Subsidieregeling voor vrijwilligersvervoer in de Vervoerregio Amsterdam 2026-2030

Het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam;

 

gelet op de Subsidieverordening wet personenvervoer 2000 (2019), zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van de regioraad van de Vervoerregio Amsterdam op 10 december 2019;

 

besluit vast te stellen de Subsidieregeling voor vrijwilligersvervoer in de Vervoerregio Amsterdam 2026-2030:

ARTIKEL 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de Vervoerregio Amsterdam, als bedoeld in artikel 16, onder b, van de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam;

  • b.

    regio: één van de deelgebieden Amstelland-Meerlanden, Amsterdam en Zaanstreek-Waterland, die zijn gelegen binnen het gebied van de Vervoerregio Amsterdam;

  • c.

    subsidieontvanger: één van de deelnemende gemeenten van de Vervoerregio Amsterdam;

  • d.

    subsidieverordening: Subsidieverordening Wet personenvervoer 2000;

  • e.

    Vervoerregio Amsterdam: de publiekrechtelijke rechtspersoon die is ingesteld krachtens de Gemeenschappelijke regeling Vervoerregio Amsterdam;

  • f.

    vrijwilliger: een particulier/ een individuele burger die een activiteit uitvoert die

    • i.

      niet bij wijze van beroep of bedrijf wordt uitgevoerd;

    • ii.

      geen winstoogmerk heeft;

    • iii.

      het algemeen belang of een bepaald maatschappelijk belang dient;

    • iv.

      niet in plaats komt van betaald werk.

  • g.

    vrijwilligersvervoer: Kleinschalige vervoersactiviteiten, zonder vaste dienstregeling en alleen op aanvraag, die zonder betaling als tegenprestatie, worden verricht door vrijwilligers, op vraagafhankelijke basis met als doel het vergroten van de mobiliteit van mensen die minder mobiel zijn. Het betreft geen openbaar vervoer als bedoeld in de Wet personenvervoer 2000 en is ook geenvervoer op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning.

ARTIKEL 2. TOEPASSINGSBEREIK

Het bepaalde in deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de subsidieverstrekking door het dagelijks bestuur voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

ARTIKEL 3. ACTIVITEITEN

  • 1.

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van de uitvoering van vrijwilligersvervoer in het gebied van de Vervoerregio Amsterdam.

  • 2.

    Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor vervoer uitgevoerd door vrijwilligers, primair gericht op mobiliteit over afstanden van maximaal 25 kilometer enkele reis, en dat toegankelijk voor alle minder mobiele inwoners van de regio.

  • 3.

    Bij het vrijwilligersvervoer wordt (indien van toepassing) uitsluitend gebruik gemaakt van voertuigen die:

    • a.

      gedurende de gehele subsidieperiode APK zijn gekeurd

    • b.

      verzekerd zijn met WA verzekering inclusief inzittendendekking

ARTIKEL 4. DOELGROEP: SUBSIDIEAANVRAGER EN SUBSIDIEONTVANGER

  • 1.

    Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door één van de deelnemende gemeenten van de Vervoerregio Amsterdam, die subsidie verstrekken aan vrijwilligersvervoer in hun gemeente.

ARTIKEL 5. DE SUBSIDIE

  • 1.

    De subsidie bevat de aanspraak op financiële middelen voor de in de subsidieverordening en deze regeling beschreven activiteiten.

  • 2.

    De hoogte van de subsidie wordt bepaald aan de hand van de naar het oordeel van het dagelijks bestuur redelijk gemaakte werkelijke kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteit als bedoeld in artikel 3.

  • 3.

    De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten voor de uitvoering van de activiteiten voor een periode van maximaal één kalenderjaar, als voor dezelfde activiteiten in een eerder tijdvak, subsidie op basis van deze regeling (of diens voorganger) is verstrekt.

  • 4.

