Regeling plaatsvervanging directeur en controller Omgevingsdienst Midden-Holland 2026

 

De directeur van de Omgevingsdienst Midden-Holland,

 

Gelet op:

 

  • .

    artikel 26 van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden-Holland;

  • .

    artikel 3 van de Organisatieverordening Omgevingsdienst Midden-Holland;

  • .

    het Ondermandaatbesluit en bevoegdhedenlijst ODMH 2025;

  • .

    het Mandaat- en volmachtbesluit personeel en organisatie Omgevingsdienst Midden- Holland 2020

BESLUIT:

 

Vast te stellen de Regeling plaatsvervanging directeur en controller Omgevingsdienst Midden-Holland 2026

Artikel 1 Begrippen

 

  • 1.

    Afwezigheid: het niet beschikbaar zijn voor besluitvorming of ondertekening als gevolg van verlof, ziekte, calamiteiten, dienstafwezigheid, externe verplichtingen of andere omstandigheden waardoor het dagelijks functioneren niet kan worden uitgevoerd.

  • 2.

    Onvoorziene omstandigheden: omstandigheden die ertoe leiden dat de directeur of controller plots en onverwacht niet inzetbaar is, waaronder acute noodsituaties of technische uitval.

  • 3.

    Plaatsvervanger: de functionaris die op grond van deze regeling tijdelijk de taken en bevoegdheden van de directeur of controller uitoefent.

  • 4.

    Waarneming: plaatsvervanging die langer duurt dan twee maanden en die door het dagelijks bestuur formeel moet worden bekrachtigd.

  • 5.

    Functiescheiding: de verplichting om financiële en controlerende taken te scheiden van bestuurlijke, leidinggevende of besluitvormende taken.

     

Artikel 2 Plaatsvervanging

 

  • 1.

    Plaatsvervanging treedt in werking zodra is vastgesteld dat de directeur of de controller niet beschikbaar is voor de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden.

  • 2.

    De vaststelling dat plaatsvervanging van de directeur nodig is, wordt bevestigd door de directeur zelf, of bij diens plotselinge afwezigheid door de plaatsvervangend directeur. Bij plaatsvervanging van de controller wordt de noodzaak tot plaatsvervanging vastgesteld door de controller zelf of door de directeur.

  • 3.

    De start van de plaatsvervanging wordt intern gecommuniceerd aan het MT, de afdeling Concernstaf en andere relevante afdelingen en – indien noodzakelijk – aan externe partners.

     

Artikel 3 Plaatsvervanging directeur

 

  • 1.

    De directeur wordt bij zijn afwezigheid of bij onvoorziene omstandigheden vervangen door de plaatsvervangend directeur. Indien ook deze niet beschikbaar is, treedt het afdelingshoofd Bouw- en woningtoezicht op als plaatsvervangend directeur (2e plaatsvervanger). Als opvolgend plaatsvervanger is aangewezen het afdelingshoofd Bedrijven (3e plaatsvervanger).

  • 2.

    De plaatsvervanger oefent alle taken en bevoegdheden van de directeur uit die noodzakelijk zijn voor het dagelijks functioneren van de dienst, tenzij dit in strijd is met wet‑ of regelgeving, functiescheiding, of specifieke mandaatbeperkingen.

     

Artikel 4 Instructies en ondertekening door plaatsvervangend directeur

 

  • 1.

    De plaatsvervanger is tijdens reguliere werktijden bereikbaar en inzetbaar conform rooster.

  • 2.

    De directeur kan vooraf of tijdens de afwezigheid nadere instructies verstrekken.

  • 3.

    Ondertekening van stukken in plaatsvervanging gebeurt volgens het volgende model: Naam functionaris, plaatsvervangend (of Plv.) directeur Omgevingsdienst Midden-Holland.

     

Artikel 5 Plaatsvervanging van de controller

 

  • 1.

    Bij afwezigheid van de controller of bij onvoorziene omstandigheden, wordt de controller vervangen door één van de afdelingshoofden, met inachtneming van de vereiste functiescheiding.

  • 2.

    Taken of besluiten die in strijd komen met deze functiescheiding worden uitgevoerd door een ander afdelingshoofd of – indien dit niet mogelijk is – door de directeur.

  • 3.

    Indien noch de directeur noch één van de afdelingshoofden zonder schending van de functiescheiding als controller kan optreden, besluit het dagelijks bestuur welke oplossing wordt getroffen, waaronder het tijdelijk aanwijzen van een onafhankelijk financieel deskundige.

     

Artikel 6 Borging van functiescheiding

 

  • 1.

    De functies van directeur en controller worden in structurele zin nooit gelijktijdig door dezelfde persoon uitgeoefend.

  • 2.

    Wanneer de controller in zijn hoedanigheid van afdelingshoofd betrokken is bij een taak of besluit waarvoor functiescheiding is vereist, wordt de rol van controller voor die specifieke taak of besluit tijdelijk uitgeoefend door de directeur, mits:

    a. de directeur niet optreedt als besluitnemer in dat dossier; en

    b. de tijdelijke waarneming noodzakelijk is om functiescheiding te borgen.

  • 3.

    Bij twijfel over mogelijke belangenverstrengeling beslist het dagelijks bestuur of een taak door een andere plaatsvervanger moet worden uitgevoerd.

     

Artikel 7 Langdurige vervanging en waarneming

 

  • 1.

    Indien de plaatsvervanging van de directeur langer dan twee maanden duurt, wordt aan het dagelijks bestuur voorgesteld een besluit tot waarneming te nemen.

  • 2.

    Bij langdurige vervanging van de controller informeert de directeur het dagelijks bestuur.

     

Artikel 8 Slotbepalingen

 

  • 1.

    Voor plaatsvervanging op basis van deze regeling wordt geen financiële vergoeding verstrekt.

  • 2.

    In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het dagelijks bestuur.

  • 3.

    Deze regeling treedt in werking na bekendmaking in het Blad Gemeenschappelijke Regelingen.

  • 4.

    Deze regeling vervangt de Regeling plaatsvervanging Omgevingsdienst Midden-Holland (Blad gemeenschappelijke regeling 2024, 2308).

 

Gouda, 24 maart 2026

A. Mutter

Directeur Omgevingsdienst Midden-Holland

Naar boven