaatsvinden als de windkracht 5 Bft of minder bedraagt.

    • -

      De brug mag alleen gepasseerd worden als er door het gemaal/spuisluis niet gepompt, gespuid of gestroomd wordt.

  • Zeeschepen met een breedte vanaf 11,00m tot 11,45m mogen de Havenbrug alleen passeren als er op voorhand een ontheffing is afgegeven door de havenmeester. Hiervoor gelden naast de hierboven genoemde voorwaarden, tevens de volgende voorwaarden:

    • -

      Tijdens de passage van de brug moet er gebruik gemaakt worden van een registerloods. Deze dient zich aan boord van het schip te bevinden.

    • -

      De passage van de brug mag alleen plaatsvinden wanneer de windkracht 4 Bft of minder bedraagt.

1.7 OOSTERHORNHAVEN

In de Oosterhornhaven geldt onder normale omstandigheden een maximale diepgang van 5,0m. Aanhoudende droogte kan leiden tot een verlaagde waterstand en daarmee kleinere maximale diepgang.

Om de Oosterhornhaven te bereiken dient men de Weiwerderbrug te passeren. Hiervoor geldt voor zeeschepen een maximale lengte van 90m en een maximale breedte van 13,0m. Zeeschepen breder dan 12,0m dienen een registerloods te nemen. Voor een veilige passage van de klap van de brug, mag het breedste gedeelte van het schip niet hoger zijn dan 8,0m boven de waterlijn.

 

Binnenvaartschepen met een lengte groter dan 111m dienen in het bezit te zijn van een '135m ontheffing' om de Oosterhornhaven te mogen bevaren. Deze dient tijdig aangevraagd te worden bij het NSC.

 

In de Oosterhornhaven geldt een verkeersregeling indien EDC of methanoltankers gemeerd liggen aan steiger Q. In principe dient de doorvaart als gestremd beschouwd te worden. Door het Nautisch Service Centrum kan eventueel ontheffing verleend worden voor doorvaart. Indien doorvaart wordt toegestaan, zal dit altijd in éénrichtingsverkeer plaatsvinden.

 

1.8 HYDROLOGISCHE EN METEOROLOGISCHE VOORWAARDEN

De maximaal toegestane diepgang kan binnen marges variëren. Bijvoorbeeld door een veranderde baggertoestand of een aanhoudende wind uit, hetzij een gunstige (noordwestelijke), hetzij ongunstige (oostelijke) richting.

1.8.1 ZICHT

Binnen de haven van Delfzijl geldt onder normale omstandigheden geen zichtlimiet voor de scheepvaart. Wel geldt bij het verlaten van de haven via de Eemsmonding een zichtlimiet van 1000m voor tankschepen, duwstellen en slepen die gasvormige of gevaarlijke stoffen in bulk vervoeren. Verwezen wordt naar artikel 21 van het Scheepvaartreglement Eemsmonding voor nadere details. Dit vaarverbod, de zogenaamde 'tankerstop', wordt gehandhaafd voor Verkehrszentrale Ems. Bij het afkondigen van een dergelijke tankerstop op de Eems mogen deze schepen binnen het beheersgebied van Groningen Seaports nog wel varen.

 

1.8.2 DWARSSTROOM

Voor Delfzijl geldt in principe geen dwarsstroombeperking. Wel kan het Loodswezen (RLCN) een tijvenster afgeven waarbinnen aankomst of vertrek dient plaats te vinden indien de omstandigheden daar aanleiding toe geven.

 

1.8.3 UNDER KEEL CLEARANCE

In zowel de buitenhaven van Delfzijl, als de Oosterhornhaven, is een minimale UKC vereist van 10% van de grootste diepgang. Op de ligplaats zal ten allen tijde een minimale UKC van 0,30m gehandhaafd worden. Schepen met een gevaarlijke lading dienen ten alle tijde een minimale UKC van 0,50m te handhaven.

Agentschappen kunnen via tijpoort@groningen-seaports.com een maximale diepgangsberekening opvragen. Hierin wordt tot maximaal 48 uur vooruit een berekening gemaakt aan de hand van de waterdiepte op het traject in de haven of ligplaats en de verwachte waterstand. Resultaat is een maximale diepgang waarmee men veilig kan aankomen of vertrekken en op de ligplaats kan blijven liggen.

 

1.9 EVALUATIE

Het toelatingsbeleid zal regelmatig geëvalueerd worden door Rijkswaterstaat, Loodswezen en Groningen Seaports, mede op basis van praktijkervaring en voortschrijdend inzicht. Indien nodig zal het toelatingsbeleid worden aangepast.

Deze aanwijzing treedt in werking op 19-02-2026.

De Gemeenschappelijke regeling Havenschap Groningen Seaports

Namens het dagelijks bestuur,

J.H. Meissner

Plaatsvervangend Havenmeester

Naar boven