Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 november 2016, kenmerk 1051721-158512-PG, houdende regels voor subsidiëring van de procescoördinatie van preventiecoalities (Subsidieregeling preventiecoalities)

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister:

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

b. zorgverzekeraar:

een zorgverzekeraar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet;

c. preventiecoalitie:

door zorgverzekeraars en gemeenten gezamenlijk gedragen plannen voor effectieve preventieactiviteiten voor risicogroepen met als doel de gezondheid van deze groep te verbeteren;

d. risicogroep:

groep mensen met een verhoogde kans op het verkrijgen of het verergeren van gezondheidklachten;

e. procescoördinatie:

activiteiten ter coördinatie van het opstarten of uitvoeren van een preventiecoalitie.

Artikel 2

Op deze regeling is artikel 10.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.

Artikel 3

  • 1. De minister kan subsidie verstrekken aan een zorgverzekeraar voor de kosten van de procescoördinatie.

  • 2. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor zover de zorgverzekeraar de procescoördinatie in samenwerking met één of meer gemeenten verricht of laat verrichten.

  • 3. Geen subsidie wordt verstrekt voor zover de kosten voor procescoördinatie door de minister op grond van een andere wettelijke regeling kunnen worden vergoed.

  • 4. Geen subsidie wordt verstrekt voor de kosten van de daadwerkelijke uitvoering van de preventieactiviteiten.

Artikel 4

  • 1. De subsidie bedraagt ten hoogste een derde van de subsidiabele kosten van de procescoördinatie.

  • 2. De subsidie voor de kosten van de procescoördinatie bedragen niet meer dan een door de minister vast te stellen bedrag overeenkomstig een door de minister goed te keuren projectplan en begroting.

  • 3. Subsidies van minder dan € 25.000 worden niet verstrekt.

Artikel 5

  • 1. Het subsidieplafond bedraagt voor het subsidiejaar 2017 € 1.600.000, voor het subsidiejaar 2018 € 3.200.000, voor het subsidiejaar 2019 € 4.800.000, voor het subsidiejaar 2020 € 3.200.000 en voor het subsidiejaar 2021 € 1.600.000.

  • 2. Het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 6

  • 1. Een subsidie wordt voor ten hoogste 3 jaren verleend.

  • 2. De aanvraag tot verlening van een subsidie wordt uiterlijk 1 oktober 2021 ontvangen.

Artikel 7

  • 1. De aanvraag tot verlening van een subsidie gaat vergezeld van:

    • a. een activiteitenplan als bedoeld in artikel 8,

    • b. een begroting als bedoeld in artikel 9,

    • c. een intentieverklaring van de aanvrager en van het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente(n) waaruit een intentie blijkt tot het opzetten van een gezamenlijke preventiecoalitie en plan van aanpak.

  • 2. De aanvraag wordt ondertekend door de aanvrager of door een persoon die bevoegd is de aanvrager te vertegenwoordigen.

Artikel 8

In aanvulling op artikel 3.4 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS bevat het activiteitenplan:

  • a. een beschrijving van de aard, omvang en duur van de beoogde preventiecoalitie,

  • b. een toelichting op de keuze voor het gezondheidsprobleem en de risicogroep,

  • c. een overzicht van de samenwerking tussen de zorgverzekeraar(s), gemeente(n) en eventuele andere betrokken partijen, en

  • d. een beschrijving van de wijze waarop wordt bezien hoe de activiteiten van de preventiecoalitie structureel kunnen worden geborgd.

Artikel 9

In aanvulling op artikel 3.5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS behelst de begroting een overzicht van de geraamde kosten, de bijdrage van de zorgverzekeraar en gemeente(n) aan activiteiten in het kader van de procescoördinatie.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017 en vervalt met ingang van 1 januari 2022.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling preventiecoalities.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

TOELICHTING

Algemeen

Deze subsidieregeling heeft betrekking op de subsidiëring van de kosten van de procescoördinatie bij het opstarten of uitvoeren van preventiecoalities. Dit zijn door zorgverzekeraars en gemeenten gezamenlijk gedragen plannen voor effectieve preventieactiviteiten voor risicogroepen met als doel de gezondheid van deze groep te verbeteren.