    In afwijking van het derde lid, bedraagt de subsidie ten hoogste 70% van de subsidiabele kosten voor de uitvoering van de activiteiten voor een periode van maximaal één kalenderjaar, als voor deze activiteiten niet in een eerder tijdvak, subsidie op basis van deze regeling (of diens voorganger) is verstrekt.

  • 5.

    De subsidie wordt voor maximaal één jaar verleend. Bij voortzetting van dezelfde activiteiten, kan voor een opvolgend jaar subsidie worden aangevraagd.

  • 6.

    De subsidieverleningsbeschikking bevat ten minste de hoogte van de subsidiabele kosten en de duur van de activiteiten.

ARTIKEL 6. SUBSIDIEPLAFOND

  • 1.

    Voor aanvragen op grond van deze subsidieregeling is per subsidiejaar van 1 januari tot en met 31 december het volgende subsidieplafond van toepassing:

    € 300.000,- (zegge: drie honderd duizend euro).

    2. Het dagelijks bestuur kan besluiten het subsidieplafond te wijzigen, deze regeling te verlengen en daarbij een nieuw subsidieplafond (per kalenderjaar) vast te stellen.

  • 3.

    Subsidie wordt slechts verleend, onder de voorwaarde, dat het door het dagelijks bestuur vastgestelde subsidieplafond voor vrijwilligersvervoer niet wordt overschreden.

ARTIKEL 7. AANVRAAG OMTRENT SUBSIDIEVERLENING

  • 1.

    Een subsidieaanvraag wordt schriftelijk ingediend bij het dagelijks bestuur.

  • 2.

    De subsidieaanvraag wordt elektronisch ingediend bij het op de website van de Vervoerregio Amsterdam vermelde e-mailadres.

  • 3.

    Een subsidieaanvraag dient betrekking te hebben op vrijwilligersvervoer in een deelnemende gemeente van de Vervoerregio Amsterdam.

  • 4.

    Een subsidieaanvraag voor het komende subsidiejaar dient uiterlijk op 1 oktober te zijn ingediend.

  • 5.

    In afwijking van het vierde lid, dient de subsidieaanvraag voor het subsidiejaar 2026 uiterlijk op 24 augustus 2026 te zijn aangevraagd.

  • 6.

    Aan één gemeente kan maximaal één subsidie per jaar worden verstrekt.

  • 7.

    De aanvraag voor subsidie bedraagt maximaal € 75.000,- per jaar

  • 8.

    Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over, bij gebreke waarvan het dagelijks bestuur kan besluiten om de aanvraag niet te behandelen op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht:

    • a.

      de aanvraag dan wel het aanvraagformulier (indien van toepassing) die de vrijwilligersorganisatie bij de gemeente heeft ingediend voor subsidie van het vrijwilligersvervoer en die voldoet aan de verplichtingen en voorwaarden van de hiervoor geldende subsidieregeling voor vrijwilligersvervoer van de deelnemende gemeente, met daarbij een onderbouwing van de voorgenomen activiteiten voor vrijwilligersvervoer;

    • b.

      een onderbouwing van de kosten dan wel begroting van het vrijwilligersvervoer, ter beoordeling van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 5 lid 3 of lid 4 en artikel 9;

    • c.

      een onderbouwing in hoeverre aan de toetsingscriteria van artikel 8 lid 5 wordt voldaan;

    • d.

      eventuele andere gegevens waarvan het dagelijks bestuur het noodzakelijk acht dat zij in het kader van de aanvraag worden overgelegd.

  • 9.

    In afwijking van het achtste lid, geldt voor een subsidieaanvraag voor dezelfde activiteiten, waar in het voorgaande tijdvak subsidie voor is verstrekt, dat deze aanvraag niet hoeft te zijn voorzien van de onderbouwing opgenomen in artikel, 8, aanhef en onder a en c. De aanvrager dient bij de aanvraag wel te verklaren dat het om precies dezelfde activiteiten gaat, waar direct voorafgaand aan het aangevraagde tijdvak subsidie voor is verstrekt.

ARTIKEL 8. WIJZE VAN VERDELING

  • 1.

    Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van indiening van de aanvraag bij het dagelijks bestuur, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2.

