Besluit van 9 november 2022 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Evaluatiewet Wfpp

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 7 november 2022, nr. 2022-0000581728;

Gelet op artikel III van de Evaluatiewet Wfpp;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel:

De Evaluatiewet Wfpp treedt in werking met ingang van 1 januari 2023, met uitzondering van:

  • a. artikel I, onderdeel E, onder 1, onderdeel a; en

  • b. artikel I, onderdelen aEa en Ea.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 9 november 2022

Willem-Alexander

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, H.G.J. Bruins Slot

Uitgegeven de drieëntwintigste november 2022

De Minister van Justitie en Veiligheid, D. Yeşilgöz-Zegerius

NOTA VAN TOELICHTING

Met dit koninklijk besluit wordt het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 19 oktober 2022 tot wijziging van de Wet financiering politieke partijen in verband met de evaluatie van deze wet (Evaluatiewet Wfpp) vastgesteld. De Evaluatiewet Wfpp is eind 2020 bij de Tweede Kamer ingediend. Het heeft tot doel om de Wet financiering politieke partijen (hierna: Wfpp) te wijzigen op een belangrijk deel van de aanbevelingen van de Evaluatie- en Adviescommissie Wet financiering politieke partijen (verder: de commissie-Veling).1 Voor een uitgebreide schets van de voorgestelde wijzigingen wordt verwezen naar de bij het wetsvoorstel horende memorie van toelichting. Op hoofdlijnen bevat de wet de volgende maatregelen:

  • De subsidiebedragen voor de politieke partijen worden (met terugwerkende kracht) opgehoogd, in lijn met de aangenomen motie-Jetten c.s.,2 waarin de regering onder meer wordt verzocht in de begroting 2020 de subsidie aan politieke partijen tot en met 2024 met 9 miljoen euro per jaar te verhogen en daarna structureel met 5 miljoen euro per jaar te verhogen.

  • De transparantie van giften aan politieke partijen en hun neveninstellingen wordt verder vergroot.

  • Enkel Nederlandse gevers mogen giften doen aan politieke partijen. Volgens de Evaluatiewet Wfpp is een Nederlandse gever een voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer kiesgerechtigde persoon of een in het Handelsregister ingeschreven rechtspersoon of onderneming, die een bijdrage verleent aan een politieke partij (artikel 1, onderdeel m).

  • Politieke partijen worden beter in staat gesteld om hun organisatie aan te passen aan wijzigingen in de hoogte van hun subsidie.

  • Het adviesrecht van de Commissie van toezicht financiën politieke partijen (Ctfpp) wordt verbreed naar de hele wet.

  • Politieke partijen worden verplicht om de ontvangst van een gift vanaf € 10.000 per donateur per jaar door de politieke partij en de neveninstellingen uiterlijk drie dagen na ontvangst aan de toezichthouder te melden.

  • Politieke partijen, neveninstellingen en kandidaten van partijen worden verplicht om uiterlijk één maand na de verkiezingsdag een overzicht van de giften en schulden, die zij in de periode tussen de 21e dag voor de verkiezing en de verkiezingsdag hebben ontvangen of zijn aangegaan, te melden bij de toezichthouder. De toezichthouder maakt deze documenten vervolgens uiterlijk twee maanden na de verkiezingsdag openbaar.

Uit artikel III van de Evaluatiewet Wfpp volgt dat het tijdstip van inwerkingtreding van de wet bij koninklijk besluit wordt bepaald, met uitzondering van artikel I, onderdeel E, onder 1, onderdeel a, en de onderdelen aEa en Ea. Het tijdstip van inwerkingtreding van deze uitzonderingen volgt reeds uit de wet (artikel III, leden 2 tot en met 4). Met dit koninklijk besluit wordt voorzien in de inwerkingtreding van de wet met ingang van 1 januari 2023. Deze datum is in overeenstemming met het kabinetsbeleid inzake vaste verandermomenten (Kamerstukken II 2009/10, 29 515, nr. 309).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, H.G.J. Bruins Slot


X Noot
1

Kamerstukken II 2017/18, 32 752, nr. 50.

X Noot
2

Kamerstukken II 2019/20, 35 300, nr. 19.

Naar boven