Deze subsidieregeling is aangekondigd in mijn brief van 25 maart 2016 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ‘Preventie in het zorgstelsel: van goede bedoelingen naar het in de praktijk ontwikkelen van resultaten’ (TK 2015–2016, 32 793, nr. 213). Het belang van preventie van gezondheidsproblemen wordt maatschappelijk breed onderschreven. Meer preventie kan bijdragen aan verbetering van de kwaliteit van leven, een grotere mate van participatie en zelfredzaamheid, en beheersing van de zorgkosten.

Veel partijen en sectoren kunnen hieraan een bijdrage leveren. Vaak moet daarvoor worden samengewerkt. Als het gaat om preventieactiviteiten voor risicogroepen (selectieve preventie) zijn de gemeenten en zorgverzekeraars belangrijke spelers. Zij regisseren en financieren deze preventieactiviteiten vanuit hun taken in de Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Wet publieke gezondheid (Wpg), Wet langdurige zorg (Wlz) en Jeugdwet. Zij werken op dit gebied echter nog weinig structureel samen waardoor samenhangende preventieactiviteiten voor risicogroepen slechts mondjesmaat, tijdelijk, vrijblijvend of versnipperd van de grond komen. Samenhang, efficiency en structurele borging ontbreken.

Ik wil dan ook onder meer via deze subsidieregeling de structurele samenwerking tussen zorgverzekeraars en gemeenten op dit gebied stimuleren en faciliteren.

In de bovengenoemde beleidsbrief constateer ik dat het huidige zorgstelsel voldoende mogelijkheden biedt om tot een integraal preventieaanbod voor risicogroepen te komen. Er is echter nog veel onduidelijkheid en onzekerheid bij gemeenten en zorgverzekeraars. De prikkels om samen te werken en meer in preventie te investeren zijn niet eenduidig, men kent elkaars werelden niet en weet onvoldoende van de mogelijkheden die het zorgstelsel biedt: wie is waar verantwoordelijk voor? Wat kan men van elkaar verwachten? Hoe kunnen verantwoordelijkheden worden verbonden? Om hier verdere stappen in te kunnen zetten is gezamenlijke projectcoördinatie noodzakelijk. Juist hiervan blijken de kosten moeilijk te financieren.

Onderhavige subsidieregeling heeft als doel om een derde deel van de procescoördinatie te financieren zodat de samenwerking tussen zorgverzekeraars en gemeenten in een preventiecoalities op gang wordt gebracht. Zij krijgen daarmee de mogelijkheid om te komen tot een gezamenlijke aanpak van effectieve preventieactiviteiten voor risicogroepen, gefinancierd vanuit de reguliere financiële middelen van gemeenten en zorgverzekeraars.

Artikelsgewijs

Artikel 1

In artikel 1 is de term preventiecoalitie gedefinieerd. Dit omvat door de zorgverzekeraars en gemeenten gezamenlijk gedragen plannen voor een samenhangend geheel van preventieactiviteiten om een concreet gezondheidsdoel te realiseren in een vooraf bepaalde risicogroep. Binnen preventiecoalities kunnen verscheidene preventieactiviteiten worden uitgevoerd zoals het in kaart brengen van gezondheidsrisico’s, voorlichting, toeleiding tot zorg en ondersteuning, leefstijl- of omgevingsinterventies. Doel van deze activiteiten is altijd om een concreet gezondheidsdoel te realiseren in een bepaalde risicogroep.

Met de term ‘risicogroep’ worden mensen bedoeld die een verhoogd risico hebben op het verkrijgen of verergeren van gezondheidsklachten. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan kinderen met (een verhoogde kans op) overgewicht of obesitas, kwetsbare ouderen, groepen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten of depressie, dan wel mensen die wonen in buurten met een slechter gezondheidsprofiel.

In artikel 1 is ook het begrip procescoördinatie gedefinieerd. Het gaat om activiteiten die zich uitstrekken over twee fasen: de procescoördinatie kan zowel het opstarten van samenhangend geheel van effectieve preventieactiviteiten betreffen als de uitvoering daarvan. Preventieactiviteiten zelf vallen niet onder deze definitie.