    Voor het bepalen van de volgorde van indiening van de aanvraag als bedoeld in lid 1 is het moment waarop de aanvraag binnenkomt bij het dagelijks bestuur bepalend.

  • 3.

    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de aanvraag volledig is aangevuld.

  • 4.

    Indien twee of meer aanvragen op hetzelfde moment ingediend worden, maar verlening van deze aanvragen in verband met het subsidieplafond niet mogelijk is, dan zal als subsidiaire verdelingsmethode geloot worden.

  • 5.

    Toetsingscriteria

    • a)

      het project dient ten goede te komen aan de reiziger;

    • b)

      het vervoer zal op geen enkele wijze het lokale / regionale door de overige concessiehouders verrichte bus- en tramvervoer hinderen;

    • c)

      de uitvoering van het project is gelegen in de Vervoerregio Amsterdam;

    • d)

      het vervoer dient toegankelijk te zijn voor mensen met een mobiliteitsbeperking die er gebruik van willen maken;

    • e)

      indien het vervoer wordt verricht met motorvoertuigen, dan dienen die te voldoen aan minimaal Euro V/EEV normen;

    • f)

      het materieel voldoet aan geldende wet- en regelgeving wat betreft veiligheid;

    • g)

      het vervoer wordt gedurende een aangesloten periode van minimaal 12 maanden uitgevoerd;

ARTIKEL 9. KOSTEN DIE VOOR SUBSIDIE IN AANMERKING KOMEN

  • 1.

    Voor subsidie komen in aanmerking de naar het oordeel van het dagelijks bestuur redelijk gemaakte werkelijke kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteit als bedoeld in artikel 3.

  • 2.

    De in lid 1 bedoelde kosten zijn in ieder geval:

    • a.

      Vervoerskosten

    • b.

      Vrijwilligerskosten

    • c.

      Communicatiekosten

    • d.

      Organisatiekosten

  • 3.

    Niet voor subsidie komen in aanmerking:

    • a.

      de kosten tot verwerving van de subsidie;

    • b.

      koop, huur of lease van voertuigen;

    • c.

      verkeersboetes;

    • d.

      schade aan voertuig(en) die zijn ingezet voor vrijwilligersvervoer;

    • e.

      de te betalen of reeds betaalde omzetbelasting over de activiteiten;

    • f.

      motorrijtuigenbelasting/verzekeringspremies.

ARTIKEL 10. VASTSTELLING

  • 1.

    In afwijking van artikel 5.2 van de subsidieverordening, dient bij de aanvraag tot vaststelling alleen te worden ingediend:

    • a.

      Een verslag van de uitgevoerde activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt in het voorgaande jaar;

    • b.

      De subsidievaststellingsbeschikking van het college van burgemeester en wethouders van Subsidieontvanger voor de activiteit waarvoor subsidie is verstrekt in het afgelopen jaar.

  • 2.

    In afwijking op artikel 5.1 van de subsidieverordening dient subsidieontvanger de aanvraag tot vaststelling van de subsidie in vóór 1 november volgend op het jaar waarvoor de subsidie is verleend.

ARTIKEL 11. AANVULLENDE WEIGERINGSGRONDEN

  • 1.

    Overeenkomstig artikel 7 van de subsidieverordening kan een aanvraag om een beschikking omtrent subsidieverlening worden geweigerd als:

    • a.

      de kosten naar het oordeel van het dagelijks bestuur niet redelijk zijn;

    • b.

      er gegronde redenen bestaan aan te nemen dat de subsidieontvanger niet aan de voorwaarden, verplichtingen en bepalingen van deze regeling zal voldoen;

    • c.

      de aanvraag niet voldoet aan de in artikel 7, lid 6, van deze subsidieregeling genoemde vereisten;

    • d.

      de subsidieontvanger naar het oordeel van het dagelijks bestuur onvoldoende invulling heeft gegeven aan de wijze waarop de subsidieontvanger zal voldoen aan zijn verplichtingen gesteld bij of krachtens de subsidieverordening of deze subsidieregeling.

