Besluit van 11 mei 2020, nr. 2020000954, houdende wijziging van het Instellingsbesluit Nederlandse Sportraad in verband met de verlenging van de instellingstermijn

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Medische Zorg, gedaan mede namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van 1 mei 2020, kenmerk 1675594-204320-BPZ;

Gelet op de artikelen 5, eerste lid, 11, eerste lid, en 12, eerste lid, van de Kaderwet adviescolleges;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Instellingsbesluit Nederlandse Sportraad wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, tweede lid, wordt ‘vier jaar’ vervangen door ’zes jaar’.

B

Artikel 4, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel c wordt ‘de heer P.C.M. van den Hoogenband’ vervangen door ‘mevrouw A.J. van den Hoek’.

2. In onderdeel e wordt ‘mevrouw E.M. Vergeer’ vervangen door ‘de heer prof. dr. E.J.A. Scherder’.

3. In onderdeel g wordt ‘de heer dr. A. Kuipers’ vervangen door ‘de heer prof. dr. B.E.M. Wientjes’.

4. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door een puntkomma, worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

  • h. mevrouw J. Griffioen;

  • i. mevrouw M.Y.C.G. Bolhuis-Eysvogel.

C

In artikel 8, tweede lid, wordt ‘1 april 2020’ vervangen door ‘1 april 2022’.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2020.

Onze Minister voor Medische Zorg is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 11 mei 2020

Willem-Alexander

De Minister voor Medische Zorg, M.J. van Rijn

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren

NOTA VAN TOELICHTING

Het is nu bijna vier jaar geleden dat de Nederlandse Sportraad (hierna: de raad) is ingesteld. In die periode heeft de raad diverse adviezen afgegeven over sportevenementen, bewegen op en rond de school en werkt ze op dit moment aan een advies over organisatie en financiering in de sport.

In overeenstemming met de kabinetsreactie op de vierde evaluatie van de Kaderwet adviescolleges (brief van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 15 januari 2016 Kamerstukken II 2015/16, 28 101, nr. 15, p. 4) is de raad drie jaar na het instellen ervan geëvalueerd. Deze evaluatie is gebruikt voor de beoordeling van het voortzetten van de adviestaak van de raad.

Uit de evaluatie blijkt dat de opvatting dat de raad meerwaarde heeft, breed wordt gedeeld. Veel geïnterviewden geven aan dat een eigen adviesraad de sportsector volwassen maakt. De raad legitimeert sport als een volwaardig beleidsterrein en creëert meerwaarde door vanuit een onafhankelijke rol als verbinder te acteren tussen verschillende ministeries en sectoren. Doordat juist kennis en expertise vanuit sport en bewegen is gewenst en van daaruit een bredere blik op maatschappelijke vraagstukken, vraagt dit om een expertise die niet wordt gevonden in andere adviescolleges en legitimeert dit een apart adviescollege.

Het voorliggende besluit voorziet derhalve in de continuering van de raad door een verlenging van de termijn met twee jaar (artikel 5, eerste lid, van de Kaderwet adviescolleges). Ingevolge artikel 7 van de Kaderwet adviesadviescolleges wordt dit koninklijk besluit mede ondertekend door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze nota van toelichting is dan ook mede namens deze minister opgesteld.

Opdrachten

De oorspronkelijke taak van de raad bij oprichting was te adviseren over het te voeren beleid op het gebied van sportevenementen. Dit advies werd gedaan binnen de bredere context van het Nederlandse sportbeleid, zoals is uiteengezet in de brief van 20 november 2015 (Kamerstukken II 2015/16, 30 234, nr. 142). Dit heeft een zestal adviezen opgeleverd over het beleid ten aanzien van sportevenementen. Hieraan heeft geen aparte adviesaanvraag ten grondslag gelegen, maar is wel nauw contact geweest over de scope van de betreffende adviezen. Deze adviezen vinden nu hun weg in de herijking van het (strategische) evenementenbeleid in het kader van de uitwerking van het Nationale Sportakkoord.

Uit de evaluatie van het functioneren van de raad is gebleken dat de raad meerwaarde heeft als een adviescollege dat onafhankelijk en objectief adviseert over thema’s met sport en bewegen als verbindende factor. Dit sluit aan bij de verbreding van het werkterrein van de raad die in de afgelopen periode in onderling overleg heeft plaatsgevonden en is ook terug te zien in de bredere adviezen zoals ‘Plezier in bewegen’ en het op handen zijnde advies over de organisatie en financiering in de sport.

Zo draagt de raad bij aan het versterken van de maatschappelijke betekenis die aan sport wordt gegeven. Door te agenderen en te signaleren en op basis van eigen expertise te adviseren. Als een adviescollege dat als objectieve partij in de sportsector impactvolle adviezen geeft. Adviezen die van grote waarde zijn voor het sportbeleid, en voor alle beleidsterreinen die daarmee verband houden.

Een keuze tussen adviezen met impact op de korte termijn (concreet toepasbaar) of met impact op de lange termijn (strategisch bruikbaar), zoals in de evaluatie wordt voorgesteld, is niet aan de orde. De concrete adviezen over evenementen zijn naar hun aard korte termijn adviezen en concreet toepasbaar. Maatschappij-brede thema’s zullen veelal een meer strategisch lange termijn karakter hebben. Van belang voor alle adviezen is dat ze goed zijn onderbouwd, waar nodig en mogelijk evidence based.

Samenstelling van de raad

De raad heeft zich in korte tijd een positie verworven als speler op het snijvlak van beleid en de sportsector. De raadsleden beschikken over kennis en expertise die de basis vormt waarop zij vanuit verschillende perspectieven kunnen adviseren over de tendensen in de sportsector en daarbij ook tegen de stroom of gangbare opinies ingaan. Dit laatste is van groot belang en kenmerkt de meerwaarde van de raad aangezien zij vanuit een onafhankelijke positie eraan kan bijdragen dat sport in Nederland inspireert en floreert.

De zittingstermijn van de huidige raadsleden wordt verlengd. Het ligt niet voor de hand om de raad geheel te vernieuwen, omdat er nadrukkelijk wordt voortgebouwd op een ontwikkeling die al in gang is gezet met de zittende raadsleden. Uitbreiding van de raad is daarbij niet aan de orde. Voor de werving van nieuwe raadsleden zal een profiel worden opgesteld, waarbij ook rekening zal worden gehouden met diversiteit van de raad.

Uit de evaluatie blijkt dat er verbeteringen mogelijk zijn in de interactie tussen opdrachtgever en de raad. Daartoe zal nu in ieder geval twee keer per jaar een gesprek met de raad plaatsvinden om de visie van de raad op maatschappelijke trends en ontwikkelingen op het terrein van sport en bewegen te horen. Deze gesprekken kunnen uitmonden in zowel strategische adviezen voor de lange termijn, of praktische toepasbare adviezen voor de korte termijn.

Proces

Ingevolge artikel 5, tweede lid, van de Kaderwet adviescolleges wordt een besluit tot eenmalige verlenging van het adviescollege niet eerder genomen dan vier wéken nadat het voornemen daartoe aan de beide kamers der Staten-Generaal is medegedeeld. Deze mededeling is gedaan in de brief van 13 maart 2020.

Leden van de beide kamers der Staten-Generaal hadden naar aanleiding van deze brief geen opmerkingen bij de voorgenomen verlenging.

De Minister voor Medische Zorg, M.J. van Rijn

Naar boven