Artikel 2

Op de subsidieverstrekking op grond van deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS (hierna: Kaderregeling) van toepassing. Artikel 2 regelt een uitzondering hierop.

Op grond van artikel 10.1 van de Kaderregeling worden er geen subsidies van minder dan € 125.000 verleend. Achtergrond van het grensbedrag in de Kaderregeling is dat het belang van kleinere subsidies in het algemeen beperkt wordt geacht.

De op basis van deze subsidieregeling te verstrekken subsidies kunnen echter naar verwachting minder bedragen dan € 125.000. De subsidies op basis van deze regeling zijn een vorm van cofinanciering en bedragen ten hoogste een derde van de kosten van het project. Als gevolg daarvan kunnen de subsidiebedragen lager zijn terwijl toch sprake is van een project van substantieel belang. Om subsidies van minder dan € 125.000 te kunnen toekennen is het wenselijk af te wijken van artikel 10.1 van de Kaderregeling. Artikel 2 strekt daartoe.

Voor het overige zijn de bepalingen van de Kaderregeling onverkort van toepassing. De subsidies op basis van deze subsidieregeling zijn projectsubsidies. Dit betekent dat de voorschriften uit de Kaderregeling op dit onderdeel gevolgd moeten worden.

De hoogte van de toe te kennen subsidie is bepalend voor het toepasselijke verantwoordingsarrangement.

Voor subsidies van onder de € 125.000 is artikel 1,5, onderdeel c, onder 2°, in casu van toepassing.

Voor zover nodig worden bij de navolgende artikelen bepaalde artikelen uit de Kaderregeling nog specifiek belicht.

Artikel 3

In artikel 3 is omschreven voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt.

De subsidie is bedoeld om de procescoördinatie van preventiecoalities te stimuleren.

Procescoördinatie kan betrekking hebben op twee fasen.

Opstartfase

In de opstartfase zullen gemeenten en verzekeraars met elkaar contact hebben over de op te starten preventiecoalitie. Zij gaan hiervoor bijvoorbeeld samen een plan van aanpak opstellen waarin de nodige processtappen om te komen tot een preventiecoalitie worden vastgelegd. Het kan hierbij gaan om activiteiten zoals het bijeenbrengen van betrokken partijen, het nader in kaart brengen van de doelgroep en haar gezondheidsproblemen door data analyse, het zoeken naar en het brengen van overzicht in beschikbare effectieve interventies en structurele financieringsmogelijkheden in de huidige stelsels, het (laten) doen van onderzoek naar kosten en opbrengsten, het juridisch toetsen en vastleggen van (bestuurlijke) afspraken. Het gaat hierbij dus om het ontwikkelen van een plan van aanpak.

Deze activiteiten kunnen resulteren in een voorstel voor een samenhangend geheel van effectieve preventieactiviteiten. Daarna volgt de uitvoeringsfase van deze activiteiten.

Uitvoeringsfase

De subsidie is niet bedoeld voor de daadwerkelijke uitvoering van de preventieactiviteiten die tot stand komen op basis van de subsidies in deze regeling. Bepaalde vormen van procescoördinatie kunnen tijdens de uitvoering van de preventiecoalitie echter nog steeds noodzakelijk zijn. Deze procescoördinatie is ook subsidiabel onder deze regeling. Hierbij kan gedacht worden aan activiteiten zoals het betrekken van (nieuwe) partijen die nog niet goed zijn aangesloten in een bestaande preventiecoalitie, het gaandeweg aanpassen van onderdelen van het plan van aanpak, als gevolg van nieuwe inzichten, ontwikkelingen en onvoorziene omstandigheden. Andere voorbeelden van subsidiabele activiteiten zijn: het verrichten van een data analyse om de effecten van de preventiecoalitie te monitoren op de gezondheid en het zorggebruik van de risicogroep, het vaststellen en verdelen van de gemaakte besparingen of verliezen en het informeren en adviseren van betrokken partijen om knelpunten in de praktische uitvoering van een preventiecoalitie te identificeren en weg te werken.

Enkel de procescoördinatie ten behoeve van de preventiecoalities is dus subsidiabel. De preventieactiviteiten zelf zijn dit niet.