ARTIKEL 12. VERANTWOORDING EN EVALUATIE

  • 1.

    De subsidieontvanger verleent op verzoek van het dagelijks bestuur medewerking aan openbaarmaking van de gegevens en de resultaten van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt.

  • 2.

    De subsidieontvanger verleent medewerking aan een door of vanwege het dagelijks bestuur ter zake van de toepassing en de effecten van deze regeling ingesteld evaluatieonderzoek.

  • 3.

    De subsidieontvanger is verplicht de op de subsidie betrekking hebbende administratie en de daarbij behorende stukken tot 7 jaar na de subsidievaststelling te bewaren.

ARTIKEL 13. SLOTBEPALINGEN

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt met terugwerkende kracht in per 1 januari 2026 in werking en geldt tot en met 31 december 2030.

  • 2.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling vrijwilligersvervoer.

Melanie van der Horst

Voorzitter

Harro Homan

Secretaris-directeur

ALGEMENE TOELICHTING

Inleiding

Uit het Beleidskader Mobiliteit volgt dat publieke mobiliteit en inclusiviteit belangrijke speerpunten zijn van de Vervoerregio Amsterdam. Hoe minder fijnmazig het openbaar vervoer volgens een concessie des te groter de WMO-groep en vice versa. Vrijwilligersvervoer kan bijdragen aan het ontlasten van WMO-vervoer, aangezien mensen met een mobiele beperking vaak ook een WMO-indicatie hebben. Bovendien is de drempel voor het gebruik maken van WMO-vervoer hoger door de wachttijd na het boeken en het omrijden om medepassagiers op te halen.

Deze subsidieregeling vormt een uitwerking van de Verordening Wet personenvervoer 2000, op basis waarvan het dagelijks bestuur aan een gemeente die deel uitmaakt van de Vervoerregio Amsterdam, subsidie kan worden verstrekt ten behoeve van de kosten van uitvoering van het gemeentelijke verkeer- en vervoerbeleid.

In het verleden konden particuliere aanvragers op basis van de beleidsregel ‘’Innovatieve particuliere initiatieven aanvullend personenvervoer Stadsregio Amsterdam’’ een opstartsubsidie ontvangen voor een project ten dienste van aanvullend personenvervoer dat naar het oordeel van het dagelijks bestuur (1) een voldoende meegewogen innovatief karakter had en (2) bijdroeg aan de fijnmazigheid van het openbaar vervoer in het concessiegebied. De Vervoerregio heeft in het verleden dus ook een rol gepakt met betrekking tot vrijwilligersvervoer.

Voor de periode van 1 juli 2023 tot 1 juli 2025 gold er een pilot op basis van de Subsidieregeling voor vrijwilligersvervoer in de Vervoerregio Amsterdam 2023-2025. Deze regeling is inmiddels verlopen. Deze subsidieregeling is een succes gebleken. Er zijn vijf subsidies verstrekt voor vijf projecten voor vrijwilligersvervoer. Uit evaluatie is gebleken dat de regeling heeft bijgedragen aan versterking en groei van vrijwilligersvervoer. Vrijwilligersvervoer blijkt een waardevolle aanvulling op het bestaande vervoersaanbod, met name in gebieden met weinig openbaar vervoer. Op basis van de bevindingen wordt de subsidie voortgezet in aangepaste vorm en is dit beter afgestemd met gemeenten. Daarbij is het maximale subsidieplafond per jaar verhoogd van € 250.000,- naar € 300.000,-. Verder zijn enkele kleinere technische aanpassingen gedaan, zoals een onderscheid tussen de vergoeding van werkelijke kosten voor startende initiatieven (maximaal 70%) en voor reeds bestaand vrijwilligersvervoer op basis van deze regeling of diens voorganger (maximaal 50%). Reden voor deze wijzigingen is dat het dagelijks bestuur zoveel mogelijk gemeenten/ initiatieven mogelijk wil maken.

 

Naar boven