Subsidie op grond van deze regeling kan voor de twee fasen gezamenlijk worden aangevraagd of voor één van de twee fasen afzonderlijk. Er zijn initiatieven van zorgverzekeraars en gemeenten die de opstartfase al zijn gepasseerd en waarbij procescoördinatie voor de uitvoeringsfase nog wel nodig is. Deze procescoördinatie is subsidiabel.

De subsidiëring betreft de procescoördinatie van door zorgverzekeraars in samenwerking met gemeenten op te starten en/of uit te voeren preventiecoalities. Het is aan de zorgverzekeraars om hiervoor, met de betrokken gemeenten, plannen te ontwikkelen.

Er wordt geen subsidie verstrekt voor zover de kosten van de procescoördinatie door de minister op grond van een andere, wettelijke voorziening kan worden bekostigd. Activiteiten die op grond van de Zvw, Wmo, Wpg, Wlz of Jeugdwet al gefinancierd kunnen worden zijn niet subsidiabel. Hierdoor wordt dubbelfinanciering voorkomen.

Artikel 4

Ik acht het van belang dat voor de preventiecoalities een breed draagvlak bestaat en dat sprake is van een gezamenlijke inzet van zorgverzekeraar en gemeente. Daarom bepaalt artikel 4 dat de subsidie ten hoogste een derde van de kosten van de procescoördinatie van een preventiecoalitie bedraagt. Het is aan de subsidieaanvragende verzekeraar en de betrokken gemeente(n) om de resterende twee derde van de kosten van procescoördinatie te financieren. De kosten van de procescoördinatie bestaan uit de inzet van personele en materiële middelen bij de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend. Voor de duidelijkheid wordt opgemerkt dat het een derde deel bepaald wordt over het bedrag dat subsidiabel is. Voor zover de bewuste activiteiten op grond van bij de toelichting op artikel 3 genoemde andere wettelijke regelingen worden vergoed, wordt derhalve over de resterende kosten van de activiteiten een derde deel berekend.

Artikel 5

Voor de verstrekking van subsidies zijn jaarlijks subsidieplafonds vastgesteld. Als verdeelregel is gekozen voor het systeem van “wie het eerst komt, het eerst maalt”, een verdeling op volgorde van binnenkomst van de (complete) aanvragen. Indien blijkt dat in de loop van het jaar het plafond is uitgeput, zal een aanvraag moeten worden afgewezen. Dergelijke aanvragen kunnen mogelijk wel in het daaropvolgend subsidietijdvak kans van slagen hebben.

Artikel 6

De maximale duur van het project is gesteld op drie jaar. Ik acht dit voldoende om succesvolle preventieactiviteiten, via de reguliere bekostiging structureel te borgen. Ik wil daarmee meerjarige activiteiten binnen preventiecoalities stimuleren. Een subsidieaanvraag wordt uiterlijk 1 oktober 2021 ontvangen, zodat op in het jaar 2021 ingediende aanvragen nog in 2021 kan worden beslist. De subsidieregeling vervalt per 1 januari 2022.

Artikel 7

De subsidie kan uitsluitend door zorgverzekeraars worden aangevraagd. Zij zijn aan zet om, met de betrokken gemeente(n), plannen voor de opstart of uitvoering van een preventiecoalitie te ontwikkelen. Het is mogelijk dat meerdere zorgverzekeraars zijn betrokken bij een preventiecoalitie. In dat geval vraagteen van die verzekeraars subsidie aan. Deze verzekeraar fungeert als penvoerder.

Om bereidheid tot samenwerking vooraf vast te stellen, dient de aanvraag vergezeld te gaan met een intentieverklaring van de aanvrager en de gemeente(n). Deze intentieverklaring dient te worden ondertekend door de betrokken partijen. Namens een gemeente ondertekent het college van burgemeester en wethouders. Gemeenten geven door het ondertekenen van een intentieverklaring aan dat ze samen met de zorgverzekeraar het proces willen starten om tot een preventiecoalitie te komen, dat zij het ingediende projectplan steunen en welke bijdragen zij leveren aan de procescoördinatie.

Artikelen 8 en 9

De artikelen 8 en 9 bepalen welke informatie bij een aanvraag moet worden aangeleverd.

De bepalingen sluiten aan op overeenkomstige bepalingen van de Kaderregeling (artikel 3.4 en 3.5) die een activiteitenplan en een begroting voorschrijven.

Artikel 8 ziet op het activiteitenplan. De aanvrager gaat hierin in op de beoogde preventiecoalitie (onderdeel a), het gekozen gezondheidsprobleem en de risicogroep (onderdeel b) en de samenwerking tussen de betrokken partijen (onderdeel c). Het activiteitenplan bevat verder een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, in dit geval activiteiten in het kader van procescoördinatie, een beschrijving van de aard, omvang, duur en wijze van uitvoering van deze activiteiten en een beschrijving van de met deze activiteiten na te streven doelstellingen, resultaten of producten (conform artikel 3.4 van de Kaderregeling). De aanvrager maakt in het activiteitenplan expliciet duidelijk hoe deze activiteiten gerelateerd zijn aan de coördinatie van de opstart of uitvoering van een preventiecoalitie. De aanvrager dient bij zijn aanvraag ook aan te geven op welke wijze er wordt voorzien in structurele borging van de preventieactiviteiten (onderdeel d). Het gaat daarbij zowel om organisatorische als financiële borging van de resultaten. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan informatie over hoe wordt gedacht, bij positief resultaat, de samenwerking of preventieactiviteiten binnen de preventiecoalitie na de subsidieperiode voort te zetten.

Artikel 9 betreft de begroting. In aanvulling op artikel 3.5 van de Kaderregeling specificeert artikel 9 dat in de begroting de bijdrage van de zorgverzekeraar én de bijdrage van de gemeente(n) aan de activiteiten in het kader van de procescoördinatie worden vermeld.

Gevolgen voor de regeldruk

Om voor subsidie in aanmerking te komen moet de zorgverzekeraar (1) een activiteitenplan leveren, waaruit duidelijk wordt waaruit de activiteiten ten behoeve van de procescoördinatie bestaan. Deze gaat vergezeld met een begroting waarin tevens is weergegeven wat de eigen bijdrage van verzekeraar en gemeente(n) is. Bij de aanvraag is ook (2) een intentieverklaring van de aanvrager en betrokken gemeente(n) vereist waaruit een intentie blijkt tot het opzetten en/of uitvoeren van een gezamenlijke preventiecoalitie en plan van aanpak. De aanvraag moet door een bevoegd persoon zijn ondertekend (3). Voldoen aanvragers aan deze vereisten, en is het subsidieplafond nog niet bereikt, dan wordt de subsidie van ten hoogste een derde van de totale projectcoördinatie kosten toegekend.

Voor de vaststelling van een subsidie onder 125.000 euro dient de zorgverzekeraar aan de hand van een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aan te tonen dat de activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Voor de vaststelling van een subsidie boven 125.000 euro dient de zorgverzekeraar een activiteitenverslag en financieel verslag op te stellen en een controleverklaring aan te leveren (4).

Daarnaast heeft de zorgverzekeraar (5) de plicht om mee te werken aan door de minister ingesteld onderzoek.

De bovengenoemde administratieve lasten voor het aanvragen van deze subsidie kosten een zorgverzekeraar naar schatting € 9.340. Uitgaande van 30 projecten per jaar leidt deze regeling tot een geschatte toename van eenmalige administratieve lasten van € 93.400 op jaarbasis voor zorgverzekeraars.

Taak

Uitgevoerd door

Tarief p/u (in €)

Eenheid (uren)

Kosten per project van 3 jaar (in €)

Jaarlijkse gemiddeld kosten per project (in €)

Administratieve last aanvraag subsidie (activiteiten 1-5)

Bestuurder/ hoge manager

91

4

364

121

Manager/afdelings-hoofd

63

12

756

252

Kenniswerker (beleidsmedewerker accountant)

60

100

6.000

2.000

Administratief personeel (secretariaat, financieel)

37

60

2.220

740

Totaal

9.340

3.113

Artikel 10

Gelet op de systematiek van vaste verandermomenten bij regelgeving (VVM) treedt deze regeling per 1 januari 2017 in werking. De regeling eindigt met ingang van 1 januari 2022. Deze regeling blijft van toepassing op een subsidie die krachtens deze regeling is verstrekt.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers

Naar boven